victoria falls

Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Lars

Verder waar we gebleven waren bij ons vorige blog (lees het hier). Namelijk onze volgende bestemming; de Botswaans-Zambiaanse grens, genaamd Kazungula, waar we de veerboot naar Zambia hebben genomen. Bij aankomst werden we onmiddellijk gebombardeerd met lokale jongeren die ons wilden helpen bij het oversteken. We hebben één van hen geaccepteerd, maar kregen ongevraagd de hele bende. Ze stonden te wachtten op ons nadat we door de immigratie van Botswana waren, en gaven zwaaiend aan dat we op moesten schieten. Misschien zouden we net de veerboot missen?! Als een kudde antilopen rende ze voor onze auto uit. Daar aangekomen was de veerboot echter aan de andere kant van de Zambezi… We konden dus niet echt bepalen waarom we nou zo moesten opschieten. Ik denk dat het een van de vele mysteries van Afrika zal blijven. Het is hier in ieder geval nooit saai, dat kan ik je verzekeren.

De veerbootovergang ging met behulp van onze bende vlot, maar we wisten dat het moeilijkste deel nog moest komen: de Zambiaanse kant van de grens. Normaal gesproken wanneer je een grens oversteekt, moet je slechts één gebouw in, je paspoort tonen, misschien wat info opschrijven en voilà, maar in Zambia doen ze het anders. Extreem anders.

Kellie

Als je ooit de Botswaanse-grens oversteekt naar Zambia met een auto, dan is dit de informatie die je nodig hebt om het een beetje makkelijker te maken. De eerste paar dingen zijn: uiteraard je paspoort, Kwacha (Zambiaans geld), Amerikaanse dollars en al het juiste papierwerk voor je auto (zie http://www.zambiatourism.com/self-drive/grensovergang). Als je het de dollars en kwacha’s regelt voordat je oversteekt kan dat je veel geld besparen, aangezien ze geen geldautomaat of wisselkantoor binnen het grensgebied hebben. Maar er is altijd een manier, en hier komen onze hulptroepen van pas. Vanuit Zambia komen zij met extra dollars en kwacha’s je te hulp. Allereerst moet je met USD je visum betalen (nogal vreemd, niet?!). Een enkele toegang kost 50 USD en dubbele 80 USD. Als je de Zimbabwaanse kant van Victoria Falls wilt bezoeken vanuit Zambia, is het zeker verstandig het dubbele entree visum te nemen.

Na het visum gingen we naar het volgende loket, en die was voor... tsja, dat weet ik eigenlijk nog steeds niet zo goed waar die voor was. We hebben onze papieren van de auto getoond, kregen een ander papiertje, moesten om het gebouw heen om aan de andere kant weer naar binnen te gaan (we konden vanaf daar het loket zien waar we eerder waren) en kregen nog een stempel op onze papieren van een man die tegelijkertijd gniffelend aan de telefoon zat. Daarna moesten we terug naar die eerste balie, de vrouw daar wilde onze auto nog controleren. Blijkbaar kwam het motornummer op onze eigendomspapieren niet overeen met het motornummer dat onder de motorkap stond, of in ieder geval niemand kon het vinden. Maar na lang zoeken vond ze het gelukkig wel prima, dus we konden door.

Als je in Zambia reist moet je dus ook reflecterende bumperstickers hebben. Rood aan de achterkant en wit aan de voorkant. Met alle macht proberen ze die voor de grens aan je te verkopen voor een best prijsje (200 pula voor een paar stickers!!). We hebben het de controleur vrouw niet gevraagd, maar volgens mij kan je gewoon bij de eerste winkel in Zambia stoppen en er daar een paar kopen. Bespaart je weer wat geld!

Vervolgens namen we alle papieren die we hadden verzameld mee naar een aangrenzend gebouw om een ​​CIP-nummer te krijgen, dat is een douane import vergunning. (Btw, stop niet met lezen hier, we komen uiteindelijk wel bij het leuke deel van Zambia!). We werden eerst naar een stoïcijnse kerel achter een bureau gestuurd, die een tijdje naar onze papieren keek en ons vervolgens verwees naar de vrouw aan het bureau naast hem. Zij ging gelukkig hard aan het werk en heeft al onze informatie verwerkt. Van haar kregen we het CIP nummer, weer een horde voorbij! Het volgende wat we moesten doen is weer naar een andere balie buiten om te betalen voor wat ze ons net heeft gegeven. . Mijn efficiënte Nederlandse hersenen waren al totaal in de war door deze manier van werken, en dit was de druppel. Mijn hersenen besloten vanaf dat moment te stoppen met dingen proberen te begrijpen.

We moesten ook nog koolstofbelasting betalen, 275 Kwacha, wat we met onze duurzame achtergrond nog wel konden waarderen. Vervolgens hebben we tolheffingen (48 USD) betaald, opnieuw alleen in USD! Oh btw, zelfs de ferry crossing kon niet in Pula (Botswaans geld) betaald worden en was 150 Kwacha. Na de tolheffingen gingen we naar een schattig, en in vergelijking met de rest, verlaten gebouwtje waar we voor een soort council fee moesten betalen. Hoewel niemand ons kon uitleggen waar die fee nou voor was! Dit was 30 Kwacha per persoon. Tenslotte konden we eindelijk de grens over en Zambia in!

Maar we waren nog niet klaar. Hoewel we al een verzekering hadden die ons in Zambia volledig dekte, moesten we in Zambia ook nog (dubbel op dus) een verzekering kopen die ons zou dekken voor incidenten met derden. Dit kostte ons weer 162 Kwacha, onze laatste uitgave. Of zo dachten we, omdat we nog steeds de mannen moesten terugbetalen die ons hielpen. Aangezien wij niet de juiste geldsoorten hadden, hadden zij alles voorgeschoten en moesten we ze terug betalen in Pula. Maar hoe konden ze geld aan ons verdienen zonder dit terug te vragen met een enorme winst. Wij adviseren om van te voren de precieze inkoop en verkoopkoers van al deze valuta’s uit te vinden, omdat zij gewoon voor de hoogste winst gaan. En nog een advies is om dit van te voren allemaal af te spreken, zodat ze je niet achteraf kunnen naaien. We wilden de man die ons het meest geholpen had apart betalen, maar ze wilden ongeveer 1000 pula meer dan wat wij hadden berekend, dus we hebben niet meer betaald dan dat! Het voelde dus niet alsof we erg welkom waren in Zambia, en ik kan je vertellen dat we er graag zo snel mogelijk weg wilden... 2,5 uur later en 330 euro armer... Wat dus 80 euro meer was dan we hadden berekend. Ik hoop echt dat hij dit geld zal verspreiden onder de hele groep die met ons meeliep.

Livingstone

Volgende stap! We hadden in onze planning er rekening mee gehouden dat dit wel eens een hele dag zou kunnen duren, maar het was gelukkig dus maar 2,5 uur! Dus toen waren we ineens om 12.00 uur in Livingstone! En nadat we ons op een welverdiende lunch hadden getrakteerd, hebben we ingecheckt in Jollyboy's Backpackers en de rest van de middag bij het zwembad gelegen! Jollyboy’s backpackers paste precies in ons straatje, ze maakten o.a. gebruik van zonnepanelen en recyclen zo veel mogelijk.

Lars aan het chillen op de rand van de Zambezi rivier. Een klein stukje verder stort deze rivier naar beneden bij Victoria Falls. Wij hebben hier lekker genoten van de zonsondergang.

De volgende dag gingen we naar Victoria Falls. Lonely planet had ons verteld dat deze maand nog een hele goede maand zou zijn. Echter, zodra we naar de grens reden, werden ons verteld dat de Zambiaanse kant al zo goed als opgedroogd was. Het was niet de moeite waard om 20 USD per persoon te betalen om binnen te komen. Dus dat deden we niet, en in plaats daarvan werden we door een zeer dronken, maar erg grappige Zambiaan naar de grensbrug geleid. Simon (zijn naam) vertelde ons alles wat hij wist over de watervallen en andere, meer irrelevante dingen, zoals hoe je voor je vrouw moet zorgen (zoals hij ervan uitgaat dat we getrouwd waren). Hij probeerde ons te overtuigen dat het geld dat wij hem gaven, naar zijn opleiding zou gaan... schijnbaar zien wij er naïef genoeg uit dat we dat geloven.

Lars en Simon, onze gezellige en zeer dronken begeleider naar de brug voor de dag!

De volgende dag gingen we nogmaals naar de watervallen, maar nu naar de kant van Zimbabwe. We waren met een groepje van 5 mensen vanuit Jollyboys; Marcela uit Nederland (neef van Marc, de Nederlandse visboer in Zambia van ‘Boer zoekt Vrouw’, sorry Marcela, moest het even benoemen!), Morgan uit Californië en Dave uit Virginia (hij was de leeftijd van mijn vader!). Zodra we het park binnenkwamen voelden we de koele wind van de watervallen. We stapten om een struikje heen en werden overweldigd door wat we toen zagen! Het is fantastisch en verbazingwekkend wat de natuur kan creëren, die enorme hoeveelheid water die neerstort! Het zag er prachtig uit! Elke uitkijk was een beetje anders en net zo mooi of nog mooier dan de vorige! Na een paar uur begonnen we toch een beetje honger te krijgen, dus zijn we naar het stadje Victoria Falls gegaan in Zimbabwe. Hier hebben we in een lokaal restaurantje traditioneel Afrikaans gegeten, en zoals het hoort met dit eten, aten we met onze handen! Vervolgens zijn we terug gegaan naar Jollyboys, en na een afkoelende duik in het zwembad hadden we wat biertjes gedronken om op de dag te proosten. Maar de dag was nog niet afgelopen, het was vrijdagavond! We ontmoetten twee Duitse vrijwilligers, een Zambiaanse en een jongeman uit Wales die allen op een basisschool in Livingstone werken. De jongen uit Wales, Brandon, overtuigde ons, Morgan en een groep van ongeveer twaalf Canadezen, om mee te gaan naar een lokale club. Deze club had een geweldige mix van toeristen en locals. En verdomd, wat kunnen die Afrikanen lekker dansen! Ken je die dancebattles in films waar mensen in een club een cirkel vormen om zo’n battle heen, nou dat is letterlijk wat er in deze club gebeurde. Het was geweldig om te zien!

Livingstone had het scherpe randje van ons welkom in Zambia weggenomen. En deze dag was het perfecte einde aan ons verblijf in Livingstone. De volgende ochtend waren we weer vroeg op (relatief gezien) en op weg naar Lusaka waar we Sue en Jeff van VisionZambia ontmoetten. Je kunt lezen over het geweldige werk wat zij doen in deze blog.

Vond je het leuk om deze blog te lezen? Of heb je nog vragen of opmerkingen, wees alsjeblieft brutaal genoeg om een ​​reactie te plaatsen hieronder!

De meiden die we ontmoet hadden in het hostel; Morgan en Marcela, en ik op de foto met de waterval en een prachtige regenboog op de achtergrond.

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 3 comments
Zambia, a double-edged welcome

Zambia, a double-edged welcome

Zambia, a double-edged welcome

Voor de Nederlandse versies van de blogs - Klik Hier

Lars

Our next stop was the Botswana-Zambian border, Kazungula, where you take the ferry to Zambia. At arrival, we were immediately bombarded with local guys that wanted to help us with the crossing. We accepted one of them, but got the whole group. They were all waiting for us after we were cleared by Botswana immigration, waiving at us that we needed to hurry. Then they went ahead and ran in front of the car like a herd of pouncing antelope. The ferry however, was on the other side of the Zambezi, so we couldn’t really determine why we had to hurry! I guess it will remain one of the many mysteries in Africa. It is never boring here, I can assure you.

The ferry crossing went smoothly with the help of our troop, but we knew the hardest part was still to come: the Zambian side of the border. Normally when crossing a border you have to enter just one building, show your passport, maybe write down some info and voila, but in Zambia they do it different. Radically different.

Kellie

If you ever cross the Botswana border into Zambia with a car, this is the information you will need to make it a little easier. The first few things you will absolutely need to get your car and yourselves across the border into Zambia: Kwacha (Zambian money), US dollars and all the right paperwork for your car (see www.zambiatourism.com). If you have the currencies before crossing, it will save you a whole lot of money, because you can’t get them from an ATM or office within the border area. But there is always a way, as the troops are there with spare dollars and kwacha’s. First up, the visa can only be paid in USD (weird as fuck, I know), and for a single-entry costs 50 USD and double-entry 80 USD. If you want to visit Victoria falls on the Zimbabwe side when you are in Zambia, you should definitely get the double-entry, or lose money and time on it. Then we went to the next counter which was for… well I’m not entirely sure.. We showed our papers of the car; got another paper; had to go around the building; enter on the other side (we could see the counter we were before through the panel of this counter, it was in the same room) and got another stamp on our papers from a guy who was taking an, apparently very funny, phone call at the same time. After this we had to go back around to the first counter, the woman there wanted to check our car. Apparently, the engine number on our blue book, didn’t match the engine number it the car, or at least the one we could find. But everything else was fine, so we could pass through anyway. If you drive in Zambia, you need to have reflecting bumper stickers, red at the back white in the front. They try to sell those to you at the border for a huge price (200 pula). In our experience, she didn’t even check this and you should just stop at the first shop when you are in Zambia and find them there, saves you money!

(Btw, don’t stop reading here, we’ll eventually get to the fun part of Zambia!)

Then we took all of the papers we had collected with us to an adjoining building to get a CIP number, which is a Customs Importation Permit. First, we showed our papers at one desk after waiting a while, this guy looked at it and didn’t do anything else, but told us to go to the woman at the desk next to him. She filled in all of our information and gave us the CIP number. My efficient Dutch brain was already in overdrive, but this double-desk thing seemed even more useless than what we’d been through so far. The next thing she tells us, go to that counter outside to pay for what she just gave us… My brain decided to stop working.

So here we paid for carbon taxes, 275 Kwacha, with our environmental background we could appreciate this. Next up was paying the toll fees, which again, can only be paid in USD and was 48 USD for our car. Oh btw, even the ferry crossing could not be paid in Pula (Botswana money) and was 150 Kwacha. Anyway, after that we went to a cute, and compared to everything else, deserted building where we had to pay for some kind of Council fee, whatever that is, no one could explain! This was 30 Kwacha per person. Finally, we could pass the gate into Zambia. But we weren’t finished yet. Even though we had insurance that covered Zambia, by law you need to buy a Third-Party insurance in Zambia. And thus 162 Kwacha for a month was our final money leacher. Or so we thought, because we still had to pay back the guys that helped us. The only money we had was Pula, where would we have gotten Kwacha or USD? We didn’t try, but I suggest trying some banks in Kasane or Kazungula on the Botswana side and see if you’re lucky they have either one of that. For us, our helping man had paid for everything. We had to pay him back with Pula. But how would they make money from us if they didn’t get it back with a huge interest. So we advise you to find the exact buying rates for USD and Kwacha to Pula, because they will tell you whatever. And then discuss everything in advance, so the won’t take advantage of you. We wanted to pay the guy who helped us separately, but they wanted about a 1000 pula more than we had calculated, so we didn’t pay more. It did not feel like a very good welcome I can tell you, we were happy to get out of there… 2,5 hours later and 330 euro poorer… Which was 80 euro more than we had calculated. I really hope he will spread this money amongst the whole group that ran with us.

Livingstone

For that day we had taken into account the option that it could take a whole day, but it was only 2,5 hours! Now we arrived in Livingstone around noon. And after we treated ourselves on a beautiful and lekker lunch, we checked-in at Jollyboy’s Backpackers and relaxed at the pool the rest of the day! We loved Jollyboys, it is a backpackers right up our alley as they do recycling and use solar panels etc.

Lars chilling at the Zambezi River after our visit to the Zambian side of the falls.

The next day we went to see Victoria falls. Lonely planet had told us that this month would still be a very good month to go. However, as soon as we drove up to the border, we were told the Zambian side was all but dried up. It was not worth to pay the 20 USD per person to get in. So we didn’t and instead were taken by a very drunk, but very funny Zambian to cross the Zimbabwe border onto the bridge. Simon (his name) told us everything he knew about the falls and some other, more irrelevant stuff, like how to take care of your wife (as he assumed we were married). He tried to convince us the money we gave him would go to his education… sure..!

Our cute an drunk "guide" Simon, telling us about the falls, wanting to take pictures of us. But we don't trust him with the camera on a bridge!

The next day however, we went to the Zimbabwe side. Along with us, three other people from Jollyboys went; Marcela from The Netherlands (cousin of Marc, the Dutch fish farmer in Zambia from Boer zoekt Vrouw, sorry Marcela, had to mention it!), Morgan from California and Dave from Virginia (he was my dad’s age!). As soon as we entered the park, we felt the cool wind from the falls. Then we went around a corner and were undeniably overwhelmed by what we saw! It is amazing what nature can create, all that water crashing down!! It looked absolutely stunning and every lookout was a little different and as pretty or prettier than the one before! After a few hours we got hungry, so we went inside Victoria Falls town and had a local lunch, eaten the way it is supposed to be eaten, with our hands! Then we went back to Jollyboys, and after a good cooling down dive in the swimming pool, we had a few beers to toast the day. But the day wasn’t over yet, it was Friday night! We met two German volunteers, a Zambian and a Welsh guy who were working at a school in Livingstone. The Welsh guy convinced us, and a group of about twelve Canadians, to go to a local club. This club had a great mix of tourists and locals. And damn, those Africans can dance! You know those dance battles in movies where people form a circle around a dance off, well that’s what happened in this club. It was great entertainment!

Livingstone had taken the hard edge of our welcome in Zambia. And this day was the perfect ending to our stay in Livingstone. The next morning we were up early (considered) and on our way to Lusaka where we met with Sue and Jeff from VisionZambia. You can read about the amazing work they do in this blog,

Did you like reading this blog? Or do you have any questions or comments, please don’t be shy to give a comment in the section below.

Marcela, Morgan and Me! With a beautiful rainbow in the background.

Posted by bylifeconnected in Blog, 2 comments