zambia

Simalaha Community Conservancy – Nederlandse versie

Simalaha Community Conservancy

Een beginnend natuur behoud community project.

Zo, dit was me toch een situatie waarin we ons nog nooit hebben bevonden. In de Filippijnen hebben we al het belang van bepaalde tradities meegemaakt. Maar ik ben nog nooit zo nerveus geweest voor een eenvoudige ontmoeting! Al is dit waarschijnlijk heel natuurlijk, omdat onze ontmoeting was in het koninklijk paleis met de koninklijke familie van Barotseland. Blijkbaar is dit vergelijkbaar met een ontmoeting met onze Nederlandse koning, koning Willem-Alexander, en dan met heel veel regels. Ik moest bijvoorbeeld een chitenge dragen, wat in feite gewoon een sarong is. En onze schouders moesten bedekt zijn. De kinderen die rond het paleis woonden, waren degene die ons mee naar binnen namen. Eén jongetje hield mijn hand vast, om zeker te weten dat ik hem wel volgde. We liepen naar een dame, en alle kinderen knielden om haar heen. Het jongetje wat mijn hand vast had, trok me naar beneden.... Schijnbaar moesten we knielen voor deze mevrouw. Deze mevrouw zei dat we plaatst moesten nemen (buiten om een steentje), en we ons gezicht richting een gebouw moesten keren. Een man kwam hier naar buiten, en hij vertelde ons wat we moesten doen voor we de Mwandi Bre Kuta (het gebouw) zouden binnengaan; kniel voor de ingang en klap een paar keer in je handen, ga dan naar binnen en doe hetzelfde voordat je op je stoel gaat zitten. Dit is serieus! Gelukkig hadden we een geweldige kerel bij ons, Mike Mwenda, gemeenteraadslid voor de Mwandi-afdeling. Ik ben er vrij zeker van dat hij het jongste raadslid in Zambia is met zijn 23 jaar, en hij is erg gepassioneerd over zijn gemeenschap en alle mensen daarin.

Hoe dan ook, we kwamen het gebouw binnen en voelden ons behoorlijk ongemakkelijk bij het uitvoeren van al deze rituelen. Vijf oude mannen zaten op een rijtje langs de muur naar ons te kijken terwijl we dit deden en tegenover ze gingen zitten. Deze mannen worden Induna genoemd en maken deel uit van de Barotse Royal Establishment. Mike was bij ons om te vertalen en we werden bestookt met vragen. We gingen hierheen met het idee dat wij degenen zouden zijn die de vragen stelden, dus hier moesten we ons even op aanpassen! Maar we beseften dat ze probeerden uit te vinden of wij hen van enige hulp konden zijn. Laat me dit even uitleggen. We zijn dit gebied gaan bezoeken omdat dit een uniek Community Conservation-project is in Zambia, waar de initiatiefnemers van het natuur behoud ook werkelijk de lokale bevolking is. En het land is ook van de gemeenschap en niet van de overheid. De koning en een van de induna waarmee we spraken, waren degenen die de Simalaha Conservancy hadden opgezet met de hulp van Peace Parks en Kaza. Ze zijn nu vijf jaar bezig en zijn er klaar voor om toeristen aan te trekken. Echter is er nu nog helemaal geen lodge of camping. Ze wilden weten of wij misschien geïnteresseerd waren in het opzetten van een lodge! Wauw .. dat was wel even iets om over na te denken...

 

De gnoe's die geintroduceerd zijn in het gebied. Deze stonden op dezelfde vlakte als grazend vee! Erg bijzonder om ze gemixt te zien.

Maar eerst hebben we ons plan aan hen voorgelegd en wilden we meer weten over het beschermde gebiede. De manager van de conservancy werd gebeld en we konden hem de volgende middag ontmoeten. In de tussentijd heeft raadslid Mike ons rondgeleid in de omgeving. We bezochten Sikuzu Village, het dorp direct aan de rand van de conservancy, en de gemeenschapsschool. Deze school is pas een paar jaar geleden opgericht en had nog verschillende problemen, vooral met betrekking tot water. Er is namelijk helemaal geen water en door klimaatverandering waren verschillende waterbronnen in de buurt opgedroogd. De kinderen moeten 2 km lopen om water te halen uit de rivier! En dan heb je ons, de Westerse wereld, en wij vinden het allemaal maar zo vanzelfsprekend dat we stromend water uit de kraan hebben... Een soortgelijk probleem deed zich voor met een project in de gemeenschapstuin. Een zeer succesvolle tuin was hier geplant en onderhouden door de gemeenschap; ze gaven zelfs gratis groenten en geld aan de allerarmsten. Echter, de pomp naast de tuin is een paar maanden geleden kapot gegaan / opgedroogd en water halen uit de rivier is voor deze hoeveelheid planten onmogelijk. We zagen dat alle groenten waren uitgedroogd en er nog maar een paar rode tomaten aand de planten hingen. Dus ook al hadden we een gebied verwacht dat het allemaal onder controle had, ook hier vonden we toch de voornaamste problemen die je vind in Afrikaanse Derde Wereld landen. En, zoals we hier ontdekten, worden deze problemen alleen maar verergert door klimaatverandering. We kunnen dus aannemen dat deze problemen in de toekomst alleen maar toenemen in plaats van afnemen!

Na dit trieste verhaal nam Mike ons mee naar het visserskamp Mabale waar zijn vader en zijn familie in het droge seizoen wonen. Dit is precies aan de rand van het natuurpark. Hij vertelde ons dat er nog steeds mensen leven in het park waar ze vissen en zelfs vee hebben! We zagen deze koeien en de zebra’s gemixt grazen! In het visserskamp ontmoetten we zijn vader en familie, en hij toonde ons de eenvoudige, één jarige huisjes van gras waar ze in wonen. Op de terugweg hebben we nog even drie jonge vrouwen met hun baby's in de auto gepropt zodat ze niet dat hele stuk naar het dorp hoefden te lopen (kostte ons 15 minuten met de auto, kun je je voorstellen hoe lang dat te voet duurt!).

Zoals Mike ons hier vertelde horen deze kinderen eigenlijk op school te zitten, maar in plaats daarvan zijn ze bij hun ouders om te helpen met vissen. Hij wil dit graag veranderen.

Toen we eenmaal terug waren, kregen we te horen dat we konden kamperen in de lodge naast het Koninklijk Paleis. Pas later beseften we dat we in de achtertuin van de prins logeerden!!! De volgende dag zouden we om twee uur weer een vergadering hebben. En ik was al helemaal voorbereid op weer zo’n ongemakkelijke traditionele ontmoeting als de dag ervoor. Alleen deze keer zelfs zonder onze vertaler, want hij was er niet!? Maar verrassend genoeg kwamen ze naar ons toe, en zelfs een uur te vroeg. Terwijl we aan het lunchen waren, zagen we een van de induna, de oudste man die meehielp met het opzetten van de conservancy, samen met de manager naar ons toe lopen! Het was een beetje ongemakkelijk omdat we net aan het eten waren, maar ze hebben op ons gewacht op het terrasje van de lodge. Hier kwamen we er eindelijk achter dat de man die in aardig armoedige kleren rond het terrein liep, eigenlijk de prins was... Holy shit, dat was raar, wij hadden gewoon aangenomen met hoe hij eruit zag, dat het een van de jongens was die het terrein verzorgde. Desalniettemin was deze bijeenkomst veel meer casual en konden we antwoorden krijgen op onze vele vragen. De prins was zeer behulpzaam en de manager had geregeld dat een paar jongens ons na de ontmoeting meenamen naar de conservancy. Tijdens deze vergadering leken ze te beseffen dat we niet degenen waren die een lodge zouden komen oprichtten, omdat we met andere intenties naar Afrika waren gekomen. Dit was de dag ervoor ook onze conclusie, vooral omdat we van mening zijn dat dit Simalaha-project al aardig in de goede richting gaat, zowel in gemeenschapsontwikkeling als in natuurbehoud. Met de leiding van de koning van Barotse en de hulp van de Peace Parks en Kaza, zijn er genoeg mensen geïnvesteerd in dit gebied om het succesvol te maken. Als je echter iemand kent, of als je iemand bent die een lodge in Afrika wilt opzetten, dan is dit je kans!!

De jongens die ons rondleidden in het park lieten ons ook de plekken zien die gereserveerd zijn voor toekomstige lodges. En ze zijn behoorlijk geweldig!  Net als de visie van het hele project. Er is een grote vlakte die plek heeft voor een grote hoeveelheid grazers en veel mopane bos eromheen voor de browsers. Momenteel zijn ze in het proces van het herintroduceren van zebra's, impala's, gnoe’s en giraffen, afkomstig uit Botswana, Namibië en zelfs Kafue NP. Op dit moment is het gebied nog steeds omheind, maar in de toekomst zal het een kruispunt worden voor wilde dieren tussen Botswana, Namibië, Zambia, Zimbabwe en Angola. Een initiatief genaamd Kaza met als doel de verschillende natuurgebieden in deze landen met elkaar te verbinden en daarmee het grootste natuurgebied van Afrika te worden (lees hier meer over).

 

Omdat Simalaha precies op de grens ligt tussen Chobe NP en Kafue NP, is dit precies de verbinding die ze nodig hebben. Bovendien is het een goede plek voor toerisme omdat het aan de rivier de Zambesi ligt. In noord-westelijke richting zijn er de prachtige Ngonye watervallen die we hebben bezocht. En in de zuidoostelijke richting ligt Victoria falls. Als ze echter willen dat het toerisme zich ontwikkelt, is er één ding die ze echt eerst moeten verbeteren, namelijk de weg naar Livingstone (Victoria Falls). We hebben nog nooit in ons leven zo'n slechte weg gezien. Een reis die ongeveer anderhalf uur zou moeten duren, duurde nu vier uur! Deze weg heeft meer kuilen dan weg! Maar goed, dit heeft niets afgedaan aan de indrukwekkende ervaring die we hadden in Simalaha en we zijn blij dat we deze inspirerende plek hebben bezocht.

Posted by bylifeconnected in Projecten, 1 comment

Simalaha Community Conservancy

Simalaha Community Conservation - Mwandi

A Project with Climate Change problems and Third World issues

Voor de Nederlandse versie - Klik hier

Now this was a different experience from what we have ever been in. In the Philippines we have encountered the importance of certain traditions and official ways to do things. But I have never felt this nervous for a simple meeting than what I felt in Mwandi! But I guess this is only natural, as we set out to meet at the Royal palace with the royal family of Barotseland. Apparently, it is kind of like meeting with our Dutch king, King Willem-Alexander, and then with a lot of rules. For instance, I had to wear a chitenge, which is basically a sarong. And our shoulders had to be covered. Some kids that lived around the palace took us inside, one was holding my hand. We walked over to a lady sitting there, and the kids all kneeled before her. The kid who was holding my hand started pulling me down. Apparently, we had to kneel! Then the woman told us to sit down and face towards the building. A man came out and after we explained what we were doing here, he told us what to do when we would enter the Mwandi Bre Kuta (the building); before the entrance, kneel and clap your hands, then go in and do the same thing before you sit on your chair. Luckily, we had a wonderful guy with us, Mike Mwenda, honorable councillor for Mwandi ward. I’m pretty sure he is the youngest councillor in Zambia with his 23 years, and he is very passionate about his community and all the people in it.

The wildebeest that have been re-introduced to the Simalaha Conservancy area.

Anyway, we entered the building, feeling quite uncomfortable doing all these rituals. Five old men were watching us, lined up against the wall, and we were seated opposite them. These men are called Induna and are part of the Barotse Royal Establishment. Mike was with us to translate and we were bombarded with questions. As we went here with the idea that we would be the ones asking the questions, this was a bit of an adjustment! But we realized they were trying to find out if we could be of any help to them. You see, we went to visit this area because this is a one-of-kind Community Conservation project in Zambia where the initiators of the conservation are the actual people of the community. The King and one of the induna we spoke to, were the ones who had set up the Simalaha Conservancy with the help of Peace Parks and Kaza. They are now five years into the project and are ready to take on tourism, but there is no lodge yet. They wanted to know if we were interested in setting up a lodge! Wauw.. that was something to consider...

But first we laid out our plan to them and we wanted to know more about the conservancy. The manager of the conservancy was called and we could meet with him the following afternoon. In the meantime, councillor Mike showed us around. We visited Sikuzu Village, the village directly on the border of the conservancy, and its community school. This school was only set up a few years ago and still had several issues, especially concerning water. There was no water and due to climate change, several of the wells in the vicinity were dried up. The kids have to walk for 2 km’s to haul water! And then you have us, we just take all of this for granted in the Western world…. A similar problem had occurred with a garden community project. A very successful garden was planted and maintained by the community; they even gave free vegetables and money to the very poor. However, the pump next to the garden broke down/dried up a few months ago and hauling water from the river for this many plants is impossible. We saw that all the vegetables were drying out and only a few red tomatoes were left on the plants. So even though we had expected an area that had it all figured out, the major issues of Third World African countries remain. And as we found out here, climate change is increasing these problems. We can safely assume these problems will become even worse over time!

After this sad story, Mike took us to the Mabale fishing camp where his father and family live during the dry season. This is right on the edge of the conservancy. He told us there are still people living inside the conservancy where they fish and have cattle. We saw these cattle mix with the wildlife! At the fishing camp we met his father and family, and he showed the simple, one-year houses from grass where they live in. On the way back we squeezed in three young woman with their baby’s in our car, so they didn’t have to walk to the village (took us 15 minutes by car, can you imagine how long by foot!). And once we were back we were told we could camp at the lodge next to the Royal palace. Only later did we realize we were staying in the backyard of the prince!!! The next day we were to have another meeting at two ‘o clock, I’m already feeling anxious around one, imagining a similar meeting to the day before. Only this time without our translator!? But surprisingly enough they were an hour early. While we were having lunch, we saw one of the induna, the elderly one who helped set up the conservancy, walk up to us together with the manager! That was a bit awkward, but then they went and waited for us at the deck. Here we finally realized that the guy who was walking around the terrain in kind of shabby clothes, was actually the prince... Holy shit, that was weird, as we just assumed it was one of the guys maintaining the terrain. Nevertheless, this meeting was a lot more casual and we were able to get answers to our many questions. The prince was very helpful and the manager had some guys come over so they could take us into the conservancy after the meeting. During this meeting, they seemed to realize we were not the ones to set up a lodge as we had come to Africa with other intentions. This had been our conclusion as well, especially as we feel that this Simalaha project is already heading in the right direction in both community development and nature conservation. With the guidance of the king of Barotse and the help of the Peace Parks, there is enough people invested in this area to make it successful. However, if you know anyone, or are that person that wants to set up a lodge in Africa, here is your chance!!

The guys that showed us around in the conservancy after the meeting, pointed out the places they have reserved for a lodge, and they are pretty amazing! And so is the vision of the conservancy. There is a large floodplain that will have a very high carrying capacity for grazers and a lot of mopane forest for browsers. They are in the process of restocking with zebras, impalas, wildebeest and giraffes, coming from Botswana and Namibia and even Kafue NP. At the moment, the area is still fenced, but in the future, it will become a crossing area for wildlife between Botswana, Namibia, Zambia and Angola. A initiative called Kaza that has the aim of connecting the different wildlife areas in these countries, thereby becoming the largest wildlife area in Africa (read more about it here).

As Simalaha is right on the border, between Chobe NP and Kafue NP it is the crossing they need. Plus it is actually a good place for tourism because it is located along the Zambesi river. Going in the north-western direction there is the beautiful Ngonye falls we have visited. And in the south-eastern direction there is Victoria falls. However, if they ever want tourism to develop, one of the things they will have to improve is the road to Livingstone (Victoria falls). We have never in our lives seen such a bad road. A trip that should take about one and a half hour now took four! The road has more potholes than road! But that didn’t take anything from the impressive experience we had in Simalaha and we are happy to have visited this inspiring place.  Read more about it here...

Posted by bylifeconnected in Geen categorie, Projects, 2 comments

Cheshire Weeshuis en Boerderij Ontwikkeling – Kaoma, Zambia

Cheshire Weeshuis en Boerderij Ontwikkeling - Kaoma, Zambia

Onze volgende bestemming vanuit Kafue National Park was Kaoma, waar we een weeshuis zouden bezoeken. We wisten echter niet dat op de dag dat we vertrokken het ook de Zambiaanse Onafhankelijkheidsdag was (van de Britten zoals gewoonlijk). Net als in elk land gaan mensen de straat op om zoveel mogelijk te dansen, drinken en de regels te negeren! Gelukkig zijn de Afrikanen aardig voorzichtig met auto's (waarschijnlijk voor een goede reden), dus meestal waren ze al uit de weg toen wij voorbij kwamen. Koeien en geiten kunnen hier nog iets van leren. Zelfs al leverde het wat vertraging op, het was erg leuk om de Zambiaanse mensen te zien feesten.

We kwamen aan bij het Cheshire Weeshuis Guesthouse rond 18.30 uur. De opbrengst van het guesthouse wordt geïnvesteerd in het weeshuis, dus een goede manier om geld uit te geven! Voor de eerste keer in een lange tijd sliepen we in een echt bed, maar ik kan je vertellen dat ik de dak tent mistte. Dit had weinig te maken met de awesomeness van onze dak tent en meer met de kwaliteit van het bed wat meer op een soort badkuip leek (Kellie en ik rolden de hele nacht tegen elkaar aan, lastig maar knus!).

De twee fantastische dames die het weeshuis besturen, hier leggen ze ons het één en ander uit over de boerderij.

De volgende morgen zouden we echter erg geïnspireerd worden. We werden naar het weeshuis geleid waar we zuster Mary, een Ierse immigrant ontmoette. Deze prachtige dame verliet Ierland ongeveer 39 jaar geleden om het Cheshire Weeshuis op te zetten en kinderen met een weesfamilie te voorzien van een gezin. 39 jaar!! Ik denk dat de meeste mensen die dit lezen amper geboren waren (zoals zuster Mary ons ook benadrukte toen we hiernaar vroegen!). De meeste van de kinderen die ze hebben opgenomen, hadden hun ouders verloren aan HIV/AIDS of andere epidemieen. Zuster Mary vertelde ons dat er vroeger helemaal geen weeskinderen in Zambia waren, omdat iedereen familie is. Normaal gesproken, nemen nabestaanden de kinderen in huis. Echter door een epidimie zijn er zoveel wezen dat nabestaanden niet meer genoeg geld/ruimte hebben om zoveel kinderen op te nemen. Zeker omdat elke gezin hier minstens drie kinderen of meer heeft. Een hele nieuwe familie aannemen is dus te veel. Dit maakt een weeshuis, zoals het Cheshire Weeshuis, een cruciale onderdeel wat nodig is in elke regio van Zambia of Afrika.

Zuster Maria (Ierland) en Ruth (Zambia), de twee dames die hun hele leven geven aan het onderhouden van deze weeskinderen.

De oorspronkelijke strategie van het weeshuis was alleen het aannemen van baby’s omdat deze nog helemaal niks voor zichzelf kunnen doen. Vervolgens zorgt het weeshuis voor ze, totdat ze oud genoeg zijn om zelfstandig rond te lopen. Dan zouden ze terug kunnen naar hun familie, omdat familie één van de meest belangrijke dingen in Zambia is. Echter, hun familie kwam nooit opdagen om ze op te halen. Uiteindelijk hebben ze heel veel tijd gestopt in het zoeken van de families van zo veel mogelijk weeskinderen. Maar sommige families zijn nooit gevonden en deze kinderen bleven bij het weeshuis en beschouwen dit nu als hun thuis. Na dit verhaal waren we niet verbaasd toen zuster Mary ons vertelde dat het weeshuis, dat voorheen tot wel 60 baby’s huisde, geen kinderen meer aanneemt. De reden, buiten het feit dat families niet terugkomen voor de kinderen, is zoals gewoonlijk een gebrek aan geld. Ruth, de vrouw die al meerd dan 25 jaar in het weeshuis werkt en de taak van zuster Mary heeft overgenomen, vertelde ons dat ze op dit moment slechts ongeveer 40% van het inkomen hebben dat ze nodig hebben. De 23 kinderen die er zijn, zijn momenteel op een leeftijd waar ze naar school gaan. En net zoals ouders hun kinderen willen verzorgen, betaalt ook het weeshuis hun volledige opleiding. Acht van de kinderen gaan naar de universiteit om beroepen zoals verpleegkunde, mechanica, milieutechniek of onderwijs te leren, de overige kinderen gaan momenteel naar de basis- of middelbare school.

Een oude foto van de kinderen die nu in het weeshuis zitten. Omdat we vanwege privacy redenen geen foto's mochten maken, gaf zuster Maria ons deze foto.

Het schoolgeld in Zambia is verhoudingsgewijs zeer hoog. De basisschool niet, deze is in principe alleen betaling van de uniformen, boeken, enz. Maar voor de middelbare school betalen ze hier ongeveer €300 per jaar, en voor de universiteit zelfs zo’n € 1000 per jaar. En dit zijn alleen kosten aan de school, dan komen nog de kosten voor boeken, kleding, onderdak en extra dingetjes erboven op. Wat dat betekent is dat ouders een fortuin moeten betalen als je hoogopgeleide kinderen in Zambia wilt. Vooral als je veel kinderen hebt, zoals de meeste hebben. Het weeshuis financiert het allemaal al. Zij hebben gekozen voor een strategie die de kinderen handhaaft tot ze volledig onafhankelijk kunnen zijn.

En een groot onderdeel hiervan is de boerderij. Het is de visie van het weeshuis om volledig zelfvoorzienend te zijn. Dit zodat ze niet afhankelijk zijn van de onregelmatigheid van donaties. Het is voorheen voorgekomen dat de opleiding van de kinderen in het geding kwam, simpelweg omdat ze niet op tijd donaties binnen hadden. Als gevolg hiervan begon het weeshuis het Farm Development Project. Door het maken van nshima (maïsmeel of pap), pindakaas, Moringa bomen en aardappelen, met kippen, varkens en eenden, draagt ​​de boerderij zoveel mogelijk bij aan de fondsen voor het weeshuis. Daarnaast leert dit project de kinderen om zelfvoorzienend te zijn.

Wil je meer weten of dit project? Contact ons, of neem een kijkje om hun website, klik hier. 

Zuster Maria laat ons hier de maal molen zien waar ze mais omtoveren tot meel. Ze voelt zich duidelijk helemaal op haar gemak op de boerderij, een echte Zambiaanse na 37 jaar!

Posted by bylifeconnected in Projecten, 1 comment

The Cheshire Orphanage and Farm Development Project

The Cheshire Orphanage and Farm Development Project

Voor de Nederlandse versie - Klik hier

From Kafue National Park our next destination was Kaoma where we would visit an orphanage. We didn’t know however, that on that particular day it was Zambians Independence Day (from the British, as usual). As in every country, people go into town to drink, dance and ignore as much rules as they can! Luckily though, Africans are really careful around cars (probably for a good reason) so most of the time they were already out of our way when we passed. Cows and goats should learn something from that. Even though we were a little bit delayed, it was a lot of fun to see how the Zambians party!

We arrived at the Cheshire Orphanage Guesthouse around dark (which is around 18.30). The profits of this guesthouse are invested in the orphanage, a good way to spend your money! For the first time in a long time we slept in an actual bed, but I can tell you that I missed the rooftop tent. This had little to do with the awesomeness of our rooftop tent and more with the quality of the bed (it felt like sleeping in a bathtub, Kellie and me rolling towards each other all night, nice and cosy).

The wonderful ladies running this orphanage, explaining us how everything works here.

The next morning we would become very inspired. We were guided to the orphanage where we met with Sister Mary, an Irish immigrant. This  wonderful lady left Ireland about 39 years ago to set up the Cheshire Orphanage and provide orphaned children with a family. 39 years!! I think most people reading this, weren’t even close to being born (as Mary emphasized when we asked her when she came here!). Most of the children had lost their parents because of an HIV/AIDS epidemic or other diseases. Mary told us that there used to be no orphans in Zambia because everyone is family. However, after an epidemic, not all orphaned children can be adopted by their closest relatives. One family has always at least two children and most of the time more. As relatives are preoccupied with sustaining their own children, a whole new family is too much. This makes an orphanage, like the Cheshire Orphanage, a crucial facility in any region of Zambia or Africa.

Sister Mary (from Ireland) and Ruth (from Zambia). They have invested their lives in helping these children.

The original strategy of the orphanage was to take in the babies, who couldn’t take care of themselves, and provide for them until they are old enough to walk around on their own. Then they would be able to go back to their family, because family is the most important thing in Zambia. However, their family would not return to adopt the orphans. They spent a lot of time finding the families of as many orphans as possible. However, some children remained with them and now regard the orphanage as their home. After this story, we weren’t that surprised when Mary told us that the Orphanage, that at times provided a home for up to 60 babies, isn’t taking in anymore children. The reason, as almost always, seems to be the lack of funds. Ruth, the woman who has taken over charge from sister Mary, and has worked there for over 25 years, she told us that right now they only have about 40% of the income they need. Here’s what they need it for: The 23 children that live there, are currently at an age where they go to school/college and as any parent hopes to provide for its children, the Orphanage pays their tuition in full. Eight of the children go to college to learn traits such as nursing, mechanics, environmental engineering or school teacher, the remaining children go to a primary or secondary school.

A very happy picture of the children from the orphanage. As we were not allowed to take pictures due to privacy reasons, they gave us this picture!

The tuition costs in Zambia are very high. Primary school is basically only payment of the uniforms, books, etc. However, for secondary school you pay about €300 a year tuition fee and for college around €1000 a year. And this does not include costs for books, clothes, food or extras. What it means is that if you want highly educated children in Zambia, parents have to pay a  fortune. Especially if you have a lot of children, like most have. The orphanage funds it all though. They have chosen for a strategy that sustains the children until they can provide in their own livelihood.

Another big part of the orphanage is the farm. It is the vision of the orphanage to be fully self-sufficient. This is their aim, so they won’t have to depend on the irregularity of funds, because it can put the education of the children at risk. As a result, the orphanage started the Farm Development Project. By making nshima (corn meal or pap), peanut butter, farming Moringa trees and potatoes, and having chickens, pigs and ducks, the farm contributes as much as possible to the funds for the orphanage. In addition, this project learns the kids to be self-sufficient.

Do you want to know more about this project? Contact us, or visit the website; click here.

The bags prepared to take in the seeds of the Moringa trees. After some time investment, these will provide a lot of profits for the orphans.

Posted by bylifeconnected in Projects, 5 comments

Kafue National Park – A place with Potential

Kafue National Park – A Place with Potential!

After the inspiring meetings with the people from VisionZambia and their projects (read about it here), we went on our way to Kafue National Park. This national park is the largest park in the country and one of the biggest in the world. And with the size of 22,500 sq km, it is almost as big as Belgium! Lonely planet mentioned that the northern plains resembled the Serengeti; showing a vast number of grazing animals and that it is a great place to spot leopards. You can imagine our excitement to get there. We stayed at a place called Roy’s campsite, a camp just outside the entrance of the park, right next to the Kafue river. Hippo’s floated around in the water at about 20 meters from our tent and we learnt that these animals are actually quite noisy! When one starts grunting (which happens regularly), the whole group grunts in response. Really funny!

Elephants crossing the Kafue River right next to our camp!

We had planned to stay in this area for several days, partly for tourist reasons, but also because we thought it might be a good place to start a project. And boy, were we right! Coincidently, we happened to camp at exactly the right place to start our research of the area. Roy turned out to be one of the most important figures in the area concerning conservation. He is in a governmental council that decides about encroachers in the park, plus he was one of only two people sent from Zambia to a southern Africa ivory trade convention in Namibia. Besides having Roy there to answer a lot of our questions, there was also another camp placed a few meters from our campsite. This was a Panthera research camp, home for over two years to Kim (cheetah project director), her husband Jake and their kids. Jake wasn’t there at the time, as he was on an anti-poaching patrol in Angola. However, we got to meet Kim (New Zealand), Rico (New Zealand/Dutch) and Anna (United States) with whom we spent a brilliant night around the campfire. Kim showed us her amazing guitar skills and tried to convince Lars to play. He had to promise her that he wouldn’t come back before he could play at least one song! That’s one thing he’ll need to be doing back home!

Sunset over the Kafue river, the view from our campsite!

Anyway, Kim also provided us with a lot of information about the area and the research they do. Plus, she gave us the contact details of other people in the area. Firstly, we went to meet Lyndon and Ruth. A couple from the UK who had been in Malawi for several years working for an anti-poaching NGO. They decided to leave and start their own business, because the money in that NGO went to the wrong people. They lived in Nalusanga (the entrance village of Kafue) for half a year, while setting up a lodge. This is 18 months ago, and the lodge they have built looks great. As soon as they start making profits, they will spend it on anti-poaching measures.

Secondly, we received the contact details of Jeni from Game Rangers International, who we will have to meet some other time unfortunately. But one of the things she has set up is a Women Empowerment Group, where the women use garbage and make it into beautiful ornaments to sell.

Then finally we spent a day with Mulyo, a very enthusiastic and opportunistic man with a vast amount of knowledge which he loves to share (read, he talks a lot!). He offered to come all the way from Lusaka (about a 4 hour drive) to answer all the questions about the region of Kafue NP we could think of. Very kind of him! Before he arrived we sent him a long list of questions and the following day we addressed them all. I didn’t know a person can talk that much without taking a break or taking a sip of water. Must have had a lot of practice. On the receiving end we listened and wrote down as much as we could. At the end of the day we not only acquired a lot of information, but also a deep respect for this man. Apparently he worked himself all the way up from a child in a poor rural family to the head of a resource management department for a whole province and more. As you can imagine we will cherish our relationship.

Roy's campsite was a beautiful place in the wilderness with only basic facilities, but the most amazing view right next to Kafue River!

Let me tell you what we have learned from all of these people combined. First of all, Kafue National Park is surrounded by Game Management Areas which supposed to function like a buffer zone. Here, the main activities are game hunting, fishing, lodges, and some photographic safari opportunities. For all these activities permits are necessary and there is no farming allowed. The main difference with the actual park is that there is no hunting allowed in Kafue NP. After these so-called GMA’s there are the Open Areas. This is where villagers live and are allowed to do farming etc. Now, one of the first problems we heard about are encroachers. People from outside sneaking into the GMA’s and setting up major farms, thereby slashing and burning a lot of woodland, and scaring animals away. This encroachment is illegal, but because it is in the GMA and not in the park, the responsibility of law enforcement is unclear. They need approval from the highest director in the government to evict these people and a lot of time passes before this actually happens. In the meantime, the original inhabitants of the GMA’s, the ones that were removed and placed on the edges, they are angry. “If the government doesn’t punish these people, why shouldn’t we just move back in?” One of the originally nine GMA’s has already disappeared because of this problem. And the GMA we visited is quickly moving to this point as well.

This is one of the problems. Then another problem is, as usual, money. There were several money stories to be heard, all connected to the role of the government. We heard about the game fee the hunting concessioners need to pay, which is high. But it has become so high, that the hunting operators cannot afford to hunt sustainably, where, for example only old/sick animals are shot. Now they will hunt everything, thereby depleting the resources. Secondly, this game fee money is not distributed properly. Let’s say a hundred people work in a hunting GMA of which 25% is government employed and the rest is from the local community. The game fee is distributed the other way around; 75% goes to the government and only 25% to the community people... So that’s one part of it.

Then inside the national park, a lot of things are needed to manage such a giant park, e.g. fire management, animal count, anti-poaching units, research etc. But first and foremost a comprehensive management plan and as far as we heard (from several sources) this is lacking, for the plain reason that the management team lacks the education and resources to change this. Their vehicles are broken, or they simply don’t have the money to buy fuel. The rangers wear backpacks and clothes that are falling apart. It is so sad and the solution needs to come from a government that is not really trustworthy, to say the least.

On our way back to camp, all the trees were filled with pelicans! We had noooo idea where they were coming from!

All these elements combined have resulted in a depleted park. But there is so much potential for conservation and development here, you can really feel it! It is just smothered by human failure. We noticed this as we went into the park on our second day there. To get to Busanga plains (the Zambian Serengeti), we had to drive over 130 km’s inside the park. The nearest affordable campsite from Busanga, though, was three hours driving back the way we came from… So there is not even a place for budget-travellers to stay near the main attraction of the park. There were lodges of course, but these were for those people that are flown into the park. So anyway, that is one major missed opportunity and a very frustrating one for us. Now besides this fact, normally driving 130 km’s through a game reserve takes us, well.. two days? Because we stop for every single animal we come across, including birds! In this park however, it ‘only’ took us about six hours. Because, there basically weren’t any animals besides a few puku’s and impala. And that while driving past a river, and thus a constant water source, the whole way through a lot of different habitat types. It just seemed wrong! How is that possible? When we finally got to the plains, which I should mention, were majestic just for its expanse, there was one small herd of wildebeest and one small herd of puku’s. Now afterwards we heard we were a bit unlucky, because normally you can find buffalo herds as well, but it was definitely not what we were promised. Luckily, we saw a lioness with a cub on our way down there, and on our way back she was joined by two other lionesses. So that made our day.

The lioness who made our day!! Here she was on the lookout for her dinner!

The people, this place and its potential inspired us to start drafting a conceptual plan. What do we propose to do in and around Kafue NP if we end up starting a project in this area? We want to act as a catalyst to a situation where local people will benefit from the park. We believe that if they benefit, they do not have to use the resources of the park unsustainably (poaching and farming). And even more, they will be the first ones that want to protect its resources. Probably, our main task will be to provide the communities with as many creative and sustainable economic incentives as possible. Our ambitions though extend a lot further of course. If you really want more detail about this, just contact us :).

But let’s not get ahead of ourselves just yet! We still have two months of travelling left through Zambia, Botswana and Namibia to gain more inspiration, other perspectives, learn or even find a better location to start a project! Maybe this blog has inspired some ideas in you as well? Some ideas or suggestions you would like to share? For example, how will we give these people a better live?? Or maybe you would just like to comment on our adventures :D? Let us know in the comment section below.

What else can you expect, this cute little cub made our day at Kafue NP!

Posted by bylifeconnected in Blog, 6 comments
Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Lars

Verder waar we gebleven waren bij ons vorige blog (lees het hier). Namelijk onze volgende bestemming; de Botswaans-Zambiaanse grens, genaamd Kazungula, waar we de veerboot naar Zambia hebben genomen. Bij aankomst werden we onmiddellijk gebombardeerd met lokale jongeren die ons wilden helpen bij het oversteken. We hebben één van hen geaccepteerd, maar kregen ongevraagd de hele bende. Ze stonden te wachtten op ons nadat we door de immigratie van Botswana waren, en gaven zwaaiend aan dat we op moesten schieten. Misschien zouden we net de veerboot missen?! Als een kudde antilopen rende ze voor onze auto uit. Daar aangekomen was de veerboot echter aan de andere kant van de Zambezi… We konden dus niet echt bepalen waarom we nou zo moesten opschieten. Ik denk dat het een van de vele mysteries van Afrika zal blijven. Het is hier in ieder geval nooit saai, dat kan ik je verzekeren.

De veerbootovergang ging met behulp van onze bende vlot, maar we wisten dat het moeilijkste deel nog moest komen: de Zambiaanse kant van de grens. Normaal gesproken wanneer je een grens oversteekt, moet je slechts één gebouw in, je paspoort tonen, misschien wat info opschrijven en voilà, maar in Zambia doen ze het anders. Extreem anders.

Kellie

Als je ooit de Botswaanse-grens oversteekt naar Zambia met een auto, dan is dit de informatie die je nodig hebt om het een beetje makkelijker te maken. De eerste paar dingen zijn: uiteraard je paspoort, Kwacha (Zambiaans geld), Amerikaanse dollars en al het juiste papierwerk voor je auto (zie http://www.zambiatourism.com/self-drive/grensovergang). Als je het de dollars en kwacha’s regelt voordat je oversteekt kan dat je veel geld besparen, aangezien ze geen geldautomaat of wisselkantoor binnen het grensgebied hebben. Maar er is altijd een manier, en hier komen onze hulptroepen van pas. Vanuit Zambia komen zij met extra dollars en kwacha’s je te hulp. Allereerst moet je met USD je visum betalen (nogal vreemd, niet?!). Een enkele toegang kost 50 USD en dubbele 80 USD. Als je de Zimbabwaanse kant van Victoria Falls wilt bezoeken vanuit Zambia, is het zeker verstandig het dubbele entree visum te nemen.

Na het visum gingen we naar het volgende loket, en die was voor... tsja, dat weet ik eigenlijk nog steeds niet zo goed waar die voor was. We hebben onze papieren van de auto getoond, kregen een ander papiertje, moesten om het gebouw heen om aan de andere kant weer naar binnen te gaan (we konden vanaf daar het loket zien waar we eerder waren) en kregen nog een stempel op onze papieren van een man die tegelijkertijd gniffelend aan de telefoon zat. Daarna moesten we terug naar die eerste balie, de vrouw daar wilde onze auto nog controleren. Blijkbaar kwam het motornummer op onze eigendomspapieren niet overeen met het motornummer dat onder de motorkap stond, of in ieder geval niemand kon het vinden. Maar na lang zoeken vond ze het gelukkig wel prima, dus we konden door.

Als je in Zambia reist moet je dus ook reflecterende bumperstickers hebben. Rood aan de achterkant en wit aan de voorkant. Met alle macht proberen ze die voor de grens aan je te verkopen voor een best prijsje (200 pula voor een paar stickers!!). We hebben het de controleur vrouw niet gevraagd, maar volgens mij kan je gewoon bij de eerste winkel in Zambia stoppen en er daar een paar kopen. Bespaart je weer wat geld!

Vervolgens namen we alle papieren die we hadden verzameld mee naar een aangrenzend gebouw om een ​​CIP-nummer te krijgen, dat is een douane import vergunning. (Btw, stop niet met lezen hier, we komen uiteindelijk wel bij het leuke deel van Zambia!). We werden eerst naar een stoïcijnse kerel achter een bureau gestuurd, die een tijdje naar onze papieren keek en ons vervolgens verwees naar de vrouw aan het bureau naast hem. Zij ging gelukkig hard aan het werk en heeft al onze informatie verwerkt. Van haar kregen we het CIP nummer, weer een horde voorbij! Het volgende wat we moesten doen is weer naar een andere balie buiten om te betalen voor wat ze ons net heeft gegeven. . Mijn efficiënte Nederlandse hersenen waren al totaal in de war door deze manier van werken, en dit was de druppel. Mijn hersenen besloten vanaf dat moment te stoppen met dingen proberen te begrijpen.

We moesten ook nog koolstofbelasting betalen, 275 Kwacha, wat we met onze duurzame achtergrond nog wel konden waarderen. Vervolgens hebben we tolheffingen (48 USD) betaald, opnieuw alleen in USD! Oh btw, zelfs de ferry crossing kon niet in Pula (Botswaans geld) betaald worden en was 150 Kwacha. Na de tolheffingen gingen we naar een schattig, en in vergelijking met de rest, verlaten gebouwtje waar we voor een soort council fee moesten betalen. Hoewel niemand ons kon uitleggen waar die fee nou voor was! Dit was 30 Kwacha per persoon. Tenslotte konden we eindelijk de grens over en Zambia in!

Maar we waren nog niet klaar. Hoewel we al een verzekering hadden die ons in Zambia volledig dekte, moesten we in Zambia ook nog (dubbel op dus) een verzekering kopen die ons zou dekken voor incidenten met derden. Dit kostte ons weer 162 Kwacha, onze laatste uitgave. Of zo dachten we, omdat we nog steeds de mannen moesten terugbetalen die ons hielpen. Aangezien wij niet de juiste geldsoorten hadden, hadden zij alles voorgeschoten en moesten we ze terug betalen in Pula. Maar hoe konden ze geld aan ons verdienen zonder dit terug te vragen met een enorme winst. Wij adviseren om van te voren de precieze inkoop en verkoopkoers van al deze valuta’s uit te vinden, omdat zij gewoon voor de hoogste winst gaan. En nog een advies is om dit van te voren allemaal af te spreken, zodat ze je niet achteraf kunnen naaien. We wilden de man die ons het meest geholpen had apart betalen, maar ze wilden ongeveer 1000 pula meer dan wat wij hadden berekend, dus we hebben niet meer betaald dan dat! Het voelde dus niet alsof we erg welkom waren in Zambia, en ik kan je vertellen dat we er graag zo snel mogelijk weg wilden... 2,5 uur later en 330 euro armer... Wat dus 80 euro meer was dan we hadden berekend. Ik hoop echt dat hij dit geld zal verspreiden onder de hele groep die met ons meeliep.

Livingstone

Volgende stap! We hadden in onze planning er rekening mee gehouden dat dit wel eens een hele dag zou kunnen duren, maar het was gelukkig dus maar 2,5 uur! Dus toen waren we ineens om 12.00 uur in Livingstone! En nadat we ons op een welverdiende lunch hadden getrakteerd, hebben we ingecheckt in Jollyboy's Backpackers en de rest van de middag bij het zwembad gelegen! Jollyboy’s backpackers paste precies in ons straatje, ze maakten o.a. gebruik van zonnepanelen en recyclen zo veel mogelijk.

Lars aan het chillen op de rand van de Zambezi rivier. Een klein stukje verder stort deze rivier naar beneden bij Victoria Falls. Wij hebben hier lekker genoten van de zonsondergang.

De volgende dag gingen we naar Victoria Falls. Lonely planet had ons verteld dat deze maand nog een hele goede maand zou zijn. Echter, zodra we naar de grens reden, werden ons verteld dat de Zambiaanse kant al zo goed als opgedroogd was. Het was niet de moeite waard om 20 USD per persoon te betalen om binnen te komen. Dus dat deden we niet, en in plaats daarvan werden we door een zeer dronken, maar erg grappige Zambiaan naar de grensbrug geleid. Simon (zijn naam) vertelde ons alles wat hij wist over de watervallen en andere, meer irrelevante dingen, zoals hoe je voor je vrouw moet zorgen (zoals hij ervan uitgaat dat we getrouwd waren). Hij probeerde ons te overtuigen dat het geld dat wij hem gaven, naar zijn opleiding zou gaan... schijnbaar zien wij er naïef genoeg uit dat we dat geloven.

Lars en Simon, onze gezellige en zeer dronken begeleider naar de brug voor de dag!

De volgende dag gingen we nogmaals naar de watervallen, maar nu naar de kant van Zimbabwe. We waren met een groepje van 5 mensen vanuit Jollyboys; Marcela uit Nederland (neef van Marc, de Nederlandse visboer in Zambia van ‘Boer zoekt Vrouw’, sorry Marcela, moest het even benoemen!), Morgan uit Californië en Dave uit Virginia (hij was de leeftijd van mijn vader!). Zodra we het park binnenkwamen voelden we de koele wind van de watervallen. We stapten om een struikje heen en werden overweldigd door wat we toen zagen! Het is fantastisch en verbazingwekkend wat de natuur kan creëren, die enorme hoeveelheid water die neerstort! Het zag er prachtig uit! Elke uitkijk was een beetje anders en net zo mooi of nog mooier dan de vorige! Na een paar uur begonnen we toch een beetje honger te krijgen, dus zijn we naar het stadje Victoria Falls gegaan in Zimbabwe. Hier hebben we in een lokaal restaurantje traditioneel Afrikaans gegeten, en zoals het hoort met dit eten, aten we met onze handen! Vervolgens zijn we terug gegaan naar Jollyboys, en na een afkoelende duik in het zwembad hadden we wat biertjes gedronken om op de dag te proosten. Maar de dag was nog niet afgelopen, het was vrijdagavond! We ontmoetten twee Duitse vrijwilligers, een Zambiaanse en een jongeman uit Wales die allen op een basisschool in Livingstone werken. De jongen uit Wales, Brandon, overtuigde ons, Morgan en een groep van ongeveer twaalf Canadezen, om mee te gaan naar een lokale club. Deze club had een geweldige mix van toeristen en locals. En verdomd, wat kunnen die Afrikanen lekker dansen! Ken je die dancebattles in films waar mensen in een club een cirkel vormen om zo’n battle heen, nou dat is letterlijk wat er in deze club gebeurde. Het was geweldig om te zien!

Livingstone had het scherpe randje van ons welkom in Zambia weggenomen. En deze dag was het perfecte einde aan ons verblijf in Livingstone. De volgende ochtend waren we weer vroeg op (relatief gezien) en op weg naar Lusaka waar we Sue en Jeff van VisionZambia ontmoetten. Je kunt lezen over het geweldige werk wat zij doen in deze blog.

Vond je het leuk om deze blog te lezen? Of heb je nog vragen of opmerkingen, wees alsjeblieft brutaal genoeg om een ​​reactie te plaatsen hieronder!

De meiden die we ontmoet hadden in het hostel; Morgan en Marcela, en ik op de foto met de waterval en een prachtige regenboog op de achtergrond.

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 3 comments
Zambia, a double-edged welcome

Zambia, a double-edged welcome

Zambia, a double-edged welcome

Voor de Nederlandse versies van de blogs - Klik Hier

Lars

Our next stop was the Botswana-Zambian border, Kazungula, where you take the ferry to Zambia. At arrival, we were immediately bombarded with local guys that wanted to help us with the crossing. We accepted one of them, but got the whole group. They were all waiting for us after we were cleared by Botswana immigration, waiving at us that we needed to hurry. Then they went ahead and ran in front of the car like a herd of pouncing antelope. The ferry however, was on the other side of the Zambezi, so we couldn’t really determine why we had to hurry! I guess it will remain one of the many mysteries in Africa. It is never boring here, I can assure you.

The ferry crossing went smoothly with the help of our troop, but we knew the hardest part was still to come: the Zambian side of the border. Normally when crossing a border you have to enter just one building, show your passport, maybe write down some info and voila, but in Zambia they do it different. Radically different.

Kellie

If you ever cross the Botswana border into Zambia with a car, this is the information you will need to make it a little easier. The first few things you will absolutely need to get your car and yourselves across the border into Zambia: Kwacha (Zambian money), US dollars and all the right paperwork for your car (see www.zambiatourism.com). If you have the currencies before crossing, it will save you a whole lot of money, because you can’t get them from an ATM or office within the border area. But there is always a way, as the troops are there with spare dollars and kwacha’s. First up, the visa can only be paid in USD (weird as fuck, I know), and for a single-entry costs 50 USD and double-entry 80 USD. If you want to visit Victoria falls on the Zimbabwe side when you are in Zambia, you should definitely get the double-entry, or lose money and time on it. Then we went to the next counter which was for… well I’m not entirely sure.. We showed our papers of the car; got another paper; had to go around the building; enter on the other side (we could see the counter we were before through the panel of this counter, it was in the same room) and got another stamp on our papers from a guy who was taking an, apparently very funny, phone call at the same time. After this we had to go back around to the first counter, the woman there wanted to check our car. Apparently, the engine number on our blue book, didn’t match the engine number it the car, or at least the one we could find. But everything else was fine, so we could pass through anyway. If you drive in Zambia, you need to have reflecting bumper stickers, red at the back white in the front. They try to sell those to you at the border for a huge price (200 pula). In our experience, she didn’t even check this and you should just stop at the first shop when you are in Zambia and find them there, saves you money!

(Btw, don’t stop reading here, we’ll eventually get to the fun part of Zambia!)

Then we took all of the papers we had collected with us to an adjoining building to get a CIP number, which is a Customs Importation Permit. First, we showed our papers at one desk after waiting a while, this guy looked at it and didn’t do anything else, but told us to go to the woman at the desk next to him. She filled in all of our information and gave us the CIP number. My efficient Dutch brain was already in overdrive, but this double-desk thing seemed even more useless than what we’d been through so far. The next thing she tells us, go to that counter outside to pay for what she just gave us… My brain decided to stop working.

So here we paid for carbon taxes, 275 Kwacha, with our environmental background we could appreciate this. Next up was paying the toll fees, which again, can only be paid in USD and was 48 USD for our car. Oh btw, even the ferry crossing could not be paid in Pula (Botswana money) and was 150 Kwacha. Anyway, after that we went to a cute, and compared to everything else, deserted building where we had to pay for some kind of Council fee, whatever that is, no one could explain! This was 30 Kwacha per person. Finally, we could pass the gate into Zambia. But we weren’t finished yet. Even though we had insurance that covered Zambia, by law you need to buy a Third-Party insurance in Zambia. And thus 162 Kwacha for a month was our final money leacher. Or so we thought, because we still had to pay back the guys that helped us. The only money we had was Pula, where would we have gotten Kwacha or USD? We didn’t try, but I suggest trying some banks in Kasane or Kazungula on the Botswana side and see if you’re lucky they have either one of that. For us, our helping man had paid for everything. We had to pay him back with Pula. But how would they make money from us if they didn’t get it back with a huge interest. So we advise you to find the exact buying rates for USD and Kwacha to Pula, because they will tell you whatever. And then discuss everything in advance, so the won’t take advantage of you. We wanted to pay the guy who helped us separately, but they wanted about a 1000 pula more than we had calculated, so we didn’t pay more. It did not feel like a very good welcome I can tell you, we were happy to get out of there… 2,5 hours later and 330 euro poorer… Which was 80 euro more than we had calculated. I really hope he will spread this money amongst the whole group that ran with us.

Livingstone

For that day we had taken into account the option that it could take a whole day, but it was only 2,5 hours! Now we arrived in Livingstone around noon. And after we treated ourselves on a beautiful and lekker lunch, we checked-in at Jollyboy’s Backpackers and relaxed at the pool the rest of the day! We loved Jollyboys, it is a backpackers right up our alley as they do recycling and use solar panels etc.

Lars chilling at the Zambezi River after our visit to the Zambian side of the falls.

The next day we went to see Victoria falls. Lonely planet had told us that this month would still be a very good month to go. However, as soon as we drove up to the border, we were told the Zambian side was all but dried up. It was not worth to pay the 20 USD per person to get in. So we didn’t and instead were taken by a very drunk, but very funny Zambian to cross the Zimbabwe border onto the bridge. Simon (his name) told us everything he knew about the falls and some other, more irrelevant stuff, like how to take care of your wife (as he assumed we were married). He tried to convince us the money we gave him would go to his education… sure..!

Our cute an drunk "guide" Simon, telling us about the falls, wanting to take pictures of us. But we don't trust him with the camera on a bridge!

The next day however, we went to the Zimbabwe side. Along with us, three other people from Jollyboys went; Marcela from The Netherlands (cousin of Marc, the Dutch fish farmer in Zambia from Boer zoekt Vrouw, sorry Marcela, had to mention it!), Morgan from California and Dave from Virginia (he was my dad’s age!). As soon as we entered the park, we felt the cool wind from the falls. Then we went around a corner and were undeniably overwhelmed by what we saw! It is amazing what nature can create, all that water crashing down!! It looked absolutely stunning and every lookout was a little different and as pretty or prettier than the one before! After a few hours we got hungry, so we went inside Victoria Falls town and had a local lunch, eaten the way it is supposed to be eaten, with our hands! Then we went back to Jollyboys, and after a good cooling down dive in the swimming pool, we had a few beers to toast the day. But the day wasn’t over yet, it was Friday night! We met two German volunteers, a Zambian and a Welsh guy who were working at a school in Livingstone. The Welsh guy convinced us, and a group of about twelve Canadians, to go to a local club. This club had a great mix of tourists and locals. And damn, those Africans can dance! You know those dance battles in movies where people form a circle around a dance off, well that’s what happened in this club. It was great entertainment!

Livingstone had taken the hard edge of our welcome in Zambia. And this day was the perfect ending to our stay in Livingstone. The next morning we were up early (considered) and on our way to Lusaka where we met with Sue and Jeff from VisionZambia. You can read about the amazing work they do in this blog,

Did you like reading this blog? Or do you have any questions or comments, please don’t be shy to give a comment in the section below.

Marcela, Morgan and Me! With a beautiful rainbow in the background.

Posted by bylifeconnected in Blog, 2 comments