blog

Mayuni Conservancy – Goede karma opbouwen!

Mayuni Conservancy – Goede karma opbouwen!

Een blog over een cultureel en wild avontuur, maar ook over een zeer succesvol project!

Na onze natuurreis in de Okavango (lees het hier), gingen we we op naar onze volgende, meer cultureel gestemde bestemming. Vanuit Maun reden we de enorme afstand naar het verlaten gebied van de Tsodilo Hills. Een gebied dat ook wel Mountain of Gods wordt genoemd. We arriveren hier rond zonsondergang en we konden voelen waarom dit gebied al duizenden jaren en door verschillende culturen, als heilig werd beschouwd. De bergen verschijnen vanuit het niets in een verder geheel vlak en droog landschap. In deze bergen zijn ongeveer 4500 verschillende rotsschilderingen te zien waarvan velen meer dan 3000 jaar oud zijn!!

Hier gaat de zon onder achter de ‘Mountains of the Gods’. Wat een prachtig gezicht!

We kwamen aan op de camping van het gebied, waar we Craig ontmoetten, een Zuid-Afrikaanse vent die al een tijdje alleen aan het reizen was. Zowel hij als wij waren blij met het gezelschap. We genoten samen van een prachtige sterrennacht vol praatjes. De volgende ochtend gingen we vroeg op pad om in de koelte van de dageraad de bergen te bewandelen. We hadden twee lokale mannen als onze gidsen, Tshebe en Phetolo, die ons alles vertelden over de schilderingen en de omgeving. Naast het bezoeken van de schilderingen, hebben we ook lekker geklommen en door grotten gekropen. Oké, misschien overdrijf ik nu een beetje (het was 1 grot), maar het was heel leuk om eens wat actieve dingen te doen in plaats van de hele dag in de auto te zitten! Tijdens de wandeling en in één van de grotten toonden de gidsen ons een soort sporen in de rotsen. Deze sporen in de vorm van gaten, waren gemaakt door de vele, vele gereedschappen die duizenden jaren geleden werden geslepen; bot op steen, steen op steen. Het was heel raar en tegelijkertijd heel indrukwekkend om iets zo tastbaars en echts te zien als de schilderijen en deze gaten, en je dan te realizeren dat het zo ongelofelijk lang geleden gemaakt is door mensen die op ons leken, maar toch zo verschillend zijn van ons; onze voorouders…

Tegenwoordig gebruiken ze de gaten in de rotsen trouwens nog steeds, alleen niet om gereedschaps te slijpen, maar als spel! Het spel heet Diketo en werkt zo: je gooit herhaaldelijk een steen in de lucht en terwijl het steentje in de lucht hangt, schep je een aantal kleinere stenen uit het gat, vervolgens probeer je ze één voor één weer terug te plaatsen zonder ze van de rots te laten vallen. Phetolo liet het ons zien en bij hem zag het er heel makkelijk uit. Maar deze hand-oogcoördinatie is een stuk moeilijker dan je denkt! Lars en Craig probeerden het allebei, maar faalden jammerlijk. Ze gooiden de stenen in alle richtingen behalve in het gat! Het was rondweg gevaarlijk! En ik was daarna toch wel een beetje bang om het uberhaupt te proberen! Bovendien was ik stiekiem meer geïnteresseerd in het verkennen van de grot (zelfs al vertelde Phetolo dat er misschien slangen zaten…). Na de grotverkenning en tegen de tijd dat we eindelijk terugkwamen van wat een twee-uur durende wandeling had moeten zijn (bij ons rond de 3,5 uur), was het erg heet en dus namen we een verfrissende douche voordat we weer op pad gingen. En ons pad bracht ons over de grens naar Namibie, de Caprivi-strip op! Omdat Craig in dezelfde richting wilde gaan, hebben we hem overtuigd om met ons mee te gaan naar de camping die wij hadden geboekt. Deze camping was op aanraden van Eddie en Vera. Wat we niet wisten was dat het alleen voor 4×4 auto’s was…

Toen we bij de gate aankwamen, vertelde de man ons dat we nog ongeveer 13 km moesten rijden op een weg met veel zacht zand. En kijkende naar de auto van Craig (All-Wheel Drive Sabaru) zei de man dat die het waarschijnlijk niet zou redden. Ik stelde voor dat hij zijn spulletjes zou pakken en met ons mee kon rijden. Maar met een griezelige hoeveelheid vertrouwen in zijn auto, zei Craig dat de auto het kon! Het was tenslotte een soort van 4×4! De man keek ons ​​sceptisch aan, maar liet ons toch door… Oke, laten we het dan maar gewoon proberen! Wat heeft een beetje vast zitten ooit iemand kwaad gedaan ten slotte! En het werkte!!! Zijn auto bleef achter ons verschijnen, zelfs bij de delen waarvan ik echt dacht dat hij het niet zou halen. Maar toen, na ongeveer de helft van de afstand te hebben afgelegd,  moesten we bergopwaarts in diep zand rijden en de klaring van de auto van Craig was simpelweg niet hoog genoeg. Dus in plaats van de top van de heuvel te bereiken, eindigde hij vlak voor de top bovenop het zand, zonder enige grip van zijn wielen in het zand. Omdat dit de derde auto (en de vijfde keer) was dat we iemand anders zijn auto hadden uitgraven, waren we, wat je noemt, experts. We wisten dat het probleem de hoogte van de auto was en dat we het zand onder de auto moesten verwijderen. We wisten dat we wat stokken moesten pakken om ze onder de wielen te krijgen voor wat extra grip bij het weg rijden. En we wisten dat als we hard genoeg zouden duwen, terwijl hij het gas volop indrukte, dat we het waarschijnlijk wel zouden halen. Natuurlijk wist Craig dit allemaal niet, dus hij maakte zich een nogal zorgen. Hij liep verwoed rondjes om zijn auto, dingen mompelend, terwijl wij het zand aan het weggraven waren en stokken aan het zoeken waren. Toen vertelden we hem dat hij volle bak het gas moest indrukken. In het begin gaf hij gas, stopte en deed het opnieuw. Het probleem is, zodra je het gas loslaat, rol je gewoon terug in het gat. Oftewel, toen we dat merkten begonnen we naar hem te schreeuwen dat hij het gas niet mocht los laten, hoeveel geluid z’n auto ook maakte! En langzaam maar zeker konden we op deze manier zijn auto naar de kant van de weg duwen. Omdat we slechts halverwege waren, besloten we alsnog zijn spullen te pakken en de auto achter te laten. Wat ik nog niet verteld heb, is dat dit allemaal gebeurde terwijl we in een wildlife gebied waren, waar wilde dieren vrij rond lopen. Ik legde aan Craig uit dat, in onze ervaring, er na een shitty rit (of een vastzittende auto) hier in Afrika bijna altijd iets goeds gebeurd. En dan vooral in gebieden met wilde dieren. En nog geen minuut nadat ik dit gezegd heb, rijden we zo bijna op een roedel wilde honden in die midden op de weg lagen! En dit is een zeer, zeer zeldzame waarneming. Zeker omdat dit een groep was van ongeveer vier volwassenen met negen pups! En daar waren ze zomaar, recht voor ons op de weg. De pups vochten om een ​​stuk vlees wat net was meegebracht door een van de volwassenen! Fantastisch! Er is zoveel interactie in zo’n roedel met wilde honden. We zagen bijvoorbeeld een volwassene aankomen en de pups stormden op haar af en sprongen met zoveel kracht op d’r dat ze  omver viel! Maar het was speels, want daarna gaf ze hen het stuk vlees. Vervolgens gingen vijf puppies ermee vandoor, het vlees alle kanten optrekkend. Lars en ik waren zo blij en opgewonden! In het begin zat Craig met zijn hoofd nog in zorgenmodus om z’n auto, maar hij werd meegesleurd door het gedrag van de wilde honden en ons enthousiasme. Maar pas toen we bij het kamp aankwamen en het personeel ons vertelde hoe weinig wilde honden ze zagen, en hoe jaloers ze waren, besefte hij eindelijk hoe zeldzaam deze waarneming was (hoewel we het hem natuurlijk wel verteld hadden). En het raakte hem (en ons) hoeveel geluk we wel niet hadden dat zijn auto vast was komen te zitten; misschien hadden we ze wel gemist als we in één keer door hadden kunnen rijden!

Tegen de tijd dat we op de camping aankwamen, was het al donker, maar we hadden het geluk dat de manager onze plek niet had weg gegeven. We hadden weer de beste plek van de hele camping; een groot veldje onder een boom aan de oever van de rivier en een open vlakte aan de andere kant. Omdat wij zo laat kwamen opdagen, hadden een aantal mensen meermaals gevraagd of ze daarheen konden verhuizen. Ik weet niet waarom we zoveel geluk hebben met deze dingen, maar ik ben echt blij dat het zo is! Vervolgens willen we onze tenten gaan opzetten, en Craig vraagt waar we “die grote doos” hebben neergezet.. Toen besefte hij dat hij vergeten was die hele doos, degene met zijn tent erin, uit z’n auto te halen! Het was zo grappig, en gelukkig zagen de managers er ook de humor van in toen we weer terugliepen naar de lodge. Hier boekte hij een van de luxe tenten. Vervolgens zijn we bij in de boma (verlaagde kuil met kampvuur) gaan zitten met en biertje en hebben we de rest van de avond niks meer gedaan. De volgende ochtend gingen we op gamedrive met een lokale game ranger genaamd Justus die sinds 1992 in dit conservancy-gebied werkt. Naast de impala, lechwe en hippo, was er die ochtend niet veel wild, maar… we hadden bijna de leeuwen gevonden (halve ochtend getrackt)! En nog belangrijker, Justus vertelde ons alles over het gebied. Dit was één van de redenen waarom we Nambwa en de Mayuni Conservancy in de eerste plaats wilden bezoeken. We wilden meer weten over hoe deze conservatie was opgezet, en het feit dat in een gedeelte, ook jagen is toegestaan.

Onze prachtige kampeer plek, met een lekker terrasje half boven het water. Vanaf het terras hoorden we de nijlpaarden en zagen we zelfs een aantal lechwe’s aan de andere kant drinken.

Dit is wat we hebben geleerd. Laat ik beginnen met het feit dat dit gebied laat zien dat het mogelijk is om een zeer succesvolle samenwerking te creeeren tussen de lokale bevolking en lodges, met als doel de natuur te behouden, zodat iedereen van het toerisme kan profiteren. We hadden dit nog helemaal niet beseft voordat we het gebied bezochten, dus dat was een zeer interessante bevinding. Mayuni Conservancy was de derde gemeenschap die een conservancy oprichtte in de Caprivi Strip regio, na Salambala-conservatie in het oosten en Wuparo-conservatie in het zuiden. Het werd gestart door IRDNC (Integrated Rural Development and Nature Conservation), een NGO die in Namibië werkt en één van de toonaangevende modellen van community-based natural resource management in Afrika heeft ontwikkeld. Dit blijkt uit de successen van de conservancies die we hebben gezien in de Caprivi-stripregio (nu Zambezi-regio genoemd). Hopelijk kunnen we iemand van deze organisatie ontmoeten, aangezien we tot nu toe nog geen reactie op onze mail hebben gehad. Maar we zullen de komende maand proberen hun kantoor te bezoeken?.

Hoe dan ook, terug naar de Mayuni-conservancy, het gebied waar we de wilde honden zagen (jeej!). Toen IRDNC hier binnenkwam jaren geleden, waren mensen sceptisch en wantrouwig tegenover deze mensen en hun plannen. Vier vrijwilligers begonnen echter met het afbakenen van het gebied en patrouilleerden als een soort wachters tegen stropers. In het begin hadden ze echter alleen hun handen, en verder geen munitie. De lokale bevolking lachte hen uit. Maar na verloop van tijd kregen ze munitie en uiteindelijk zelfs een voertuig en door dit en hun volhardheid kwam de gemeenschap hen dan toch te respecteren. In de tussentijd werd ook een bijeenkomst georganiseerd, eentje met eten en bier om het aantrekkelijk te maken. Er kwamen dan ook heel veel mensen opdagen en de gemeenschap begon te begrijpen waar het deze conservancy nou om draaide. Als iemand uit de gemeenschap een goed onderbouwd idee heeft om een ​​project te starten, bijvoorbeeld iets in de landbouw, een ambachtelijk bedrijfje of wat dan ook, dan kunnen ze geld vragen aan de conservancy. En ze kunnen ook geld vragen voor een onderwijs tot ranger, waarbij de conservancy dit ziet als een investering. Het geld van de conservancy komt dus terug in de gemeenschap. Neem bijvoorbeeld de camping waar we verbleven, Nwambwa. Dit is een camping die eigendom is van de gemeenschap en waarvan de winst allemaal naar de gemeenschap gaat. Drie jaar geleden werd dit uitgebreid met een lodge, die deels eigendom is van de gemeenschap en deels van een Brits-Namibische belegger. Naast de managers en een paar game rangers, komen de rest van de werkgevers uit de gemeenschap.

Ook wordt een deel van deze conservancy gebruikt voor professionele jacht. Echter, in tegenstelling tot hoe ze het doen rondom Kafue NP (lees het in dit blog), jagen ze hier op een duurzame manier. Jagers mogen niet zonder gids en ze krijgen alleen toestemming om oude mannetjes te doden; oude olifantenstieren, kudu’s of oude nijlpaarden. Als je ‘per ongeluk’ een vrouwtje neerschiet, moet je een boete betalen. En als je twee in plaats van één dier doodt, dan moet je het dubbele betalen. En het mooie hier is dat de conservancies in dit gebied samenwerken: aan het einde van het jaar telt elk gebied z’n dieren, en als blijkt dat er bijvoorbeeld geen olifanten in een gebied zijn, zullen ze jagers naar de buurman verwijzen. Maar het geld zal altijd naar de gemeenschap gaan.

Justus, die een paar jaar voor het jachtbedrijf in dit gebied heeft gewerkt, vertelde ons dat hij denkt dat ze in deze regio waarschijnlijk binnen twee jaar zullen stoppen met jagen, ook al verdienen ze er geld mee. Hij zegt dat er net als in Botswana genoeg geld uit het ‘gewone’ toerisme zal komen. De belangrijkste reden is echter dat als ze doorgaan, ze een moeilijke relatie met hun buren zullen aangaan. In Botswana is geen jacht toegestaan ​​en omdat er geen hekken zijn die Namibië en Botswana scheiden, doden de Namibische mensen dus de dieren die over de grens zwerven. Voor Botswana voelt dit alsof ze ‘hun dieren’ doden, wat logisch is. Verder vermeldde Justus dat lodges niet het enige zijn waar je met toerisme geld mee kan verdienen. Het gebied heeft bijvoorbeeld ook een moestuin, een restaurant, een winkelcentrum en zelfs een bakkerij nodig. Er komen dus banen voor het oprapen door het uitbreiden van toerisme! En om aan te tonen dat dit model heeft gewerkt, kan ik Justus citeren: “Mensen uit het dorp laten lechwe en impala in hun huis lopen en zien ze niet als vlees, maar als een manier om geld te verdienen aan toerisme.” En dat is een zeer goede manier om de natuur te behouden!

– Kellie –

Posted by bylifeconnected in Nederlands, Projecten, 4 comments

Mayuni Conservancy Namibia – And a way to build up some good karma!

Mayuni Conservancy – Some “good karma”-building

A blog about our adventures ánd a conservancy project!

Voor de Nederlandse versie – Klik Hier

After our beautiful wildlife trip in the Okavango (read about it here), we went for a cultural experience. From Maun, we traveled the long distance to the deserted area of the Tsodilo hills. An area also known as the Mountain of the Gods. We drove up around sunset and we could feel why this area is and has been a sacred area for many different cultures over thousands of years. The mountains arise out of nowhere in an else-wise flat and dry country. In these mountains, there are about 4500 different rock art paintings of which many are over 3000 years old!!

Sun was setting behind the Mountain of the Gods when we arrived. Beautiful!

We arrived at the campsite where we met Craig, a South-African bloke who had been travelling on his own for a while. He and we were happy with the company. We enjoyed a beautiful chatty, star-gazing night together and the next morning we woke up early to hike the hills in the cool of the dawn. We were guided by two local men, Tshebe and Phetolo, who told us everything about the paintings and the area. Besides visiting the paintings, we also did some rock climbing and caving. Okay, I might make it sound a little bigger than it was, but it was very nice for a change to do some active things instead of sitting in a car the whole day! During the hike, and in one of the caves they showed marks in the rocks. These marks in the shape of holes, were made by the many, many tools that were sharpened so long ago. It was very weird and at the same time impressive to see something so touchable and real like the paintings and these marks, and then realize it was made thousands of years ago by people so alike and yet so different from us. Nowadays, however, they still use the holes in the rocks, only not for tool sharpening, but for a game! It’s called Diketo, and works like this: you repeatedly throw a rock up in the air, and while the rock is in the air, you scoop several smaller rocks out of the hole, after which you try and put them back in one by one. Phetolo showed us and made it sound and look very, very easy. But this hand-eye coordination is a lot harder than you might imagine! Lars and Craig both tried, but were failing miserably, throwing rocks in all directions except into the hole! It was kind of dangerous! And I guess, after that, I was afraid to even try. Plus, I might have been a bit more interested in exploring the cave (even though we were told there might be snakes…). By the time we finally got back from our supposed-to-be-2-hour-walk, it was very hot and we took a refreshing shower before we hit the road. As Craig planned to go in the same general direction, we convinced him to join us to the campsite we booked. What we didn’t know was that it was only for 4×4 cars…

When we arrived at the gate, the guy told us we still had to drive about 13 km on a road with a lot of soft sand. And looking at Craig’s car All-Wheel Drive Sabaru, the guy said he probably wouldn’t make it. I suggested he could pack his gear in our car, but with an uncanny amount of faith in his car, Craig said the car could do it! It was sort of a 4×4 after all! The gate guy looked at us sceptically, but let us in anyway… All right, we figured to just give it a try then! And it worked!!! His car kept going, even at the parts I really thought he wouldn’t manage.  But then, about halfway to the campsite we had to drive uphill in deep sand, and the clearance of Craig’s car simply wasn’t high enough. So instead of reaching the top of the hill, he ended up on top of the sand just before the top, without any grip with his wheels whatsoever. As this was the third car (and the fifth time) we had to dig out someone else’s car, we were, what you would call, experts. We knew the problem was the clearance and that we had to remove the sand under the car. We knew we had to get some sticks to put under the wheels for some grip. And we knew that if we would push hard enough, while he kept hitting the gas, we would probably be able to get it out. Of course, Craig didn’t know all this, so he was in a bit of a worry, walking around his car frantically, while we were digging the sand from under his car. Then we told him to hit the gas while we pushed. At first, he hit the gas, stopped and hit it again. If you let go of the gas, you just roll back in the hole. We started shouting loudly at him to keep it going and very slowly we pushed the car out and on to the side of the road. As we were only halfway there, we decided to get his gear and leave the car behind. You should know that all of this happened while we were within a game area, were wildlife roams freely. I was explaining to Craig that our experience is that after a shitty ride (or a stuck car) something good is bound to happen here in Africa, especially in game areas. And not even a minute later we almost drove into a pack of wild dogs! And this is a very, very rare sighting, especially as this was a group of about four adults with nine pups! And there they were, right in front of us on the road. The pups were fighting over a kill that had just been brought over by one of the adults! Beautiful! And there is so much interaction amongst wild dogs, we saw one adult arrive and the pups went running towards her and just jumped on top so she rolled over by the force of the pups. After that, she gave them the kill and they ran off and five of them started pulling it in different directions. Lars and I were so happy and excited! At first, Craig was still with his head in worry mode for his car, but he got dragged in by the wild dog’s behaviour and our enthusiasm. And only after we arrived at camp and the staff told us how few wild dogs they saw, and how envious they were, he finally realized how rare this sighting was (even though we had told him). And it hit him (and us) how much luck we had that his car got stuck; we might have missed them if we would’ve been able to continue!

By the time we did arrive at the campsite, it was already dark, but we were lucky enough that the manager had not given our spot away. Again, we had the best spot of the whole campsite right on the edge, next to the river, and some other people kept on insisting they wanted to move there! I don’t know why we are so lucky with these things, but I am really happy we are. We went to put up the tent when Craig finally realized he had forgotten to take the box with his tent in it! It was so funny, and luckily the managers saw the humor as well when we walked back over to the lodge and he booked one of the luxury tents there. After that, we just got a beer at the boma (fireplace) and called it a day. The next morning, we went on a game drive with a local game ranger named Justus who had been working in the conservancy area since 1992. Besides the regular impala, lechwe and hippo, there was not a lot of game that morning, but we almost found lions! And even more important, Justus told us everything about the area. Which was one of the reasons we wanted to visit Nambwa and the Mayuni Conservancy in the first place. We wanted to know more about how this conservancy was set up, and the fact that, in part of it, hunting is allowed.

 

Our beautiful campsite with a deck looking out the river. We heard the hippo’s and saw some lechwe’s right across from us!

This is what we learned. First, let me just say it is a very successful cooperation between community and lodge owners with the aim of conserving nature so they can benefit from tourism. We had not realized this before we visited, so that was a very interesting finding. Mayuni conservancy was the third community conservancy set up in this region, after Salambala conservancy in the East and Wuparo conservancy in the South. It was started by IRDNC (Integrated Rural Development and Nature Conservation), an NGO which works in Namibia and has pioneered one of Africa’s leading models of community-based natural resource management. This is apparent from the successes of the conservancies we have seen in the Caprivi strip region (now called Zambezi-region). Hopefully we will be able to meet with someone from this organization, as we haven’t been able to get in touch yet, but we will try visit their office in the coming month ?.

Anyway, back to the Mayuni conservancy, the area where we saw the wild dogs (yaay!). When IRDNC came in, people were skeptical and suspicious of these people and their plans. However, four volunteers started with demarcating the conservancy area, thereby patrolling the border sort of as anti-poachers. However, in the beginning, they did not have any ammunition besides their hands. Locals just laughed at them. But over time, they received ammunition and even a vehicle and the community came to respect them. In the meantime, a meeting was organized, one with food and beers to make it attractive. And a lot of people showed up and the community came to understand what the conservancy would be all about. For example, if someone has a good well-substantiated idea to start a project, e.g. farming or small craft business or whatever, they can ask money from the conservancy. But they can also ask money for a guiding education, where the conservancy will see it as a way of investing in them. So, the money from the conservancy is coming back into the community. Take for example the campsite we were staying at, Nwambwa. This is a community owned campsite of which the profits all went to the community. Three years ago it was expanded with a lodge, which is partly owned by the community and partly by a British-Namibian investor. But besides the managers and a few game rangers, the rest of the employers are from the community.

Then another part of this conservancy is used for professional hunting. However, oppositely to how they do it around Kafue NP (read it in this blog), here they hunt sustainably. Hunters are not allowed to go without a guide and they can only kill old males; old elephant bulls, kudu’s or old hippo’s. If you ‘accidently’ shoot a female, you’ll have to pay a fine. And if you kill two instead of one animal, you must pay double the amount. And the beautiful thing here is that the conservancies in this area work together: at the end of the year each area does an animal count and if it turns out that for example no elephants are in one area, they will refer to the neighbor. Smart!

Justus, who worked for the hunting company in this area for a few years, told us that he thinks in this region they will probably stop hunting within two years, even though they earn money from it. He says enough money will come in from ‘plain’ tourism just like in Botswana. The main reason however, is that if they continue, they will enter a difficult relationship with their neighbors. In Botswana, hunting is not allowed and without fences separating Namibia and Botswana, the Namibian people are killing the animals that wander across the border. And for Botswana this feels like they are killing ‘their animals’, which makes sense. Furthermore, Justus mentioned that lodges are not the only thing that can provide money or the community. The area also needs for example a fresh vegetable garden, a restaurant, a shopping center and even a bakery. So, there will be enough jobs coming around when tourism picks up! And to show that this model has worked, I can quote Justus: ‘People from the village let lechwe and impala walk in their house and don’t see them as meat, but as a way to earn money from tourism.’ And that is a very good way to preserve nature!!

– Kellie –

Posted by bylifeconnected in Blog, Projects, 4 comments

De Okavango Delta – Een vinkje erbij op de bucketlist!

De Okavango Delta - Een vinkje erbij op de bucketlist!

Deel II van het olifanten paradijs dat Botswana is!

Waar waren we ook al weer gebleven in de laatste blog... Oh ja, Savuti in Chobe NP, en Sisi's zeer gestadig, leeglopende brandstoftank vanwege het diepe zand. Afhankelijk van hoe je het bekijkt, zou Lars zeggen dat haar billen te groot zijn voor de weg (zoals een echte Afrikaanse vrouw). Ik zou juist zeggen dat ze te klein is (zoals een Japanse vrouw, wat, zoals je weet, haar nationaliteit is. En dus geloofwaardiger). Haar billen, ook wel bekend als “de brandstoftank”, is het laagste deel van Sisi. En dus het deel dat over zand van deze wegen sleept. Het vertraagt ​​ons enorm, waardoor de motor meer kracht moet geven en er dus een hoger brandstofverbruik is. Maar in vergelijking met andere 4x4-auto's is haar tank juist veel kleiner, slechts 70 liter, wat het bij elkaar geteld enorm het aantal kilometers beperkt!

Hoe dan ook, een onopgeloste discussie later, zijn we nog steeds in Savuti en weten we dat we nog niet eens halverwege zijn. Ook weten we niet precies wat de wegomstandigheden in de Okavango zullen zijn, dus we zijn een beetje nerveus. Zouden we nog eens 2,5 dagen in Okavango kunnen rijden met deze hoeveelheid brandstof? Of zouden we het niet eens naar Maun kunnen halen, de dichtsbijzijnde plek voor extra brandstof? We hadden simpelweg geen idee en besloten maar gewoon een beetje te gokken. YOLO!

De "kleine" neushoornvogel (ook wel bekend als Zazoo!) die op onze YOLO instelling neerkijkt!

We vertrokken en tegen de tijd dat we eindelijk de gate bereikten, wisten we het nog steeds niet zeker. Dus maakten we gebruik van onze "geweldige" rekenkunsten, waarna we een educated guessok konden maken dat we zeker niet terug in Maun konden komen als we meteen de Okavango ingingen. Makkelijke beslissing, we moesten terug naar Maun, en we moesten snel zijn omdat we het nog airtime voor de telefoon moesten kopen zodat we het boekingskantoor konden bellen om onze camping te annuleren. En geloof het of niet, twee minuten voor het boekingskantoor zou sluiten staan wij buiten een winkeltje met airtime in onze hand! We hadden het gehaald, of eigenlijk Lars had het gehaald, met waanzinnige rijvaardigheden en een enorme hoeveelheid grote kuilen die misschien de banden van iemand anders hadden geknald, maar niet die van Sisi's. Dus, wij bellen... oke, het andere nummer... Nope.. niemand neemt op! Hebben we daarvoor zo ons best gedaan! Jammer, maar helaas. We verbleven die nacht in Maun en hadden expres een camping met WiFi gezocht zodat we onze pech konden omdraaien in iets positiefs. Namelijk het downloaden van een app met de naam Tracks4Africa. Dit is een navigatie-app die offline kan worden gebruikt met aaaalllllleeee wegen erop (nja, bijna alle), inclusief de kleine 4x4 tracks die je eigenlijk helemaal geen wegen kan noemen in bijvoorbeeld de National Parks. Vera en Eddie hadden deze app hun hele reis gebruikt en vertelden ons dat het de prijs zeker waard was... En even ter zijde, na de eerste dag waren we al hier al ruim van overtuigd. Het geeft ons echt een gevoel van vrijheid, omdat we nu altijd weten waar we zijn en hoe lang het duurt voordat we op onze bestemming aankomen.

De volgende ochtend reden we die 130 km die we naar Maun hadden gereden, weer terug, waarbij we via de zuidpoort van Moremi Game Reserve reden, zodat we wat wilde dieren konden zien. Maar we moesten vóór 16.30 uur in het dorp Khwai zijn, want dan zou het boekingskantoor sluiten. Dus wij kwamen daar rond 16.00 uur aan... En toen pas ontdekten we dat het zondag was... Wat is dit joh! Op de een of andere manier lijkt het altijd zondag te zijn als wij dingen moeten regelen!! Want ja, natuurlijk zijn ze op zondag gesloten. Dus wat moeten we nu doen? Nja, laten we dan maar gewoon naar de camping gaan. Godzijdank hebben we die app gedownload, anders hadden we hem misschien wel nooit gevonden! Plus nu konden we de scenic route nemen, langs de rivier. En mooi dat het hier was joh! Wij denken dat we Moremi GR inmoeten, maar we konden gewoon in dit gebied blijven. Het hele Khwai-gebied, hoewel niet officieel een Nationaal Park, waas evenzeer een natuurgebied als Moremi of Chobe. Sterker nog, het is de verbinding tussen de twee parken. Dus het was prachtig! We reden langs de rivier en om de 50 meter stond wel een olifant te drinken of te grazen. Tegen de tijd dat we eindelijk op onze camping plekje waren, waren we zo blij! En toen bleek ook nog eens dat we weer de beste plek hadden!! Overigens waren de afstanden tussen ons en de volgende tent minstens 200 meter, dus we stonden letterlijk in de wildernis. We zaten helemaal aan de rand, met aan de ene kant een vlakte en aan de andere kant de rivier. Wauw, het was de beste plaats waar we tot nu toe zijn verbleven (lijkt wel alsof we dat blijven zeggen). Omdat we wat tijd over hadden voor de zon onder ging, hebben we nog een kleine tour gedaan (mede mogelijk gemaakt door Tracks4Africa). Tijdens dit rondje ben ik bovenop de auto gaan zitten. Sssshh, niemand vertellen hoor, mocht echt niet, maar het was zoooo leuk! En vervolgens hebben we vanaf ons fantastische kampeerplekje, bovenop de auto, de zonsondergant bekeken. Het was aardig idyllisch, en dit werd eerder versterkt dan aangetast door het feit dat een muis een gaatje in mijn teen beet toen ik Lars knuffelde!!

Een prachtig uitzicht vanaf onze camping op de rivier en de zonsondergang. En vervolgens komt er een olifant voorbij om het nog mooier te maken!

Even over het kamperen. Wanneer we in een natuurgebied slapen, lijken onze oren zich in te stellen op de geluiden van de dieren. Normaal slaap ik de hele nacht door, nu hoor ik (denk ik) elk geluid. Die nacht hadden we er heel veel gehoord; nijlpaarden, olifanten, bavianen en zelfs leeuwen en een luipaard. Deze laatste twee hoorden we 's ochtends nog en beide niet te ver weg. Opgewonden als we waren, vertrokken we zonder ontbijt om deze dieren te vinden. Dat ontbijt komt later wel! Hoewel we onsuccesvol waren, was het een toch een mooie rit door een prachtig waterrijk gebied. 'S Middags kwamen we eindelijk bij het boekingskantoor en kregen we te horen dat we de nacht die we gemist hadden, gratis en voor niets nog konden blijven! Superlief van ze! We hadden hier ook een boeking gemaakt om die middag met een mokoro mee te gaan. Dit is een kleine, traditionele boot die al honderden jaren door de lokale bevolking wordt gebruikt om te vissen. Stel je de boten in Venetië voor, maar dan een formaatje kleiner. En ze hebben zelfs een gondelier!

Omdat we wat tijd over hadden voordat de mokoro zou vertrekken, dachten we dat we de vertrekplek maar vast moesten gaan zoeken om daar ergens een bosje op te zoeken en te chillen. Dus, we kwamen vroeg aan en werden begroet door de manager van een kamp die ook, zogenaamd, een getrainde gids was... Wij hadden dus in ons hoofd om rustig lunch te maken en een beetje te ontspannen, maar deze gast kwam bij ons zitten... Dit was echt mega ongemakkelijk. En vervolgens werden we omringd door olifanten (zie vorig blog), dit was echt mega leuk! Maar ja, zo welopgevoed als wij zijn, hebben we dus maar met die vent gepraat. Hij praatte veel over zichzelf, en misschien dacht hij dat wij een paar naïeve, goedgelovige toeristen waren, want hij probeerde ons ervan te overtuigen dat olifanten maximaal 15 jaar oud worden. 15? We hebben twee keer gecontroleerd of we het goed hadden gehoord, misschien zei hij wel 50 ... Nee, echt, 15 jaar, soms een beetje ouder... Wat natuurlijk klinkklare onzin is. Olifanten, en ook nijlpaarden, kunnen zo’n 50 jaar oud worden, en olifanten zelfs 60. Ik weet niet of hij zijn leugen besefte, of dat hij gewoon niet beter wist, maar het was duidelijk dat hij geen opgeleide gids was... En hij zou ons meenemen op de mokoro?!? Maar het lot bemoeide zich ermee, net toen we op het punt stonden te vertrekken, arriveerde er een gamevoertuig met veel mensen. Gelukkig voor ons, want het bevatte ook de officiële mokoro-gids. Ook al rook hij een beetje naar alcohol (en de rest van de groep gedroegen zich als krankzinnige dronkaards), hij gedroeg zich niet zo en hij toonde veel kennis en ademde (behalve de alcohol) een gevoel van rust uit. Dat is perfect als je een mokoro-ritje maakt, kan ik je verzekeren.

De rit zelf was prachtig. We dreven langzaam over het water, omringd door prachtige waterlelies, ondertussen genietend van de rust en de geluiden van de vogels. We zijn ook gestopt om onze benen te strekken. De gids liet ons een Hamerkop-nest zien (complete villa stijl!) en hij legde uit dat ze de klei van termietenheuvels gebruiken om hun huizen te plaveien. Dit is een zeer oude traditie die door vele, vele generaties vóór deze gids al werd gebruikt. De mensen uit het dorp Khwai maken deel uit van het San-volk (bekend als Bushmen) en woonden honderden jaren lang in het Moremi-wildreservaat, ver in de Okavango-delta. Ze zijn door de overheid verhuisd naar het Khwai-gebied, aan de rand van de Okavango, waar ze actief deelnemen aan het behoud van de omgeving. En wat een prachtig gebied is het, vol met wilde dieren (ik lijk dit niet vaak genoeg te kunnen zeggen:D).

Na onze ontspannende mokoro tour gingen we terug naar de camping. Het was een kort na zonsondergang, dus we begonnen met koken in het donker. We hadden al een hele tijd geen winkel gezien, dus dit was het moment om een ​​blik met zalm open te breken. Nu, denk je, wat heeft ons avondeten met het verhaal te maken?! Nou daar komtie... Lars had de extra vloeistoffen uit het zalmblikje ongeveer vijf meter van waar we zaten geleegd op de grond. Hij was net klaar met eten, ik was nog bezig, toen hij ineens iets achter hem hoorde. Denkend dat het weer die verrekte muis is draait hij zich om. Vervolgens wendt hij zich heel rustig tot mij en zegt: "Kellie, hyena!" WTF! De hyena bevond zich net binnen onze lichtcirkel op ongeveer vijf meter en we zagen hem rondsnuffelen, ons totaal negerend. Hij was zeker weten op zoek naar die zalm! En toen hij het niet kon vinden, liep hij gewoon weg in het donker... We haalden onze grote zaklamp tevoorschijn en probeerden hem te vinden, maar hij was verdwenen. Het had natuurlijk eng moeten zijn, omdat ik weet dat hyena's gevaarlijk zijn. Maar op dat moment was het vooral spannend en eigenlijk helemaal niet eng, waarschijnlijk omdat de hyena absoluut geen belangstelling voor ons had! Ik denk dat Lars hetzelfde voelde, hoewel... nadat de hyena was vertrokken, bleef hij rondlopen met de zaklamp en heeft hij wel honderd keer elke struik beschenen. En dan mis ik nu nog een belangrijk onderdeel van dit verhaal... Zowel ik als Lars moesten naar de wc voor een ​​nummertje twee zoals ze dat wel eens zeggen. En dit was nadat we de hyena in ons kamp hadden gezien. Nu moet je weten dat de wc op zulk soort campings bestaat uit een gat graven in de grond, je ding doen en die kuil weer dicht gooien. Lekker primitief. Normaal gesproken zou ik dat een beetje uit de weg van het kamp doen, maar deze keer kon privacy me echt geen reet schelen, Lars moest in de buurt blijven! Alleen de combinatie van deze omstandigheden maakten het absoluut de moeilijkste shit die ik in mijn leven d’r uit heb geduwd.

Goooeeed... Laten we even terugkeren naar een wat schappelijker gespreksonderwerp. De volgende ochtend moesten we afscheid nemen van het gebied, maar niet na nog een ochtend rondje. We hadden geen haast met terug gaan naar Maun. En dit was onze laatste kans om die luipaard in een boom te vinden, weet je wel, die ene die al op onze bucketlist stond sinds we drie jaar geleden voet aan wal zetten in Afrika. En van te voren hoopten we die in dit gebied te vinden! De grootste kans om carnivoren te vinden is tijdens de vroege ochtenduren, en naarmate deze uren voorbij tikten, verdween ook onze hoop. Niettemin hadden we een prachtige ochtend rit, alleen dat kleine teleurgestelde gevoel die van binnen is moeilijk tegen te houden.  

Net toen we op het punt stonden om verder te gaan, zagen we het game-voertuig met de mensen met wie we de dag ervoor hadden gekletst. Uit beleefdheid zijn we even gestopt om gedag te zeggen. En ik ben zoooo blij dat we dat gedaan hebben, want geloof het of niet, ze hadden nog geen kwartier geleden een luipaard in een boom gezien! De game ranger wist zeker dat dit jonge vrouwtje er nog steeds wel zou zitten, en hij was zelfs zo lief om ons daarheen te brengen. Het was echt heel dicht bij de plek waar we het game-voertuig tegen kwamen, maar de rit naar de luipaard voelde als uren voor ons (vijf minuten tops). Toen we een bocht omgingen en een andere auto zagen staan, wisten we dat ze nog in de boom zou zitten! We keken omhoog... en daar was ze, een heel jong vrouwtje die van bovenaf eens goed aan het bekijken was water er allemaal onder haar afspeelde. Wat prachtig! We konden ons geluk niet op, wat een fantastisch vaarwel. Of nja, zo dachten we, want het luipaard bleek niet onze enige vaarwel!

Daar is ze! Wachtend totdat wij d'r eindelijk zouden vinden. Wat een prachtige dieren zijn het toch ook, zo elegant!

We hadden besloten om de lange, maar mooiere route terug te nemen, wat erop neer kwam dat we zoveel mogelijk langs de rivier bleven rijden. Toen we een heuveltje over reden, werden we overwelmd door een vallei vol met olifanten! We telden minstens 500 olifanten binnen ons zicht, en waarschijnlijk waren er nog veel meer in het omringende struikgewas. En aangezien dit duidelijk een weg was die vaak bereden werd, waren wij de enige daar. Het was ronduit fantastisch. We parkeerden de auto onder een boom, klommen op het dak en hebben gewoon lekker zitten genieten. Er waren mannetjes en vrouwtjes van alle leeftijden, sommige aan het grazen of drinken, sommige aan het baden, sommige aan het vechten en we zagen zelfs twee kleintjes met elkaar spelen. Er was zoveel te zien dat we gewoon niet wisten waar we moesten kijken. En vervolgens moesten we hier door heen om aan de andere kant van de vallei te komen! Gelukkig hadden we inmiddels geleerd hoe we olifanten konden lezen. Maar er was toch een moment waarop het wel een beetje spannend werd. Op het pad wat we moesten nemen, waren drie vrouwtjes olifanten met een jong... en ze leken totaal niet geneigd om voor ons aan de kant te gaan. We probeerden ze heel langzaam een beetje verder te duwen, maar toen besloten twee enorme stieren hun slurf in andermans zaken te stoppen. Ze kwamen trompetterend op ons af rennen met hun oren wijd open! Ook al wisten we dat het een nep aanval was, het is nog steeds erg eng, want deze dieren zijn echt enorm!! En aangezien we omringd waren, wilden we niet dat ze de rest ook met hun opwinding infecteerden. Dus in plaats van de weg te volgen, besloot ik dat het op dit moment wel oke was om toch maar van de weg af te wijken. Ik ben er vrij zeker van dat mensen het wel zullen begrijpen.

Botswana heeft ons hier nog een laatste keer laten zien dat zij het perfecte olifantenparadijs is. En deze hele ochtend was een ideaal einde van de meest fantastische en verbazingwekkende natuurbelevenissen in ons leven. Nu kunnen we doorgaan naar de volgende stop, een culturele stop deze keer; Tsodilo Hills (lees het hier).

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 5 comments

The Okavango Delta – Another check off the bucketlist!

The Okavango Delta - Another check off the bucketlist!

Part II of the elephant paradise, and much, much more!

Voor de Nederlandse versie - Klik Hier

Where did we left off in the last blog… Oh right, Savuti in Chobe NP, and Sisi’s not so slowly and very steadily draining fuel tank due to the deep sand (if you missed it, read it here). Depending on how you look at it, Lars would say her bottom is too big (like a real African woman). I would say it is too small (like a Japanese woman, which, as you know, she is). Her bottom, also known as the fuel tank, is the lowest part of Sisi. Thus it is the part that drags on deep-sand roads. It slows us down, causing more fuel use. However, compared to other 4x4 cars her tank is much smaller, only 70 litres, which is what limits the amount of kilometres!

Anyway, one unsolved discussion later, we are still in Savuti and we know that we are not even half way. We are not sure what the road conditions will be in the Okavango, so we’re a bit nervous. Would we be able to drive another 2,5 days in Okavango? Would we even be able to make it in one go to Maun, in case we need extra fuel? We simply didn’t have a clue and decided to gamble a bit. YOLO!

The little hornbill (aka Zazoo) that frowned upon our YOLO attitude!

We set off and by the time we finally reached the gate, we still weren’t sure. So we made use of our "amazing" math skills, after which we could make the educated guess that we would definitely not be able to make it back to Maun if we went into the Okavango straight away. That was decided, we had to go back to Maun, and we had to be fast because we needed to call the booking office to cancel our campsite. We made it in time, or actually Lars did, with insane driving skills and a lot of major ass bumping that might have popped anyone else’s tyre but Sisi’s. We called, but.. the booking office did not pick up. Unfortunate, but not unsolvable, we stayed at Maun for the night at a campsite, picking one with WiFi so we could turn this bad luck in some good use; we downloaded an app called Tracks4Africa. It is a navigation app which can be used offline with aaaallll the roads on it (well almost all), including the small 4x4 tracks you can’t even call roads in, for example, the National Parks. Vera and Eddie had used it their whole trip and told us it was definitely worth the price. We agreed after only one day, and are even more convinced by now. It really gives us a sense of freedom as now we  always know where are and how long it will take us to arrive at our destination.

The next morning we drove back those 130 km’s, thereby passing through the south gate of Moremi NP, so we could watch some wildlife around the so-called Black Pools. But we had to be in Khwai village before 16.30, because that’s when the booking office would close. So we arrived there around 16.00… And only then did we find out it was Sunday…. Somehow, it seems to be Sunday everyday here, or at least, always when we need something! And of course, on Sunday they are closed. What to do! Okay, we just went to the campsite. Thank God, we downloaded that app so now we were able to find it! And we took a detour along the river, because it looked interesting. And interesting it was, it made us find out that the whole Khwai area, even though not officially a National Park, is as much a wildlife area as Moremi or Chobe. In fact, it is the connection between the two parks. So it was beautiful! We drove along the river, and every 50 meters we saw an elephant drinking or grazing. By the time we finally got to our campsite, we were so happy! And then it turned out we had the best campsite, again!! We were on the edge with on one side a plain and on the other side the river. Wauw, it was the best place we’ve stayed so far. Because we had some time before sundown, we did a little tour, where I sat on top of the car (ssshh don’t tell anyone), and it was soooo much fun! And then we watched the sun set from our rooftoptent. It was just perfect, not even changed by the fact that a mouse bit my toe when I was hugging Lars.

A beautiful view on the river and the setting sun as an elephant passes by to elevate the beauty to a whole new level!

When we sleep in a wildlife area, our ears always seem to attune to the sounds of the animals. That night we heard many; hippos, elephants, baboons and even lions and a leopard. We heard them in the morning, both not too far away. Excited as we were, we left without breakfast to find these animals. Even though we were unsuccessful, it was a good drive through a beautiful water rich area. In the afternoon, we finally made it to the booking office and were told we could stay the night we missed, without paying extra! So nice! We also made a booking to go with a mokoro that afternoon. This is a small, traditional boat used for hundreds of years by the locals. Imagine the boats in Venice, but then one size smaller, they do include a gondolier as well! Because we had some time before the Mokoro would leave, we thought we should try and find the place. So, we arrived there early and were greeted by the manager of a camp and also, supposedly, a trained guide… We thought to just put our chairs under a tree and relax a bit, make our lunch whatever. That was all good, but this guy joined us… As well as the elephants we mentioned in the previous blog (read it here). And so, as well-raised as we are, we talked with the guy even though it was quite awkward. He talked a lot about himself, and maybe he thought we were some naive, credulous tourists, but he tried to convince us that elephants live about 15 years. 15? We double-checked, making sure we heard right, that he hadn’t said 50... No, 15 years, sometimes a little bit older…. Which is simply not true. Elephants, and hippos as well, they can become as old as 50, and elephants even 60 years old. I don’t know if he realized his lie, or if he simply didn’t know any better. But it was clear he was definitely not a trained guide... And he would be the one taking us on the mokoro?? But just as we were about to leave, a game vehicle with a lot of people arrived. Lucky for us, because it included the official mokoro guide. Even though he smelled a bit like alcohol (and the rest of the group acted like insane drunks), he didn’t act like it and he showed a lot of knowledge and breathed an air of peace. Which is perfect if you go on a mokoro ride, I assure you.

The ride itself was beautiful, we slowly floated forward, surrounded by gorgeous waterlilies, meanwhile enjoying the peace and quiet and the sounds of the birds. We also stopped to stretch our legs. The guide showed us a Hamerkop nest (full-on villa!), and he also explained that they use the clay from termite mounds to pave their houses. This is a very old tradition done by many, many generations before this guide. The people from Khwai village are part of the San people (bushman) and used to live in Moremi Game Reserve, way further into the Okavango delta, for hundreds of years. They were relocated to the Khwai area, on the edge of the Okavango, were they actively participate in the conservation of the environment. And what a beautiful area it is, full with wildlife!

After our relaxing mokoro tour we went back to the campsite. It was a bit after sunset, so we started cooking in the dark. We hadn’t seen a shop for a while, so it was time to break open one of the cans with salmon in it. Now, you think, what has our dinner to do with the story?! Let me tell you! Lars had emptied the extra fluids from the can about five meters from where we were sitting. He had just finished his dinner and I was still eating, when he heard something behind him. He turned around… then turned back to me and said: “Kellie, hyena!” WTF! The hyena was just within our light circle at about five meters, and we saw him sniffing around, not even seeming to notice us. He was definitely trying to find that salmon! And when he couldn’t, he just walked away into the dark… We got our big torch out and tried to find him, but he had disappeared. It should have been scary, because I know hyena’s are dangerous. But at that moment it was more exciting than scary, mainly because its absolute lack of interest in us! I think Lars felt the same way, although… after the hyena left he did keep walking around with the torch, shining into every bush. And then of course another important part of this story… Both me and Lars had to go to the toilet for a number two, so to say… And this was after we had seen the hyena in our camp. At this campsite, this would be your toilet: dig a hole in the ground, do your business, cover it up. Now normally, I would do that a little bit away from the camp.. but this time though, I couldn’t give a shit about privacy, Lars had to be near! But the circumstances made it absolutely the hardest shit (not literally, luckily) I have taken in my life.

Let’s get back to some civil conversation. The following morning we had to say goodbye to the area, but not after another morning drive. This was our last chance to find that leopard in a tree, you know, the one that had been on our bucketlist since we set foot in Africa three years ago, and which we had hoped to find in this area! The highest chance of finding carnivores is during the early morning hours, and as these hours were fading, our hope faded as well. Even though we had a beautiful game drive, we couldn't escape that touch of disappointment.

Just when we were about to move on, we saw the game drive vehicle with the people we had met the day before. Out of good manners we didn’t just drive by, but stopped to say goodbye. And I’m soooooo happy we did, because believe it or not, they had seen a leopard in a tree not even fifteen minutes ago. They were sure she would still be there and so the game driver was so kind to take us there. It was so close, but the drive there felt like hours to us (five minutes tops). When we rounded a corner, and saw another game vehicle, we knew she was still there! We looked up in the tree, and there she was, a very young female looking at everything going on below her. Beautiful! We couldn’t believe our luck. What an amazing goodbye. Or so we thought…

Finally, there she was, waiting for us to find her! What a beautiful animal, so elegant!

The leopard wasn’t our only goodbye! We had decided to take the scenic route back, so we followed the river area a little further. When we rounded a corner we were overwhelmed by a valley full of elephants! There must have been at least 500 within our sight, and probably a lot more in the surrounding bushes. And as this was obviously a road not well driven, we were the only ones there. It was amazing. We parked the car under a tree, climbed on the roof and just enjoyed. There were males and females of all ages, some grazing, some bathing, some fighting and we even saw two little ones playing with each other. There was so much to watch, and so much interaction. Luckily, we had gotten to know how to move around elephants by now, because we had to manoeuvre through this valley filled with elephants to get to the other side! There was only one point where it got a little bit excited, because on the track we had to take, were three elephants with a younger one.. and they didn’t seem inclined at all to move for us. We tried to push them very slowly, but then two big bulls decided to put their trunks in someone else’s business; they came at us with their ears wide, trumpeting! Even though we knew it was a mock charge, it is still scary, because these animals are huge!! And because we were surrounded by them, so we did not want them to infect the rest with their excitement. So instead of following the track, I decided it was okay to just move a bit around it for this time. I’m pretty sure people will understand.

Botswana had shown us one last time that they are the perfect elephant paradise. And this whole morning had been the perfect ending to the most amazing wildlife experiences in our lives. Now we can move on to the next stop, a cultural one this time; Tsodilo Hills (read it here).

-Kellie-

Posted by bylifeconnected in Blog, 4 comments
Chobe National Park – An Elephant Paradise

Chobe National Park – An Elephant Paradise

Chobe National Park - An Elephant Paradise

Part one of our beautiful wildlife adventure in the North of Botswana

Voor de Nederlandse versie - Klik Hier

While writing this story, outside on a chair, we are looking at an elephant heading our way... wondering if he will come closer (also wondering if we would like it if he would). He is relaxed, casually browsing with his 5th leg slapping against his underbelly. Show-off! No match to be found here, even our local ‘guide’ (more on him later) looks impressed. Anyway, while the elephant walks slowly around us we are astounded by the huge number of elephants here in Botswana. Five days ago, we entered Chobe National Park and travelled all the way down through Savuti and on to Khwai/Moremi NP where we are now. Our adventure started in Kasane for what we hoped was going to be the best wildlife experience of the trip! Expectations were high and we were excited to start our journey through the African wilderness. Before we entered Chobe with our car, we decided to book a boat tour over the Chobe river. Around 15.30 we boarded the boat which could just as well have been a German retirement home on the water; except for us and a young German couple, the remaining 40 persons were probably using up their pension. Luckily, they did not spoil the experience, which was a refreshing experience after driving so many kilometres. For about three hours they navigated and parked us close to hippos, elephants, crocs, antelopes and birds that lived in and along the river. While having the pleasure of sipping a cold cider, we had some wonderful sightings.

The following morning, we arrived at the entrance gate of Chobe National Park at 7am precisely (opening time for self-drivers) to be ahead of the others. The plan for the day was to drive along the Chobe Riverfront (a route of about 50 kilometres). The best sightings were a lion and lioness (a bit hidden in the bushes), a baby baboon riding on the back of her mother (Jiihaa!), a lot of fish eagles and a huge herd of about 200 elephants. The last one took our breath away. We entered a viewpoint that provided us an overview of a cleared area next to the water that was filled with elephants. Later, we found out that many small herds of elephants come together at places where water or/and food is plentiful. Here they’ll form mega herds of hundreds to even a thousand elephants. However, they are only able to do this in this region, because Botswana houses about 250.000 elephants. This is about 25% of the world’s population! An absolute elephant paradise!

Later that afternoon we arrived at Muchenje where we filled the petrol tank for the last time and stayed at Muchenje campsite for the night. While sitting on the deck with our dinner, we had a beautiful view of the sunset. One of the owners joined us, a former British man (he left the UK about 40 years ago), and we talked about the area, Botswana and it’s presidents. The next morning we relaxed a bit at the pool and then left for the remaining part of Chobe (Linyanti and Savuti).

Before entering the park there was a sign “engage 4x4, deep sand ahead”. We have been told to do this before where we didn't listen and everything was fine, so we ignored this sign as well, Sisi would be able to handle anything. But the sand got deeper and deeper and after a few kilometers we did decide to stop and deflate the tires for more traction. That did the trick and we drove on until we stumbled onto a vehicle that was stuck in the deep sand. The main problem with the sand is that in between the tracks of tires the sand is elevated. Vehicles with relatively low clearance level will drag there bottoms on the sand, creating more friction, until… they come… to a stop. This happened with the Australian (Eddie) and Norwegian (Vera) couple we run into. As good citizens we got out of the car and walked towards them, equipped with our spade, and a big smile on our faces. They responded in kind. You know those people that take everything as it is and try to make the best out of it? Meet Eddie and Vera. What happened was that they had stopped without thinking about the sand, because there were elephants next to the road! As soon as the elephants left, they hit the gas, but nothing happened… They were stuck. And that’s when we came in. We started to recover the car together and while reaching under their car we learned that it is actually really fun to dig someone else’s car out of the sand. Eddie told us about reading that “this road swallows cars for breakfast”. An exciting prospect, considering we are lying under a car right at the beginning of this road. After a few tries and pushes the car was out. Now it was our turn… Kellie took a sprint and went through this bit in one go! On the other side we met up with Eddie and Vera who thanked us with a cold beer. We learned that they were heading the same way as us and left in convoy together.

Our sunset view dinner from the deck at Muchenje campsite.

Only a few kilometres further we had to stop again. Not for Eddie and Vera, but for a car filled with four Dutchies. This makes it sound like there are loads of cars on this road, but actually these were the only cars we came across. And all of them got stuck in the sand. The Dutchies told us that this was the third time (!) that day that they got stuck. And in the following 5 km, we helped them recover their car three more times… Welcome to the African bush! We finally told them to keep the car in low gear, try to drive on the side of the road instead of in the tracks to remain a high clearance, and just keep hitting the gas no matter how much noise your car makes. Plus, we drove ahead to find the best parts of the road and clear some of the deepest sand. And that’s when they finally managed to get through the last 8 km.

Our car was fine and we made it to Linyanti with our confidence skyrocketing. Noticing that our 98’, self-bought and fitted, Landcruiser could take on all that Africa has to offer better than many of the far newer, and much more expensive, rental cars made us feel really good. In addition, we got the best campsite of the camp, with a great overview of a small river. At arrival we saw elephants grazing and enjoying the water down in the river in the light of the setting sun. It doesn’t get any better than this! Because of the amazing view we invited Eddie and Vera to stay at our campsite. They willingly accepted and we had the most wonderful braai. A true African feast; with beetroot salad, potato salad, capsicum, corncobs with butter, chicken and boereworst. The rest of the night we spent talking and laughing around the campfire; the perfect ending of an exciting day!

Our camping spot at Linyanti. If you look closely, you can find the elephants on this picture!

The next morning we decided to wake early to search for wildlife with Eddie and Vera. We took some of the loops in search of the lions we had heard that night, and the tracks we found that almost moved into our camp. All the campsites we booked in game areas, are not fenced, so any animal can walk through, which makes camping a lot more exciting! We didn’t find the lions, but we found some elephants and a roan antelope. From there on we took the road that, we thought, lead us to Savuti (in the middle of Chobe). After a few kilometres we found a huge dead elephant skull along the road. We stepped out of the car to stretch our legs and make some pictures of it. At the same moment a helicopter flew over us and started to circle the area around us. We waved like well-behaved tourists, to show that we are not poachers. What poacher would wave at a helicopter, right? But we were pretty nervous. Even more so when the helicopter started to land on the same road we were parked! At that moment I thought we were in a whole lot of trouble. Pretending confidence though, we walked towards the helicopter from which three game guards, one with a big rifle, exited. Even more nervous. Once cleared from the helicopter they asked us what we were doing here. We answered that we were interested in the elephant skull . Then they asked us if we weren’t scared of lions. We answered that we weren’t. Luckily, this broke the ice and they followed us to the skull. They began to explain how you can see if an elephant died of natural causes or poaching, as this was the reason they landed in the first place. We just happened to be there... Afterwards, they stressed that we shouldn’t leave the safety of the car while in the park and they pointed us in the right direction. We, of course, waited for the helicopter to ascend before turning around and driving off. Another experience added to the list!

Along the road we stopped next to a big elephant bull. We think he was curious as he kept coming closer to the car. He didn’t send any warning signals to us so we stayed put and waited for him to pass… but he didn’t. He came even closer and at a certain moment I could have touched his trunk if I wanted to. At that moment though he got too close for comfort, and I decided to move the car slowly forward. My heart was pounding like crazy while I watched how he would respond to revving of the engine. He stayed relaxed though and just crossed the road behind us. With big eyes Eddie and Vera looked at us (they were in front), and we exchanged how exciting that was. After this experience the road got worse; deep sand for kilometres in one stretch. At this moment we started to notice that our fuel was going a lot faster than normal, which worried us a lot because we had a long way to go! We calculated that the car was consuming 1 litre for every 4 kilometres, which is ridiculously inefficient; normally it is about 1 litre for every 8 kilometres (also not great). We did not even think of driving back to Muchenje though; we had an expensive reservation at Savuti that evening. This created some uncertainty as we were not sure if would be able to make it to the other side (about 250 kilometres further). For us though, the only option was forward, deeper into the wilderness…

Arriving at the entrance gate in Savuti we heard that a lion pride had killed an elephant. We drove around but couldn’t find any signs of the kill, which should have been only 300 meters from the gate... Hunger won from curiosity, and we first made a quick lunch. With our bellies filled we continued the search. Kellie and I eventually found the lions by tracking the tracks of other cars into the bush. They were lying under a bush, their bellies even thicker than ours. We never found the elephant. From there we had an afternoon game drive through the Savuti Marsh, a supposedly wet area but at this time of year no water drop to be found. Nevertheless, the plains were stunning with cumulus clouds in the background. And to stretch our legs we even climbed a small hill to visit some rock art.

Overall, the wildlife on this drive was a bit scarce, which we hadn’t expected after reading the Lonely Planet (expectations are always bad). So we were kind of disappointed when we drove back towards camp. Suddenly, we saw a big dust cloud ahead of us; the sign of a big herd (buffalo or elephant) on the move. It were about a hundred buffalo’s and they were heading for the waterhole that was very close to the lions we had found earlier! All the buffalo’s gathered around the waterhole, a hole way too small to accommodate them all. Then an elephant tried to push through the herd of buffalo’s to get to the water, which was already occupied by two hippo’s as well. Just before it reached the water, it got scared of something and ran away, trumpeting. Then, out of nowhere, the lions suddenly appeared! They were after the buffalo’s and the herd started to move. Not chaotically, as one might expect, but very organized. We could feel and hear the enormous amount of hoofs smashing against the ground as a big cloud of dust covered the area. After a few moments the dust settled and a battleground between prey and predator emerged; the leaders of the buffalo’s and lions were facing each other. In turn they charged one another, measuring the strength and confidence of their opponent. One bull buffalo charged! The lions retreated, afraid of the massive horns of the buffalo. They only stayed put for a bit, and then the lions set in the chase again. The lions made several attempts to brake the formation of the buffalo herd to seclude one from the rest. And this went on and on right in front of us. It felt like we were in a National Geographic documentary! The only thing we missed was the voice of David Attenborough. The hunting lions were with five lionesses and a one young male, the adult males were being typical lions. We found them lying about 50 metres away; watching the spectacle just like us. The kings of the savanna do not hunt, they get fed. Unfortunately, it was getting really dark as the lions continued the hunt. We knew we had to go back to camp, even though we did not see the conclusion of the battle. Without a choice, we decided to look for any signs of who won in the early morning the next day. At the campfire, we talked the day and especially the evening over with Eddie and Vera while preparing another feast. What a sighting!! We slept like babies (didn’t even wake when a small herd of elephants walked through our camp).

The next morning we said goodbye to Eddie and Vera (we had an amazing time with you guys!!), and headed to where the battle had taken place the previous night. And we couldn’t believe our eyes! We found a carcass surrounded by lions, however, it was not a buffalo! Apparently, the buffalo’s had won the battle and instead the lions had killed a medium-sized elephant! Because of the huge population of elephants in the region, the local lions had become elephant hunting experts, very cool! We stayed at the kill for a couple of hours, watching them feed in turns and walk to the waterhole to drink. After a while though it got too hot for them to stay in the open and one by one they found a place in the shade. For us this was a sign that we could move on, on towards the largest inland delta in the world: the Okavango Delta. Read about this exciting adventure in our next blog.  

- Lars -

Posted by bylifeconnected in Blog, 1 comment
Chobe National Park – Een Waar Olifanten Paradijs!

Chobe National Park – Een Waar Olifanten Paradijs!

Chobe National Park - Een Waar Olifanten Paradijs!

Deel 1 van ons wildlife avontuur in het noorden van Botswana

Tijdens het schrijven van dit verhaal, zie ik een olifant langzaam, stukje bij beetje, op me af komen. Ik vraag me af of hij dichterbij komt (en ik vraag me af of ik dat wel zou willen zo in m’n stoeltje)…  Maar hij is gewoon lekker ontspannen de struiken aan het slopen, ondertussen met zijn vijfde been tegen z’n onderbuik aan het slaan. Ja ja, je hebt een grote piemel, opschepper! Wij zijn geen match voor je, en zelfs onze lokale 'gids' (meer over hem in de volgende blog) is onder de indruk. Hoe dan ook, terwijl een volgende kudde olifanten aan komt en langzaam om ons heen de struiken leeg eten, staan ​​we versteld van het enorme aantal olifanten hier in Botswana. Vijf dagen geleden zijn we Chobe National Park in gegaan, om vervolgens helemaal naar beneden door Savuti en verder naar Khwai / Moremi NP te reizen, waar we nu zijn. Dit gebied staat bekend om de grote diversiteit en hoeveelheid diersoorten, en we hoopten dan ook dat dit de beste natuurervaring van de reis zou worden! De verwachtingen waren hoog en we begonnen in Kasane met een relaxe ​​boottocht over de Chobe-rivier. Rond half vier gingen we aan boord van de boot, wat net zo goed een Duits bejaardentehuis op het water had kunnen zijn; naast ons en een jong Duits stel, waren de resterende 40 personen hoogstwaarschijnlijk hun pensioentje aan het opmaken. Gelukkig had dit in z’n geheel geen effect op de ervaring.  Het was verfrissend om zoiets als een boottour te doen na zoveel kilometers in de auto. Ongeveer drie uur lang voer de boot ons langs nijlpaarden, olifanten, krokodillen, antilopen en vogels die in en langs de rivier leefden. Onder het genot van een koud cidertje hebben we hier een aantal prachtige ”sightings” gehad.

De volgende ochtend kwamen we precies om 7 uur (openingstijd voor zelfrijders) aan bij de toegangspoort van Chobe National Park. Het plan voor de dag was om langs Chobe Riverfront (een route van ongeveer 50 kilometer) te rijden. Er waren echt mega veel antilopen soorten in het park, maar de beste dingen die we gezien hebben waren een leeuwen-stelletje (een beetje verborgen in de struiken), een baby-baviaan op de rug van haar moeder (Jiihaa!), veel visarenden en een enorme kudde van ongeveer 200 olifanten. Vooral dit laatste verbijsterde ons; we hadden al een heel aantal olifanten in de bosjes gezien en toen we een heuveltje op reden,  betraden een heuveltje dat ons een uitzicht gaf over een open gebied naast het water dat vol stond met olifanten. Later kwamen we erachter dat veel kleine kuddes olifanten samenkomen op plaatsen waar water en / of voedsel in overvloed zijn. Hier kunnen mega-kuddes vormen van honderden tot zelfs duizend olifanten. Ze kunnen dit echter alleen in deze regio doen, omdat Botswana ongeveer 250.000 olifanten herbergt. Dit is ongeveer 25% van de gehele wereldpopulatie! Een absoluut olifantenparadijs!

Later die middag kwamen we aan bij Muchenje waar we de benzinetank voor de laatste keer konden vullen. Ook hebben we hier overnacht op camping Muchenje. Zittend op een terras met ons diner, hadden we een prachtig uitzicht over de vlakte en een prachtige Afrikaanse zonsondergang. Een van de eigenaren kwam bij ons zitten, een voormalige Britse man (hij verliet het VK ongeveer 40 jaar geleden), en we spraken over het gebied, Botswana en zijn presidenten. De volgende ochtend hebben we eerst even gerelaxed bij het zwembad, waarna we vertrokken naar het resterende deel van Chobe NP (Linyanti en Savuti). Bij de grens van het park stond er een bord met: "engage 4x4, deep sand ahead". Dit was iets wat we wel vaker gehoord hadden, en toen lukte het ook allemaal zonder, dus logischerwijs negeerden we dit bordje. Maar het zand werd dieper en dieper en na een paar kilometer besloten we om te stoppen en de banden een stuk leeg te laten lopen voor meer tractie. Dat maakte een groot verschil en we reden rustig door totdat we op een voertuig stuitte dat vastzat in het diepe zand! Het grootste probleem met het zand is dat tussen de sporen van de banden het zand een stuk hoger ligt, vandaar “deep sand”. Voertuigen met een relatief lage bodem zullen dus over het zand slepen, hierdoor onstaat meer wrijving, de auto wordt afgeremd en met te weinig kracht, of een te lage snelheid, kom je uiteindelijk tot stilstand. Dit was ook wat er gebeurd was met het Australische (Eddie) en Noorse (Vera) stel dat we tegenkomen. Als goede burgers stapten we uit de auto en liepen op hen af, uitgerust met onze schop en een grote glimlach op onze gezichten. Zij reageerden soortgelijk. Ken je die mensen die alles nemen zoals het is en proberen er het beste van te maken? Maak kennis met Eddie en Vera. Wat er was gebeurd was dat zij gestopt waren in het diepe zand zonder hierover na te denken, want er waren olifanten naast de weg! Zodra de olifanten vertrokken probeerden ze te gassen, maar er gebeurde letterlijk helemaal niks... Ze zaten vast. En toen kwamen wij op het hoekje kijken. Samen hebben we de auto uitgegraven, en terwijl we dit deden, ontdekten we dat het eigenlijk best leuk is om de auto van iemand anders uit het zand te graven (het scheelde ook dat de zon was verdwenen achter de wolken). Eddie vertelde ons over dat hij gelezen had dat "deze weg auto’s opeet als ontbijt". Dat was een mooi vooruitzicht, aangezien we ongeveer 20 meter van de 10 km gereden hadden! Ach ja, eerst maar deze situatie oplossen. Na een paar pogingen en hard duwen van Vera, Kellie en ik, was de auto los. Nu was het onze beurt... Kellie nam een ​​aanloop... en ging er in één keer door! Aan de andere kant waren we allemaal even gestopt en kregen we van Eddie en Vera een koud biertje als bedankje. We kwamen erachter dat ook zij onderweg waren naar de camping van Linyanti en dus vervolgenden we onze weg in konvooi.

Bij Muchenje hebben we een heerlijke maaltijd tijdens zonsondergang gegeten, met uitzicht over een prachtige vlakte!

Slechts een paar kilometer verderop moesten we weer stoppen. Deze keer niet voor Eddie en Vera, maar voor een auto gevuld met vier hollanders. Nu klinkt het misschien net alsof er veel auto's op deze weg staan, maar deze twee waren de enige auto's die we tegen waren gekomen sinds Muchenje. En ze zaten allemaal vast in het zand (behalve Sisi natuurlijk). De Nederlanders vertelden ons dat dit de derde keer (!) was dat ze vast zaten. En in de volgende 5 km hebben we hen nog drie keer uitgegraven... Welkom in de Afrikaanse wildernis! Uiteindelijk hebben we hen maar even instructies gegeven, ten eerste dat ze de auto in de lage 4x4 versnelling moesten houden. Ten tweede dat ze, waar het kon, moesten proberen over de zijkant van de weg te rijden in plaats van in de sporen, zodat ze de wrijving van het zand kunnen ontwijken. En ten slotte dat ze niet moeten stoppen met gassen, ongeacht hoeveel lawaai de auto maakt, het is toch een huurauto! Vervolgens hebben wij voorop gereden, omdat onze bodem wat hoger lag, dus wij konden in de diepste stukken alvast wat zand wegschrapen voor de volgers! Hierna zijn ze er uiteindelijk in geslaagd om de laatste 5 km in één keer door te rijden.

Onze auto had het fantastisch gedaan, en we bereikten Linyanti dan ook vol zelfvertrouwen en trots; onze zelf gekochte en aangepaste Landcruiser uit ’98 kon alles aan wat Afrika te bieden had, beter nog dan de vele nieuwere en heel veel duurdere huurauto's! En achteraf gezien hadden we met onze ervaring in Australie (Fraser Island, alleen maar zand) en Kellie’s ervaring met 3 maanden 4x4 rijden in een game reserve, toch wel wat skills ontwikkeld. We voelden ons goed! Bovendien hadden we de beste plek van de camping, ​​op een verhoging onder een boom, met een geweldig uitzicht over een riviertje en de aangrenzende moerasvlakte. Bij aankomst zagen we olifanten grazen in het licht van de ondergaande zon. Het wordt niet beter dan dit! Vanwege het geweldige uitzicht hebben we Eddie en Vera uitgenodigd om bij ons te verblijven. Ze accepteerden gewillig en we hadden een heerlijke braai; een echt Afrikaans feest met bietensalade, aardappelsalade, paprika, maïskolven met boter, kip en boereworst. De rest van de avond hebben we lekker gekletst en gelachen rondom het kampvuur; de perfecte afsluiting van een opwindende dag!

Onze prachtige camping by Linyanti. Als je goed kijkt zie je de olifanten in het moeras lopen!

De volgende ochtend besloten we om vroeg op te staan (5 uur) en samen met Eddie en Vera zijn we vervolgens op zoek (jacht) gegaan naar de beesten! Aangezien we die nacht leeuwen hadden gehoord, en we zelfs sporen hadden gevonden die net afsloegen voor zo ons kamp binnen liepen, was dit waar we naar op zoek waren. We hebben de leeuwen niet gevonden, maar wel enkele olifanten en een roan antilope. Van daar namen we de weg die, zo dachten we, ons naar Savuti zou leiden (gebied midden in Chobe). Na een paar kilometer vonden we een enorme dode olifantenschedel langs de weg en logischerwijs stapten we uit om er foto’s van te maken en even onze benen te strekken. Op hetzelfde moment vloog er een helikopter over ons heen.. en die begon het gebied rondom ons te omcirkelen. We zwaaiden als brave toeristen, gewoon om te laten zien dat we geen stropers waren. Welke stroper zou zwaaien naar een helikopter, toch? Maar we werden behoorlijk nerveus. Zeker toen de helikopter op nog geen 50 meter afstand begon te landen! Op dat moment dacht ik echt dat we in de problemen zaten, al had ik geen idee waarom. Maar, net alsof we vol vertrouwen zaten liepen we richting de helikopter waar drie gamewachten, eentje met een enorm geweer, uitstapten. Nog ietsje nerveuzer. Toen ze uit de helikopter waren, vroegen ze ons wat we hier aan het doen waren. We antwoordden dat we geïnteresseerd waren in de olifantenschedel. Toen vroegen ze ons of we niet bang waren voor leeuwen. Wij antwoorden dat we dat zeker niet waren! Hier moesten ze om lachen en gelukkig brak dit het ijs. Vervolgens leidden ze ons naar de schedel. Ze begonnen uit te leggen hoe je kunt zien of een olifant is gestorven op natuurlijke wijze of door stropers. Dit checken, was de reden dat ze uberhaupt hier geland waren. Wij waren gewoon toevallig op hetzelfde moment ook daar... Wel benadrukten ze dat we in het park niet de veiligheid van de auto mogen verlaten en vervolgens wezen ze ons in de goede richting (want we hadden een verkeerde afslag genomen). We hebben natuurlijk eerst even gewacht totdat de helikopter was opgestegen, en vervolgens zijn we omgekeerd en verder gereden. Nou, weer een nieuwe ervaring toegevoegd aan de lijst!

Onderweg terug kwamen we deze keer een levende, enorme olifanten stier tegen. Hier waren we even gestopt en hij bleek erg nieuwsgierig want hij kwam steeds dichter en dichter bij de auto! Maar hij gedroeg zich rustig, ondertussen een stukje gras etend, en totaal geen waarschuwingssignalen, dus we bleven staan ​​om te wachtten tot hij zou passeren... alleen dat deed hij maar niet. Hij kwam nog dichterbij en op een gegeven moment had ik zo zijn slurf kunnen aanraken als ik dat wilde. Op dat moment besloot ik dat dit me toch echt te dichtbij was, en ik reed heel langzaam de auto een stukje naar voren. Mijn hart klopte als een gek toen ik de motor startte, omdat ik niet wist hoe hij zou reageren op het geluid! Hij bleef echter ontspannen en stak vervolgens gewoon de weg achter ons over. Met grote ogen keken Eddie en Vera naar ons (zij stonden voor ons), en we hadden allemaal door hoe een bijzonder moment dit was. Na deze ervaring vervolgden we onze weg, en wat een weg was dat, verschikkelijk. De weg werd steeds slechter; diep zand voor kilometers achtereen. We merkten dat onze brandstof hierdoor een stuk sneller ging dan normaal, wat ons nogal veel zorgen baarde omdat we nog een lange weg te gaan hadden! We berekenden dat op deze wegen de auto 1 liter verbruikt voor elke 4 kilometer, wat belachelijk inefficiënt is; normaal is het ongeveer 1 liter voor elke 8 kilometer (ook niet geweldig). We dachten er niet eens aan om terug naar Muchenje te rijden aangezien we die avond een dure reservering bij Savuti hadden. Dit creëerde enige onzekerheid, omdat we niet zeker wisten of we de andere kant (ongeveer 250 kilometer verder) zouden halen. Maar voor ons was de enige optie voorwaarts, dieper de wildernis in... Toen we eenmaal bij de entree van Savuti aankwamen, hoorden we dat een leeuwen pride een olifant hadden gedood. Dus wij meteen weer op pad, op zoek naar tekenen van die vangst, die op slechts 300 meter van de poort had moeten zijn... Niet gevonden... Honger won het uiteindelijk van nieuwsgierigheid en dus keerden we terug naar Savuti en maakten we eerst een snelle lunch (nog steeds met Eddie en Vera btw). Met onze buikjes gevuld, gingen we verder met zoeken. Kellie en ik vonden uiteindelijk de leeuwen door de sporen van andere auto's de bush in te volgen. Ze lagen daar met z’n zessen onder een struik te chillen, hun buikjes nog ronder dan de onze! De zogenaamde dode olifant echter, die hebben we nooit gevonden.

Hierna gingen we nog even op pad, richting het Savuti-moeras. Hier verwacht je een nat gebied, maar in deze tijd van het jaar was er geen waterdruppel te vinden. Desondanks waren de vlakten prachtig met cumuluswolken op de achtergrond. En om onze benen te strekken, klommen we zelfs een kleine heuvel op om wat San people (bushman) kunst te bezoeken. Over het algemeen was het dierenleven tijdens deze rit nogal schaars, wat we niet hadden verwacht na het lezen van de Lonely Planet (dit boek is echt goed in verwachtingen creeeren die te vaak niet uit lijken te komen). Dus, zoals je snapt, begonnen we een beetje teleurgesteld aan de terug tocht. Maar toen we bijna bij het kamp waren zagen we plots een enorme stofwolk; het teken van een grote kudde (buffels of olifanten) in beweging. Dit bleken ongeveer honderd buffels te zijn en ze waren op weg naar de waterhole dicht bij het kamp. Dezelfde waterhole die ook heel dicht bij de leeuwen lag, die we eerder die middag nog hadden gezien! Alle buffels verzamelden zich rond de waterhole, een gat dat veels te klein was voor allen tegelijk. Vervolgens probeerde ook nog een olifant zich door de kudde buffels te dringen om bij het water te komen, en dat terwijl dat kleine gat ook nog eens bezet was door twee nijlpaarden! Maar vlak voordat de olifant het water bereikte, schrok hij ergens van en rende hij trompetterend en wel weg. Alsof ze op dit teken hadden gewacht verschenen uit het niets zes leeuwen! Ze grepen hun kans en sprintten op de buffels af. De kudde begon in één keer te bewegen en lawaai te maken. Maar dit was niet chaotisch, zoals je zou verwachten, maar leek juist erg georganiseerd, de kudde bewegend als één. We voelden en hoorden de enorme hoeveelheid hoeven tegen de grond slaan en een grote stofwolk verduisterde het actie terrein. Na een paar ogenblikken ging het stof liggen en ontstond er een slagveld tussen prooi en roofdier; de leiders van de buffels en leeuwen stonden recht tegenover elkaar. Omstebeurt waren ze elkaar aan het polsen, het was wat je noemt een stand-off. Totdat! De buffel stier gooit ineens z’n horens in de strijd en de leeuwen sprinten achterwaarts, bang voor de kracht van deze horens. Een paar meter verder blijven ze even zitten. Op dit punt zien we nog maar drie leeuwen, terwijl we weten dat ze met zes waren. De andere drie waren om de groep heen bewogen en ineens vallen ze aan die kant aan. Deze tactiek om de buffalo formatie te breken lijkt even te werken, een jong dier loopt eventjes alleen met één leeuw tussen hem en de rest van de groep. Maar voordat de rest van de leeuwen kunnen aansluiten, vallen wat buffels uit naar de leeuw en is het jong weer veilig. Zo gaat dit een tijdje over en weer, recht voor onze neus. Het voelde alsof we in een National Geographic-documentaire zaten! Het enige wat we misten, was de stem van David Attenborough. De jagende leeuwen waren met vijf leeuwinnen en een jong mannetje. Nu vraag je je af, waar zijn de volwassen mannetjes. Zoals te verwachten gedroegen deze zich als typische mannetjes leeuwen. We zagen ze ongeveer 50 meter verderop liggen; net als ons waren ze het schouwspel alleen maar aan het bekijken. De koningen van de savanne die jagen niet, die worden gevoed. Helaas, helaas werd het donker voordat de de leeuwen een kill hadden gemaakt en moesten we terug keren naar het kamp. Maar we wisten dat, al zagen we zelf de kill niet, de kans groot was dat we de volgende ochtend wel wat zouden kunnen vinden! Dus weer vroeg eruit was het motto! Bij het kampvuur bespraken we de dag, en natuurlijk vooral de avond, met Eddie en Vera terwijl we een opnieuw een feestmaal bereidden. Wat was dat fantastisch zeg!! We sliepen als baby's (werden niet eens wakker toen een kleine kudde olifanten ons kamp doorliep, Eddie en Vera wel).

De volgende ochtend namen we afscheid van onze nieuwe vrienden en gingen terug naar het strijdterrein. En we konden onze ogen niet geloven! We vonden inderdaad een karkas omringd door leeuwen, maar het was geen buffel! Blijkbaar hadden de buffels de strijd gewonnen en in plaats daarvan hadden de leeuwen een middelgrote olifant gedood! Vanwege de enorme populatie olifanten in de regio staan deze lokale leeuwen ook wel bekend om het feit dat het olifanten (kill) experts zijn, heel cool! We bleven een paar uurtjes kijken, en zagen hoe de leeuwen om beurten het karkas uit elkaar trokken om vervolgens naar de drinkplaats te lopen om te drinken. Na een tijdje werd het echter te warm voor hen (en ons) en dus zochten ze een een plekje in de schaduw voor hun dutje. Voor ons was dit een teken dat we verder konden gaan, op naar de grootste binnenlandse delta in de wereld: de Okavango Delta! Lees meer over dit fantastische avondtuur in onze volgende blog

- Lars -

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 5 comments

Kafue National Park – A place with potential

Kafue National Park – A place with potential!

Voor Nederlandse versie - Klik hier

After the inspiring meetings with the people from VisionZambia and their projects (read about it here), we went on our way to Kafue National Park. This national park is the largest park in the country and one of the biggest in the world. With the size of 22,500 sq km, it is almost as big as Belgium! Lonely Planet mentioned that the northern plains resembled the Serengeti; showing a vast number of grazing animals and that it is a great place to spot leopards. You can imagine our excitement to get there. We stayed at a place called Roy’s campsite, a camp just outside the entrance of the park, right next to the Kafue river. Hippo’s floated around in the water at about 20 meters from our tent and we learned that these animals are actually quite noisy! When one starts grunting (which happens regularly), the whole group grunts in response. Really funny!

Elephants crossing the Kafue River right next to our camp!

We had planned to stay in this area for several days, partly for tourist reasons, but also because we thought it might be a good place to start a project. Coincidentally, we happened to camp at exactly the right place to start our research in the area. Roy turned out to be one of the most important figures in the area concerning conservation. He is in a governmental council that decides about encroachments in the park, plus he was one of only two people sent from Zambia to a southern Africa ivory trade convention in Namibia. Besides having Roy there to answer a lot of our questions, there was also another camp placed a few meters from our campsite. This was a Panthera research camp, home for over two years to Kim (cheetah project director), her husband Jake and their kids. Jake wasn’t there at the time, as he was on an anti-poaching patrol in Angola. However, we got to meet Kim (New Zealand), Rico (New Zealand/Dutch) and Anna (United States) with whom we spent a brilliant night around the campfire. Kim showed us her amazing guitar skills and tried to convince Lars to play. He had to promise her that he wouldn’t come back before he could play at least one song! That’s one thing he’ll need to be doing back home!

Sunset over the Kafue river, the view from our campsite!

Kim also provided us with a lot of information about the area and the research they do. Plus, she gave us the contact details of other people in the area. Firstly, we went to meet Lyndon and Ruth; a couple from the UK who had been in Malawi for several years working for an anti-poaching NGO. They decided to leave and start their own business here in Zambia. They lived in Nalusanga (the entrance village of Kafue) for half a year, while setting up a lodge. This is 18 months ago, and the lodge they have built looks great. As soon as they start making profits, they want to spend it on (among others) anti-poaching measures.

Secondly, we received the contact details of Jeni from Game Rangers International, who we will have to meet some other time, unfortunately. But one of the things she has set up is a Women Empowerment Group, where the women use garbage and make it into beautiful ornaments to sell.

Then finally we spent a day with Mulyo, a very enthusiastic and opportunistic man with a vast amount of knowledge which he loves to share. He offered to come all the way from Lusaka (about a 4 hour drive) to answer all the questions about the region of Kafue NP we could think of. Very kind of him! Before he arrived we sent him a long list of questions and the following day we addressed them all.On the receiving end, we listened and wrote down as much as we could. At the end of the day, we not only acquired a lot of information but also a deep respect for this man. Apparently, he worked himself all the way up from a child in a poor rural family to the head of a resource management department for a whole province and more. As you can imagine we will cherish our relationship.

Roy's campsite was a beautiful place in the wilderness with only basic facilities, but the most amazing view right next to Kafue River!

Let me tell you what we have learned from all of these people combined. First of all, Kafue National Park is surrounded by Game Management Areas which are supposed to function as a buffer zone. Here, the main activities are game hunting, fishing, lodges, and some photographic safari opportunities. For all these activities permits are necessary and there is no farming allowed. The main difference with the actual park is that there is no hunting allowed in Kafue NP. After these so-called GMA’s there are the Open Areas. This is where villagers live and are allowed to do farming etc. Now, one of the first problems we heard about is encroachment. People from outside are sneaking into the GMA’s and are setting up major farms, thereby slashing and burning a lot of woodlands, and scaring animals away. This encroachment is illegal, but because it is in the GMA and not in the park, the responsibility of law enforcement is unclear. They need approval from the highest director in the government to evict these people and a lot of time passes before this happens. In the meantime, the original inhabitants of the GMA’s, the ones that were removed and placed on the edges, they are angry. “If the government doesn’t punish these people, why shouldn’t we just move back in?” One of the original nine GMA’s has already disappeared because of this problem. And the GMA we visited is quickly moving to this point as well.

Another problem is, as usual, money. There were several money stories to be heard. We heard about the game fee the hunting concessionaires need to pay, which is high. But it has become so high, that the hunting operators cannot afford to hunt in a sustainable way, where, for example, only old/sick animals are shot. Now they will hunt everything, thereby depleting the resources. Secondly, this game fee money is not distributed properly. Let’s say a hundred people work in a hunting GMA of which 25% is government employed and the rest is from the local community. The game fee is distributed the other way around; 75% goes to the government and only 25% to the community people*... So that’s one part of it. (Edit: these are not numbers that are factually checked, they are to give an idea of what is going on).

A lot is involved in managing such a giant park, e.g. fire management, animal count, anti-poaching units, research, etc. But first and foremost a comprehensive management plan and as far as we heard (from several sources) this is currently lacking, for the plain reason that the management team lacks either the education and/or the resources to change this. Their vehicles are broken, or they simply don’t have the money to buy fuel. An the Rangers wear backpacks and clothes that are falling apart.

On our way back to camp, all the trees were filled with pelicans! We had noooo idea where they were coming from!

All these elements combined have resulted in a park that could be so much more than it is now. There is so much potential for conservation and development that you can feel it! Take one of our experiences for example: on our second day we decided to visit the National Park. To get to Busanga plains (the Zambian Serengeti according to Lonely Planet), we had to drive over 130 km’s inside the park. The nearest affordable campsite from Busanga, though, was three hours driving back the way we came from… So there is basically no place for budget-travelers to stay near the main attraction of the park. There were lodges of course, but these were for the rich people, the ones that are flown into the park. This is one major missed opportunity and a very frustrating one for us.

Normally driving 130 km’s through a game reserve takes us, well.. about two days? Because we stop for every single animal we come across, including birds. In this park however, it ‘only’ took us about six hours. Because, there basically weren’t any animals besides a few puku’s and impala. And that while driving past a river, and thus a constant water source, the whole way and through a lot of different habitat types. It just seemed wrong. How is that possible? When we finally got to the plains, which I should mention, were majestic just for its expanse, there was one small herd of wildebeest and one small herd of puku’s. Afterwards, we heard we were a bit unlucky, because normally you can find buffalo herds as well, but it was definitely not what we were promised and it just didn't seem right either. Luckily, we saw a lioness with a cub on our way down there, and on our way back she was joined by two other lionesses. So that made our day.

The lioness who made our day!! Here she was on the lookout for her dinner!

The people, this place and its potential inspired us to start drafting a conceptual plan. What do we propose to do in and around Kafue NP if we end up starting a project in this area? We want to act as a catalyst to a situation where local people will benefit from the park. We believe that if they benefit, they do not have to use the resources of the park unsustainably (poaching and encroachment). And even more, they will be the first ones that want to protect its resources. Our main task will be to provide the communities with as many creative and sustainable economic incentives as possible. Our ambitions though extend a lot further. If you really want more detail about this, just contact us :).

Edit: By now we have come up with a project plan, read more about it here: The Platform.

But let’s not get ahead of ourselves just yet! We still have two months of travelling left through Zambia, Botswana and Namibia to gain more inspiration, other perspectives, learn or even find a better location to start a project! Maybe this blog has inspired some ideas in you as well? Some ideas or suggestions you would like to share? For example, how will we give these people a better live? Or maybe you would just like to comment on our adventures? Let us know in the comment section below.

What else can you expect, this cute little cub made our day at Kafue NP!

Posted by bylifeconnected in Blog, 6 comments
Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Lars

Verder waar we gebleven waren bij ons vorige blog (lees het hier). Namelijk onze volgende bestemming; de Botswaans-Zambiaanse grens, genaamd Kazungula, waar we de veerboot naar Zambia hebben genomen. Bij aankomst werden we onmiddellijk gebombardeerd met lokale jongeren die ons wilden helpen bij het oversteken. We hebben één van hen geaccepteerd, maar kregen ongevraagd de hele bende. Ze stonden te wachtten op ons nadat we door de immigratie van Botswana waren, en gaven zwaaiend aan dat we op moesten schieten. Misschien zouden we net de veerboot missen?! Als een kudde antilopen rende ze voor onze auto uit. Daar aangekomen was de veerboot echter aan de andere kant van de Zambezi… We konden dus niet echt bepalen waarom we nou zo moesten opschieten. Ik denk dat het een van de vele mysteries van Afrika zal blijven. Het is hier in ieder geval nooit saai, dat kan ik je verzekeren.

De veerbootovergang ging met behulp van onze bende vlot, maar we wisten dat het moeilijkste deel nog moest komen: de Zambiaanse kant van de grens. Normaal gesproken wanneer je een grens oversteekt, moet je slechts één gebouw in, je paspoort tonen, misschien wat info opschrijven en voilà, maar in Zambia doen ze het anders. Extreem anders.

Kellie

Als je ooit de Botswaanse-grens oversteekt naar Zambia met een auto, dan is dit de informatie die je nodig hebt om het een beetje makkelijker te maken. De eerste paar dingen zijn: uiteraard je paspoort, Kwacha (Zambiaans geld), Amerikaanse dollars en al het juiste papierwerk voor je auto (zie http://www.zambiatourism.com/self-drive/grensovergang). Als je het de dollars en kwacha’s regelt voordat je oversteekt kan dat je veel geld besparen, aangezien ze geen geldautomaat of wisselkantoor binnen het grensgebied hebben. Maar er is altijd een manier, en hier komen onze hulptroepen van pas. Vanuit Zambia komen zij met extra dollars en kwacha’s je te hulp. Allereerst moet je met USD je visum betalen (nogal vreemd, niet?!). Een enkele toegang kost 50 USD en dubbele 80 USD. Als je de Zimbabwaanse kant van Victoria Falls wilt bezoeken vanuit Zambia, is het zeker verstandig het dubbele entree visum te nemen.

Na het visum gingen we naar het volgende loket, en die was voor... tsja, dat weet ik eigenlijk nog steeds niet zo goed waar die voor was. We hebben onze papieren van de auto getoond, kregen een ander papiertje, moesten om het gebouw heen om aan de andere kant weer naar binnen te gaan (we konden vanaf daar het loket zien waar we eerder waren) en kregen nog een stempel op onze papieren van een man die tegelijkertijd gniffelend aan de telefoon zat. Daarna moesten we terug naar die eerste balie, de vrouw daar wilde onze auto nog controleren. Blijkbaar kwam het motornummer op onze eigendomspapieren niet overeen met het motornummer dat onder de motorkap stond, of in ieder geval niemand kon het vinden. Maar na lang zoeken vond ze het gelukkig wel prima, dus we konden door.

Als je in Zambia reist moet je dus ook reflecterende bumperstickers hebben. Rood aan de achterkant en wit aan de voorkant. Met alle macht proberen ze die voor de grens aan je te verkopen voor een best prijsje (200 pula voor een paar stickers!!). We hebben het de controleur vrouw niet gevraagd, maar volgens mij kan je gewoon bij de eerste winkel in Zambia stoppen en er daar een paar kopen. Bespaart je weer wat geld!

Vervolgens namen we alle papieren die we hadden verzameld mee naar een aangrenzend gebouw om een ​​CIP-nummer te krijgen, dat is een douane import vergunning. (Btw, stop niet met lezen hier, we komen uiteindelijk wel bij het leuke deel van Zambia!). We werden eerst naar een stoïcijnse kerel achter een bureau gestuurd, die een tijdje naar onze papieren keek en ons vervolgens verwees naar de vrouw aan het bureau naast hem. Zij ging gelukkig hard aan het werk en heeft al onze informatie verwerkt. Van haar kregen we het CIP nummer, weer een horde voorbij! Het volgende wat we moesten doen is weer naar een andere balie buiten om te betalen voor wat ze ons net heeft gegeven. . Mijn efficiënte Nederlandse hersenen waren al totaal in de war door deze manier van werken, en dit was de druppel. Mijn hersenen besloten vanaf dat moment te stoppen met dingen proberen te begrijpen.

We moesten ook nog koolstofbelasting betalen, 275 Kwacha, wat we met onze duurzame achtergrond nog wel konden waarderen. Vervolgens hebben we tolheffingen (48 USD) betaald, opnieuw alleen in USD! Oh btw, zelfs de ferry crossing kon niet in Pula (Botswaans geld) betaald worden en was 150 Kwacha. Na de tolheffingen gingen we naar een schattig, en in vergelijking met de rest, verlaten gebouwtje waar we voor een soort council fee moesten betalen. Hoewel niemand ons kon uitleggen waar die fee nou voor was! Dit was 30 Kwacha per persoon. Tenslotte konden we eindelijk de grens over en Zambia in!

Maar we waren nog niet klaar. Hoewel we al een verzekering hadden die ons in Zambia volledig dekte, moesten we in Zambia ook nog (dubbel op dus) een verzekering kopen die ons zou dekken voor incidenten met derden. Dit kostte ons weer 162 Kwacha, onze laatste uitgave. Of zo dachten we, omdat we nog steeds de mannen moesten terugbetalen die ons hielpen. Aangezien wij niet de juiste geldsoorten hadden, hadden zij alles voorgeschoten en moesten we ze terug betalen in Pula. Maar hoe konden ze geld aan ons verdienen zonder dit terug te vragen met een enorme winst. Wij adviseren om van te voren de precieze inkoop en verkoopkoers van al deze valuta’s uit te vinden, omdat zij gewoon voor de hoogste winst gaan. En nog een advies is om dit van te voren allemaal af te spreken, zodat ze je niet achteraf kunnen naaien. We wilden de man die ons het meest geholpen had apart betalen, maar ze wilden ongeveer 1000 pula meer dan wat wij hadden berekend, dus we hebben niet meer betaald dan dat! Het voelde dus niet alsof we erg welkom waren in Zambia, en ik kan je vertellen dat we er graag zo snel mogelijk weg wilden... 2,5 uur later en 330 euro armer... Wat dus 80 euro meer was dan we hadden berekend. Ik hoop echt dat hij dit geld zal verspreiden onder de hele groep die met ons meeliep.

Livingstone

Volgende stap! We hadden in onze planning er rekening mee gehouden dat dit wel eens een hele dag zou kunnen duren, maar het was gelukkig dus maar 2,5 uur! Dus toen waren we ineens om 12.00 uur in Livingstone! En nadat we ons op een welverdiende lunch hadden getrakteerd, hebben we ingecheckt in Jollyboy's Backpackers en de rest van de middag bij het zwembad gelegen! Jollyboy’s backpackers paste precies in ons straatje, ze maakten o.a. gebruik van zonnepanelen en recyclen zo veel mogelijk.

Lars aan het chillen op de rand van de Zambezi rivier. Een klein stukje verder stort deze rivier naar beneden bij Victoria Falls. Wij hebben hier lekker genoten van de zonsondergang.

De volgende dag gingen we naar Victoria Falls. Lonely planet had ons verteld dat deze maand nog een hele goede maand zou zijn. Echter, zodra we naar de grens reden, werden ons verteld dat de Zambiaanse kant al zo goed als opgedroogd was. Het was niet de moeite waard om 20 USD per persoon te betalen om binnen te komen. Dus dat deden we niet, en in plaats daarvan werden we door een zeer dronken, maar erg grappige Zambiaan naar de grensbrug geleid. Simon (zijn naam) vertelde ons alles wat hij wist over de watervallen en andere, meer irrelevante dingen, zoals hoe je voor je vrouw moet zorgen (zoals hij ervan uitgaat dat we getrouwd waren). Hij probeerde ons te overtuigen dat het geld dat wij hem gaven, naar zijn opleiding zou gaan... schijnbaar zien wij er naïef genoeg uit dat we dat geloven.

Lars en Simon, onze gezellige en zeer dronken begeleider naar de brug voor de dag!

De volgende dag gingen we nogmaals naar de watervallen, maar nu naar de kant van Zimbabwe. We waren met een groepje van 5 mensen vanuit Jollyboys; Marcela uit Nederland (neef van Marc, de Nederlandse visboer in Zambia van ‘Boer zoekt Vrouw’, sorry Marcela, moest het even benoemen!), Morgan uit Californië en Dave uit Virginia (hij was de leeftijd van mijn vader!). Zodra we het park binnenkwamen voelden we de koele wind van de watervallen. We stapten om een struikje heen en werden overweldigd door wat we toen zagen! Het is fantastisch en verbazingwekkend wat de natuur kan creëren, die enorme hoeveelheid water die neerstort! Het zag er prachtig uit! Elke uitkijk was een beetje anders en net zo mooi of nog mooier dan de vorige! Na een paar uur begonnen we toch een beetje honger te krijgen, dus zijn we naar het stadje Victoria Falls gegaan in Zimbabwe. Hier hebben we in een lokaal restaurantje traditioneel Afrikaans gegeten, en zoals het hoort met dit eten, aten we met onze handen! Vervolgens zijn we terug gegaan naar Jollyboys, en na een afkoelende duik in het zwembad hadden we wat biertjes gedronken om op de dag te proosten. Maar de dag was nog niet afgelopen, het was vrijdagavond! We ontmoetten twee Duitse vrijwilligers, een Zambiaanse en een jongeman uit Wales die allen op een basisschool in Livingstone werken. De jongen uit Wales, Brandon, overtuigde ons, Morgan en een groep van ongeveer twaalf Canadezen, om mee te gaan naar een lokale club. Deze club had een geweldige mix van toeristen en locals. En verdomd, wat kunnen die Afrikanen lekker dansen! Ken je die dancebattles in films waar mensen in een club een cirkel vormen om zo’n battle heen, nou dat is letterlijk wat er in deze club gebeurde. Het was geweldig om te zien!

Livingstone had het scherpe randje van ons welkom in Zambia weggenomen. En deze dag was het perfecte einde aan ons verblijf in Livingstone. De volgende ochtend waren we weer vroeg op (relatief gezien) en op weg naar Lusaka waar we Sue en Jeff van VisionZambia ontmoetten. Je kunt lezen over het geweldige werk wat zij doen in deze blog.

Vond je het leuk om deze blog te lezen? Of heb je nog vragen of opmerkingen, wees alsjeblieft brutaal genoeg om een ​​reactie te plaatsen hieronder!

De meiden die we ontmoet hadden in het hostel; Morgan en Marcela, en ik op de foto met de waterval en een prachtige regenboog op de achtergrond.

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 3 comments
De Natuurlijke Contrasten van Botswana

De Natuurlijke Contrasten van Botswana

De Natuurlijke Contrasten van Botswana

Van uitgestrekte woestijnen tot prachtige rivierbanken en indrukwekkende baobabs

Kellie

We zijn aangekomen in Zambia! Dit kostte ons ongeveer 2,5 uur en (zoals verwacht) aardig wat gedoe aan de grens, maar hier wijd ik meer over uit in de volgende blog. Laat me eerst even vertellen wat we hebben gedaan nadat we bij Sander het Tuli Block verlieten. De ochtend van ons vertrek hebben we afscheid genomen van dit geweldige gebied door een wilde klopjacht, of eigenlijk niet zo wild, want we volgden de sporen van de vele wilde honden in het gebied en volgens mij waren die ons gewoon in rondjes aan het leiden! We hebben ze dus niet gevonden, maar het was een goede ochtendwandeling. Daarna vertrokken we naar Palapye. We hadden besloten om hier even grote inkopen te doen, waaronder een goede, verschijnende lantaarn, en om onze gastank te vullen. Maar we zijn niet voor niks in Afrika, dus het ging allemaal niet zo gemakkelijk als je zou denken. We werden van de ene naar de andere plek gestuurd, de hele stad door en niemand had de juiste apparatuur om de tank te vullen. Tot (en ondertussen zijn we op dat punt belandt waarop we zeiden 'gelukkig voor ons') we er toch een hebben gevonden! Uiteindelijk hebben we besloten om in Palapye te blijven, in plaats van naar de volgende stad te rijden wat we oorspronkelijk van plan waren. En achteraf was dit wel leuk, omdat we in Camp Itumela verbleven, een plek waar Anouk en ik het drie jaar eerder heel erg naar ons zin hebben gehad.

Ons kampeerplekje op de open vlakte, met voor meer dan 30 kilometer alleen maar natuur om ons heen!

Centraal Kalahari

De volgende dag gingen we op weg naar Centraal Kalahari, een nationaal park zo groot als Denemarken en één uitgestrekte woestijn! En dus ook een lange rit, maar we arriveerden voor zonsondergang bij het entree stadje (lees, inieminie dorpje). Die nacht waren we lekker in ons tentje gekropen op een camping in de buurt van de ingang (met ‘in de buurt’ bedoel ik op twee uur afstand rijden over een zogenaamde “main off-road”). Maar twee uur later werden we ruig wakker geschud, letterlijk, omdat er ineens een enorme storm was komen aanwaaien! Het voelde alsof we zo opgelifd zouden worden in een orkaan naar het land van Oz! Nou ik denk niet dat we de snelheid waarmee we die tent hebben ingepakt nog een keer gaan halen deze reis, waarbij de gietende regen misschien wel de voornaamste motivatie was! Maar natuurlijk, zodra we lekker in de auto aan het opwarmen waren... ja, je raadt het al, toen was de storm voorbij ... Ach ja! Toen zijn we toch nog maar een paar uur naar ged gegaan, en de volgende ochtend zijn we vroeg wakker geworden voor onze trip naar Centraal Kalahari. Het resultaat van de storm was over de hele route zichtbaar; het was erg modderig en dus een perfect moment om onze 4x4 te proberen. In de Kalahari was dit nog een stapje erger. Hier kwamen we erachter dat als je de versnelling naar 4x4 zet, dat niet wil zeggen dat hij ook direct naar 4x4 gaat. Nee... Sisi neemt d’r tijd hoor! En dit hebben we op de moeilijke manier geleerd, namelijk nadat we vast kwamen te zitten in de modder! Maar door de auto gewoon in z’n achteruit te zetten en vervolgens volle bak gas weer vooruit te gaan, zijn we zo door de modder heen gereden. En dat zonder 4x4, want die ging pas aan nadat we er doorheen waren....!

Een uitgestrekte vlakte, vlak voor zonsondergang, de beste jaag omstandigheden voor een bat-eared (vleermuis-oren) vosje!

Helaas, hebben we dit gedeelte van de trip niet helemaal op het juiste moment gepland. We waren in de Kalahari tijdens het slechtste moment van het jaar, wat betekent dat de meeste dieren de woestijn hadden verlaten en naar gebieden met water waren gemigreerd. We zagen een Bat-eared vos in daglicht, wat authentiek is aangezien het een nachtzoogdier is. Maar de rest van ons verblijf draaide vooral om het leren kennen van de vaardigheden van de auto. En, zeker niet te vergeten, het feit dat we op een plek stonden in de wildernis op minstens 30 km afstand van welk ander persoon dan ook. Hier konden we genieten van de prachtige sterren en de geluiden van nachtdieren om ons heen.

Een olifant in Makgadikgadi National Park, met op de achtergrond een enorme kudde zebra's aan het drinken.

Makgadikgadi National Park

Voor onze volgende stop hadden we natuurlijk de mooiste route gekozen, namelijk recht door het Makgadikgadi National Park. We reden naar de andere kant van het park op een zandpad van nogal zacht zand (ja ik had wel een beetje stress dat we eventueel vast kwamen te zitten, stress is een suk minder als je zelf achter het stuur zit!). Deze route liep recht langs de rivier, en het was prachtig! Op een gegeven moment stopten we en zagen we een leeuwin. En op de achtergrond waren olifanten en zebra’s richting de rivier aan het lopen voor een dorstlessertje. En we hoorden, meer dan dat we zagen, de nijlpaarden bij de zogenaamde hippo-pool.

Jaren en jaren geleden zouden we hier onder water hebben gestaan. Nu is het helemaal opgedroogd en is er alleen een enorme uitgestrekte en prachtige zoutvlakte achter gebleven.

Nxai Pans - aka de Elephant photoshoot!

Die avond verbleven we bij Planet Baobab, een goede plek voor overlanding. Het werd omringd door verschillende grote, indrukwekkende baobabs. De volgende ochtend gingen we op weg naar de Nxai Pans, een uur rijden van waar we verbleven. Zoals gebruikelijk werden hadden we om 5.30 uur de wekker gezet, zodat we daar op tijd konden zijn; voordat de zon te warm werd voor de dieren (en ons) om zich te bewegen. Het begon als een nogal teleurstellende dag, de wegen waren echt shit (wat wel valt te verwachten, maar dat maakt het niet minder kut), en ze werden omringd door struiken waardoor we niks konden zien. We kwamen aan bij de zout pan en dat was wel erg mooi, maar het leek verlaten. Zelfs bij de enige drinkplek in de wijde omgeving zag we maar een paar springbokkies ... Was dit nou waarvoor we ons zo hadden gehaast die morgen?! Dus we besloten om nog wat verder rond te rijden, met in ons achterhoofd dat de brandstofmeter steeds verder richting leeg ging. Maar deze route zou volgens de kaart slechts 2 km zijn... Na het eerste bordje liet de wegwijzering het afweten en dus moesten we maar vertrouwen op de foto die we hadden gemaakt van de kaart bij de ingang... Maar blijkbaar was deze kaart niet erg accuraat, want een aantal splitsingen waren gewoon niet aangegeven! Uiteindelijk hebben we ongeveer 16 km gereden voordat we terugkwamen bij ons startpunt (wat overigens helemaal niet de bedoeling was). Tegen die tijd was het heel warm, hadden we de auto gekrast omdat we door een veels te nauw weggetje moesten, en waren we bezorgd dat de brandstof ons niet terug naar de camping zou krijgen. We waren er helemaal klaar voor om terug te gaan en het een dag te noemen. Maar voordat we dat deden, stopten we nog één keer bij de drinkplek. En wat een geluk dat we dat hebben gedaan! Eerst zagen we een kleine kudde zebras en gnoes naderen vanuit de verte, dus we wachtten. Toen zagen we twee olifanten in de zinderende hitte aan komen slenteren. En geloof het of niet, maar het werd daarna alleen maar beter en beter! Eerst werden de twee olifanten vergezeld door twee secretarisvogels, waarvan er 1 in het water viel. Deze vogels zijn van nature zeer elegant, maar deze plons en het gevecht met de modder wat hierop volgde was echt te grappig om te zien! Vervolgens kwam er vanuit de verte een hele kudde olifanten aan! Het laatste stukje deden ze rennend, zo blij en enthousiast waren ze om bij het water te komen. En eenmaal in het water spatten ze zichzelf en omstanders helemaal onder de modder! Veertien olifanten en een modderpool, het was de beste fotoshoot die ik ooit gezien heb. We bleven daar gedurende de hitte van de dag en gingen na een paar uur nog door naar de Baines Baobab.

Baines Baobab

Lars

De Baobabs zijn onze favoriete bomen in zuidelijk Afrika en er zijn veel legendes over het bijzondere uiterlijk van deze boom, voornamelijk over de dikke stam en de wortelachtige takken. Hier is één:

Lang, lang geleden, naast een klein meertje, ontsproot de allereerste baobab. Ze groeide gestadig, maar langzaam, zoals baobabs doen. Het duurde vele, vele jaren voordat ze volwassen was. Uiteindelijk was de baobab lang en groot genoeg om een aantal andere bomen eens goed te bekijken. Sommigen waren erg lang en slank, anderen hadden felgekleurde bloemen of mooie, grote bladeren. Op een dag was het windstil en kon de baobab haar eigen spiegelbeeld zien in het meer. Dit schokte haar tot in de puntjes van haar wortelharen: voor het eerst kon ze haar enorme dikke dikke romp zien, en haar schors die eruit zag als de rimpelige huid van een oude olifant. Bovendien had ze hele kleine bladeren en romige, witte bloemen. Zo duf en lelijk!

De baobab was natuurlijk boos en klaagde tegen de God van Evolutie. 'Waarom heb je me zo groot en dik gemaakt? Waarom niet slank, met grote en sappige vruchten?' Het geklaag van de baobab ging dag en nacht door, tot de Schepper er genoeg van had! Om de boom voor altijd de mond te snoeren, heeft God de baobab met wortel en al uit de grond gehaald en het ondersteboven herplant. Vanaf die dag kon de baobab niet meer haar eigen reflectie zien of zelfs maar klagen. En tot de dag van vandaag blijft het één van de meest iconische Afrikaanse bomen, met zijn wortels in de lucht.

Kellie op de foto met de Baines Baobabs. Wat een enorme en indrukwekkende bomen! Wij kunnen ons niet eens voorstellen hoe oud ze zijn.

De olifanten en de baobabs hadden onze dag gemaakt en we konden opgelucht weer terug naar Planet Baobab. De volgende morgen moesten we weer op pad, maar we hadden niet genoeg benzine om nog ver te komen. We hadden het de vorige dag maar net tot Planet Baobab gehaald. Dus we moesten een benzinestation vinden! Er was één dicht bij Planet Baobab, maar deze had geen brandstof meer. Hmm ... Wat nu? Blijkbaar gebeurt dit vrij vaak, want de lokale bevolking koopt benzine op voor dergelijke situaties en verkoopt het met winst. Dus, ik naar de dichtstbijzijnde stad en hier genoeg benzine gekocht om ons in Nata te krijgen, de volgende grote stad met wel drie (!) tankstations. En daarvandaan zijn we helemaal naar Kazungula gereden, waar we Zambia zouden binnengaan. Lees meer over dit avontuur in ons volgende blog, klik hier ...

Vond je het leuk om deze blog te lezen? Of heb je nog vragen of opmerkingen, ben dan vooral brutaal genoeg om een reactie te plaatsen in het onderstaande gedeelte!

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 2 comments
Zambia, a double-edged welcome

Zambia, a double-edged welcome

Zambia, a double-edged welcome

Voor de Nederlandse versies van de blogs - Klik Hier

Lars

Our next stop was the Botswana-Zambian border, Kazungula, where you take the ferry to Zambia. At arrival, we were immediately bombarded with local guys that wanted to help us with the crossing. We accepted one of them, but got the whole group. They were all waiting for us after we were cleared by Botswana immigration, waiving at us that we needed to hurry. Then they went ahead and ran in front of the car like a herd of pouncing antelope. The ferry however, was on the other side of the Zambezi, so we couldn’t really determine why we had to hurry! I guess it will remain one of the many mysteries in Africa. It is never boring here, I can assure you.

The ferry crossing went smoothly with the help of our troop, but we knew the hardest part was still to come: the Zambian side of the border. Normally when crossing a border you have to enter just one building, show your passport, maybe write down some info and voila, but in Zambia they do it different. Radically different.

Kellie

If you ever cross the Botswana border into Zambia with a car, this is the information you will need to make it a little easier. The first few things you will absolutely need to get your car and yourselves across the border into Zambia: Kwacha (Zambian money), US dollars and all the right paperwork for your car (see www.zambiatourism.com). If you have the currencies before crossing, it will save you a whole lot of money, because you can’t get them from an ATM or office within the border area. But there is always a way, as the troops are there with spare dollars and kwacha’s. First up, the visa can only be paid in USD (weird as fuck, I know), and for a single-entry costs 50 USD and double-entry 80 USD. If you want to visit Victoria falls on the Zimbabwe side when you are in Zambia, you should definitely get the double-entry, or lose money and time on it. Then we went to the next counter which was for… well I’m not entirely sure.. We showed our papers of the car; got another paper; had to go around the building; enter on the other side (we could see the counter we were before through the panel of this counter, it was in the same room) and got another stamp on our papers from a guy who was taking an, apparently very funny, phone call at the same time. After this we had to go back around to the first counter, the woman there wanted to check our car. Apparently, the engine number on our blue book, didn’t match the engine number it the car, or at least the one we could find. But everything else was fine, so we could pass through anyway. If you drive in Zambia, you need to have reflecting bumper stickers, red at the back white in the front. They try to sell those to you at the border for a huge price (200 pula). In our experience, she didn’t even check this and you should just stop at the first shop when you are in Zambia and find them there, saves you money!

(Btw, don’t stop reading here, we’ll eventually get to the fun part of Zambia!)

Then we took all of the papers we had collected with us to an adjoining building to get a CIP number, which is a Customs Importation Permit. First, we showed our papers at one desk after waiting a while, this guy looked at it and didn’t do anything else, but told us to go to the woman at the desk next to him. She filled in all of our information and gave us the CIP number. My efficient Dutch brain was already in overdrive, but this double-desk thing seemed even more useless than what we’d been through so far. The next thing she tells us, go to that counter outside to pay for what she just gave us… My brain decided to stop working.

So here we paid for carbon taxes, 275 Kwacha, with our environmental background we could appreciate this. Next up was paying the toll fees, which again, can only be paid in USD and was 48 USD for our car. Oh btw, even the ferry crossing could not be paid in Pula (Botswana money) and was 150 Kwacha. Anyway, after that we went to a cute, and compared to everything else, deserted building where we had to pay for some kind of Council fee, whatever that is, no one could explain! This was 30 Kwacha per person. Finally, we could pass the gate into Zambia. But we weren’t finished yet. Even though we had insurance that covered Zambia, by law you need to buy a Third-Party insurance in Zambia. And thus 162 Kwacha for a month was our final money leacher. Or so we thought, because we still had to pay back the guys that helped us. The only money we had was Pula, where would we have gotten Kwacha or USD? We didn’t try, but I suggest trying some banks in Kasane or Kazungula on the Botswana side and see if you’re lucky they have either one of that. For us, our helping man had paid for everything. We had to pay him back with Pula. But how would they make money from us if they didn’t get it back with a huge interest. So we advise you to find the exact buying rates for USD and Kwacha to Pula, because they will tell you whatever. And then discuss everything in advance, so the won’t take advantage of you. We wanted to pay the guy who helped us separately, but they wanted about a 1000 pula more than we had calculated, so we didn’t pay more. It did not feel like a very good welcome I can tell you, we were happy to get out of there… 2,5 hours later and 330 euro poorer… Which was 80 euro more than we had calculated. I really hope he will spread this money amongst the whole group that ran with us.

Livingstone

For that day we had taken into account the option that it could take a whole day, but it was only 2,5 hours! Now we arrived in Livingstone around noon. And after we treated ourselves on a beautiful and lekker lunch, we checked-in at Jollyboy’s Backpackers and relaxed at the pool the rest of the day! We loved Jollyboys, it is a backpackers right up our alley as they do recycling and use solar panels etc.

Lars chilling at the Zambezi River after our visit to the Zambian side of the falls.

The next day we went to see Victoria falls. Lonely planet had told us that this month would still be a very good month to go. However, as soon as we drove up to the border, we were told the Zambian side was all but dried up. It was not worth to pay the 20 USD per person to get in. So we didn’t and instead were taken by a very drunk, but very funny Zambian to cross the Zimbabwe border onto the bridge. Simon (his name) told us everything he knew about the falls and some other, more irrelevant stuff, like how to take care of your wife (as he assumed we were married). He tried to convince us the money we gave him would go to his education… sure..!

Our cute an drunk "guide" Simon, telling us about the falls, wanting to take pictures of us. But we don't trust him with the camera on a bridge!

The next day however, we went to the Zimbabwe side. Along with us, three other people from Jollyboys went; Marcela from The Netherlands (cousin of Marc, the Dutch fish farmer in Zambia from Boer zoekt Vrouw, sorry Marcela, had to mention it!), Morgan from California and Dave from Virginia (he was my dad’s age!). As soon as we entered the park, we felt the cool wind from the falls. Then we went around a corner and were undeniably overwhelmed by what we saw! It is amazing what nature can create, all that water crashing down!! It looked absolutely stunning and every lookout was a little different and as pretty or prettier than the one before! After a few hours we got hungry, so we went inside Victoria Falls town and had a local lunch, eaten the way it is supposed to be eaten, with our hands! Then we went back to Jollyboys, and after a good cooling down dive in the swimming pool, we had a few beers to toast the day. But the day wasn’t over yet, it was Friday night! We met two German volunteers, a Zambian and a Welsh guy who were working at a school in Livingstone. The Welsh guy convinced us, and a group of about twelve Canadians, to go to a local club. This club had a great mix of tourists and locals. And damn, those Africans can dance! You know those dance battles in movies where people form a circle around a dance off, well that’s what happened in this club. It was great entertainment!

Livingstone had taken the hard edge of our welcome in Zambia. And this day was the perfect ending to our stay in Livingstone. The next morning we were up early (considered) and on our way to Lusaka where we met with Sue and Jeff from VisionZambia. You can read about the amazing work they do in this blog,

Did you like reading this blog? Or do you have any questions or comments, please don’t be shy to give a comment in the section below.

Marcela, Morgan and Me! With a beautiful rainbow in the background.

Posted by bylifeconnected in Blog, 2 comments