reizen

Swakopmund – De karakteristieke overblijfselen van een koloniaal verleden.

Swakopmund - De karakteristieke overblijfselen van een koloniaal verleden.

Ons uitgebreide bezoek aan een "Afrikaanse" stad.

Normaal gesproken kunnen we een dag of twee in Afrikaanse steden blijven, waarna we blij zijn dat we weer op weg zijn naar een wilder gebied. Sommige van de Afrikaanse steden zijn gewoon te groot, met overal auto’s en zoveel mensen! Anderen zijn te klein en gewoon saai, zelfs geestdodend (zowel qua activiteiten als uiterlijk). In Swakopmund voelden we ons echter op ons gemak. Het is een eigenzinnige stad, op meer dan één manier, dat niet te groot is, maar voldoende mensen bevat om een ​​bioscoop, restaurants, winkels, etc. te faciliteren. Misschien wel het gekste aan Swakopmund is dat het is bezaaid met “oude” koloniale gebouwen in Duitse stijl; denk aan apres-ski in de woestijn en je hebt een goed idee hoe het er uit ziet. Het dingetje is echter dat het best past; zoals wanneer iets zo lelijk of misplaatst is dat het iets wordt dat je eigenlijk wel kunt waarderen. Dit komt waarschijnlijk omdat het klimaat in Swakopmund meer lijkt op een Duitse zomer dan welk Namibisch seizoen dan ook (maakt niet uit welke, allemaal hetzelfde). Wat het klimaat meer Duits maakt, is een dikke laag mist en “koude” winden die elke dag door de Antarctische oceaanstromingen Swakopmund in geblazen worden. De mist en de wind kunnen slechts een eindje het binnenland in geblazen worden, waar ze de strijd alweer verliezen van de hitte en de droogte. Dus slechts een paar kilometer landinwaarts van Swakopmund was het al flink heet met een blauwe lucht, raar he?!

Ja we lopen hier echt met truien aan in de woestijn!! Overdag!

Op de dag van onze aankomst in Swakop hadden we echt zin om iets te doen wat je alleen in een stad kunt doen. Kun je raden wat? Naar een bioscoop gaan! We parkeerden de auto op een camping aan de rand van de stad en na een warme douche liepen we richting de bioscoop terwijl we uiteraard Pokemon op onze telefoons speelden. We besloten om naar de nieuwe DC-film te gaan, Justice League. We betaalden voor de film en popcorn, toen we werden geconfronteerd met een duizelingwekkend scala aan smaken om op onze popcorn te strooien. Blijkbaar hebben Afrikanen meer nodig dan alleen zoet en zout (in Nederland word je als een rebel beschouwd als je zelfs zoet en zout mixt). Maar hier kun je kiezen voor chutney, zout en azijn, peper en kaas en ui (waarschijnlijk een paar vergeten). En alsof het kiezen van een smaak niet moeilijk genoeg is, moet je ook beslissen hoeveel je op je popcorn doet. Voor ons was het gewoon te veel keuze, dus we hebben de man achter de balie laten beslissen. Grote fout! De hoeveelheid kaas en ui die hij op de popcorn heeft gestrooid was gewoon te veel voor onze smaakpapillen!

Behalve de popcorn hadden we die avond nog niets gegeten en we hunkerden al een tijdje naar vis. Dus zijn we naar een Chinees restaurant gegaan… Niet het beste idee, want het was waarschijnlijk de minst smakelijke vis die ik ooit heb gegeten! In onze verdediging, de Chinees was naast de bioscoop, dus lekker makkelijk. De volgende dag besloten we echter om de Chinese ervaring goed te maken door naar een goed visrestaurant te gaan. We veranderden die dag van accommodatie naar een hele coole backpacker, genaamd Desert Sky Backpackers. De dame bij de receptie raadde ons aan om naar de Tug te gaan. Ik begreep niet echt waarom je je visrestaurant de Tug zou noemen, totdat we daar aankwamen. Blijkbaar is het restaurant gemaakt van een oud sleepschip. We hebben daar zo’n leuke avond gehad! Onze tafel stond naast het stuur van de kapitein, dus het voelde echt alsof we ons binnen een schip bevonden. Bovendien was de service goed, de locatie van het restaurant geweldig (aan het begin van een pier) en het eten was zelf beter. We hebben de seafood extravaganza (de werkelijke naam van het gerecht) genomen, die we hebben gedeeld. Na ongeveer drie maanden groenten en een beetje vlees gegeten te hebben, was dit precies wat we nodig hadden! Er lagen twee soorten vis op, calamares, big ass-garnalen en iets dat John Dory Goujons heette. Geweldig! Om het allemaal af te maken, had Kellie waarschijnlijk het beste dessert ooit; de chocolade fondant (weet je wel, met zo’n kern van gesmolten chocolade). In totaal kostte het eten ons slechts € 50, wat de ervaring alleen maar beter maakte! Terwijl we terugrolden naar de backpackers, kan ik zeggen dat we ons helemaal tevreden voelden.

De 5 nachten daarna verbleven we allemaal in de backpackers, wat voor ons een persoonlijk record moet zijn om gewillig in een accommodatie in een stad te verblijven gedurende een bepaalde periode tijdens het reizen. Applaus wordt gewaardeerd. Deze prestatie werd mogelijk gemaakt door onze volledig gevulde agenda; we hadden veel te doen op de computer, maakten een paar hele goede vrienden bij de backpackers, bezochten twee hoofdkantoren van geweldige projecten, maakten de auto schoon, serviced de auto, deden boodschappen en besloten een smak geld te besteden aan lokale activiteiten. Ik ga je niet vervelen met verhalen over auto/winkelen/laptop dingen, dus laten we gewoon snel doorspoelen naar de eerste activiteit waaraan we hebben deelgenomen: Tommy’s Living Desert Tour.

Het belangrijkste doel van deze tour is om een ​​groter begrip en respect voor de woestijn en zijn bewoners te krijgen door naar de Namib woestijn te gaan in een grote 4×4 uit de jaren 70 (ze rijden op dezelfde paden om de schade aan het milieu te minimaliseren). Tommy, onze gids, bleek een echte komiek te zijn en tegelijkertijd een gepassioneerde prater over de woestijn en al zijn mysteries. Hij leerde ons dat de woestijn een uiterst kwetsbaar ecosysteem is met dieren die ongelofelijk goed aangepast zijn aan de barre omstandigheden. Met zijn spoorzoeker vonden ze side-winding slangen die bewegen met een zijwaartse beweging dat het contact tussen het lichaam en het hete zand beperkt, een gehoornde adder die zichzelf vlak onder het zandoppervlak kan buikdansen, een web-footed gekko die doorschijnend is (konden zelfs enkele van zijn organen zien!) en als een gek kan graven, een Namibische zandspin dat de meest dodelijke spin ter wereld is en een namaqua-kameleon wat gewoon het beste wezen ooit is! Hoe cool is het om deze dieren in hun natuurlijke omgeving te kunnen zien! Het werd nog vetter toen we op de terugweg over enkele grote zandduinen hebben geracet die zich uitstrekten tot aan de oceaan. Hier zijn we weer de snelweg op gegaan om vervolgens terug te rijden naar Swakop. Geweldige ervaring!

De andere activiteit die we deden was kajakken op de oceaan! De belangrijkste attractie hier was een grote pelsrobbenkolonie bij Walvisbaai. Het vette van kajakken met pelsrobben is dat ze je niet als een bedreiging zien als je in of op het water zit (ze hebben kennelijk geen natuurlijke vijanden in het water), in tegenstelling tot het vasteland waar jakhalzen en bruine hyena’s proberen hun pups te doden. Die vrijheid maakt ze echt speels, enthousiast en leergierig waardoor we ze over hebben zien gooien met een dode vis en pelsrobben bijna in onze kajak zijn gesprongen! Zo leuk! Op de route naar de kolonie hebben we ook flamingo’s en jakhalzen gezien. We hadden niet het geluk om dolfijnen of walvissen te zien, maar who cares. Ik zei je toch dat Swakop cool is! Andere activiteiten die je kunt doen zijn parachutespringen, sandboarding op de duinen, racen op quads, rijden op kamelen (ja, kamelen), vis tripjes en waarschijnlijk nog veel meer.

Tussen alle leuke activiteiten door bezochten we ook de hoofdkwartieren van Save the Rhino Trust (die we in Palmwag hebben ontmoet) en Elephant Human Relation Aid (EHRA). Lees over onze ervaringen met hun hier en hier respectievelijk. Het grappige was dat een dag nadat we het hoofdkwartier van EHRA bezocht hebben, een groep vrijwilligers van hen in onze backpackers verbleven. Van die groep hebben we vooral vrienden gemaakt met Josh, ein German, die het geluk had om vrijwilligerswerk te kunnen doen bij verschillende NGO’s (zoals je misschien weet is vrijwilligerswerk niet gratis). Josh kende Tim al (een Nederlander, zoals wij) van eerdere bezoeken aan de backpackers. Tim woont praktisch in de Desert Sky Backpackers terwijl hij zijn masterscriptie (hij heeft geen haast) afmaakt over een Duitse genocide die plaatsvond aan het begin van de 20ste eeuw. Laten we zeggen dat de Duitsers eerst in Namibië hebben geoefend voor de wereld oorlogen. Als een echte historicus was hij echt een genot om naar te luisteren! Op een avond kreeg dezelfde Tim het geweldige idee om de meest chique hotels in Swakop af te gaan voor wat Duitse biertjes. Naast bier was zijn interesse in die gebouwen hun koloniale verleden (één hotel is zelfs door de Duitsers als hoofdkwartier gebruikt tijdens de genocide). Natuurlijk kon iedereen zien dat wij niet in deze chique hotels thuishoorden, dus het was onze strategie om zo geraffineerd mogelijk te handelen. Het was onze overtuiging dat dit de enige manier was om die lekkere Duitse biertjes in handen te krijgen. Voor elk hotel dat we binnengingen, moesten we serieus kijken en rechten we onze ruggen zodat we als undercoveragenten binnen liepen. Het zorgde ervoor dat elk bier smaakte als een overwinning!

Na een paar hotels (we zijn erin geslaagd ze allemaal met succes te infiltreren) belandden we bij het afscheidsdiner van de EHRA-vrijwilligersgroep. Na ongeveer twee weken in het veld met EHRA vertrekken de meesten weer naar huis (behalve Josh). We waren niet echt uitgenodigd voor het diner, maar we hadden ervaring met diep undercover te infiltreren, dus niemand zou het toch opmerken. Gelukkig (kende we de baas al) accepteerde iedereen ons en we hebben een geweldige tijd gehad met alle vrijwilligers (vis en bier waren ook lekker!)! Na het eten gingen we naar een bar/club waarvan ik de naam ben vergeten. Het was een van die plaatsen waar niemand danst, maar de muziek heel luid is (vreemd concept). We hebben veel gebept met ze allen, wat ik de volgende dag betreurde, en wat shotjes heb genomen, waar ik al na een seconde spijt van had, maar over het algemeen was het een goede nacht =). O ja, en we zijn nog naar de KFC geweest waar ik een koude kipburger heb gegeten (kon de kracht niet vinden om erover te klagen, dus ik heb het in stilte opgegeten).

De volgende ochtend waren we een paar vrienden rijker. ‘S Middags kwamen we erachter dat er een festivalletje plaatsvond in de buurt van onze vorige camping. We besloten samen met Tim en Josh een kijkje te nemen, maar we zijn er nooit achter gekomen waar het allemaal om draaide. Iets met fietsen en witte mensen. Het punt dat ik wil maken is dat we op de terugweg naar de backpackers vissers tegenkwamen die hun vis aan het schoonmaken waren voordat ze deze aan winkels door zouden verkopen. Ik herinner me dat er een lampje in mijn hoofd oplichtte. Ik ben, wat leek op de baas, opgestapt (een blanke gast, sorry dit is hoe het vaak gaat daar). Hij bood me minstens een meter lange snoek aan (onthoofd en schoongemaakt) voor 100 Namibische dollar (ongeveer € 6!). I was like “what”? Dat wil ik wel! We kregen zelfs een braai-recept gratis. Trots, liepen we terug naar de backpackers waar we ons voorbereidden op de avondbraai. We marineerden de vis eerst in een citroen en peterselie-mayonaise en begonnen met het bouwen van een vuur. De vis werd gecomplementeerd met twee smakelijke en kleurrijke salades. Dat moment waarop we de vis op de braai legden was magisch en het proeven was nog beter!

Tegelijkertijd met ons waren vijf Zuid-Koreanen ook aan het “braaien”. In plaats van te wachten tot het hout in hete kolen veranderd was (zodat je gewoon je vlees op de grill kunt leggen), deden ze aluminiumfolie over het open vuur, bedekten het met olie en begonnen hun vlees te bakken. Dit werkte waarschijnlijk niet echt zoals ze het voorzagen hadden (met al dat extra vet van het vlees), want de olie op de folie ving een paar keer vlam. Ik kan je vertellen dat het best grappig is om vijf Zuid-Koreanen te zien proberen een vuur in paniek te doven om hun maaltijd te beschermen! Ze hadden echter genoeg vlees (ik denk echt dat ze een half varken hebben gegeten of verbrand), dus het maakte niet echt uit voor hen.

Aan het einde van onze maaltijd kregen we gezelschap van een vreemde, en al dronken, Namibische man (waarschijnlijk in de veertig en een beetje sjofel type). Hij had een nog vreemder verzoek; hij vroeg of een van ons hem voor wat drank naar de plaatselijke shebeen (slijterij) kon brengen, omdat hij te dronken was om te rijden. Eerst waren we zo, mmwwaahh … Niet echt. Maar toen we klaar waren met eten heb ik hem meegenomen, met zijn auto. Hij had een handmatige Toyota, wat normaal geen probleem zou zijn, maar we waren in een voormalige Britse kolonie dus het stuur zat aan de verkeerde kant. Dit betekende dat ik ook met mijn linkerhand moest schakelen, wat even wennen was. Tijdens het rijden vertelde hij me te veel over zijn werk (het verkopen en onderhouden van airconditioners, voornamelijk in de mijnbouw), auto, vrouw, kinderen, drugs, enz. Bied me zelfs een rondleiding door Swakopmund aan. Ik moest wel rijden. Heb ik maar vriendelijk afgewezen. Toen we bij de shebeen aankwam, raadde hij me aan om met niemand te praten en niemand aan te raken. Okeee…Ik vond dat de meeste mensen er vriendelijk uit zagen, dus volgens mij probeerde hij een beetje stoer te doen. Maar voor de zekerheid hield ik mij toch maar gedeisd. Dit kwam vooral omdat de shebeen er niet echt uitnodigend uitzag, de slijterijen in Afrika lijken veel op banken in Europa; de drank, het geld en de werknemers worden gescheiden van de dronkaards door een dikke metalen tralies. Gelukkig stonden we snel weer buiten, hij met zijn alcohol, zodat we snel terug konden naar de backpackers.

De rest van de avond hebben we gepraat rond het kampvuur. De Namibische man praatte duidelijk het meest en maakte de ene na de andere aanstootgevende grap. Vanwege hem verlieten Kellie, Tim en Josh al snel het kampvuur, waarna hij me enkele van de meest obscene foto’s en filmpjes liet zien die ik ooit heb gezien. Zal niet in detail gaan, het was gewoon niet oke. Gelukkig merkte hij dat ik het niet leuk vond en besloot hij naar bed te gaan. Kellie en ik volgden zijn voorbeeld kort daarna, we waren van plan Swakopmund de volgende ochtend te verlaten. Tim en Josh gingen echter nog op stap met een paar Amerikanen wat (ze vertelden ons er ‘s morgens alles over) niet echt een succes was. Een van de Amerikaanse meisjes had blijkbaar een mentale instorting. Volgens hun verhaal ‘ontsnapte’ het meisje zonder een sleutel van de backpackers (3 uur ‘s nachts of zo = niet veilig), dus besloten ze haar achterna te rennen, haar terug te brengen en haar te kalmeren. Dat heeft hen de hele nacht geduurd! Volgens Josh en Tim riep ze dingen over bezeten te zijn en zo. Wij hebben gelukkig overal doorheen geslapen ?. Na dat verhaal en onze morgen thee, hebben we Josh en Tim bedankt voor de mooie tijd in Swakop en zijn we in de richting van de woestijn en Sossuvlei gereden. Terug naar de warmte en meer avonturen! Lees over het surrealistische Sossusvlei in onze volgende blog!

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 1 comment

Kaokoveld – Een weg naar een andere wereld

Kaokoveld - Een weg naar een andere wereld

Lars

Stilte … Niet het geluid van auto’s in de verte, geen gezang van vogels, zelfs geen vleugje wind. Volledige stilte… En het kan echt oorverdovend zijn. We bevinden ons op de top van een bergpas, liggend in onze daktent met alles open. Lekker diep in onze warme slaapzakken gekropen liggen we met grote ogen te kijken naar de hemel. Boven ons was het heelal te zien in volle glorie met de Melkweg die zich uitstrekte van de ene kant van de horizon naar de andere. Wat een nacht, wat een plek!

Ons schitterende uitzicht op de bergtop!

Drie dagen eerder betraden we de Kaokoveld regio, wat in het noordwesten van Namibië ligt. Het is zogenaamd één van de weinige echt overgebleven wildernissen in zuidelijk Afrika en we zagen ernaar uit om dit te testen! Het gebied staat bekend om zijn ruige terrein en wegen, de prachtige landschappen en de lokale stam genaamd de Himba. Je hebt ze waarschijnlijk op de televisie of in een tijdschrift gezien. De Himba, vooral de vrouwen, houden nog vast aan hun tradities door zich te kleden zoals ze hebben gedaan voor wie weet hoe lang. Met dit constant warme weer is het niet gek om te zien dat de Himba-vrouwen leven in een vrij naakte toestand; hun borsten kunnen vrij genieten van de natuur (geen doek om zwaartekracht tegen te gaan), net als de rest van hun lichaam, behalve (gelukkig) hun privédelen rond het kruis. Om hun eigenschappen te accentueren en zich te beschermen tegen de zon, bedekken ze zichzelf met oker, wat hun huid een prachtige donkerrode kleur geeft.

Twee Himba vrouwen en Kellie!

De niet-officiële hoofdstad van de Himba is Opuwo. De stad in rijdend voelden het alsof we een Star Wars-film binnenstapte. Naast de Himba noemen ook de Herero de Kaokoveld hun thuis. Bijna om te compenseren voor de kleding die de Himba missen, dragen de Herero-vrouwen juist lange jurken in elke denkbare felle kleur (zoals felroze of fluorescerend groen) en ze eindigen hun stijl met een hoed die zelfs onze voormalige koningin Beatrix erg jaloers zou maken. De hoeden hebben twee opvallende kenmerken: ten eerste lijken ze altijd bij de jurk te passen en ten tweede beschermen ze de drager tegen de brandende zon met een zeer interessante top die de vorm heeft van een driehoek. Kun je je dat voorstellen? En stel je nu voor dat al deze mooie mensen naast elkaar leven in een kleine stad in het midden van een woestijnwereld. Dat begint wel op Star Wars te lijken, hé? Heel cool!!

Het grappige is dat wanneer je in Opuwo aankomt, je niet echt de tijd hebt om je aan te passen aan deze culturen. De reden voor ons bezoek aan deze stad was gedeeltelijk om ons voor te bereiden op de aanstaande reis naar de wildernis van Kaokoveld; we moesten de auto van brandstof voorzien en genoeg proviand inslaan om ons minstens vijf dagen te voeden. En het eerste wat we deden was een bezoek aan het tankstation, waar we meteen werden gebombardeerd door Himba-dames. Nu moet je weten dat ik heel loyaal ben aan Kellie en ik denk dat het zeer respectloos is om naar de “Tha-Thas!” Van een vrouw te kijken, maar… als ze vlak voor je staan ​​om je hun goodies aan te bieden (hier bedoel ik natuurlijk de souvenirs ?), dan is het heel moeilijk om niet te kijken. Gelukkig voor mij, was Kellie het hier helemaal mee eens.

Ook al moesten we er even aan wennen en misschien komt het over alsof we de gek met ze steken. Ons gevoel was juist het tegeonvergestelde; het was duidelijk hoe trots deze vrouwen zijn op hun afkomst, en je kunt niets anders doen dan dat enorm respecteren. Het is verbazingwekkend hoeveel royalty ze uitstralen en ik voelde iets wat leek op plaatsvervangende trots voor hen!

Een echte en prachtige Afrikaanse zonsondergang.

De andere reden waarom we in Opuwo waren, is omdat we een organisatie wilden bezoeken die lokale gemeenschappen ondersteunt bij het opzetten van een zogenaamde Conservancy. Deze organisatie heet Integrated Rural Development and Nature Conservation (kortweg, IRDNC). Lees meer over IRDNC en ons bezoek op de projectenpagina (nog niet gepubliceerd).

De volgende ochtend vertrokken we naar Kaokoveld. Nu eindigde ons vorige blog met het fixen van onze schokdempers nadat ze in Etosha NP kapot waren gegaan (lees er hier meer over). En hoewel we nieuwe schokken erop hadden laten zetten, hadden we nog niet echt de kans gehad om ze grondig te testen. Met de reputatie van Kaokoveld, en de kennis dat het een paar weken geleden had geregend en het dus modderig zou kunnen zijn in de rivierbeddingen die we moesten oversteken, waren we toch een beetje zenuwachtig of we het wel zouden halen (zelfs als we de oude schokdempers nog hadden gehad!). Wat niet hielp was dat we een kerel tegenkwamen die vast was komen te zitten in de modder (kostte hem 5 uur om zijn camper eruit te trekken!). En ik had een 4×4-auto gezien, zoals de onze, die terug naar de beschaving werd gesleept toen we Opuwo inreden (heb Kellie dit destijds niet verteld). (Red. oftewel, Kellie: Dit is de eerste keer dat ik erover hoor/lees!). Toch besloten we maar te gaan, want er is maar één manier om erachter te komen of je hebt wat nodig is, nietwaar?

Ons doel was om in ieder geval twee punten op de kaart met de naam Orumpembe en Puros te bezoeken. Dit waren twee van de maar een handvol aantal plaatsen waar mensen woonden in de Kaokoveld. Onze interesse in deze plaatsen was dat ze beide de ‘hoofdsteden’ waren van Orumpembe en Puros Conservancy. We wilden weten of de lokale bevolking baat heeft bij het opzetten van een Conservancy, hoe ze het doen, welke middelen ze gebruiken en of ze die bronnen duurzaam gebruiken. We hebben al een Conservancy bezocht (Mayuni genaamd, lees er hier over) in de Zambezi (voormalig Caprivi) regio, die verrassend goed werkte. Het zou interessant zijn om te zien of het net zo goed werkt in andere gebieden.

De eerste nacht wilden we slapen op een camping ongeveer 15 kilometer ten noorden van Orumpembe. We moesten die dag ongeveer 150 kilometer rijden om het te bereiken. Klinkt niet zo heel veel, toch? Het kostte ons de hele dag om deze camping te bereiken. Het eerste deel van de weg vanuit Opuwo was nog redelijk, relatief gezien. We hebben in het eerste uur a anderhalf uur ongeveer 40 kilometer gereden. Daarna werd de weg smaller, rotsiger en heuvelachtiger (inclusief rivierbeddingen die gelukkig droog waren). Ik kan me niet voorstellen dat we gemiddeld sneller dan 20 kilometer per uur reden. We verveelden ons echter geen seconde, want het landschap was spectaculair (zoals Nieuw-Zeeland spectaculair, maar dan droog)! En langzaamaan, hoe verder we reden, begon het landschap te veranderen; de bomen en struiken verdwenen, het werd steeds droger, de bergen werden hoger en valleien vlakker. Voor ons betekende dit dat, hoe dichter we bij onze camping kwamen, hoe meer we moesten stoppen om van het landschap te genieten en wat foto’s te maken. Dit heeft waarschijnlijk nogal bijgedragen aan het feit dat we bijna een hele dag deden over 150 km .

Met ongeveer 10 kilometer te gaan zagen we iets vreemds in de verte. Het leek op het stofspoor van een auto, maar dan enorm. Op een gegeven moment schreeuwde Kellie: “het is een zandstorm!” Nu is dit natuurlijk heel gaaf, maar volgens onze GPS leek de zandstorm precies te zijn op de locatie van onze camping! We reden toch verder, want we konden altijd ergens in het wild kamperen als dat nodig was. De zandstorm had een oranje kleur in Namibische woestijnstijl en toen we dichterbij kwamen, zagen we dat de sterke westelijke westenwinden het zand opraapten dat op een grote vlakte lag. Gelukkig voor ons merkten we nu dat onze camping net achter de zandstorm lag, aan de andere kant van een heuvel. We moesten er echter wel doorheen om er te komen. Vlak voordat we de storm binnengingen, sloten we alle ramen. Van een afstand zag de storm er veel indrukwekkender uit dan dat hij was, en we passeerden de zandvlakte ongeschonden.

De machtig mooie mini zandstorm!

We hadden die avond een heerlijke braai inclusief portobello’s met geitenkaas, zoete aardappelen en geroosterde maïs. Een lokale hond moet ons feestje hebben geroken, want hij legde een bezoekje af op zoek naar de restjes. Hij zag er uitgehongerd uit en Kellie gaf hem wat brood, een blikje zalm en veel water. Ik denk dat ze vrienden voor het leven heeft gemaakt! (Red. Een van de liefste honden die we gezien hebben!).

Het uitzicht op de bergachtige zonsondergang, vanaf de camping!

De volgende ochtend hebben we een gesprek met een jongeman genaamd Exit (supervette nickname!), van de Conservancy (lees hier meer over, nog niet gepubliceerd) en daarna vertrokken we naar de volgende bestemming, Puros. We hebben gemerkt dat je in Kaokoveld altijd twee opties hebt om ergens te komen: door de rivierbedding of ernaast. Deze tracks zijn vaak om de paar kilometer verbonden, wat betekent dat we op elk moment uit de rivierbedding konden komen als de rivierbedding moeilijk berijdbaar werd. Zoals voorheen, voelden we ons vol zelfvertrouwen door de Tracks4Africa app die elke kleine track met enorme nauwkeurigheid liet zien! Dus besloten we om het gewoon maar eens te proberen! We lieten de banden leeglopen en reden de rivier in. Wat een geweldige beslissing! We hebben de hele dag lang gereden door een droge maar groene rivierbedding met aan beide kanten prachtige bergen. We vonden oryx, struisvogels, giraffen en… een ezel ?! Van een afstand leek het erop dat de ezel vreemd liep, maar toen we dichterbij kwamen, zagen we dat de voorpoten vastzaten aan een touw. Wie doet zoiets?! We stopten om het nader te bekijken. Het touw had zijn huid al helemaal open gebrand, en de ezel worstelde duidelijk om zich te verplaatsen. We hebben besloten er iets aan te doen. We probeerden eerst het vertrouwen van de ezel te winnen door het brood te geven, maar daar wilde het niets van weten. Misschien wat water dan? Nee, ook geen interesse. Hij huppelde nog steeds van ons weg. De ezel liet ons geen keus en we hebben hem uiteindelijk in een hoek gedreven. Op een heuvelrug langs de rivierbedding sparren we met de ezel; we probeerden dichterbij te komen, de ezel draaide zich om, om naar ons te schoppen en we moesten terugtrekken. Dit duurde ongeveer 10 minuten totdat de ezel zich uiteindelijk overgaf en stilstond. Ik praatte tegen hem met mijn kalmerende stem om hem kalm te houden (red. yeah right), terwijl Kellie het touw doorknipte. En dat is gelukt! Zonder touw liep de ezel weg alsof er niets was gebeurd.

Niet lang daarna verlieten we de rivierbedding en gingen we een bergpas op. Het plan was om de berg aan de andere kant af te dalen naar de volgende rivierbedding. Toen we de top van de pas bereikten, besloten we echter om daar te stoppen en kamp op te zetten op het hoogste punt; het uitzicht was gewoon te mooi om zomaar door te rijden. De wind echter, was meedogenloos daarboven en voor ongeveer drie uur zaten we gewoon in de windschaduw van de auto. Uiteindelijk beklommen we een berg zodat we uitzicht hadden op de ondergaande zon, en wachtten maar…

Met het vallen van de zon achter de bergen hield ook de wind gestadig op tot het ineens windstil was. In het begin is dat best wel zenuwslopend (vooral in de duisternis), alsof er op elk moment iets naar je toe kan springen. Maar je went snel en het is heel bijzonder! Die nacht zetten we een alarm om 2.30 uur (we waren er zeker van dat de maan dan verdwenen zou zijn) om te kunnen genieten van de hopelijk mooie nachtelijke hemel en toen we wakker werden, waren de sterren schitterend! We hebben die nacht genoten (en verder niet meer zo veel geslapen!).

Om een ​​idee te krijgen van hoe verlaten deze plek is. Het Kaokoveld is ongeveer 45 duizend vierkante kilometer (Nederland is ongeveer 41 duizend vierkante kilometer) en er wonen maar een paar duizend mensen (Opuwo uitgesloten). We kwamen in twee dagen geen enkele andere auto tegen. Ik denk dat het heel bijzonder is dat zulke plaatsen nog steeds bestaan, en we zouden het zo veel mogelijk moeten koesteren. Sommigen van jullie zullen misschien denken dat het gevaarlijk is om in zo’n uitgestorven gebied te reizen; wat als de auto stuk gaat!? Als het noodlot toeslaat en we vast komen te zitten of er gaat iets kapot, dan kunnen we altijd nog een weekje bij de Himba’s verblijven totdat iemand ons red!

Niks dergelijks is natuurlijk gebeurd, want Sisi kon alles aan wat Kaokoveld te bieden had. En met deze toename van ons zelfvertrouwen reden we een paar uur na zonsopgang de andere kant van de berg af, nadat we de banden weer wat harder hadden gemaakt. Toen we de volgende vallei naderden, reden we rond een deel van de berg en zagen ineens de volgende rivierbedding in de verte. Absoluut prachtig! Het leek een stuk van de Sahara met een rivieroaseoase (inclusief palmbomen), maar dan met oranje zand en tussen twee bergen in. De vegetatie was verrassend groen, en we hadden de hele vallei voor onszelf. Nou ja, naast de paar giraffes en oryx natuurlijk!

Net na de lunch kwamen we aan in Puros en hebben we ons kamp opgezet, de auto opgeruimd (het stof verzamelde zich) en een kort gesprek gehad met een man van de Puros Conservancy. We hebben nog even gerelaxed in de hangmat en een lekkere braaimaaltijd gemaakt, en de volgende ochtend trokken we door naar de volgende plek, door alweer een ander soort landschap. De volgende en laatste bestemming in de Kaokoveld was de warmwaterbron Ongongo, een natuurlijke bron die naar beneden stroomt als een waterval. Heerlijk!! Hier hebben we gekampeerd en nog wat ontspannen (Lars door met de camera te spelen). Helaas hadden we in onze tijd in de Kaokoveld alleen een heleboel tracks en stront gevonden, maar niet de befaamde woestijn olifanten. Maar, niet getreurd! Ze hangen ook rond in het volgende gebied waar we naartoe gaan; Damaraland. Je kunt hierover meer lezen in onze volgende blog!

Lars playing around with the camera, making pictures of the weavers above the pool!

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 2 comments

Etosha Nationaal Park – De woestijn van Eden

Etosha Nationaal Park - De woestijn van Eden

Een enorme hoeveelheid wilde dieren in een extreem droog en prachtig landschap

Twee dagen, 2200 Namibische dollar (± € 130), twee nieuwe schokdempers en 650 km later, en we zijn terug bij de westelijke poort van Etosha National Park. Dit is de plek waar we vertrokken met een dansende auto... Wanneer je auto na elke kleine hobbel een dansje pleegt, dan weet je dat er iets niet klopt! Dit is wat er was gebeurd: we moesten de slechtste weg in de menselijke geschiedenis berijden om van de ene naar de andere kant van het park te komen. Oke, misschien is dat een heel klein beetje overdreven, maar het was zeker wel de slechtste doorgaande weg die wij ooit bereden hebben!! Ik zal even een plaatje voor je schetsen. Stel je die kleine "vertragende" hobbels voor die ze soms op wegen plaatsen in Nederland (zoals op de Westerlandweg), van die hele korte waarvoor je eigenlijk niet zoveel hoeft af te remmen (80 km/u is perfect!). Stel je nu ongeveer duizend van die hobbels achter elkaar voor, en dat voor zo’n 40 km lang. VERSCHRIKKELIJK!! Ze noemen het hier corrogation, in het Nederlands zal het wel corrogatie zijn, maar het is een woord wat ik nooit kende! En afhankelijk van hoe snel je rijdt, blijf je er een beetje bovenop, wat betekent dat je geen controle hebt over waar je heen gaat, omdat er geen wrijving is met de weg. Of, de andere optie, je rijdt heel langzaam en voel e-l-k-e hobbel. We hebben eerst de eerste optie geprobeerd, met een snelheid van ongeveer 40 km/u, en een waanzinnige focus op de weg om zeker te weten dat ik niet overstuurde. En toen sloeg het noodlot toe en was er een net wat grotere hobbel, we hoorden een grote PANG, de achterkant van de auto gleed weg en we eindigden bijna zijwaarts op de weg. Gelukkig is 40 km/u nog steeds vrij traag en was er dus niks ernstigs gebeurd. Of nou ja, behalve dan dat geluid dat we gehoord hadden. En dus stopten we, keken rond of er leeuwen waren en stapten uit om de auto te controleren.

Oh wacht even, we moesten dus eerst rond kijken voor leeuwen, want deze weg bevond zich in Etosha National Park. Even ter zijde, dit is een park dat bekend staat om zijn goede wegen... WAT?! Nou, in ieder geval niet degene die naar het westen gaat, dat is zeker. Hoe dan ook, onder de auto kijkend, zagen we olie over de achterbodem en de banden druipen en ook een beetje rook. Aangezien we nog steeds niks van auto weten, hadden we dus ook geen flauw idee wat er aan de hand was. Misschien was het de benzinetank die een gat had? Of ergens anders een gat... Geen idee?! Toevallig kwam er net een grote vrachtwagen aanrijden en de jongens waren zo lief om even uit te stappen en een kijkje met ons te nemen. Ik moet zeggen dat ze zich veel meer zorgen maakten over de mogelijke leeuwen in de buurt, maar dat terzijde. Ze bekeken de olie, maar waren ook niet helemaal zeker wat er gebeurd was. Het rook niet als benzine en ook niet als de motor olie. De motor leek verder gewoon nog te werken. We controleerden alle oliën en de remvloeistof, en ook  of de benzine lekte. Het leek het allemaal niet te zijn, dus besloten we dat we maar gewoon heel langzaam verder zouden rijden, in de hoop dat we het volgende kamp haalden voor het donker was. Ons oorspronkelijke plan was om het park te verlaten, maar dit plan hadden we al snel aan de kant gegooid toen we hoorden dat de volgende 40 km de weg precies hetzelfde zou zijn. En om onze auto niet verder kapot te maken, konden we dus maar tussen de 15 en 20 km/u rijden! Nu denk je, dat is toch zo erg nog niet als je in een wildreservaat zit, toch? Beetje diertjes kijken? Maar dit gebied is mega droog en dus zijn er eigenlijk alleen dieren te vinden rondom de waterholes. En, helaas helaas, waren er langs dit hele stuk weg geen waterholes te vinden, en dus ook geen dieren... alleen maar die eindeloze hobbels zonder enige verlichting. En toen ging opeens ook nog een lampje aan... ABS ... Wat betekent dat nou weer?! (Zoals ik al zei, we weten echt helemaal niks van auto’s). Maar we zijn wel een beetje voorbereid, of nou ja, Lars was; hij had een overlanding boek gekocht met allerlei informatie over auto’s en wegen etc. Ik kon wel iets vinden over een ABS, maar niet precies wat het nou was, iets met de remmen. Wat ik wel vond, is dat we in principe gewoon konden doorrijden ook al stond het lampje aan. Nou, dat is alles wat we hoefden te weten toch! Later werkte Lars zijn hersens weer, en hij herinnerde zich dat het staat voor Automatic Brake System, wat dat dan ook is!

Na de langste, korte rit van ons leven zijn we eindelijk aangekomen in het kamp, genaamd Olifantrus (ik zal je de nare details besparen van waarom het zo genoemd werd). Toen we het kamp binnenkwamen, was er één enkele hobbel en hier realiseerden we ons dat het kapotte ding hoogstwaarschijnlijk de schokdempers waren, want onze auto danste na gezellig na aan de andere kant van de hobbel. Lars ging onze buren vragen, degenen met een mooie, camperachtige overlanding-auto, om te zien of ze misschien wat meer wisten. Dit bleek een fantastisch Nederlands stel te zijn, die ons zo uit ons slechte humeur wisten te halen. Marco (zelfs voor een Nederlander een lange vent) kwam kijken en bevestigde onze verdenking dat een van de schokdempers kapot was. Deze schokdemper was nog geen twee maanden oud, kun je nagaan! Maar, zoals altijd kijken we met een positieve blik naar een vervelend iets, en deze keer was het het feit dat we dus verplicht moesten stoppen in dit kamp. Allereerst was er een prachtige waterput met een schuilplaats ernaast, dus we zagen die avond veel uilen en drinkende zwarte neushoorns. Ten tweede hebben we dus Yvonne en Marco leren kennen. Ze zijn al zes jaar aan het reizen!! Wat een geweldige manier van leven, eentje die vooral ondersteund wordt door de huur die ze va AirBnB ontvangen van hun huis in Amsterdam. Zij zijn absoluut diehard overlanders en wij kunnen veel van ze leren. Niet alleen over het reizen, maar ook als we ons project willen starten, aangezien zij ondertussen een enorme hoeveelheid ervaring hebben! We hebben veel verhalen gehoord en als je wilt weten wat ze doen, kun je hun facebook vinden (dutch M.Y. live). Ze zijn bijvoorbeeld ook naar Kafue NP geweest en Yvonne vertelde ons dat wanneer we ons project starten, ze het leuk zouden vinden ons te bezoeken om een beetje te helpen!

De waterpoel bij Olifantrus kamp had een uitkijkpunt direct op waterniveau, achter glas. Heel cool om een neushoorn van zo dichtbij te zien!

Terug naar het verhaal. Als je tot nu toe onze blogs hebt gelezen, heb je misschien gemerkt dat er normaal gesproken altijd iets goeds gebeurt na iets slechts. Behalve dan onze ontmoeting met Yvonne en Marco (die dus erg goed was en na het ‘incident’), was het deze keer juist andersom. Er waren veel verbazingwekkende dingen gebeurd in Etosha National Park (en zelfs voor we het NP binnen gingen), en dit was allemaal dus vóór het auto-incident. Maar wacht even, laten ik even bij het begin beginnen. En deze keer is het begin niet echt in een game reserve. In plaats daarvan (vóór Etosha), gingen we naar een gebied waar we konden wandelen, genaamd het Waterbergplateau. Het was tijd om onze benen weer eens te gebruiken, net als in de heuvels van Tsodilo (lees hier meer). We besloten om daar twee nachten te blijven en de eerste ochtend sliepen we uit (wat betekent om 7.30 uur wakker worden) en namen rustig de tijd voordat we eindelijk de berg beklommen. Het was een redelijk korte, maar mooie wandeling, maar omdat we dus een beetje laat waren, besloten we al snel om weer terug te gaan naar het zwembad en af ​​te koelen! ‘s Middags hadden we gepland om mee te gaan op een gamedrive, want blijkbaar is de top van het plateau een game reserve. Dus toch, eindigen we weer in een game reserve!! We wilden deze rit vooral doen omdat we boven op het plateau wilden komen en dat mocht niet met je eigen auto. De ranger vertelde ons dat, naast een NP, het plateau ook als broedgebied werd gebruikt; er zijn geen roofdieren (behalve af en toe een luipaard) en de randen van het plateau zijn natuurlijke grenzen voor alles (inclusief stropers!). Op de game drive kregen we het prachtige uitzicht en we zagen ook nog eens een heel aantal buffels en we maakten een paar vrienden (Belgisch / Nederlands, vlak voor de grens?! Nog steeds niet helemaal zeker). Zij gingen de volgende dag naar huis, maar hadden nog geen neushoorn gezien. Het doel was om deze wens te laten vervullen. En juist toen we bijna terug waren bij het kamp, en dus alle hoop verloren leek, verscheen daar opeens de neushoorn. Een witte neushoorn, pal naast de weg! Hij was zelfs een beetje nieuwsgierig en kwam aardig dicht bij de auto voordat hij rustig weer verder graasde. Tevreden over onze rit gingen we naar bed.  

De volgende ochtend hadden we de wekker gezet voor het krieken van de dag (5.30 uur), omdat we de zon vanaf de top van het plateau wilden zien opkomen.We waren een beetje laat (he wat raar, we konden niet ons warme nest uitkomen), dus ik denk dat we een recordtijd van de wandeling (meer een sprint) naar het plateau hebben neergezet. Normaal gesproken zeggen ze dat het zo’n 40 minuten duurt, nu kostte het ons 20, zelfs met wat foto's ertussenin. We waren niet helemaal boven toen de zon de horizon raakte, maar het was dichtbij genoeg! En het was prachtig! We hadden een geweldig uitzicht op een mistig landschap en de kleur van de rotsen had niet betoverender kunnen zijn. Nou dat is wat je noemt, een goede wake-up wandeling. En tegen de tijd dat we terug bij de auto waren, was het nog geen acht uur! In Nederland is dat ongeveer het tijdstip dat ik op sta! We hadden vervolgens tijd genoeg om naar een leuk pension te gaan, met de werkende WiFi en een zwembad, en vervolgens foto's te sorteren en wat blogs op de website te plaatsen.

Onze ochtendgymnastiek! En na die sprint heuvel opwaarts was het nog vrij vermoeiend ook!

Na wat boodschappen de volgende ochtend, zijn we vertrokken naar het volgende NP, Etosha! Dit zou het Kruger van Namibië moeten zijn, waar zelfs sedans overal kunnen komen (denk even aan de eerste alinea van deze blog......). We kwamen Etosha NP binnen, de rit naar ons kamp was ongeveer 90 km, en inderdaad, deze weg was erg goed. Omdat we een vroege ochtend en al een lange rit gehad hadden, gingen we echter regelrecht naar het kamp, ​​geen omleidingen naar waterpoelen. De volgende dag gingen we er vroeg uit ​​(alweeeeeer) en hebben we een rit gemaakt naar enkele waterpoelen voordat we terugkwamen naar de camping voor de lunch. Die ochtend hadden we niet veel geluk, maar een nieuwe kans die middag! Ik was ondertussen een beetje moe van het vroege opstaan en de hele tijd in de auto zitten, dus probeerde ik Lars ervan te overtuigen dat het tijd was een middagje rustig aan te doen. Hij vond het een verspilling (wat het natuurlijk was), dus we maakten een compromis: eerst een half uurtje afkoelen aan het zwembad en dan vertrekken rond een uurtje of vier 's middags, zodat we de beste uren van de dag in het park waren. Dit was overigens nadat we tussen de middag een enorme voorraad was hadden gedaan, andere reden dat ik eigenlijk wilde chillen. Hoe dan ook, we gingen rechtstreeks naar een gebied waar drie waterpoelen dicht bij elkaar lagen.

Lars en ik hadden die ochtend besproken wat we nog steeds wilden zien. Ik zei dat ik nog nooit een cheetah had gezien die aan het drinken was... En Lars wilde gewoon een cheeta zien, want dat was de enige kat die we nog niet hadden gezien tijdens deze reis. En dus we zijn erop uit gegaan met het doel deze kat te vinden, en we hebben hem gevonden! Lars zag iets stalken door het hoge gras en zag een groep hartebeesten die allemaal in dezelfde richting keken (niet naar ons), en we wisten dat het een kat moest zijn. We volgden het, en daar kwam hij een heuveltje op gelopen, een oud mannetjes cheetah!! En het was een cheetah met een doel, hoewel hij even werd afgeleid door een aantal springbokkies die weg renden, ging de cheetah verder rechtstreeks naar de waterpoel om te drinken! Daar ga je Kellie, overhandigd op een zilveren schaaltje, je drinkende cheeta. Wauw! En om ons goede karma hoog te houden, hebben we ook de andere twee auto’s gestopt die langs kwamen, zodat ze met ons van het uitzicht konden genieten. De cheetah liep zelfs langs over de weg, en we waren een heel, heel gelukkig stel op onze rit terug naar het kamp. We stopten nog even snel bij een andere waterpoel en daar zagen we een witte én een zwarte neushoorn drinken! Wauw, kan deze dag nog beter worden. We moesten ons ondertussen wel een beetje haasten om terug bij het kamp te zijn voor ze de hekken sloten, maar we hadden het gehaald.

Die middag hadden we onze Duitse buurman Dominik ontmoet, een man die alleen reist. Hij keek uit naar wat gezelschap en wij vonden het ook leuk, dus na ons diner (zeer verfijnd volgens Dominik, die zelf een boterham met pindakaas had gemaakt), liepen we samen naar de waterpoel naast het kamp. Deze waterpoel had een tribune voor de menigte en een licht zodat we de dieren die 's nachts bezoeken konden zien. Wat een geweldig concept, omdat dit veel dieren zijn die je overdag gewoon niet zult zien. De avond ervoor had Lars hyena's en twee vechtende zwarte neushoorns gezien, dus onze verwachtingen waren groot! En deze keer werden we niet teleurgesteld, opnieuw zagen we hyena's, vijf zelfs. En we zagen een zwarte neushoorn met een jonge en nog vier andere. Toen we een luipaard in de buurt hoorden, konden we er niets aan doen en bleven we veel langer dan we van plan waren, in de hoop dat hij zou komen drinken. Helaas bleef hij weg terwijl wij er waren ☹. Maar niet getreurd, de volgende dag weer een kans!

De zwarte neushoorns die we bij de waterpoel zagen. Biertje mee, lekker onderuit en relaxen!!

En zo stonden we weer op met rijzen van de zon! We gingen naar dezelfde waterpoelen waar we de cheeta hadden gevonden om te kijken of hij nog ergens daar rond liep. En we werden niet teleurgesteld! Echter, nu vonden we ineens vier katten. En dit waren geen cheetahs, maar leeuwen! Wat dacht je daarvan! Nu hoefden we alleen een luipaard te vinden en we zouden alle katten in Etosha hebben gezien!

Het directie bestuur van de savannah hebben even pauze en zijn gezellig met z'n allen aan het drinken hier!

Even buiten het verhaal om, wil ik graag zeggen dat ik absoluut geen beeld had van Etosha voordat we aankwamen, niet over het landschap, niet over wat te verwachten van de dieren, alleen dat het drukker zou zijn met auto's dan waar we tot nu toe geweest zijn. Dat hadden Eddie en Vera ons verteld. Het blijkt dat Etosha voornamelijk bestaat uit een enorme zoutpan wat heel lang geleden een meer is geweest omgeven door moerasland. Nu is alles echter helemaal droog, maar het is prachtig! Er zijn enorme vlaktes met eetbaar gras en ze zijn gevuld met zoveel verschillende diersoorten; zebra's (zowel de mountain als de Burchell’s zebra), kudu, springbok, black-faced impala (endemisch en bedreigd), wildebeesten, red hartebeest, struisvogels, giraffen, steenbok, olifanten en elands. En dan zijn er de waterpoelen, vooral tijdens het droge seizoen trekken deze waterpoelen vele dieren aan. We hadden een heel bijzonder moment bij één van deze waterpoelen, nadat we de leeuwen aan hun middag-(overdag)dutjes hadden overgelaten. Onderweg naar een volgende waterpoel kwamen we een heel aantal zebra’s tegen langs de kant van de weg, tussen de bosjes, en ze gingen in dezelfde richting als ons. Dus we wisten dat ze op weg waren naar het water. We hebben vervolgens onze auto bij deze waterpoel geparkeerd, een bijzonder mooie waterpoel trouwens, en daar hebben we gewacht. Na ongeveer vijf minuten kwamen de zebra's uit de struiken stromen allemaal richting het water! Ik heb geprobeerd te tellen en er waren minstens 150 zebra's! En zodra de zebra’s hadden bekeken dat het veilig genoeg was om te drinken, vond de groep gnoes ook ineens de moed om naar de waterpoel te gaan. Een groep van ongeveer 50 wildebeesten sloot zich aan bij de zebra's. Ik heb nog nooit zulke grote kuddes gezien, en het was heel erg indrukwekkend!!

Het prachtige uitzicht over de waterpoel met de grootste kudde of zebra's die wij ooit gezien hebben. En toen kwamen er ook nog gnoe's bij!!

Nu benoemde ik al eerder dat er in dit park veel meer auto's zouden moeten zijn, Eddie en Vera hadden zelfs het gevoel dat ze af en toe in de dierentuin waren. Bij deze waterpoel waren we de eerste die geparkeerd hadden en dus hadden we de beste plek, maar over in de gehele tijd dat we daar stonden waren er ongeveer zes auto’s bij gekomen. Echter, heb ik me dit helemaal niet bewust gerealiseerd, omdat ik zo ingenomen was door deze prachtige aanblik van wilde dieren. En de rest van de dag waren we eigenlijk net zo verbijsterd over het oordeel van Eddie en Vera, het was helemaal niet druk! Nu bleek dat dit misschien iets te maken had met een goede timing, oftewel het vroege opstartdeel! En ook dat wij 's middags niet op pad waren, want de dieren zijn dan ook niet op pad; het is veels te heet! Dat is wanneer je in het zwembad moet chillen. En dat hebben we ook gedaan, deze keer in Okaukuejo, het hoofdkamp in dit NP. Na lekker te hebben gebakken (te heet, meer in de schaduw gelegen), gingen we weer op pad en hadden nog een aantal mooie aanblikken bij de waterpoelen.

Een aantal foto's om een gevoel te krijgen bij dit park. Zowel het landschap als de hoeveelheid dieren was echt super indrukwekkend!! En zoals je merkt aan dit aantal foto's, konden we niet echt kiezen!

Ook kwamen we Dominik tegen, hij had gezelschap van twee dutchies, de andere buren die een sedan reden en hij was zo vriendelijk om ze mee te nemen op een iets comfortabelere game drive! Samen probeerden we de leeuwen terug te vinden, maar ze waren helaas verdwenen. En ook wij reden dus door, maar wel op een game-drive tempo, niet zo snel als Dominik. En gelukkig voor ons, want vanwege dit tempo zagen we toevallig iets met de vorm van een kat een stuk verderop op een valkte. Als je een kat op een vlakte ziet, dan ga je er al snel vanuit dat dit een cheetah is. Maar kijkend door de verrekijker, realiseerden we ons dat het een luipaard was! Damn! Etosha heeft er dus voor gezorgd dat we alles hadden gezien (sorry Sanne en Ivar, maar er is vast nog wel iets over voor jullie!). We kunnen in ieder geval aanraden dat als je echt mooie dingen wilt zien, dat je behalve geluk, ook een beetje geduldig moet zijn. In dit geval was de luipaard aardig ver weg en dus hebben we gewacht totdat ze begon te bewegen. In de tussentijd waren er (slechts) twee andere auto's bij gekomen, ook al was dit naast de hoofdweg. En ook een ranger was even gestopt voordat hij verder ging. Hij vertelde dat hij deze weg elke dag twee keer reed en het maanden geleden was dat hij een luipaard had gezien! Ik kan niet geloven dat we zoveel geluk hadden.

Hoe dan ook, de luipaard begon uiteindelijk te bewegen en we volgden haar langzaam. In een game area is er een soort ongeschreven regel dat degene die het dier heeft gevonden, de beste plek kan claimen. Omdat wij haar hadden gespot, was dat dus onze plek en we hebben hem ook zeker geclaimd! We volgden de luipaard. Uiteindelijk konden wij de bocht om en als ze in deze richting bleef lopen, zou ze voor ons de weg oversteken. We zagen haar door de struik dichterbij komen en stopten de auto. Ik zat op de rand buiten de auto om foto's van haar door de struiken te maken. En toen besloot ze dat waar we stonden, dat dat de beste plek was om de weg over te steken!! Ze liep naast de auto de struiken uit en keek ons ​​recht aan! Het was echt fantastisch, ik had adrenaline door me heen stromen! Ik kon haar zo duidelijk en van zo dichtbij zien, mede door de lens van de camera. En toen hoorde ik wat gefluister achter me vanuit de andere auto, en ik besefte dat ik misschien weer in de auto moest kruipen! Eigenlijk was het tegen die tijd al te laat, want ze was al voorbij gelopen. En de adrenaline die door me heen stroomde had ook niets te maken met het idee dat ik misschien iets gevaarlijks had gedaan. Het had te maken met dit prachtige, mooie, elegante dier die zichzelf van zo dichtbij aan ons liet zien!! En ze hield precies hetzelfde tempo aan, alsof ze zich totaal niet stoorde aan ons. Hierna verdween ze weer in de struiken en gingen wij terug naar het kamp (weer net voor de poort gesloten werd, hetzelfde tijdstip als de zonsondergang).

We hadden nog een lekkere braai (bbq) maaltijd en een mooie avondje bij de waterpoel (hoewel ietsje korter) en de volgende dag besloten we om een ​​beetje uit te slapen, al onze spullen bij elkaar te verzamelen, inclusief de was, en op een fatsoenlijk uur pas te vertrekken. Wat in dit geval betekende dat we rond een uur of tien vertrokken. En nu hebben we dan eindelijk ervaren wat Eddie en Vera waarschijnlijk hadden meegemaakt; een enorm aantal auto's op de weg. Op de plek waar we de nacht ervoor de luipaard hadden gevonden, zagen we ongeveer vier auto's geparkeerd staan. We stopten en vroegen wat ze zagen en het bleek dezelfde luipaard te zijn die zich in een boom verstopte!! Maar je kon haar niet echt zien, en we moesten de ervaring delen met een dozijn andere auto's die na ons arriveerden. Dus gingen we snel weer verder, we wilden die middag namelijk naar de westelijke poort. Nu denk je waarschijnlijk, wacht, diee westelijke poort ... is dat niet degene die ze in de eerste alinea noemde. Jazeker. Dit is waar we terug zijn bij het begin, die vreselijke weg! Ik wil echter eindigen met een positieve noot, en toen we de laatste ochtend met onze dansende auto het park verlieten, waren we nog even gestopt bij een laatste waterput. We zagen hier een kudde olifanten, met één enorm vrouwtje. We hadden nog nooit zo’n enorme olifant gezien en dachten dat het misschien een beroemde desert elephant was. Maar we zullen over deze olifanten meer ontdekken in ons volgende avontuur, onze rit naar het onherbergzame Kaokoveld waar we een aantal conservancies gaan bezoeken (nadat we de auto hebben gemaakt).

En natuurlijk moesten we gebruik maken van het feit dat er een enorme zoutvlakte achter ons lag, dus hebben we wat lol gehad met de camera!

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 10 comments

Mayuni Conservancy – Goede karma opbouwen!

Mayuni Conservancy – Goede karma opbouwen!

Een blog over een cultureel en wild avontuur, maar ook over een zeer succesvol project!

Na onze natuurreis in de Okavango (lees het hier), gingen we we op naar onze volgende, meer cultureel gestemde bestemming. Vanuit Maun reden we de enorme afstand naar het verlaten gebied van de Tsodilo Hills. Een gebied dat ook wel Mountain of Gods wordt genoemd. We arriveren hier rond zonsondergang en we konden voelen waarom dit gebied al duizenden jaren en door verschillende culturen, als heilig werd beschouwd. De bergen verschijnen vanuit het niets in een verder geheel vlak en droog landschap. In deze bergen zijn ongeveer 4500 verschillende rotsschilderingen te zien waarvan velen meer dan 3000 jaar oud zijn!!

Hier gaat de zon onder achter de ‘Mountains of the Gods’. Wat een prachtig gezicht!

We kwamen aan op de camping van het gebied, waar we Craig ontmoetten, een Zuid-Afrikaanse vent die al een tijdje alleen aan het reizen was. Zowel hij als wij waren blij met het gezelschap. We genoten samen van een prachtige sterrennacht vol praatjes. De volgende ochtend gingen we vroeg op pad om in de koelte van de dageraad de bergen te bewandelen. We hadden twee lokale mannen als onze gidsen, Tshebe en Phetolo, die ons alles vertelden over de schilderingen en de omgeving. Naast het bezoeken van de schilderingen, hebben we ook lekker geklommen en door grotten gekropen. Oké, misschien overdrijf ik nu een beetje (het was 1 grot), maar het was heel leuk om eens wat actieve dingen te doen in plaats van de hele dag in de auto te zitten! Tijdens de wandeling en in één van de grotten toonden de gidsen ons een soort sporen in de rotsen. Deze sporen in de vorm van gaten, waren gemaakt door de vele, vele gereedschappen die duizenden jaren geleden werden geslepen; bot op steen, steen op steen. Het was heel raar en tegelijkertijd heel indrukwekkend om iets zo tastbaars en echts te zien als de schilderijen en deze gaten, en je dan te realizeren dat het zo ongelofelijk lang geleden gemaakt is door mensen die op ons leken, maar toch zo verschillend zijn van ons; onze voorouders…

Tegenwoordig gebruiken ze de gaten in de rotsen trouwens nog steeds, alleen niet om gereedschaps te slijpen, maar als spel! Het spel heet Diketo en werkt zo: je gooit herhaaldelijk een steen in de lucht en terwijl het steentje in de lucht hangt, schep je een aantal kleinere stenen uit het gat, vervolgens probeer je ze één voor één weer terug te plaatsen zonder ze van de rots te laten vallen. Phetolo liet het ons zien en bij hem zag het er heel makkelijk uit. Maar deze hand-oogcoördinatie is een stuk moeilijker dan je denkt! Lars en Craig probeerden het allebei, maar faalden jammerlijk. Ze gooiden de stenen in alle richtingen behalve in het gat! Het was rondweg gevaarlijk! En ik was daarna toch wel een beetje bang om het uberhaupt te proberen! Bovendien was ik stiekiem meer geïnteresseerd in het verkennen van de grot (zelfs al vertelde Phetolo dat er misschien slangen zaten…). Na de grotverkenning en tegen de tijd dat we eindelijk terugkwamen van wat een twee-uur durende wandeling had moeten zijn (bij ons rond de 3,5 uur), was het erg heet en dus namen we een verfrissende douche voordat we weer op pad gingen. En ons pad bracht ons over de grens naar Namibie, de Caprivi-strip op! Omdat Craig in dezelfde richting wilde gaan, hebben we hem overtuigd om met ons mee te gaan naar de camping die wij hadden geboekt. Deze camping was op aanraden van Eddie en Vera. Wat we niet wisten was dat het alleen voor 4×4 auto’s was…

Toen we bij de gate aankwamen, vertelde de man ons dat we nog ongeveer 13 km moesten rijden op een weg met veel zacht zand. En kijkende naar de auto van Craig (All-Wheel Drive Sabaru) zei de man dat die het waarschijnlijk niet zou redden. Ik stelde voor dat hij zijn spulletjes zou pakken en met ons mee kon rijden. Maar met een griezelige hoeveelheid vertrouwen in zijn auto, zei Craig dat de auto het kon! Het was tenslotte een soort van 4×4! De man keek ons ​​sceptisch aan, maar liet ons toch door… Oke, laten we het dan maar gewoon proberen! Wat heeft een beetje vast zitten ooit iemand kwaad gedaan ten slotte! En het werkte!!! Zijn auto bleef achter ons verschijnen, zelfs bij de delen waarvan ik echt dacht dat hij het niet zou halen. Maar toen, na ongeveer de helft van de afstand te hebben afgelegd,  moesten we bergopwaarts in diep zand rijden en de klaring van de auto van Craig was simpelweg niet hoog genoeg. Dus in plaats van de top van de heuvel te bereiken, eindigde hij vlak voor de top bovenop het zand, zonder enige grip van zijn wielen in het zand. Omdat dit de derde auto (en de vijfde keer) was dat we iemand anders zijn auto hadden uitgraven, waren we, wat je noemt, experts. We wisten dat het probleem de hoogte van de auto was en dat we het zand onder de auto moesten verwijderen. We wisten dat we wat stokken moesten pakken om ze onder de wielen te krijgen voor wat extra grip bij het weg rijden. En we wisten dat als we hard genoeg zouden duwen, terwijl hij het gas volop indrukte, dat we het waarschijnlijk wel zouden halen. Natuurlijk wist Craig dit allemaal niet, dus hij maakte zich een nogal zorgen. Hij liep verwoed rondjes om zijn auto, dingen mompelend, terwijl wij het zand aan het weggraven waren en stokken aan het zoeken waren. Toen vertelden we hem dat hij volle bak het gas moest indrukken. In het begin gaf hij gas, stopte en deed het opnieuw. Het probleem is, zodra je het gas loslaat, rol je gewoon terug in het gat. Oftewel, toen we dat merkten begonnen we naar hem te schreeuwen dat hij het gas niet mocht los laten, hoeveel geluid z’n auto ook maakte! En langzaam maar zeker konden we op deze manier zijn auto naar de kant van de weg duwen. Omdat we slechts halverwege waren, besloten we alsnog zijn spullen te pakken en de auto achter te laten. Wat ik nog niet verteld heb, is dat dit allemaal gebeurde terwijl we in een wildlife gebied waren, waar wilde dieren vrij rond lopen. Ik legde aan Craig uit dat, in onze ervaring, er na een shitty rit (of een vastzittende auto) hier in Afrika bijna altijd iets goeds gebeurd. En dan vooral in gebieden met wilde dieren. En nog geen minuut nadat ik dit gezegd heb, rijden we zo bijna op een roedel wilde honden in die midden op de weg lagen! En dit is een zeer, zeer zeldzame waarneming. Zeker omdat dit een groep was van ongeveer vier volwassenen met negen pups! En daar waren ze zomaar, recht voor ons op de weg. De pups vochten om een ​​stuk vlees wat net was meegebracht door een van de volwassenen! Fantastisch! Er is zoveel interactie in zo’n roedel met wilde honden. We zagen bijvoorbeeld een volwassene aankomen en de pups stormden op haar af en sprongen met zoveel kracht op d’r dat ze  omver viel! Maar het was speels, want daarna gaf ze hen het stuk vlees. Vervolgens gingen vijf puppies ermee vandoor, het vlees alle kanten optrekkend. Lars en ik waren zo blij en opgewonden! In het begin zat Craig met zijn hoofd nog in zorgenmodus om z’n auto, maar hij werd meegesleurd door het gedrag van de wilde honden en ons enthousiasme. Maar pas toen we bij het kamp aankwamen en het personeel ons vertelde hoe weinig wilde honden ze zagen, en hoe jaloers ze waren, besefte hij eindelijk hoe zeldzaam deze waarneming was (hoewel we het hem natuurlijk wel verteld hadden). En het raakte hem (en ons) hoeveel geluk we wel niet hadden dat zijn auto vast was komen te zitten; misschien hadden we ze wel gemist als we in één keer door hadden kunnen rijden!

Tegen de tijd dat we op de camping aankwamen, was het al donker, maar we hadden het geluk dat de manager onze plek niet had weg gegeven. We hadden weer de beste plek van de hele camping; een groot veldje onder een boom aan de oever van de rivier en een open vlakte aan de andere kant. Omdat wij zo laat kwamen opdagen, hadden een aantal mensen meermaals gevraagd of ze daarheen konden verhuizen. Ik weet niet waarom we zoveel geluk hebben met deze dingen, maar ik ben echt blij dat het zo is! Vervolgens willen we onze tenten gaan opzetten, en Craig vraagt waar we “die grote doos” hebben neergezet.. Toen besefte hij dat hij vergeten was die hele doos, degene met zijn tent erin, uit z’n auto te halen! Het was zo grappig, en gelukkig zagen de managers er ook de humor van in toen we weer terugliepen naar de lodge. Hier boekte hij een van de luxe tenten. Vervolgens zijn we bij in de boma (verlaagde kuil met kampvuur) gaan zitten met en biertje en hebben we de rest van de avond niks meer gedaan. De volgende ochtend gingen we op gamedrive met een lokale game ranger genaamd Justus die sinds 1992 in dit conservancy-gebied werkt. Naast de impala, lechwe en hippo, was er die ochtend niet veel wild, maar… we hadden bijna de leeuwen gevonden (halve ochtend getrackt)! En nog belangrijker, Justus vertelde ons alles over het gebied. Dit was één van de redenen waarom we Nambwa en de Mayuni Conservancy in de eerste plaats wilden bezoeken. We wilden meer weten over hoe deze conservatie was opgezet, en het feit dat in een gedeelte, ook jagen is toegestaan.

Onze prachtige kampeer plek, met een lekker terrasje half boven het water. Vanaf het terras hoorden we de nijlpaarden en zagen we zelfs een aantal lechwe’s aan de andere kant drinken.

Dit is wat we hebben geleerd. Laat ik beginnen met het feit dat dit gebied laat zien dat het mogelijk is om een zeer succesvolle samenwerking te creeeren tussen de lokale bevolking en lodges, met als doel de natuur te behouden, zodat iedereen van het toerisme kan profiteren. We hadden dit nog helemaal niet beseft voordat we het gebied bezochten, dus dat was een zeer interessante bevinding. Mayuni Conservancy was de derde gemeenschap die een conservancy oprichtte in de Caprivi Strip regio, na Salambala-conservatie in het oosten en Wuparo-conservatie in het zuiden. Het werd gestart door IRDNC (Integrated Rural Development and Nature Conservation), een NGO die in Namibië werkt en één van de toonaangevende modellen van community-based natural resource management in Afrika heeft ontwikkeld. Dit blijkt uit de successen van de conservancies die we hebben gezien in de Caprivi-stripregio (nu Zambezi-regio genoemd). Hopelijk kunnen we iemand van deze organisatie ontmoeten, aangezien we tot nu toe nog geen reactie op onze mail hebben gehad. Maar we zullen de komende maand proberen hun kantoor te bezoeken?.

Hoe dan ook, terug naar de Mayuni-conservancy, het gebied waar we de wilde honden zagen (jeej!). Toen IRDNC hier binnenkwam jaren geleden, waren mensen sceptisch en wantrouwig tegenover deze mensen en hun plannen. Vier vrijwilligers begonnen echter met het afbakenen van het gebied en patrouilleerden als een soort wachters tegen stropers. In het begin hadden ze echter alleen hun handen, en verder geen munitie. De lokale bevolking lachte hen uit. Maar na verloop van tijd kregen ze munitie en uiteindelijk zelfs een voertuig en door dit en hun volhardheid kwam de gemeenschap hen dan toch te respecteren. In de tussentijd werd ook een bijeenkomst georganiseerd, eentje met eten en bier om het aantrekkelijk te maken. Er kwamen dan ook heel veel mensen opdagen en de gemeenschap begon te begrijpen waar het deze conservancy nou om draaide. Als iemand uit de gemeenschap een goed onderbouwd idee heeft om een ​​project te starten, bijvoorbeeld iets in de landbouw, een ambachtelijk bedrijfje of wat dan ook, dan kunnen ze geld vragen aan de conservancy. En ze kunnen ook geld vragen voor een onderwijs tot ranger, waarbij de conservancy dit ziet als een investering. Het geld van de conservancy komt dus terug in de gemeenschap. Neem bijvoorbeeld de camping waar we verbleven, Nwambwa. Dit is een camping die eigendom is van de gemeenschap en waarvan de winst allemaal naar de gemeenschap gaat. Drie jaar geleden werd dit uitgebreid met een lodge, die deels eigendom is van de gemeenschap en deels van een Brits-Namibische belegger. Naast de managers en een paar game rangers, komen de rest van de werkgevers uit de gemeenschap.

Ook wordt een deel van deze conservancy gebruikt voor professionele jacht. Echter, in tegenstelling tot hoe ze het doen rondom Kafue NP (lees het in dit blog), jagen ze hier op een duurzame manier. Jagers mogen niet zonder gids en ze krijgen alleen toestemming om oude mannetjes te doden; oude olifantenstieren, kudu’s of oude nijlpaarden. Als je ‘per ongeluk’ een vrouwtje neerschiet, moet je een boete betalen. En als je twee in plaats van één dier doodt, dan moet je het dubbele betalen. En het mooie hier is dat de conservancies in dit gebied samenwerken: aan het einde van het jaar telt elk gebied z’n dieren, en als blijkt dat er bijvoorbeeld geen olifanten in een gebied zijn, zullen ze jagers naar de buurman verwijzen. Maar het geld zal altijd naar de gemeenschap gaan.

Justus, die een paar jaar voor het jachtbedrijf in dit gebied heeft gewerkt, vertelde ons dat hij denkt dat ze in deze regio waarschijnlijk binnen twee jaar zullen stoppen met jagen, ook al verdienen ze er geld mee. Hij zegt dat er net als in Botswana genoeg geld uit het ‘gewone’ toerisme zal komen. De belangrijkste reden is echter dat als ze doorgaan, ze een moeilijke relatie met hun buren zullen aangaan. In Botswana is geen jacht toegestaan ​​en omdat er geen hekken zijn die Namibië en Botswana scheiden, doden de Namibische mensen dus de dieren die over de grens zwerven. Voor Botswana voelt dit alsof ze ‘hun dieren’ doden, wat logisch is. Verder vermeldde Justus dat lodges niet het enige zijn waar je met toerisme geld mee kan verdienen. Het gebied heeft bijvoorbeeld ook een moestuin, een restaurant, een winkelcentrum en zelfs een bakkerij nodig. Er komen dus banen voor het oprapen door het uitbreiden van toerisme! En om aan te tonen dat dit model heeft gewerkt, kan ik Justus citeren: “Mensen uit het dorp laten lechwe en impala in hun huis lopen en zien ze niet als vlees, maar als een manier om geld te verdienen aan toerisme.” En dat is een zeer goede manier om de natuur te behouden!

– Kellie –

Posted by bylifeconnected in Nederlands, Projecten, 4 comments

De Okavango Delta – Een vinkje erbij op de bucketlist!

De Okavango Delta - Een vinkje erbij op de bucketlist!

Deel II van het olifanten paradijs dat Botswana is!

Waar waren we ook al weer gebleven in de laatste blog... Oh ja, Savuti in Chobe NP, en Sisi's zeer gestadig, leeglopende brandstoftank vanwege het diepe zand. Afhankelijk van hoe je het bekijkt, zou Lars zeggen dat haar billen te groot zijn voor de weg (zoals een echte Afrikaanse vrouw). Ik zou juist zeggen dat ze te klein is (zoals een Japanse vrouw, wat, zoals je weet, haar nationaliteit is. En dus geloofwaardiger). Haar billen, ook wel bekend als “de brandstoftank”, is het laagste deel van Sisi. En dus het deel dat over zand van deze wegen sleept. Het vertraagt ​​ons enorm, waardoor de motor meer kracht moet geven en er dus een hoger brandstofverbruik is. Maar in vergelijking met andere 4x4-auto's is haar tank juist veel kleiner, slechts 70 liter, wat het bij elkaar geteld enorm het aantal kilometers beperkt!

Hoe dan ook, een onopgeloste discussie later, zijn we nog steeds in Savuti en weten we dat we nog niet eens halverwege zijn. Ook weten we niet precies wat de wegomstandigheden in de Okavango zullen zijn, dus we zijn een beetje nerveus. Zouden we nog eens 2,5 dagen in Okavango kunnen rijden met deze hoeveelheid brandstof? Of zouden we het niet eens naar Maun kunnen halen, de dichtsbijzijnde plek voor extra brandstof? We hadden simpelweg geen idee en besloten maar gewoon een beetje te gokken. YOLO!

De "kleine" neushoornvogel (ook wel bekend als Zazoo!) die op onze YOLO instelling neerkijkt!

We vertrokken en tegen de tijd dat we eindelijk de gate bereikten, wisten we het nog steeds niet zeker. Dus maakten we gebruik van onze "geweldige" rekenkunsten, waarna we een educated guessok konden maken dat we zeker niet terug in Maun konden komen als we meteen de Okavango ingingen. Makkelijke beslissing, we moesten terug naar Maun, en we moesten snel zijn omdat we het nog airtime voor de telefoon moesten kopen zodat we het boekingskantoor konden bellen om onze camping te annuleren. En geloof het of niet, twee minuten voor het boekingskantoor zou sluiten staan wij buiten een winkeltje met airtime in onze hand! We hadden het gehaald, of eigenlijk Lars had het gehaald, met waanzinnige rijvaardigheden en een enorme hoeveelheid grote kuilen die misschien de banden van iemand anders hadden geknald, maar niet die van Sisi's. Dus, wij bellen... oke, het andere nummer... Nope.. niemand neemt op! Hebben we daarvoor zo ons best gedaan! Jammer, maar helaas. We verbleven die nacht in Maun en hadden expres een camping met WiFi gezocht zodat we onze pech konden omdraaien in iets positiefs. Namelijk het downloaden van een app met de naam Tracks4Africa. Dit is een navigatie-app die offline kan worden gebruikt met aaaalllllleeee wegen erop (nja, bijna alle), inclusief de kleine 4x4 tracks die je eigenlijk helemaal geen wegen kan noemen in bijvoorbeeld de National Parks. Vera en Eddie hadden deze app hun hele reis gebruikt en vertelden ons dat het de prijs zeker waard was... En even ter zijde, na de eerste dag waren we al hier al ruim van overtuigd. Het geeft ons echt een gevoel van vrijheid, omdat we nu altijd weten waar we zijn en hoe lang het duurt voordat we op onze bestemming aankomen.

De volgende ochtend reden we die 130 km die we naar Maun hadden gereden, weer terug, waarbij we via de zuidpoort van Moremi Game Reserve reden, zodat we wat wilde dieren konden zien. Maar we moesten vóór 16.30 uur in het dorp Khwai zijn, want dan zou het boekingskantoor sluiten. Dus wij kwamen daar rond 16.00 uur aan... En toen pas ontdekten we dat het zondag was... Wat is dit joh! Op de een of andere manier lijkt het altijd zondag te zijn als wij dingen moeten regelen!! Want ja, natuurlijk zijn ze op zondag gesloten. Dus wat moeten we nu doen? Nja, laten we dan maar gewoon naar de camping gaan. Godzijdank hebben we die app gedownload, anders hadden we hem misschien wel nooit gevonden! Plus nu konden we de scenic route nemen, langs de rivier. En mooi dat het hier was joh! Wij denken dat we Moremi GR inmoeten, maar we konden gewoon in dit gebied blijven. Het hele Khwai-gebied, hoewel niet officieel een Nationaal Park, waas evenzeer een natuurgebied als Moremi of Chobe. Sterker nog, het is de verbinding tussen de twee parken. Dus het was prachtig! We reden langs de rivier en om de 50 meter stond wel een olifant te drinken of te grazen. Tegen de tijd dat we eindelijk op onze camping plekje waren, waren we zo blij! En toen bleek ook nog eens dat we weer de beste plek hadden!! Overigens waren de afstanden tussen ons en de volgende tent minstens 200 meter, dus we stonden letterlijk in de wildernis. We zaten helemaal aan de rand, met aan de ene kant een vlakte en aan de andere kant de rivier. Wauw, het was de beste plaats waar we tot nu toe zijn verbleven (lijkt wel alsof we dat blijven zeggen). Omdat we wat tijd over hadden voor de zon onder ging, hebben we nog een kleine tour gedaan (mede mogelijk gemaakt door Tracks4Africa). Tijdens dit rondje ben ik bovenop de auto gaan zitten. Sssshh, niemand vertellen hoor, mocht echt niet, maar het was zoooo leuk! En vervolgens hebben we vanaf ons fantastische kampeerplekje, bovenop de auto, de zonsondergant bekeken. Het was aardig idyllisch, en dit werd eerder versterkt dan aangetast door het feit dat een muis een gaatje in mijn teen beet toen ik Lars knuffelde!!

Een prachtig uitzicht vanaf onze camping op de rivier en de zonsondergang. En vervolgens komt er een olifant voorbij om het nog mooier te maken!

Even over het kamperen. Wanneer we in een natuurgebied slapen, lijken onze oren zich in te stellen op de geluiden van de dieren. Normaal slaap ik de hele nacht door, nu hoor ik (denk ik) elk geluid. Die nacht hadden we er heel veel gehoord; nijlpaarden, olifanten, bavianen en zelfs leeuwen en een luipaard. Deze laatste twee hoorden we 's ochtends nog en beide niet te ver weg. Opgewonden als we waren, vertrokken we zonder ontbijt om deze dieren te vinden. Dat ontbijt komt later wel! Hoewel we onsuccesvol waren, was het een toch een mooie rit door een prachtig waterrijk gebied. 'S Middags kwamen we eindelijk bij het boekingskantoor en kregen we te horen dat we de nacht die we gemist hadden, gratis en voor niets nog konden blijven! Superlief van ze! We hadden hier ook een boeking gemaakt om die middag met een mokoro mee te gaan. Dit is een kleine, traditionele boot die al honderden jaren door de lokale bevolking wordt gebruikt om te vissen. Stel je de boten in Venetië voor, maar dan een formaatje kleiner. En ze hebben zelfs een gondelier!

Omdat we wat tijd over hadden voordat de mokoro zou vertrekken, dachten we dat we de vertrekplek maar vast moesten gaan zoeken om daar ergens een bosje op te zoeken en te chillen. Dus, we kwamen vroeg aan en werden begroet door de manager van een kamp die ook, zogenaamd, een getrainde gids was... Wij hadden dus in ons hoofd om rustig lunch te maken en een beetje te ontspannen, maar deze gast kwam bij ons zitten... Dit was echt mega ongemakkelijk. En vervolgens werden we omringd door olifanten (zie vorig blog), dit was echt mega leuk! Maar ja, zo welopgevoed als wij zijn, hebben we dus maar met die vent gepraat. Hij praatte veel over zichzelf, en misschien dacht hij dat wij een paar naïeve, goedgelovige toeristen waren, want hij probeerde ons ervan te overtuigen dat olifanten maximaal 15 jaar oud worden. 15? We hebben twee keer gecontroleerd of we het goed hadden gehoord, misschien zei hij wel 50 ... Nee, echt, 15 jaar, soms een beetje ouder... Wat natuurlijk klinkklare onzin is. Olifanten, en ook nijlpaarden, kunnen zo’n 50 jaar oud worden, en olifanten zelfs 60. Ik weet niet of hij zijn leugen besefte, of dat hij gewoon niet beter wist, maar het was duidelijk dat hij geen opgeleide gids was... En hij zou ons meenemen op de mokoro?!? Maar het lot bemoeide zich ermee, net toen we op het punt stonden te vertrekken, arriveerde er een gamevoertuig met veel mensen. Gelukkig voor ons, want het bevatte ook de officiële mokoro-gids. Ook al rook hij een beetje naar alcohol (en de rest van de groep gedroegen zich als krankzinnige dronkaards), hij gedroeg zich niet zo en hij toonde veel kennis en ademde (behalve de alcohol) een gevoel van rust uit. Dat is perfect als je een mokoro-ritje maakt, kan ik je verzekeren.

De rit zelf was prachtig. We dreven langzaam over het water, omringd door prachtige waterlelies, ondertussen genietend van de rust en de geluiden van de vogels. We zijn ook gestopt om onze benen te strekken. De gids liet ons een Hamerkop-nest zien (complete villa stijl!) en hij legde uit dat ze de klei van termietenheuvels gebruiken om hun huizen te plaveien. Dit is een zeer oude traditie die door vele, vele generaties vóór deze gids al werd gebruikt. De mensen uit het dorp Khwai maken deel uit van het San-volk (bekend als Bushmen) en woonden honderden jaren lang in het Moremi-wildreservaat, ver in de Okavango-delta. Ze zijn door de overheid verhuisd naar het Khwai-gebied, aan de rand van de Okavango, waar ze actief deelnemen aan het behoud van de omgeving. En wat een prachtig gebied is het, vol met wilde dieren (ik lijk dit niet vaak genoeg te kunnen zeggen:D).

Na onze ontspannende mokoro tour gingen we terug naar de camping. Het was een kort na zonsondergang, dus we begonnen met koken in het donker. We hadden al een hele tijd geen winkel gezien, dus dit was het moment om een ​​blik met zalm open te breken. Nu, denk je, wat heeft ons avondeten met het verhaal te maken?! Nou daar komtie... Lars had de extra vloeistoffen uit het zalmblikje ongeveer vijf meter van waar we zaten geleegd op de grond. Hij was net klaar met eten, ik was nog bezig, toen hij ineens iets achter hem hoorde. Denkend dat het weer die verrekte muis is draait hij zich om. Vervolgens wendt hij zich heel rustig tot mij en zegt: "Kellie, hyena!" WTF! De hyena bevond zich net binnen onze lichtcirkel op ongeveer vijf meter en we zagen hem rondsnuffelen, ons totaal negerend. Hij was zeker weten op zoek naar die zalm! En toen hij het niet kon vinden, liep hij gewoon weg in het donker... We haalden onze grote zaklamp tevoorschijn en probeerden hem te vinden, maar hij was verdwenen. Het had natuurlijk eng moeten zijn, omdat ik weet dat hyena's gevaarlijk zijn. Maar op dat moment was het vooral spannend en eigenlijk helemaal niet eng, waarschijnlijk omdat de hyena absoluut geen belangstelling voor ons had! Ik denk dat Lars hetzelfde voelde, hoewel... nadat de hyena was vertrokken, bleef hij rondlopen met de zaklamp en heeft hij wel honderd keer elke struik beschenen. En dan mis ik nu nog een belangrijk onderdeel van dit verhaal... Zowel ik als Lars moesten naar de wc voor een ​​nummertje twee zoals ze dat wel eens zeggen. En dit was nadat we de hyena in ons kamp hadden gezien. Nu moet je weten dat de wc op zulk soort campings bestaat uit een gat graven in de grond, je ding doen en die kuil weer dicht gooien. Lekker primitief. Normaal gesproken zou ik dat een beetje uit de weg van het kamp doen, maar deze keer kon privacy me echt geen reet schelen, Lars moest in de buurt blijven! Alleen de combinatie van deze omstandigheden maakten het absoluut de moeilijkste shit die ik in mijn leven d’r uit heb geduwd.

Goooeeed... Laten we even terugkeren naar een wat schappelijker gespreksonderwerp. De volgende ochtend moesten we afscheid nemen van het gebied, maar niet na nog een ochtend rondje. We hadden geen haast met terug gaan naar Maun. En dit was onze laatste kans om die luipaard in een boom te vinden, weet je wel, die ene die al op onze bucketlist stond sinds we drie jaar geleden voet aan wal zetten in Afrika. En van te voren hoopten we die in dit gebied te vinden! De grootste kans om carnivoren te vinden is tijdens de vroege ochtenduren, en naarmate deze uren voorbij tikten, verdween ook onze hoop. Niettemin hadden we een prachtige ochtend rit, alleen dat kleine teleurgestelde gevoel die van binnen is moeilijk tegen te houden.  

Net toen we op het punt stonden om verder te gaan, zagen we het game-voertuig met de mensen met wie we de dag ervoor hadden gekletst. Uit beleefdheid zijn we even gestopt om gedag te zeggen. En ik ben zoooo blij dat we dat gedaan hebben, want geloof het of niet, ze hadden nog geen kwartier geleden een luipaard in een boom gezien! De game ranger wist zeker dat dit jonge vrouwtje er nog steeds wel zou zitten, en hij was zelfs zo lief om ons daarheen te brengen. Het was echt heel dicht bij de plek waar we het game-voertuig tegen kwamen, maar de rit naar de luipaard voelde als uren voor ons (vijf minuten tops). Toen we een bocht omgingen en een andere auto zagen staan, wisten we dat ze nog in de boom zou zitten! We keken omhoog... en daar was ze, een heel jong vrouwtje die van bovenaf eens goed aan het bekijken was water er allemaal onder haar afspeelde. Wat prachtig! We konden ons geluk niet op, wat een fantastisch vaarwel. Of nja, zo dachten we, want het luipaard bleek niet onze enige vaarwel!

Daar is ze! Wachtend totdat wij d'r eindelijk zouden vinden. Wat een prachtige dieren zijn het toch ook, zo elegant!

We hadden besloten om de lange, maar mooiere route terug te nemen, wat erop neer kwam dat we zoveel mogelijk langs de rivier bleven rijden. Toen we een heuveltje over reden, werden we overwelmd door een vallei vol met olifanten! We telden minstens 500 olifanten binnen ons zicht, en waarschijnlijk waren er nog veel meer in het omringende struikgewas. En aangezien dit duidelijk een weg was die vaak bereden werd, waren wij de enige daar. Het was ronduit fantastisch. We parkeerden de auto onder een boom, klommen op het dak en hebben gewoon lekker zitten genieten. Er waren mannetjes en vrouwtjes van alle leeftijden, sommige aan het grazen of drinken, sommige aan het baden, sommige aan het vechten en we zagen zelfs twee kleintjes met elkaar spelen. Er was zoveel te zien dat we gewoon niet wisten waar we moesten kijken. En vervolgens moesten we hier door heen om aan de andere kant van de vallei te komen! Gelukkig hadden we inmiddels geleerd hoe we olifanten konden lezen. Maar er was toch een moment waarop het wel een beetje spannend werd. Op het pad wat we moesten nemen, waren drie vrouwtjes olifanten met een jong... en ze leken totaal niet geneigd om voor ons aan de kant te gaan. We probeerden ze heel langzaam een beetje verder te duwen, maar toen besloten twee enorme stieren hun slurf in andermans zaken te stoppen. Ze kwamen trompetterend op ons af rennen met hun oren wijd open! Ook al wisten we dat het een nep aanval was, het is nog steeds erg eng, want deze dieren zijn echt enorm!! En aangezien we omringd waren, wilden we niet dat ze de rest ook met hun opwinding infecteerden. Dus in plaats van de weg te volgen, besloot ik dat het op dit moment wel oke was om toch maar van de weg af te wijken. Ik ben er vrij zeker van dat mensen het wel zullen begrijpen.

Botswana heeft ons hier nog een laatste keer laten zien dat zij het perfecte olifantenparadijs is. En deze hele ochtend was een ideaal einde van de meest fantastische en verbazingwekkende natuurbelevenissen in ons leven. Nu kunnen we doorgaan naar de volgende stop, een culturele stop deze keer; Tsodilo Hills (lees het hier).

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 5 comments
Chobe National Park – Een Waar Olifanten Paradijs!

Chobe National Park – Een Waar Olifanten Paradijs!

Chobe National Park - Een Waar Olifanten Paradijs!

Deel 1 van ons wildlife avontuur in het noorden van Botswana

Tijdens het schrijven van dit verhaal, zie ik een olifant langzaam, stukje bij beetje, op me af komen. Ik vraag me af of hij dichterbij komt (en ik vraag me af of ik dat wel zou willen zo in m’n stoeltje)…  Maar hij is gewoon lekker ontspannen de struiken aan het slopen, ondertussen met zijn vijfde been tegen z’n onderbuik aan het slaan. Ja ja, je hebt een grote piemel, opschepper! Wij zijn geen match voor je, en zelfs onze lokale 'gids' (meer over hem in de volgende blog) is onder de indruk. Hoe dan ook, terwijl een volgende kudde olifanten aan komt en langzaam om ons heen de struiken leeg eten, staan ​​we versteld van het enorme aantal olifanten hier in Botswana. Vijf dagen geleden zijn we Chobe National Park in gegaan, om vervolgens helemaal naar beneden door Savuti en verder naar Khwai / Moremi NP te reizen, waar we nu zijn. Dit gebied staat bekend om de grote diversiteit en hoeveelheid diersoorten, en we hoopten dan ook dat dit de beste natuurervaring van de reis zou worden! De verwachtingen waren hoog en we begonnen in Kasane met een relaxe ​​boottocht over de Chobe-rivier. Rond half vier gingen we aan boord van de boot, wat net zo goed een Duits bejaardentehuis op het water had kunnen zijn; naast ons en een jong Duits stel, waren de resterende 40 personen hoogstwaarschijnlijk hun pensioentje aan het opmaken. Gelukkig had dit in z’n geheel geen effect op de ervaring.  Het was verfrissend om zoiets als een boottour te doen na zoveel kilometers in de auto. Ongeveer drie uur lang voer de boot ons langs nijlpaarden, olifanten, krokodillen, antilopen en vogels die in en langs de rivier leefden. Onder het genot van een koud cidertje hebben we hier een aantal prachtige ”sightings” gehad.

De volgende ochtend kwamen we precies om 7 uur (openingstijd voor zelfrijders) aan bij de toegangspoort van Chobe National Park. Het plan voor de dag was om langs Chobe Riverfront (een route van ongeveer 50 kilometer) te rijden. Er waren echt mega veel antilopen soorten in het park, maar de beste dingen die we gezien hebben waren een leeuwen-stelletje (een beetje verborgen in de struiken), een baby-baviaan op de rug van haar moeder (Jiihaa!), veel visarenden en een enorme kudde van ongeveer 200 olifanten. Vooral dit laatste verbijsterde ons; we hadden al een heel aantal olifanten in de bosjes gezien en toen we een heuveltje op reden,  betraden een heuveltje dat ons een uitzicht gaf over een open gebied naast het water dat vol stond met olifanten. Later kwamen we erachter dat veel kleine kuddes olifanten samenkomen op plaatsen waar water en / of voedsel in overvloed zijn. Hier kunnen mega-kuddes vormen van honderden tot zelfs duizend olifanten. Ze kunnen dit echter alleen in deze regio doen, omdat Botswana ongeveer 250.000 olifanten herbergt. Dit is ongeveer 25% van de gehele wereldpopulatie! Een absoluut olifantenparadijs!

Later die middag kwamen we aan bij Muchenje waar we de benzinetank voor de laatste keer konden vullen. Ook hebben we hier overnacht op camping Muchenje. Zittend op een terras met ons diner, hadden we een prachtig uitzicht over de vlakte en een prachtige Afrikaanse zonsondergang. Een van de eigenaren kwam bij ons zitten, een voormalige Britse man (hij verliet het VK ongeveer 40 jaar geleden), en we spraken over het gebied, Botswana en zijn presidenten. De volgende ochtend hebben we eerst even gerelaxed bij het zwembad, waarna we vertrokken naar het resterende deel van Chobe NP (Linyanti en Savuti). Bij de grens van het park stond er een bord met: "engage 4x4, deep sand ahead". Dit was iets wat we wel vaker gehoord hadden, en toen lukte het ook allemaal zonder, dus logischerwijs negeerden we dit bordje. Maar het zand werd dieper en dieper en na een paar kilometer besloten we om te stoppen en de banden een stuk leeg te laten lopen voor meer tractie. Dat maakte een groot verschil en we reden rustig door totdat we op een voertuig stuitte dat vastzat in het diepe zand! Het grootste probleem met het zand is dat tussen de sporen van de banden het zand een stuk hoger ligt, vandaar “deep sand”. Voertuigen met een relatief lage bodem zullen dus over het zand slepen, hierdoor onstaat meer wrijving, de auto wordt afgeremd en met te weinig kracht, of een te lage snelheid, kom je uiteindelijk tot stilstand. Dit was ook wat er gebeurd was met het Australische (Eddie) en Noorse (Vera) stel dat we tegenkomen. Als goede burgers stapten we uit de auto en liepen op hen af, uitgerust met onze schop en een grote glimlach op onze gezichten. Zij reageerden soortgelijk. Ken je die mensen die alles nemen zoals het is en proberen er het beste van te maken? Maak kennis met Eddie en Vera. Wat er was gebeurd was dat zij gestopt waren in het diepe zand zonder hierover na te denken, want er waren olifanten naast de weg! Zodra de olifanten vertrokken probeerden ze te gassen, maar er gebeurde letterlijk helemaal niks... Ze zaten vast. En toen kwamen wij op het hoekje kijken. Samen hebben we de auto uitgegraven, en terwijl we dit deden, ontdekten we dat het eigenlijk best leuk is om de auto van iemand anders uit het zand te graven (het scheelde ook dat de zon was verdwenen achter de wolken). Eddie vertelde ons over dat hij gelezen had dat "deze weg auto’s opeet als ontbijt". Dat was een mooi vooruitzicht, aangezien we ongeveer 20 meter van de 10 km gereden hadden! Ach ja, eerst maar deze situatie oplossen. Na een paar pogingen en hard duwen van Vera, Kellie en ik, was de auto los. Nu was het onze beurt... Kellie nam een ​​aanloop... en ging er in één keer door! Aan de andere kant waren we allemaal even gestopt en kregen we van Eddie en Vera een koud biertje als bedankje. We kwamen erachter dat ook zij onderweg waren naar de camping van Linyanti en dus vervolgenden we onze weg in konvooi.

Bij Muchenje hebben we een heerlijke maaltijd tijdens zonsondergang gegeten, met uitzicht over een prachtige vlakte!

Slechts een paar kilometer verderop moesten we weer stoppen. Deze keer niet voor Eddie en Vera, maar voor een auto gevuld met vier hollanders. Nu klinkt het misschien net alsof er veel auto's op deze weg staan, maar deze twee waren de enige auto's die we tegen waren gekomen sinds Muchenje. En ze zaten allemaal vast in het zand (behalve Sisi natuurlijk). De Nederlanders vertelden ons dat dit de derde keer (!) was dat ze vast zaten. En in de volgende 5 km hebben we hen nog drie keer uitgegraven... Welkom in de Afrikaanse wildernis! Uiteindelijk hebben we hen maar even instructies gegeven, ten eerste dat ze de auto in de lage 4x4 versnelling moesten houden. Ten tweede dat ze, waar het kon, moesten proberen over de zijkant van de weg te rijden in plaats van in de sporen, zodat ze de wrijving van het zand kunnen ontwijken. En ten slotte dat ze niet moeten stoppen met gassen, ongeacht hoeveel lawaai de auto maakt, het is toch een huurauto! Vervolgens hebben wij voorop gereden, omdat onze bodem wat hoger lag, dus wij konden in de diepste stukken alvast wat zand wegschrapen voor de volgers! Hierna zijn ze er uiteindelijk in geslaagd om de laatste 5 km in één keer door te rijden.

Onze auto had het fantastisch gedaan, en we bereikten Linyanti dan ook vol zelfvertrouwen en trots; onze zelf gekochte en aangepaste Landcruiser uit ’98 kon alles aan wat Afrika te bieden had, beter nog dan de vele nieuwere en heel veel duurdere huurauto's! En achteraf gezien hadden we met onze ervaring in Australie (Fraser Island, alleen maar zand) en Kellie’s ervaring met 3 maanden 4x4 rijden in een game reserve, toch wel wat skills ontwikkeld. We voelden ons goed! Bovendien hadden we de beste plek van de camping, ​​op een verhoging onder een boom, met een geweldig uitzicht over een riviertje en de aangrenzende moerasvlakte. Bij aankomst zagen we olifanten grazen in het licht van de ondergaande zon. Het wordt niet beter dan dit! Vanwege het geweldige uitzicht hebben we Eddie en Vera uitgenodigd om bij ons te verblijven. Ze accepteerden gewillig en we hadden een heerlijke braai; een echt Afrikaans feest met bietensalade, aardappelsalade, paprika, maïskolven met boter, kip en boereworst. De rest van de avond hebben we lekker gekletst en gelachen rondom het kampvuur; de perfecte afsluiting van een opwindende dag!

Onze prachtige camping by Linyanti. Als je goed kijkt zie je de olifanten in het moeras lopen!

De volgende ochtend besloten we om vroeg op te staan (5 uur) en samen met Eddie en Vera zijn we vervolgens op zoek (jacht) gegaan naar de beesten! Aangezien we die nacht leeuwen hadden gehoord, en we zelfs sporen hadden gevonden die net afsloegen voor zo ons kamp binnen liepen, was dit waar we naar op zoek waren. We hebben de leeuwen niet gevonden, maar wel enkele olifanten en een roan antilope. Van daar namen we de weg die, zo dachten we, ons naar Savuti zou leiden (gebied midden in Chobe). Na een paar kilometer vonden we een enorme dode olifantenschedel langs de weg en logischerwijs stapten we uit om er foto’s van te maken en even onze benen te strekken. Op hetzelfde moment vloog er een helikopter over ons heen.. en die begon het gebied rondom ons te omcirkelen. We zwaaiden als brave toeristen, gewoon om te laten zien dat we geen stropers waren. Welke stroper zou zwaaien naar een helikopter, toch? Maar we werden behoorlijk nerveus. Zeker toen de helikopter op nog geen 50 meter afstand begon te landen! Op dat moment dacht ik echt dat we in de problemen zaten, al had ik geen idee waarom. Maar, net alsof we vol vertrouwen zaten liepen we richting de helikopter waar drie gamewachten, eentje met een enorm geweer, uitstapten. Nog ietsje nerveuzer. Toen ze uit de helikopter waren, vroegen ze ons wat we hier aan het doen waren. We antwoordden dat we geïnteresseerd waren in de olifantenschedel. Toen vroegen ze ons of we niet bang waren voor leeuwen. Wij antwoorden dat we dat zeker niet waren! Hier moesten ze om lachen en gelukkig brak dit het ijs. Vervolgens leidden ze ons naar de schedel. Ze begonnen uit te leggen hoe je kunt zien of een olifant is gestorven op natuurlijke wijze of door stropers. Dit checken, was de reden dat ze uberhaupt hier geland waren. Wij waren gewoon toevallig op hetzelfde moment ook daar... Wel benadrukten ze dat we in het park niet de veiligheid van de auto mogen verlaten en vervolgens wezen ze ons in de goede richting (want we hadden een verkeerde afslag genomen). We hebben natuurlijk eerst even gewacht totdat de helikopter was opgestegen, en vervolgens zijn we omgekeerd en verder gereden. Nou, weer een nieuwe ervaring toegevoegd aan de lijst!

Onderweg terug kwamen we deze keer een levende, enorme olifanten stier tegen. Hier waren we even gestopt en hij bleek erg nieuwsgierig want hij kwam steeds dichter en dichter bij de auto! Maar hij gedroeg zich rustig, ondertussen een stukje gras etend, en totaal geen waarschuwingssignalen, dus we bleven staan ​​om te wachtten tot hij zou passeren... alleen dat deed hij maar niet. Hij kwam nog dichterbij en op een gegeven moment had ik zo zijn slurf kunnen aanraken als ik dat wilde. Op dat moment besloot ik dat dit me toch echt te dichtbij was, en ik reed heel langzaam de auto een stukje naar voren. Mijn hart klopte als een gek toen ik de motor startte, omdat ik niet wist hoe hij zou reageren op het geluid! Hij bleef echter ontspannen en stak vervolgens gewoon de weg achter ons over. Met grote ogen keken Eddie en Vera naar ons (zij stonden voor ons), en we hadden allemaal door hoe een bijzonder moment dit was. Na deze ervaring vervolgden we onze weg, en wat een weg was dat, verschikkelijk. De weg werd steeds slechter; diep zand voor kilometers achtereen. We merkten dat onze brandstof hierdoor een stuk sneller ging dan normaal, wat ons nogal veel zorgen baarde omdat we nog een lange weg te gaan hadden! We berekenden dat op deze wegen de auto 1 liter verbruikt voor elke 4 kilometer, wat belachelijk inefficiënt is; normaal is het ongeveer 1 liter voor elke 8 kilometer (ook niet geweldig). We dachten er niet eens aan om terug naar Muchenje te rijden aangezien we die avond een dure reservering bij Savuti hadden. Dit creëerde enige onzekerheid, omdat we niet zeker wisten of we de andere kant (ongeveer 250 kilometer verder) zouden halen. Maar voor ons was de enige optie voorwaarts, dieper de wildernis in... Toen we eenmaal bij de entree van Savuti aankwamen, hoorden we dat een leeuwen pride een olifant hadden gedood. Dus wij meteen weer op pad, op zoek naar tekenen van die vangst, die op slechts 300 meter van de poort had moeten zijn... Niet gevonden... Honger won het uiteindelijk van nieuwsgierigheid en dus keerden we terug naar Savuti en maakten we eerst een snelle lunch (nog steeds met Eddie en Vera btw). Met onze buikjes gevuld, gingen we verder met zoeken. Kellie en ik vonden uiteindelijk de leeuwen door de sporen van andere auto's de bush in te volgen. Ze lagen daar met z’n zessen onder een struik te chillen, hun buikjes nog ronder dan de onze! De zogenaamde dode olifant echter, die hebben we nooit gevonden.

Hierna gingen we nog even op pad, richting het Savuti-moeras. Hier verwacht je een nat gebied, maar in deze tijd van het jaar was er geen waterdruppel te vinden. Desondanks waren de vlakten prachtig met cumuluswolken op de achtergrond. En om onze benen te strekken, klommen we zelfs een kleine heuvel op om wat San people (bushman) kunst te bezoeken. Over het algemeen was het dierenleven tijdens deze rit nogal schaars, wat we niet hadden verwacht na het lezen van de Lonely Planet (dit boek is echt goed in verwachtingen creeeren die te vaak niet uit lijken te komen). Dus, zoals je snapt, begonnen we een beetje teleurgesteld aan de terug tocht. Maar toen we bijna bij het kamp waren zagen we plots een enorme stofwolk; het teken van een grote kudde (buffels of olifanten) in beweging. Dit bleken ongeveer honderd buffels te zijn en ze waren op weg naar de waterhole dicht bij het kamp. Dezelfde waterhole die ook heel dicht bij de leeuwen lag, die we eerder die middag nog hadden gezien! Alle buffels verzamelden zich rond de waterhole, een gat dat veels te klein was voor allen tegelijk. Vervolgens probeerde ook nog een olifant zich door de kudde buffels te dringen om bij het water te komen, en dat terwijl dat kleine gat ook nog eens bezet was door twee nijlpaarden! Maar vlak voordat de olifant het water bereikte, schrok hij ergens van en rende hij trompetterend en wel weg. Alsof ze op dit teken hadden gewacht verschenen uit het niets zes leeuwen! Ze grepen hun kans en sprintten op de buffels af. De kudde begon in één keer te bewegen en lawaai te maken. Maar dit was niet chaotisch, zoals je zou verwachten, maar leek juist erg georganiseerd, de kudde bewegend als één. We voelden en hoorden de enorme hoeveelheid hoeven tegen de grond slaan en een grote stofwolk verduisterde het actie terrein. Na een paar ogenblikken ging het stof liggen en ontstond er een slagveld tussen prooi en roofdier; de leiders van de buffels en leeuwen stonden recht tegenover elkaar. Omstebeurt waren ze elkaar aan het polsen, het was wat je noemt een stand-off. Totdat! De buffel stier gooit ineens z’n horens in de strijd en de leeuwen sprinten achterwaarts, bang voor de kracht van deze horens. Een paar meter verder blijven ze even zitten. Op dit punt zien we nog maar drie leeuwen, terwijl we weten dat ze met zes waren. De andere drie waren om de groep heen bewogen en ineens vallen ze aan die kant aan. Deze tactiek om de buffalo formatie te breken lijkt even te werken, een jong dier loopt eventjes alleen met één leeuw tussen hem en de rest van de groep. Maar voordat de rest van de leeuwen kunnen aansluiten, vallen wat buffels uit naar de leeuw en is het jong weer veilig. Zo gaat dit een tijdje over en weer, recht voor onze neus. Het voelde alsof we in een National Geographic-documentaire zaten! Het enige wat we misten, was de stem van David Attenborough. De jagende leeuwen waren met vijf leeuwinnen en een jong mannetje. Nu vraag je je af, waar zijn de volwassen mannetjes. Zoals te verwachten gedroegen deze zich als typische mannetjes leeuwen. We zagen ze ongeveer 50 meter verderop liggen; net als ons waren ze het schouwspel alleen maar aan het bekijken. De koningen van de savanne die jagen niet, die worden gevoed. Helaas, helaas werd het donker voordat de de leeuwen een kill hadden gemaakt en moesten we terug keren naar het kamp. Maar we wisten dat, al zagen we zelf de kill niet, de kans groot was dat we de volgende ochtend wel wat zouden kunnen vinden! Dus weer vroeg eruit was het motto! Bij het kampvuur bespraken we de dag, en natuurlijk vooral de avond, met Eddie en Vera terwijl we een opnieuw een feestmaal bereidden. Wat was dat fantastisch zeg!! We sliepen als baby's (werden niet eens wakker toen een kleine kudde olifanten ons kamp doorliep, Eddie en Vera wel).

De volgende ochtend namen we afscheid van onze nieuwe vrienden en gingen terug naar het strijdterrein. En we konden onze ogen niet geloven! We vonden inderdaad een karkas omringd door leeuwen, maar het was geen buffel! Blijkbaar hadden de buffels de strijd gewonnen en in plaats daarvan hadden de leeuwen een middelgrote olifant gedood! Vanwege de enorme populatie olifanten in de regio staan deze lokale leeuwen ook wel bekend om het feit dat het olifanten (kill) experts zijn, heel cool! We bleven een paar uurtjes kijken, en zagen hoe de leeuwen om beurten het karkas uit elkaar trokken om vervolgens naar de drinkplaats te lopen om te drinken. Na een tijdje werd het echter te warm voor hen (en ons) en dus zochten ze een een plekje in de schaduw voor hun dutje. Voor ons was dit een teken dat we verder konden gaan, op naar de grootste binnenlandse delta in de wereld: de Okavango Delta! Lees meer over dit fantastische avondtuur in onze volgende blog

- Lars -

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 5 comments
Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Zambia, een welkom met een dubbel gevoel

Lars

Verder waar we gebleven waren bij ons vorige blog (lees het hier). Namelijk onze volgende bestemming; de Botswaans-Zambiaanse grens, genaamd Kazungula, waar we de veerboot naar Zambia hebben genomen. Bij aankomst werden we onmiddellijk gebombardeerd met lokale jongeren die ons wilden helpen bij het oversteken. We hebben één van hen geaccepteerd, maar kregen ongevraagd de hele bende. Ze stonden te wachtten op ons nadat we door de immigratie van Botswana waren, en gaven zwaaiend aan dat we op moesten schieten. Misschien zouden we net de veerboot missen?! Als een kudde antilopen rende ze voor onze auto uit. Daar aangekomen was de veerboot echter aan de andere kant van de Zambezi… We konden dus niet echt bepalen waarom we nou zo moesten opschieten. Ik denk dat het een van de vele mysteries van Afrika zal blijven. Het is hier in ieder geval nooit saai, dat kan ik je verzekeren.

De veerbootovergang ging met behulp van onze bende vlot, maar we wisten dat het moeilijkste deel nog moest komen: de Zambiaanse kant van de grens. Normaal gesproken wanneer je een grens oversteekt, moet je slechts één gebouw in, je paspoort tonen, misschien wat info opschrijven en voilà, maar in Zambia doen ze het anders. Extreem anders.

Kellie

Als je ooit de Botswaanse-grens oversteekt naar Zambia met een auto, dan is dit de informatie die je nodig hebt om het een beetje makkelijker te maken. De eerste paar dingen zijn: uiteraard je paspoort, Kwacha (Zambiaans geld), Amerikaanse dollars en al het juiste papierwerk voor je auto (zie http://www.zambiatourism.com/self-drive/grensovergang). Als je het de dollars en kwacha’s regelt voordat je oversteekt kan dat je veel geld besparen, aangezien ze geen geldautomaat of wisselkantoor binnen het grensgebied hebben. Maar er is altijd een manier, en hier komen onze hulptroepen van pas. Vanuit Zambia komen zij met extra dollars en kwacha’s je te hulp. Allereerst moet je met USD je visum betalen (nogal vreemd, niet?!). Een enkele toegang kost 50 USD en dubbele 80 USD. Als je de Zimbabwaanse kant van Victoria Falls wilt bezoeken vanuit Zambia, is het zeker verstandig het dubbele entree visum te nemen.

Na het visum gingen we naar het volgende loket, en die was voor... tsja, dat weet ik eigenlijk nog steeds niet zo goed waar die voor was. We hebben onze papieren van de auto getoond, kregen een ander papiertje, moesten om het gebouw heen om aan de andere kant weer naar binnen te gaan (we konden vanaf daar het loket zien waar we eerder waren) en kregen nog een stempel op onze papieren van een man die tegelijkertijd gniffelend aan de telefoon zat. Daarna moesten we terug naar die eerste balie, de vrouw daar wilde onze auto nog controleren. Blijkbaar kwam het motornummer op onze eigendomspapieren niet overeen met het motornummer dat onder de motorkap stond, of in ieder geval niemand kon het vinden. Maar na lang zoeken vond ze het gelukkig wel prima, dus we konden door.

Als je in Zambia reist moet je dus ook reflecterende bumperstickers hebben. Rood aan de achterkant en wit aan de voorkant. Met alle macht proberen ze die voor de grens aan je te verkopen voor een best prijsje (200 pula voor een paar stickers!!). We hebben het de controleur vrouw niet gevraagd, maar volgens mij kan je gewoon bij de eerste winkel in Zambia stoppen en er daar een paar kopen. Bespaart je weer wat geld!

Vervolgens namen we alle papieren die we hadden verzameld mee naar een aangrenzend gebouw om een ​​CIP-nummer te krijgen, dat is een douane import vergunning. (Btw, stop niet met lezen hier, we komen uiteindelijk wel bij het leuke deel van Zambia!). We werden eerst naar een stoïcijnse kerel achter een bureau gestuurd, die een tijdje naar onze papieren keek en ons vervolgens verwees naar de vrouw aan het bureau naast hem. Zij ging gelukkig hard aan het werk en heeft al onze informatie verwerkt. Van haar kregen we het CIP nummer, weer een horde voorbij! Het volgende wat we moesten doen is weer naar een andere balie buiten om te betalen voor wat ze ons net heeft gegeven. . Mijn efficiënte Nederlandse hersenen waren al totaal in de war door deze manier van werken, en dit was de druppel. Mijn hersenen besloten vanaf dat moment te stoppen met dingen proberen te begrijpen.

We moesten ook nog koolstofbelasting betalen, 275 Kwacha, wat we met onze duurzame achtergrond nog wel konden waarderen. Vervolgens hebben we tolheffingen (48 USD) betaald, opnieuw alleen in USD! Oh btw, zelfs de ferry crossing kon niet in Pula (Botswaans geld) betaald worden en was 150 Kwacha. Na de tolheffingen gingen we naar een schattig, en in vergelijking met de rest, verlaten gebouwtje waar we voor een soort council fee moesten betalen. Hoewel niemand ons kon uitleggen waar die fee nou voor was! Dit was 30 Kwacha per persoon. Tenslotte konden we eindelijk de grens over en Zambia in!

Maar we waren nog niet klaar. Hoewel we al een verzekering hadden die ons in Zambia volledig dekte, moesten we in Zambia ook nog (dubbel op dus) een verzekering kopen die ons zou dekken voor incidenten met derden. Dit kostte ons weer 162 Kwacha, onze laatste uitgave. Of zo dachten we, omdat we nog steeds de mannen moesten terugbetalen die ons hielpen. Aangezien wij niet de juiste geldsoorten hadden, hadden zij alles voorgeschoten en moesten we ze terug betalen in Pula. Maar hoe konden ze geld aan ons verdienen zonder dit terug te vragen met een enorme winst. Wij adviseren om van te voren de precieze inkoop en verkoopkoers van al deze valuta’s uit te vinden, omdat zij gewoon voor de hoogste winst gaan. En nog een advies is om dit van te voren allemaal af te spreken, zodat ze je niet achteraf kunnen naaien. We wilden de man die ons het meest geholpen had apart betalen, maar ze wilden ongeveer 1000 pula meer dan wat wij hadden berekend, dus we hebben niet meer betaald dan dat! Het voelde dus niet alsof we erg welkom waren in Zambia, en ik kan je vertellen dat we er graag zo snel mogelijk weg wilden... 2,5 uur later en 330 euro armer... Wat dus 80 euro meer was dan we hadden berekend. Ik hoop echt dat hij dit geld zal verspreiden onder de hele groep die met ons meeliep.

Livingstone

Volgende stap! We hadden in onze planning er rekening mee gehouden dat dit wel eens een hele dag zou kunnen duren, maar het was gelukkig dus maar 2,5 uur! Dus toen waren we ineens om 12.00 uur in Livingstone! En nadat we ons op een welverdiende lunch hadden getrakteerd, hebben we ingecheckt in Jollyboy's Backpackers en de rest van de middag bij het zwembad gelegen! Jollyboy’s backpackers paste precies in ons straatje, ze maakten o.a. gebruik van zonnepanelen en recyclen zo veel mogelijk.

Lars aan het chillen op de rand van de Zambezi rivier. Een klein stukje verder stort deze rivier naar beneden bij Victoria Falls. Wij hebben hier lekker genoten van de zonsondergang.

De volgende dag gingen we naar Victoria Falls. Lonely planet had ons verteld dat deze maand nog een hele goede maand zou zijn. Echter, zodra we naar de grens reden, werden ons verteld dat de Zambiaanse kant al zo goed als opgedroogd was. Het was niet de moeite waard om 20 USD per persoon te betalen om binnen te komen. Dus dat deden we niet, en in plaats daarvan werden we door een zeer dronken, maar erg grappige Zambiaan naar de grensbrug geleid. Simon (zijn naam) vertelde ons alles wat hij wist over de watervallen en andere, meer irrelevante dingen, zoals hoe je voor je vrouw moet zorgen (zoals hij ervan uitgaat dat we getrouwd waren). Hij probeerde ons te overtuigen dat het geld dat wij hem gaven, naar zijn opleiding zou gaan... schijnbaar zien wij er naïef genoeg uit dat we dat geloven.

Lars en Simon, onze gezellige en zeer dronken begeleider naar de brug voor de dag!

De volgende dag gingen we nogmaals naar de watervallen, maar nu naar de kant van Zimbabwe. We waren met een groepje van 5 mensen vanuit Jollyboys; Marcela uit Nederland (neef van Marc, de Nederlandse visboer in Zambia van ‘Boer zoekt Vrouw’, sorry Marcela, moest het even benoemen!), Morgan uit Californië en Dave uit Virginia (hij was de leeftijd van mijn vader!). Zodra we het park binnenkwamen voelden we de koele wind van de watervallen. We stapten om een struikje heen en werden overweldigd door wat we toen zagen! Het is fantastisch en verbazingwekkend wat de natuur kan creëren, die enorme hoeveelheid water die neerstort! Het zag er prachtig uit! Elke uitkijk was een beetje anders en net zo mooi of nog mooier dan de vorige! Na een paar uur begonnen we toch een beetje honger te krijgen, dus zijn we naar het stadje Victoria Falls gegaan in Zimbabwe. Hier hebben we in een lokaal restaurantje traditioneel Afrikaans gegeten, en zoals het hoort met dit eten, aten we met onze handen! Vervolgens zijn we terug gegaan naar Jollyboys, en na een afkoelende duik in het zwembad hadden we wat biertjes gedronken om op de dag te proosten. Maar de dag was nog niet afgelopen, het was vrijdagavond! We ontmoetten twee Duitse vrijwilligers, een Zambiaanse en een jongeman uit Wales die allen op een basisschool in Livingstone werken. De jongen uit Wales, Brandon, overtuigde ons, Morgan en een groep van ongeveer twaalf Canadezen, om mee te gaan naar een lokale club. Deze club had een geweldige mix van toeristen en locals. En verdomd, wat kunnen die Afrikanen lekker dansen! Ken je die dancebattles in films waar mensen in een club een cirkel vormen om zo’n battle heen, nou dat is letterlijk wat er in deze club gebeurde. Het was geweldig om te zien!

Livingstone had het scherpe randje van ons welkom in Zambia weggenomen. En deze dag was het perfecte einde aan ons verblijf in Livingstone. De volgende ochtend waren we weer vroeg op (relatief gezien) en op weg naar Lusaka waar we Sue en Jeff van VisionZambia ontmoetten. Je kunt lezen over het geweldige werk wat zij doen in deze blog.

Vond je het leuk om deze blog te lezen? Of heb je nog vragen of opmerkingen, wees alsjeblieft brutaal genoeg om een ​​reactie te plaatsen hieronder!

De meiden die we ontmoet hadden in het hostel; Morgan en Marcela, en ik op de foto met de waterval en een prachtige regenboog op de achtergrond.

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 3 comments
De Natuurlijke Contrasten van Botswana

De Natuurlijke Contrasten van Botswana

De Natuurlijke Contrasten van Botswana

Van uitgestrekte woestijnen tot prachtige rivierbanken en indrukwekkende baobabs

Kellie

We zijn aangekomen in Zambia! Dit kostte ons ongeveer 2,5 uur en (zoals verwacht) aardig wat gedoe aan de grens, maar hier wijd ik meer over uit in de volgende blog. Laat me eerst even vertellen wat we hebben gedaan nadat we bij Sander het Tuli Block verlieten. De ochtend van ons vertrek hebben we afscheid genomen van dit geweldige gebied door een wilde klopjacht, of eigenlijk niet zo wild, want we volgden de sporen van de vele wilde honden in het gebied en volgens mij waren die ons gewoon in rondjes aan het leiden! We hebben ze dus niet gevonden, maar het was een goede ochtendwandeling. Daarna vertrokken we naar Palapye. We hadden besloten om hier even grote inkopen te doen, waaronder een goede, verschijnende lantaarn, en om onze gastank te vullen. Maar we zijn niet voor niks in Afrika, dus het ging allemaal niet zo gemakkelijk als je zou denken. We werden van de ene naar de andere plek gestuurd, de hele stad door en niemand had de juiste apparatuur om de tank te vullen. Tot (en ondertussen zijn we op dat punt belandt waarop we zeiden 'gelukkig voor ons') we er toch een hebben gevonden! Uiteindelijk hebben we besloten om in Palapye te blijven, in plaats van naar de volgende stad te rijden wat we oorspronkelijk van plan waren. En achteraf was dit wel leuk, omdat we in Camp Itumela verbleven, een plek waar Anouk en ik het drie jaar eerder heel erg naar ons zin hebben gehad.

Ons kampeerplekje op de open vlakte, met voor meer dan 30 kilometer alleen maar natuur om ons heen!

Centraal Kalahari

De volgende dag gingen we op weg naar Centraal Kalahari, een nationaal park zo groot als Denemarken en één uitgestrekte woestijn! En dus ook een lange rit, maar we arriveerden voor zonsondergang bij het entree stadje (lees, inieminie dorpje). Die nacht waren we lekker in ons tentje gekropen op een camping in de buurt van de ingang (met ‘in de buurt’ bedoel ik op twee uur afstand rijden over een zogenaamde “main off-road”). Maar twee uur later werden we ruig wakker geschud, letterlijk, omdat er ineens een enorme storm was komen aanwaaien! Het voelde alsof we zo opgelifd zouden worden in een orkaan naar het land van Oz! Nou ik denk niet dat we de snelheid waarmee we die tent hebben ingepakt nog een keer gaan halen deze reis, waarbij de gietende regen misschien wel de voornaamste motivatie was! Maar natuurlijk, zodra we lekker in de auto aan het opwarmen waren... ja, je raadt het al, toen was de storm voorbij ... Ach ja! Toen zijn we toch nog maar een paar uur naar ged gegaan, en de volgende ochtend zijn we vroeg wakker geworden voor onze trip naar Centraal Kalahari. Het resultaat van de storm was over de hele route zichtbaar; het was erg modderig en dus een perfect moment om onze 4x4 te proberen. In de Kalahari was dit nog een stapje erger. Hier kwamen we erachter dat als je de versnelling naar 4x4 zet, dat niet wil zeggen dat hij ook direct naar 4x4 gaat. Nee... Sisi neemt d’r tijd hoor! En dit hebben we op de moeilijke manier geleerd, namelijk nadat we vast kwamen te zitten in de modder! Maar door de auto gewoon in z’n achteruit te zetten en vervolgens volle bak gas weer vooruit te gaan, zijn we zo door de modder heen gereden. En dat zonder 4x4, want die ging pas aan nadat we er doorheen waren....!

Een uitgestrekte vlakte, vlak voor zonsondergang, de beste jaag omstandigheden voor een bat-eared (vleermuis-oren) vosje!

Helaas, hebben we dit gedeelte van de trip niet helemaal op het juiste moment gepland. We waren in de Kalahari tijdens het slechtste moment van het jaar, wat betekent dat de meeste dieren de woestijn hadden verlaten en naar gebieden met water waren gemigreerd. We zagen een Bat-eared vos in daglicht, wat authentiek is aangezien het een nachtzoogdier is. Maar de rest van ons verblijf draaide vooral om het leren kennen van de vaardigheden van de auto. En, zeker niet te vergeten, het feit dat we op een plek stonden in de wildernis op minstens 30 km afstand van welk ander persoon dan ook. Hier konden we genieten van de prachtige sterren en de geluiden van nachtdieren om ons heen.

Een olifant in Makgadikgadi National Park, met op de achtergrond een enorme kudde zebra's aan het drinken.

Makgadikgadi National Park

Voor onze volgende stop hadden we natuurlijk de mooiste route gekozen, namelijk recht door het Makgadikgadi National Park. We reden naar de andere kant van het park op een zandpad van nogal zacht zand (ja ik had wel een beetje stress dat we eventueel vast kwamen te zitten, stress is een suk minder als je zelf achter het stuur zit!). Deze route liep recht langs de rivier, en het was prachtig! Op een gegeven moment stopten we en zagen we een leeuwin. En op de achtergrond waren olifanten en zebra’s richting de rivier aan het lopen voor een dorstlessertje. En we hoorden, meer dan dat we zagen, de nijlpaarden bij de zogenaamde hippo-pool.

Jaren en jaren geleden zouden we hier onder water hebben gestaan. Nu is het helemaal opgedroogd en is er alleen een enorme uitgestrekte en prachtige zoutvlakte achter gebleven.

Nxai Pans - aka de Elephant photoshoot!

Die avond verbleven we bij Planet Baobab, een goede plek voor overlanding. Het werd omringd door verschillende grote, indrukwekkende baobabs. De volgende ochtend gingen we op weg naar de Nxai Pans, een uur rijden van waar we verbleven. Zoals gebruikelijk werden hadden we om 5.30 uur de wekker gezet, zodat we daar op tijd konden zijn; voordat de zon te warm werd voor de dieren (en ons) om zich te bewegen. Het begon als een nogal teleurstellende dag, de wegen waren echt shit (wat wel valt te verwachten, maar dat maakt het niet minder kut), en ze werden omringd door struiken waardoor we niks konden zien. We kwamen aan bij de zout pan en dat was wel erg mooi, maar het leek verlaten. Zelfs bij de enige drinkplek in de wijde omgeving zag we maar een paar springbokkies ... Was dit nou waarvoor we ons zo hadden gehaast die morgen?! Dus we besloten om nog wat verder rond te rijden, met in ons achterhoofd dat de brandstofmeter steeds verder richting leeg ging. Maar deze route zou volgens de kaart slechts 2 km zijn... Na het eerste bordje liet de wegwijzering het afweten en dus moesten we maar vertrouwen op de foto die we hadden gemaakt van de kaart bij de ingang... Maar blijkbaar was deze kaart niet erg accuraat, want een aantal splitsingen waren gewoon niet aangegeven! Uiteindelijk hebben we ongeveer 16 km gereden voordat we terugkwamen bij ons startpunt (wat overigens helemaal niet de bedoeling was). Tegen die tijd was het heel warm, hadden we de auto gekrast omdat we door een veels te nauw weggetje moesten, en waren we bezorgd dat de brandstof ons niet terug naar de camping zou krijgen. We waren er helemaal klaar voor om terug te gaan en het een dag te noemen. Maar voordat we dat deden, stopten we nog één keer bij de drinkplek. En wat een geluk dat we dat hebben gedaan! Eerst zagen we een kleine kudde zebras en gnoes naderen vanuit de verte, dus we wachtten. Toen zagen we twee olifanten in de zinderende hitte aan komen slenteren. En geloof het of niet, maar het werd daarna alleen maar beter en beter! Eerst werden de twee olifanten vergezeld door twee secretarisvogels, waarvan er 1 in het water viel. Deze vogels zijn van nature zeer elegant, maar deze plons en het gevecht met de modder wat hierop volgde was echt te grappig om te zien! Vervolgens kwam er vanuit de verte een hele kudde olifanten aan! Het laatste stukje deden ze rennend, zo blij en enthousiast waren ze om bij het water te komen. En eenmaal in het water spatten ze zichzelf en omstanders helemaal onder de modder! Veertien olifanten en een modderpool, het was de beste fotoshoot die ik ooit gezien heb. We bleven daar gedurende de hitte van de dag en gingen na een paar uur nog door naar de Baines Baobab.

Baines Baobab

Lars

De Baobabs zijn onze favoriete bomen in zuidelijk Afrika en er zijn veel legendes over het bijzondere uiterlijk van deze boom, voornamelijk over de dikke stam en de wortelachtige takken. Hier is één:

Lang, lang geleden, naast een klein meertje, ontsproot de allereerste baobab. Ze groeide gestadig, maar langzaam, zoals baobabs doen. Het duurde vele, vele jaren voordat ze volwassen was. Uiteindelijk was de baobab lang en groot genoeg om een aantal andere bomen eens goed te bekijken. Sommigen waren erg lang en slank, anderen hadden felgekleurde bloemen of mooie, grote bladeren. Op een dag was het windstil en kon de baobab haar eigen spiegelbeeld zien in het meer. Dit schokte haar tot in de puntjes van haar wortelharen: voor het eerst kon ze haar enorme dikke dikke romp zien, en haar schors die eruit zag als de rimpelige huid van een oude olifant. Bovendien had ze hele kleine bladeren en romige, witte bloemen. Zo duf en lelijk!

De baobab was natuurlijk boos en klaagde tegen de God van Evolutie. 'Waarom heb je me zo groot en dik gemaakt? Waarom niet slank, met grote en sappige vruchten?' Het geklaag van de baobab ging dag en nacht door, tot de Schepper er genoeg van had! Om de boom voor altijd de mond te snoeren, heeft God de baobab met wortel en al uit de grond gehaald en het ondersteboven herplant. Vanaf die dag kon de baobab niet meer haar eigen reflectie zien of zelfs maar klagen. En tot de dag van vandaag blijft het één van de meest iconische Afrikaanse bomen, met zijn wortels in de lucht.

Kellie op de foto met de Baines Baobabs. Wat een enorme en indrukwekkende bomen! Wij kunnen ons niet eens voorstellen hoe oud ze zijn.

De olifanten en de baobabs hadden onze dag gemaakt en we konden opgelucht weer terug naar Planet Baobab. De volgende morgen moesten we weer op pad, maar we hadden niet genoeg benzine om nog ver te komen. We hadden het de vorige dag maar net tot Planet Baobab gehaald. Dus we moesten een benzinestation vinden! Er was één dicht bij Planet Baobab, maar deze had geen brandstof meer. Hmm ... Wat nu? Blijkbaar gebeurt dit vrij vaak, want de lokale bevolking koopt benzine op voor dergelijke situaties en verkoopt het met winst. Dus, ik naar de dichtstbijzijnde stad en hier genoeg benzine gekocht om ons in Nata te krijgen, de volgende grote stad met wel drie (!) tankstations. En daarvandaan zijn we helemaal naar Kazungula gereden, waar we Zambia zouden binnengaan. Lees meer over dit avontuur in ons volgende blog, klik hier ...

Vond je het leuk om deze blog te lezen? Of heb je nog vragen of opmerkingen, ben dan vooral brutaal genoeg om een reactie te plaatsen in het onderstaande gedeelte!

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 2 comments