bylifeconnected

Hoe start je een stichting in Afrika – de eerste maand

Het is iets meer dan een maand geleden dat we Nederland verlieten op Koningsdag, de geboortedag van onze geliefde koning Pils, om een stichting te starten in Afrika. En wat voor een maand… zoals te verwachten in Afrika was het een maand vol frustraties, enorme hoeveelheden geduld en altijd maar wachten. Een korte update, we zijn nog niet aangekomen op de uiteindelijke plek van bestemming en in deze blog zal ik uitleggen waarom niet!

De vlucht

Het begon al met onze vlucht op Schiphol. Egypt Air stond ons niet toe om in te checken... Waarom niet vraag je je af? Blijkbaar, omdat we een enkele reis hadden geboekt en geen bewijs à lees vliegticket, hadden om Zuid-Afrika weer te verlaten. Het ‘grappige’ is dat Zuid-Afrika niet eens in de buurt van onze eindbestemming ligt. We wilden vrienden in de buurt van het Kruger NP (in ZA) bezoeken, dan een bus nemen naar Botswana, onze auto halen en door naar Zambia gaan om ons te vestigen in Kafue NP. We hadden het buskaartje van Johannesburg naar Gaborone (hoofdstad van Botswana) al geboekt. Dit was precies wat we de vorige keer ook hadden gedaan en toen was het prima! Maar voor Egypt Air was het dat niet.

Ondertussen mega gefrustreerd en een beetje gestrest, want we hadden straks niet eens meer de tijd om fatsoenlijk afscheid te nemen, hebben we ter plekke twee vliegtickets geboekt van 250 euro van Jo'burg naar Gabarone. Uiteindelijk moesten we die vlucht ook weer annuleren, omdat we nog afspraken hadden in Jo'burg en we heel veel extra moesten betalen voor de bagage (aangezien het een kleine vlucht was). En annuleren bij vliegtickets.nl… of zelfs maar omboeken, nee hoor dat kunnen ze niet. En al helemaal niet als vanuit het buitenland contact met ze wilt opnemen. Kortom, complete geldverspilling, megafrustraties met omboeken/annuleren en ook nog eens totaal onnodig.

Egypt Air was er namelijk van overtuigd dat de douane ons niet Zuid-Afrika in zou laten omdat we een enkele reis hadden. Zelfs na we dat vliegticket hadden geboekt! Deze overtuiging heeft ons de hele vlucht van 16 uur dwars gezeten, bang dat we misschien weer terug naar Nederland zouden moeten.

De douane

Dit is wat er uiteindelijk gebeurde bij de douane: Ik loop met klamme handjes naar die man toe, supernerveus, m’n vliegticket al openstaand op m’n telefoon. Lief lachend zeg ik hem gedag en vraag hoe het is. De man groet me terug en zegt, “Hoort die jongen bij je?” wijzend naar Lars achter me in de rij. Ik zeg ja, en Lars moet ook meteen komen. Vervolgens kijkt hij naar m’n paspoort en zegt “Hey, jullie zijn al eens in Zuid-Afrika geweest?”. Dus wij, "Ja we vinden het een prachtig land". Geen reactie... Hij pakt z’n stempel, geeft ons drie maanden en wenst ons een prettige reis. THAT’S IT! Niks ticket hoeven laten zien, uitweiden over onze reisplannen of whatever…

Dus, bedankt Egypt Air voor het verspillen van ons geld, een zeer stressvolle vlucht en ook nog eens geen afleiding. Hoe bedoel je geen afleiding? Nou, we hadden op een internationale vlucht van UREN niet eens een schermpje bij onze stoel om een film te kijken... Je kan wel begrijpen dat wij nooit meer met Egypt Air gaan vliegen.

Een toch wel vet momentje in het vliegtuig. Dit was het uitzicht toen we over Caïro vlogen!

Zuid-Afrika

Hoe dan ook, uiteindelijk was het natuurlijk een enorme opluchting toen we Zuid-Afrika binnen liepen. Vervolgens gingen we onze huurauto ophalen. Hiervoor heb je een creditcard nodig, maar helaas helaas had ik het saldo niet gecontroleerd voor we thuis vertrokken. Blijkbaar had ik die maand juist m’n creditcard veel gebruikt in Nederland. Mijn credit moest meer dan 1000 euro zijn om onze huurauto mee te kunnen krijgen, dat houden ze dan als borg. Een Simcard met internet hadden we al gekocht, dus ik dacht dat geld wel even over te kunnen maken vanaf mijn telefoon. Ennnn… toen ontdekte ik dat ik mijn e.dentifier vergeten was... Ik kan je vertellen dat ik toen wel bijna doorheen zat. Gelukkig voor ons had ik wel thuis nog even de creditcard-app geïnstalleerd (wat niet kan zonder e.dentifier) en konden we Ideal gebruiken om vanaf Lars zijn account geld over te maken.

Wild Olive Tree Camp

Dus, ook al waren we een paar uur later dan gepland (want we hadden ook nog een paar uur vertraging met de vlucht, totaal vergeten te melden), waren we eindelijk op weg naar het Wild Olive Tree Camp (WOTC) naast Orpen Gate bij het Kruger National Park. We kwamen hier net na het donker aan (dat is rond 18.00 uur), hadden een praatje met onze vriend Clifford en gingen regelrecht naar de tent. En met de prachtige geluiden van de natuur om ons heen (hyena’s, olifanten, leeuwen) konden we eindelijk relaxen.

We hebben een paar heerlijke dagen gehad bij WOTC. Lars had een paar jaar geleden hier zijn scriptieonderzoek gedaan en we stonden te popelen om ze weer te zien en te horen hoe het met ze is. Conclusie, het gaat erg goed! We raden zeker aan om daar te verblijven als je in de buurt bent. Het is een prachtig tentenkamp geworden dat volledig door de lokale bevolking wordt beheerd. Het heeft alle faciliteiten die je nodig hebt en een briljante gamedriver, Patrick. En Hazel, de kokkin, maakt heerlijke maaltijden!

Blij om onze camera weer te gebruiken bij de WOTC. Plus we hebben 4/5 van de Big Five op onze gamedrive gespot!

We hadden bij WOTC echter geen internet om wat werk te kunnen doen en contact te leggen met mensen, dus besloten we naar Graskop te gaan, een klein toeristisch stadje naast Blyde River Canyon. Hier verbleven we een paar dagen in ons eigen kleine appartement, terwijl we met verschillende mensen uit Zambia belden om de beste manier te vinden om een ​​werkvergunning te krijgen. Onze uiteindelijke conclusie... we moeten zo snel mogelijk naar Zambia op een 30 dagen durende zakelijke vergunning en zoeken het verder daar wel uit! Te veel verschillende verhalen.

We hadden al een busticket naar Botswana geboekt en gelukkig waren we een dag eerder ‘klaar’ met alles wat we wilden doen, dus namen we wat tijd om de Blyde River Canyon te bezoeken. En daar werd ik zo blij van! We hadden deze derde diepste Canyon van de wereld al eens gezien, maar het is zo’n prachtig landschap dat ik niet denk dat dit ooit gaat vervelen.

We konden niet beslissen welke foto's we het leukst vonden! Het was allemaal prachtig en natuurlijk briljant modellenwerk.

De auto

Vervolgens kwamen we aan in Botswana voor het volgende item op de lijst. Weet je nog de vorige keer dat we in zuidelijk Afrika waren? Toen hadden we samen met een vriend een Toyota Landcruiser Prado gekocht. En ze heeft het mega goed gedaan gedurende die drie maanden dat we er in reden, behalve dan die ene keer dat de schokdempers braken op een vreselijke weg in Etosha NP (lees hier meer over). Helaas, gedurende de tijd dat onze vriend de auto had, braken verschillende dingen en moesten we veel meer geld investeren dan we van te voren van plan waren. En vervolgens moet je een prijs bedenken om elkaar uit te kopen. We hadden het besproken en onze vriend was het ermee eens dat hij ons zou uitkopen. Wij zouden vervolgens een andere auto kopen in Gaborone, Botswana, of al in Zambia, dat wisten we nog niet helemaal zeker...

Toen we echter een prijs voorstelden waarvan wij dachten dat die eerlijk was, begon onze vriend na te denken en vroeg ons om toch maar hem uit te kopen. Dit gebeurde allemaal terwijl we al onderweg naar Botswana waren en dus niet echt de tijd hadden om er rustig over na te denken. Helaas waren Lars en ik het niet eens over de eerlijkheid van dit hele proces, dus dat was een heen en weer van intense discussies, advies van meerdere automonteurs en van familie... Helaas, uiteindelijk, ging vriendschap voor geld en hebben we veel meer van ons budget aan de auto besteed dan we van plan waren. Wat we hebben geleerd; het is zeker slim om samen een auto te kopen, maar denk van tevoren goed na over de afspraken, zet ze vervolgens zwart op wit en onderteken ze. Vertrouw niet alleen op je vriendschap, want uiteindelijk zul je verschillende opvattingen hebben over wat eerlijk is en wat niet.

Herenigd met ons bakkie! (Let op, dit zijn foto's van de vorige trip)

Meer autoproblemen!

Maar goed, hou je vast, want dit was niet het einde van onze autoproblemen. We hebben een dag gereden om hem op te halen, te laten registreren op onze naam en een dag terug gereden om vervolgens terug in Gaborone onze vertrouwde automonteur alles te laten controleren. En ja hoor, de monteurs vonden nog een aantal andere onderdelen die kapot waren. Ze waren niet essentieel als je gewoon op asfaltwegen rijdt, maar ze zijn wel essentieel als je de auto heel wilt houden voor langere tijd in de bush. En dus moesten we dit ook weer laten repareren. Maar helaas moesten deze onderdelen uit Johannesburg komen en dat duurt drie dagen... plus de weekenden die niet mee tellen. Toen de onderdelen eindelijk in Gaborone waren, bleek dat het meisje van de Toyota-dealer per ongeluk hetzelfde onderdeel twee keer besteld, in plaats van twee verschillende. Kortom... uiteindelijk duurde het twee weken voor we Gaborone konden verlaten.

Gelukkig voor ons verbleven we in een geweldige Airbnb met een lokaal gezin en twee lieve honden (vind hem hier op Airbnb). Onze gastheer, Tumo, die net zo oud is als wij en ook een reiziger, heeft ons een aantal keer mee op stap genomen. En op Moederdag vertelde zijn moeder ons dat ze onze plaatsvervangende moeder wel wilde zijn, superlief! We zullen ze missen en zullen er zeker weer verblijven als we terug zijn in Gabs.

Tumo nam ons mee naar het 'safari' Park in Gaborone, Moederdag en een avondje uit!

Botswana

Toen onze auto klaar was konden we eindelijk naar Zambia! Gaborone zit echter niet om de hoek van Zambia; het is zo'n 1000 km rijden. In Afrika rijden wij liever niet in het donker, dus hebben we onze tijd genomen en de afstand over twee dagen verdeeld. We bleven overnachten op een prachtige plek genaamd Nata, waar ze een vogelreservaat hebben. Tijdens zonsondergang waren we in dit vogelreservaat en ik kan je vertellen, we hebben nog nooit in ons leven zoveel flamingo's, of zelfs vogels, gezien op één plek. Het was prachtig! Dit zijn de momenten die ons eraan herinneren waar we het voor doen; om onze prachtige planeet in leven te houden, zodat komende generaties ook kunnen genieten van deze natuur.

De enorme hoeveelheid flamingo's die we hier zagen was onmogelijk om op 1 foto te zetten, maar dit is om je een idee te geven!

Kasane

Tegen de tijd dat we in Kasane aankwamen, de grensstad naar Zambia, was het zaterdag. Het heeft absoluut geen zin om voor maandag naar Zambia te gaan, dus hebben we het ervan gepakt in Kasane. Dit kleine stadje ligt naast Chobe National Park, een van de mooiste natuurparken in zuidelijk Afrika. Het is de thuisbasis van ongeveer een kwart van de wereldolifantenpopulatie. Het is ook het gebied waar de hele wereld nu een mening en kennelijk ook expertise over heeft, omdat dit het belangrijkste gebied is waar de regering van Botswana het jachtverbod zal opheffen. Wil je onze mening kennen op basis van onze ervaring en achtergrond in conservatie? Lees er hier over.

Ondertussen zijn we op de weg naar Kasane ook een hele kudde olifanten tegen gekomen. En in Kasane hebben we een zeer ontspannende boottocht op de Chobe-rivier gedaan, genietend van de olifanten en alle andere dieren aan de rivieroevers 😊.

Het lijkt erop alsof we ons enorm vermaken in onze tijd hier, en dat is natuurlijk gedeeltelijk wel zo, maar met een duidelijke balans tussen werk en plezier. Persoonlijk heb ik hier best wel veel moeite mee, we zijn in allemaal gebieden waar prachtige natuur is, of op accommodaties waar iedereen op vakantie en aan het chillen is. Dan wil ik natuurlijk het liefst doen wat de rest doet; ontspannen bij een zwembad of elke ochtend en middag op safari! Maar dat zit er niet in, we hebben in onze werk tijd vooral onze focus gehad op hoe Zambia binnen te komen!

Kudde olifanten langs de weg naar Kasane en een boottocht van twee uur over de Chobe-rivier, zeer ontspannend en mooi.

Zambia

Na al dat onderzoek konden we eindelijk de grens over en Zambia in. We lieten onze auto in eerste instantie achter bij de lodge in Botswana, omdat we ter plekke wilden uitzoeken wat we ermee moesten doen voordat we alle invoerrechten betaalden. In Zambia verbleven we in Livingstone in Jollyboy's Backpackers. Deze locatie was direct naast PACRA, het gebouw waar we onze NGO moesten registreren, en in de buurt van immigratie. We zullen hier niet helemaal uitweiden over het registratie proces van een NGO en onze werkvergunningen. Wil je hier meer over weten, lees dan een meer gedetailleerd blog hier.

In het kort, het kostte ons ongeveer een dag om de NGO (stichting) te registreren (PACRA is geweldig!); twee dagen om onze TPIN te krijgen, de belastingregistratie (die had binnen een uur moeten kunnen, maar This Is Africa - TIA) en twee weken plus verschillende bezoeken aan immigratie voordat we eindelijk konden INLOGGEN op de website van immigratie voor onze werkvergunning. Applicaties MOETEN dus online gedaan worden, maar je moet wel (blijkbaar meerdere keren) naar het kantoor om je online account ontgrendeld te krijgen. De logica erachter? Niemand die het weet... Nog een TIA voorbeeld. Hoe dan ook, we hebben eindelijk de aanvraag gedaan en nu zullen we moeten wachten of we de vergunning ontvangen. Als dat zo is, zijn we klaar voor de komende twee jaar, zo niet? Nou dat zien we dan wel weer.

Victoria falls

Tijdens deze twee weken waren er ook weekenden waarin je niets kunt doen, want de ambtenaren zijn dan vrij. Dus dan nemen wij ook vrij en zijn we dus naar Victoria Falls gegaan. De vorige keer waren we hier in oktober aan het einde van het droge seizoen. De waterval aan de Zambiaanse kant was toen helemaal opgedroogd. Maar nu was het het einde van het natte seizoen en jemig, wat een verschil. HET WAS ECHT GEWELDIG. We waren helemaal doorweekt en er zijn waterdruppels te zien op elke foto die we hebben gemaakt, maar het was zo de moeite waard!

Het is fascinerend om te zien dat deze rustig stromende rivier zo enorm krachtig wordt wanneer het 108 meter naar beneden stort. Je voelt je dan ineens heel klein. Behalve boven aan de waterval, zijn we ook naar de zogenaamde kookpot (Boiling pot) gegaan. Dit is op de bodem van de 1,7 km lange waterval. Hier wordt eerst al het water door een kloof van 110 meter breed geduwd, het smalste punt van de gehele Zambezi rivier. Na deze nauwe kloof komt het water in de tweede kloof waar het door de enorme kracht een heel diep gat heeft uitgesleten dat constant lijkt te 'koken', alas de naam.

We hebben de hele dag doorgebracht bij Victoria Falls, zo mooi was het. Zoals je dus wel kunt zien door (het aantal) foto's 😊!

Lusaka

En nu zijn we in Lusaka! We verblijven bij een geweldig Nederlands stel dat al heel lang in Zambia wonen en nieuwe Nederlandse expats graag een handje helpen. We hebben al een aantal interessante mensen ontmoet en zijn naar het Department of National Parks and Wildlife gegaan om toestemming te krijgen. Deze toestemming is vooral om te praten met alle belanghebbenden in en rond Kafue NP, dit is de officiële route, want we willen mensen niet op de verkeerde voet beginnen of mensen beledigen door het op de verkeerde manier te benaderen. Hopelijk slagen we erin om deze toestemming snel te krijgen en dan kunnen we richting het park gaan en beginnen met ons onderzoek naar het gebied en de beste manier om onze plannen uit te voeren 😊.

Dat is het voor nu! We houden jullie op de hoogte via onze nieuwsbrief. Heb je je daar nog niet voor aangemeld? Doe het nu, klik hier! Voor regelmatige updates, volg ons op Instagram account en/of de Facebook pagina.

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 4 comments

How to start an NGO in Africa – the first month

Voor de Nederlandse versie - Klik Hier

It’s been a little over a month since we left the Netherlands on Kingsday, the birthday of our precious King Pils, to start an NGO in Africa. And what a month it has been, true to the African style it has been a month with a lot of frustration, huge amounts of patience and waiting. Quick update, we haven’t arrived at our actual destination yet and in this blog, I’ll explain why not!

The flight

It started with our flight at Schiphol airport with Egypt Air. They didn’t allow us to check-in… The reason? Because we had a one-way ticket and did not have a flying ticket for leaving South Africa. Funny thing is that South Africa was not even our final destination. We wanted to visit friends near Kruger NP, then take a bus to Botswana, get our car and get to Zambia to settle down in Kafue NP. We had booked the bus ticket from Johannesburg to Gaborone (capitol of Botswana), which is what we did last time and then it was fine! But for Egypt Air it wasn’t. So, with frustrations to the max, we had to book two flying tickets of 250 euro’s out of Jo’burg right then and there. In the end, we couldn’t take that flight, because we still had appointments in Jo’burg, PLUS we would have had to pay a lot extra for our luggage (as it was a small flight). A WASTE OF MONEY AND TOTALLY UNNECESSARY.

Border Security

Egypt Air was convinced that they wouldn’t allow us in South Africa on a one-way ticket. This made us totally upset the whole 16-hour flight, afraid we might have to come back again, my heart was in my throat the entire flight. Let me tell you what happened when we entered the country. The guy from border security got our passports, said “hey you’ve been to South Africa before”, we said “yes we love the country”, he gave us a stamp for three months and wished us a pleasant journey. THAT’S IT! So, thank you Egypt Air for wasting our money, a very stressful flight and on top of that, no distractions. Why, you ask? Because, guess what, there wasn’t even a private screen to watch movies… WE WILL NEVER FLY WITH EGYPT AIR AGAIN.

One pretty cool moment in the airplane. This was the view when we flew over Caïro!

South Africa

Anyway, a huge relief when we entered South Africa, so we went to pick up our rental car. You need a credit card for this, which I have, but I hadn’t checked the balance. Apparently, I used it a lot the last month in the Netherlands. I had to put money on it again to be able to get the bond for our rental car. That’s when I found out I had forgotten my Identifier to transfer money… I can tell you, by then, I was about done with everything. Luckily for us, I did download the Credit card app and we could use Ideal to transfer money from Lars his account. So, a few hours later than planned, we were finally on our way to the community operated Wild Olive Tree Camp (WOTC) next to Orpen Gate at Kruger National Park. Oh right, I forgot to mention before, a few hours later, because our flight with Egypt air, was also delayed a few hours.... Anyway, we arrived at WOTC just after dark (which is around 6 pm), had a small chat with our friend Clifford and went straight to the tents. Finally, rest! And the wonderful sounds of the bush around us; we had missed the night call of the hyena!

The Wild Olive Tree Camp

We had a few wonderful days at WOTC. Lars had done his thesis research there a few years back and we were eager to see them again and wondering how they were doing. Turns out, great! We definitely recommend staying there. It has become a beautiful tented camp fully operated by the locals, all the facilities you need and a brilliant game driver, Patrick. And Hazel, the cook, made us a wonderful meal!

Happy to use our camera again at the WOTC. Plus saw 4/5 from the Big Five at our game drive!

However, we didn’t have any internet here to get in touch with people, so we decided to go to Graskop, a small tourist town next to Blyde River Canyon. Here we stayed in our own little apartment for a few days from where we called with several people from Zambia to find the best way to get a work permit. Our conclusion in the end… Get to Zambia as quickly as we can on a business permit and figure it out from there! We had booked a bus ticket to Botswana already and luckily, we ‘finished’ one day early with everything we wanted to do, so we took some time to visit the Blyde River Canyon. And I’m so happy we did. We had seen it once, but it is just such an amazing landscape!

Couldn't decide which pictures we liked the best! It was all beautiful and brilliant modelling work. 

The car

Then we arrived in Botswana for the next thing of the list. Remember the last time we were in southern Africa? We had bought a Toyota Landcruiser Prado together with our friend. It had done us well during those three months driving, except for the one time when the shocks broke on a horrible road in Etosha NP (read about it here). Unfortunately, during the time our friend used it, several things broke and we had to invest a lot more money than we intended. And then you have to figure out a price to buy each other out. We had discussed it and our friend agreed that he would buy us out and we would fix another car in Gaborone, Botswana. Or even in Zambia, we weren’t sure yet.

However, when we suggested a price which we thought was fair, our friend started thinking and asked us to buy the car from him. Unfortunately, Lars and I didn’t agree on the fairness of this whole process, so that was a rollercoaster of intense discussions between us, advice from car mechanics and some more from family... Alas, in the end, friendship and practicality went over money and we regrettably spent much more of our budget on the car then we intended to. What we learned; it is smart to buy a car together, but properly think about the rules in advance, put them in black and white and sign them. Don’t just trust on your friendship, because in the end you’ll have different views on what’s fair and what’s not.

Reunited with Sisi! (These are old pictures from our last trip)

More car trouble!

Hold your horses, this wasn’t the end of our car issues. We drove a day to pick it up, get it registered on our name and drove a day back again to have everything checked. The mechanics found some other parts that were broke. They weren’t essential if you’re just driving on tar roads, but they are essential in the bush. And thus, we had to have them fixed. These parts had to come from Johannesburg and that takes three days… And of course, there’s the weekends. When they arrived, the girl from the Toyota dealer had accidently ordered the same part twice, instead of two different ones. In short… it took another two weeks in Gaborone before we could leave with our car.

Luckily for us, we were staying in a great Airbnb with a local family and two sweet dogs (find him here on Airbnb). Our host, Tumo, who is the same age as us and a traveler as well, took us out on several occasions. And on Mothersday, his mum told us she would be our substitute mom while we were there! We’ll miss them and definitely stay there again when we’re back in Gabs.

Tumo took us to Gabs game park, out for Mothersday and clubbing!

Botswana

Now, when our car was fixed and ready, we could finally head to Zambia! However, Gaborone is not around the corner from Zambia, it’s about a 1000 km’s driving. In Africa, you don’t drive after dark, so we took our time and spread the distance over two days. We stayed overnight at a beautiful place called Nata, where they have a bird sanctuary. We went to the sanctuary during sunset and have never ever in our lives seen so many flamingo’s, or birds for that matter, in one place. It was amazing! These are the things that remind us what we’re doing it for; to keep our beautiful planet alive so generations to come can enjoy these views.

The amount of flamingo's was incredible, we couldn't capture it in one picture. So here's multiple to give you an idea!

Kasane

By the time we got to Kasane, which is the border town to Zambia, it was Saturday. There is absolutely no use getting into Zambia before Monday, so we made the most of our time in Kasane. This little town is placed next to Chobe, one of the most beautiful wildlife parks in southern Africa. It is home to about a quarter of the world elephant population. It is also the area where the whole world now has an opinion and apparently expertise about as well, because this is the main area where the Botswana government is going to lift the hunting ban. Want to know our opinion based on our experience and background in conservation? Read about it here.

In the meantime, we saw a whole herd of elephants along the road towards Kasane. And in Kasane we went on a very relaxing boat trip on the Zambezi river to enjoy the elephants and all the other wildlife around the riverbanks 😊.

So far it seems we pretty much made most of our time here. And we did, but with a good balance of working and fun. I can tell you; it is pretty hard when you’re in an area and all you want to do is go into the wildlife parks or relax at a swimming pool just like everyone else at the campsite! The ‘work’ we were doing was mainly figuring out how to set up the NGO and get work permits in Zambia. Prepare before we arrive in Zambia.

Herd of elephants along the road to Kasane and a two-hour boat trip on the Chobe river, very relaxing and beautiful.

Zambia

And then we finally crossed into Zambia. We left our vehicle behind at the lodge for now, as we wanted to figure out what to do with it before paying all the import fees. In Zambia we stayed in Livingstone at Jollyboy’s Backpackers. They were conveniently located next to PACRA, the place where we had to register our NGO. For full details on how you register an NGO in Zambia and apply for a work permit, read our other blog specifically focused on this. Find it here.

In short, it took us about one day to get the NGO registered (PACRA is amazing!), two days to get our TPIN, the tax registration (which should have been so much faster, but TIA) and two weeks plus several visits to immigration before we could finally APPLY for our work permit. Applications have to be done online, but you do have to go to the office (several times apparently) to get your online account unlocked so you can actually use it. The logic behind it? Nobody knows… Anyway, we have finally applied and now we’ll have to wait if we receive the permit. If so, we’re set for the next two years, if not… Well, we’ll figure that out if it comes.

Victoria Falls

During these two weeks there were also weekends in which you can’t do anything if you need officials. So spent your time well! We went to Victoria Falls. We had only been in October, which is the end of the dry season and the waterfall had dried up on the Zambian side. But now it was the end of the wet season and my, what a difference. IT WAS AMAZING. We got totally soaked and there are water droplets showing on every picture we made, but so worth it!

It is mesmerizing and humbling to see this quietly flowing river being turned in such a magnificent force when it makes a drop of 108 meters. We also went down to the so-called boiling pot. This is the bottom of the 1.7 km long falls where all the water is pushed through a gorge of 110 meters wide. After this narrow gorge, the water enters the second gorge where it has carved out a very deep pool that seems to ‘boil’, hence the name.

We spent the whole day at Victoria falls, that's how beautiful it was. As you can see from (the amount) of pictures 😊!

Lusaka

And now we are in Lusaka! We’re staying with an amazing Dutch couple who have been in Zambia for a long time and help newly arriving Dutch expats. We’ve met several interesting people already and went to the Department of National Parks and Wildlife to get permission to talk to all the stakeholders in and around Kafue NP (official route, we don’t want to offend people by approaching it the wrong way). Hopefully we manage to get this permission quickly and then we can head towards the park and start our research of the area and the best way to implement our plans 😊.

That’s it for now! We’ll keep you updated through our newsletter. Haven't subscribed yet? Do it now, click here! For more regular updates, please check our Instagram account and Facebook page.

Posted by bylifeconnected in Blog, 0 comments

How to set up an NGO in Africa – The details

Let me start with telling you a few things. First of all, this blog is more like a guide than ‘a fun story to read’. If you want to read the story of our first month, you can find it in our other blog here. Secondly, this blog explains how we handled everything with the NGO, work permit and car. We think we did okay. However, TIA (this is Africa), so there is probably multiple other ways that could be better or worse! Our motto for this part of the story:

“We’ll make the ‘mistakes’, so you don’t have to”

So, it’s been a little over a month since we left the Netherlands on Kingsday, the birthday of our precious King Pils. And what a month it has been, true to the African style it has been a month with a lot of frustration and huge amounts of patience and waiting. In this blog I will tell you the steps we had to undertake to get where we are now in the process of setting up an NGO in Zambia.

A few tips when you’re booking a one-way ticket

  1. First of all, try not to have too much of a social life 😉, it makes it that much harder to leave everything behind! But, if you do have a social life like any normal person, just a simple tip to make that part easier: time! Give yourself enough time. We had 27 days ‘off’ after we stopped working and before leaving. It may seem like a lot, but it wasn’t enough! During these 27 days, we were busy preparing everything for the NGO; working out details, contacting people relevant for the NGO and rephrasing the plan time and again. At the same time, we were also trying to see all our friends and family, wanting to have a proper goodbye before we immigrate to Africa! And then 27 days are gone in a blink of an eye.
  2. Second tip to save you a lot of trouble. When you make sure you have enough time back home, then you’ll also have time to get your visa sorted in advance! It sounds only logical, but for us it didn’t seem possible at the time. However, even when you think it might not be possible, give it a try anyway and you’ll be surprised how far you can get on the online world of the internet. Ask around on the expat Facebook group of the country you’re going to, mail the embassy, etc.
  3. When flying to South Africa, and probably other countries as well, they are going to ask questions if you have a one-way ticket. So, have an explanation for your one-way-ticket! For once in our live we were at the airport early, and luckily, because Egypt Air did not want to check us in. The reason? Because we did not have a flying ticket for leaving South Africa. Our solution, we bought a flying ticket from Johannesburg to Gaborone (Botswana) right then and there. It was a pain in the ass, because we already had a bus ticket for the same trip and thus a waste of a lot of money. So, be warned!

Our circumstances.

We’ve travelled through Africa for three months before we decided to start our own NGO. We had in mind that we could join an existing project, but we didn’t come across an NGO where they had a spot that fitted us. We did come across a beautiful area in Zambia with so much potential for nature conservation and community development, that we knew that this was the place to be for us (see our blog about Kafue NP). We went back home to figure out a plan, get in touch with different stakeholders active in the area, work and save money. And then we booked our one-way ticket!

But that’s also were we get to the tricky part. If you want to do anything in a country like Zambia, you’ll need something else than a visitor/tourist permit. At first, we wanted to get a temporary work permit, but then we heard a story from a Dutch lady who applied for this permit (6 months) and after it expired, she wasn’t allowed to re-enter Zambia for another year! We’re not sure if she was the exception or the rule, but we figured it is not the way to go for us then.

We decided to ask the experience experts on the several Expat Zambia Facebook groups. We’ve got many replies, some more useful than others, but the main thing we found is that there were a lot of different stories. Apparently, there is no one way to do it, so that’s why we’ve decided to write down our own story. And let me warn you, it was a rollercoaster of feelings where the one day we thought we had to leave the country for two months and the next we knew we could stay!

The start.

We flew over Johannesburg, South Africa on a one-way ticket (which is a whole other story with several bumps on the road, read about it here). From there we visited some friends at the community operated Wild Olive Tree Camp next to Orpen Gate of Kruger National Park. Lars had done his thesis research there a few years back and we were eager to see them again and wondering how they were doing. Turns out, great! We definitely recommend staying there. It has become a beautiful tented camp fully operated by the locals, all the facilities you need and a brilliant game driver. After that, we went to Graskop near Blyde River Canyon where we stayed in our own little apartment for a few days with internet to figure some stuff out. From here, we called with several people from Zambia to find the best way to get a work permit. Our conclusion in the end… Get to Zambia as quickly as we can on a business permit and figure it out from there!

Our car.

Next step was to get our car. Last time we were in southern Africa, we bought a Toyota Landcruiser Prado together with our friend. It had done us well during those three months driving, except for the one time when the shocks broke on a horrible road in Etosha NP (read about it here). Unfortunately, during the time our friend used it, several things broke and we had to invest a lot more money than we intended. And then you have the next step, you have to figure out a price to buy each other out. We had discussed it and our friend agreed that he would buy us out and we would fix another car in Gaborone, Botswana. Or even in Zambia, we weren’t sure yet. However, when we suggested a price which we thought was fair, our friend started thinking and asked us to buy the car from him. Unfortunately, Lars and I didn’t agree on the fairness of this whole process, so that was a rollercoaster of intense discussions between us, advice from car mechanics and some more from family… Alas, in the end, friendship and practicality went over money and we regrettably spent much more of our budget on the car then we intended to. What we learned, it is smart to buy a car together, but properly think about the rules in advance, put them in black and white and sign them. Don’t just trust on your friendship, because in the end you’ll have different views on what’s fair and what’s not.

Reunited with Sisi! (These are old pictures from our last trip)

More car trouble!

Hold your horses, this wasn’t the end of our car issues. We drove a day to pick it up, get it registered on our name and drove a day back again to have everything checked. The mechanics found some other parts that were broke, not essential if you’re just driving on tar roads, but they are essential in the bush. And thus, we had to have them fixed. These parts had to come from Johannesburg and that takes three days… And of course, weekend included. Then when they arrived, the girl from the Toyota dealer ordered the same part twice, instead of two different ones. In short… it took another two weeks in Gaborone before we could leave. Luckily for us, we were staying in a great Airbnb with a local family and two sweet dogs (link Airbnb). Our host, Tumo, who is the same age as us and a traveler as well, took us out on several occasions. And on Mothers day, his mum vouched to be our substitute mom while we were there! We’ll miss them and definitely stay there again when we’re back in Gabs.

Setting up the NGO.

During these two weeks waiting in Gabs, we started to do some more research online about our best options. We found out the best thing to do when we enter Zambia, is to start the process of setting up our own NGO. We didn’t find any party around Kafue NP willing to employ us, so basically, we’ll have to employ ourselves then to get a work permit! We did this by getting into Zambia ourselves on a business permit (you’ll need an invitation letter from a Zambian resident to show you’ll be there on business) and go through the whole process, visit all the offices etc. But actually, a lot can be done online from a distance if you just know how, and we know how now! So let me walk you through it.

To set up an NGO as a foreigner there are some rules. First and foremost, your Board needs to be at least 50% Zambian residents. Tips for this; obviously find Zambian people you trust and who have enough money themselves. Make sure they know they are not going to get any money out of it.

There are currently still two ways to set up an NGO in Zambia. The official and best way is registering your NGO with the Ministry of Development. The law of the Non-Governmental Organisations Act No. 16 of 2009 (the “Act”) requires all NGOs as well as international NGOs operating in Zambia to be registered in accordance with the Act. Here’s the steps you’ll need to follow:

1) Certificate of Registration

  • Step 1
    You need to submit three copies of Rules and Regulations of your NGO and a recommendation letter from the collaboration government Ministry. Below are the guidelines of a constitution and the recommendation letter. You may not necessarily follow the order below, however the rules and regulation of your NGO must have contents as outlined below.

<Guidelines of a constitution>

  • Name of Organisation
  • Postal/ Physical Address
  • Objectives/ Aims
  • Office Bearers
  • Duties of Office Bearers
  • Term of Office Bearers
  • Members
  • Termination of Membership
  • Discipline
  • Finance
  • Meetings
  • Elections
  • Amendments to Constitution
  • Dissolution
  • Disposal of Assets upon Dissolution
  • Extract from “Register a Society or Church” by Office of the registrar of societies

<Recommendation letter>

Recommendation letter from line Ministry which the NGO will work under. This means, you’ll have to visit the local office of the Ministry in the town your NGO is based to get this recommendation letter.

  • Step 2

When you submit the above, details about the procedure and required documents will be provided. Below are the required documents;

  • Form 1- Application for Registration/Exemption, the form must be submitted in triplicate (3)
  • Copies of NRC, Passport or Driving Licences in respect of Zambian Members and Immigration permits in respect of Non-Zambian members must be submitted. Additionally, phone numbers of the office bearers should be included.
  • All the members appearing on the form must be scrutinized and cleared by the Police before the application for Registration is submitted (fingerprint certificates should be attached to the application).
  • Three certified copies of the NGO’s Constitution must be attached.
  • Clearance letter from the Registrar of Societies, PACRA and Lands and Deeds.
  • Fee: ZMW1,008.00 for International NGOs

Registration forms can be obtained online or from the Ministry of Community Development, Mother and Child Health, Headquarters, at the department of Registrar for NGOs and the District Community Health Office in all the Provincial capitals, where a manual receipt will be issued upon production of a computerized bank receipt and deposit slip showing payment of a non-refundable application fee.

  • Step 3

When your documents are approved, you will be given the certification which has a registration number. The certification is issued within three months of submission of all required documents. You are advised to make a schedule which shows time deadlines.

As you can see, applying for an NGO through the Ministry of Development can take up to three months. We don’t have that time, as we needed the NGO to apply for the volunteer work permit. The other way is registering yourself as a ‘Company limited by guarantee, non for profit’ at PACRA. The procedure for that is as follows:

Step 1. Name Clearance.
If you do this online, this might take up to three days. If you go to the PACRA office, they will give you the Name Clearance immediately. You don’t need much for this:

  • Three possible names for your NGO
  • Your ‘principal business’ in accordance with the ISIC Classification. For us, and for most NGO’s this is Other social work activities without accommodation.
  • Certified copy of the NRC(s) of your Zambian Directors
  • Fee which is 90 Kwacha

Step 2. Set up the NGO

We went to the PACRA and had our Name clearance the first afternoon. We also already took the documents described below to have them checked. The lady from PACRA told us the few things we did wrong or needed extra. As we had everything ready, we could set up the company limited by guarantee the next day!

  • Articles of Association (you can find a format online/here)
  • Form 3 from the PACRA website
    • On this form you need the signatures of all Directors. If it is a photocopy (which it was for us, because our directors were in Mumbwa and Lusaka, while we were in Livingstone), you’ll need to get this certified at the court.
    • To certify a signature, you need the already certified copies of the NRC of these people. These can be copies. It costs 10 Kwacha to have a document certified.
    • Have a look at this form for all the information you’ll need. E.g. personal details of all the directors, guaranteed amount, address for your NGO office etc.
  • Registration fee which was 950 Kwacha

After we’ve received our work permits and settled down a bit, we will also register as an NGO through the Ministry of Development, as every NGO will need to do this in the end.

Work permit.

After the registration of the NGO, we wanted to apply for the volunteer work permit. This has to be done online nowadays. However, we did visit the immigration office for advice, as we heart too many different stories. At PACRA we have put ourselves as Guarantors of the company, so we’re basically the owners. Some people said we then couldn’t apply for a work permit, as we cannot employ ourselves. However, this is going to be an NGO, so we will volunteer. This is what we asked at immigration, and they told us it should be fine. If you want to be sure, start off with asking some friends or family to be the guarantors of the company. This is only an amount of 7500 Kwacha per person (which is about 500 euro) and you can agree between yourselves on paper that you will pay this amount when things go wrong.

Online registration of your NGO

Back to immigration. We explained all of our circumstances to the immigration officer and he told us that we could apply online through the NGO. However, to have an online account on the NGO’s name, we needed some other things first.

  • A ZRA clearance or TPIN. You can also apply for this online, but we went to the office in the hope that everything would go faster (it didn’t).
  • Certificate of NGO
  • Letter addressed to Director of Immigration with the question to unlock the online immigration registration account of your NGO (click here for our letter).

Take these papers to the immigration office to get your account unlocked. For us the unlocking of the account took about a week and a daily visit to the office, but we were very unlucky. The IT guy in Livingstone, apparently the only one in the whole office who knows how to work with the online registration, was on leave and they couldn’t (or wouldn’t) get a hold of the IT guy in Lusaka. In the end we went to Lusaka ourselves and fixed it there.

Online registration for your Work Permit.

After the page for the NGO is unlocked, you can apply for the work permit. You could apply for the work permit individually, but this will cost you about three times more. That’s why we went through the NGO. For the application you’ll need A LOT of documents:

  • Covering letter from employer addressed to the Director General of Immigration
  • Application for an Employment Permit (Form 23 for volunteer employment permit)
  • Employment contract/Letter of offer
  • Police Clearance from country of residence
  • Curriculum Vitae
  • Registration certificate from the relevant professional body in Zambia (where required)
  • Certified Copy of qualifications (academic, professional)
  • Copy of marriage and birth certificates (where available)
  • Certified copy of valid Passport particulars (bio data & last endorsement stamp for Zambia)
  • Certified certificate of company
  • List of Directors
  • Two recent passport size photographs
  • Prescribed fee (volunteer work permit requested through NGO should be 2000 Kwacha)

All of this was in cooperation with our Zambian directors and with total transparency towards all the officers we’ve asked for advice. It’s then that they’ll realize your intentions are good and that they want to work along. Unfortunately, the officers from immigration we talked to, won’t actually be the ones handling our case, so we’ll have to wait and see how it turns out! We’ll keep you updated 😊.

Posted by bylifeconnected in Blog, 0 comments

Kellie Bocxe – Nederlands

Kellie Bocxe

Ik ben opgegroeid in een dorp omringd door grote steden en ik hield van elk klein beetje van de natuur dat ik maar kon vinden. Mijn gevoel van duurzaamheid en liefde voor de natuur zijn geworteld in mijn opvoeding en toen ik 10 jaar oud was, wist ik al dat ik voor Greenpeace wilde werken. Het is niet verrassend dat ik Milieukunde ben gaan studeren voor mijn Bachelor. Ik wilde meer leren over klimaatverandering en duurzaamheid, vooral zodat ik kon bijdragen aan het verbeteren van de wereld. Tijdens deze jaren ben ik op uitwisseling geweest in Melbourne, waarna ik door Australië, Nieuw-Zeeland en Thailand heb gereisd. In deze periode heb ik zoveel moois gezien, maar ben ik mij ook gaan realiseren dat veel van deze plekken bescherming nodig hebben van en tegen mensen. Vanaf dat moment is mijn perspectief op natuurbehoud veranderd. Vóór deze ervaring was mijn motivatie voornamelijk om de natuur te beschermen. Hierna ben ik meer bewust geworden van de grote rol die mensen spelen in natuurbehoud en hoe hun perspectieven op de natuur verschillen aan de hand van hun cultuur en behoeften. Ik startte de internationaal gerichte master Forest and Nature Conservation in Wageningen. Mijn thesisonderzoek ging over de effecten van voeding en parasieten op de lichaamscondities van grote herbivoren in Zuid-Afrika. Ik deed ook een studie over het oogsten van bomen voor hars in de Filippijnen. Hoewel Afrika mijn hart had gestolen, ging het onderzoek op de Filippijnen meer over waar ik mijn carriere op wil richten: het creeeren van een duurzame toekomst voor lokale gemeenschappen. Hoewel dit slechts een kleine stap was op weg naar een duurzame planeet, zullen vele kleine stappen de wereld een betere plek maken en ik wil dit proces zoveel mogelijk blijven ondersteunen.

Posted by bylifeconnected in Geen categorie, 2 comments

Lars Vermeer – Nederlands

Lars Vermeer

Als een jongen kon je me vaak vinden in de struiken, op zoek naar lieveheersbeestjes, regenwormen opgraven of sprinkhanen vangen. Een hulpmiddel dat ik altijd bij me had, was een vergrootglas, waardoor ik beter kon kijken naar deze mysterieuze wereld vol kleine wezens. Toen ik volwassen was, werd de wereld een stuk groter, maar mentaal heb ik nog steeds de neiging om dit vergrootglas te gebruiken. Nu zie ik een verzorgingsstaat, zoals Nederland, aan de ene kant van de wereld, waarin ik heel hard moet zoeken naar andere wilde dieren dan wat vogels, insecten en knaagdieren. Aan de andere kant van de wereld zie ik een overvloed aan natuurlijke schoonheid, maar een gebrek aan welvaart. Wat mij drijft is om een ​​middenweg te vinden tussen deze werelden, waarin mensen en de natuur naast elkaar kunnen bestaan ​​en kunnen gedijen. Tijdens mijn carriere hoop ik organisaties en lokale gemeenschappen te ontmoeten die gelijkgezind zijn, zodat we ons gezamelijk kunne richten op het creeeren van gebalanceerde toekomst voor de volgende generaties kinderen, welpen, larven en kuikens.

Lars Vermeer heeft ook een bachelor in milieuwetenschappen en een master in bos- en natuurbeheer.

Posted by bylifeconnected in Geen categorie, 0 comments

Swakopmund – De karakteristieke overblijfselen van een koloniaal verleden.

Swakopmund - De karakteristieke overblijfselen van een koloniaal verleden.

Ons uitgebreide bezoek aan een "Afrikaanse" stad.

Normaal gesproken kunnen we een dag of twee in Afrikaanse steden blijven, waarna we blij zijn dat we weer op weg zijn naar een wilder gebied. Sommige van de Afrikaanse steden zijn gewoon te groot, met overal auto's en zoveel mensen! Anderen zijn te klein en gewoon saai, zelfs geestdodend (zowel qua activiteiten als uiterlijk). In Swakopmund voelden we ons echter op ons gemak. Het is een eigenzinnige stad, op meer dan één manier, dat niet te groot is, maar voldoende mensen bevat om een ​​bioscoop, restaurants, winkels, etc. te faciliteren. Misschien wel het gekste aan Swakopmund is dat het is bezaaid met "oude" koloniale gebouwen in Duitse stijl; denk aan apres-ski in de woestijn en je hebt een goed idee hoe het er uit ziet. Het dingetje is echter dat het best past; zoals wanneer iets zo lelijk of misplaatst is dat het iets wordt dat je eigenlijk wel kunt waarderen. Dit komt waarschijnlijk omdat het klimaat in Swakopmund meer lijkt op een Duitse zomer dan welk Namibisch seizoen dan ook (maakt niet uit welke, allemaal hetzelfde). Wat het klimaat meer Duits maakt, is een dikke laag mist en "koude" winden die elke dag door de Antarctische oceaanstromingen Swakopmund in geblazen worden. De mist en de wind kunnen slechts een eindje het binnenland in geblazen worden, waar ze de strijd alweer verliezen van de hitte en de droogte. Dus slechts een paar kilometer landinwaarts van Swakopmund was het al flink heet met een blauwe lucht, raar he?!

Ja we lopen hier echt met truien aan in de woestijn!! Overdag!

Op de dag van onze aankomst in Swakop hadden we echt zin om iets te doen wat je alleen in een stad kunt doen. Kun je raden wat? Naar een bioscoop gaan! We parkeerden de auto op een camping aan de rand van de stad en na een warme douche liepen we richting de bioscoop terwijl we uiteraard Pokemon op onze telefoons speelden. We besloten om naar de nieuwe DC-film te gaan, Justice League. We betaalden voor de film en popcorn, toen we werden geconfronteerd met een duizelingwekkend scala aan smaken om op onze popcorn te strooien. Blijkbaar hebben Afrikanen meer nodig dan alleen zoet en zout (in Nederland word je als een rebel beschouwd als je zelfs zoet en zout mixt). Maar hier kun je kiezen voor chutney, zout en azijn, peper en kaas en ui (waarschijnlijk een paar vergeten). En alsof het kiezen van een smaak niet moeilijk genoeg is, moet je ook beslissen hoeveel je op je popcorn doet. Voor ons was het gewoon te veel keuze, dus we hebben de man achter de balie laten beslissen. Grote fout! De hoeveelheid kaas en ui die hij op de popcorn heeft gestrooid was gewoon te veel voor onze smaakpapillen!

Behalve de popcorn hadden we die avond nog niets gegeten en we hunkerden al een tijdje naar vis. Dus zijn we naar een Chinees restaurant gegaan... Niet het beste idee, want het was waarschijnlijk de minst smakelijke vis die ik ooit heb gegeten! In onze verdediging, de Chinees was naast de bioscoop, dus lekker makkelijk. De volgende dag besloten we echter om de Chinese ervaring goed te maken door naar een goed visrestaurant te gaan. We veranderden die dag van accommodatie naar een hele coole backpacker, genaamd Desert Sky Backpackers. De dame bij de receptie raadde ons aan om naar de Tug te gaan. Ik begreep niet echt waarom je je visrestaurant de Tug zou noemen, totdat we daar aankwamen. Blijkbaar is het restaurant gemaakt van een oud sleepschip. We hebben daar zo'n leuke avond gehad! Onze tafel stond naast het stuur van de kapitein, dus het voelde echt alsof we ons binnen een schip bevonden. Bovendien was de service goed, de locatie van het restaurant geweldig (aan het begin van een pier) en het eten was zelf beter. We hebben de seafood extravaganza (de werkelijke naam van het gerecht) genomen, die we hebben gedeeld. Na ongeveer drie maanden groenten en een beetje vlees gegeten te hebben, was dit precies wat we nodig hadden! Er lagen twee soorten vis op, calamares, big ass-garnalen en iets dat John Dory Goujons heette. Geweldig! Om het allemaal af te maken, had Kellie waarschijnlijk het beste dessert ooit; de chocolade fondant (weet je wel, met zo’n kern van gesmolten chocolade). In totaal kostte het eten ons slechts € 50, wat de ervaring alleen maar beter maakte! Terwijl we terugrolden naar de backpackers, kan ik zeggen dat we ons helemaal tevreden voelden.

De 5 nachten daarna verbleven we allemaal in de backpackers, wat voor ons een persoonlijk record moet zijn om gewillig in een accommodatie in een stad te verblijven gedurende een bepaalde periode tijdens het reizen. Applaus wordt gewaardeerd. Deze prestatie werd mogelijk gemaakt door onze volledig gevulde agenda; we hadden veel te doen op de computer, maakten een paar hele goede vrienden bij de backpackers, bezochten twee hoofdkantoren van geweldige projecten, maakten de auto schoon, serviced de auto, deden boodschappen en besloten een smak geld te besteden aan lokale activiteiten. Ik ga je niet vervelen met verhalen over auto/winkelen/laptop dingen, dus laten we gewoon snel doorspoelen naar de eerste activiteit waaraan we hebben deelgenomen: Tommy's Living Desert Tour.

Het belangrijkste doel van deze tour is om een ​​groter begrip en respect voor de woestijn en zijn bewoners te krijgen door naar de Namib woestijn te gaan in een grote 4x4 uit de jaren 70 (ze rijden op dezelfde paden om de schade aan het milieu te minimaliseren). Tommy, onze gids, bleek een echte komiek te zijn en tegelijkertijd een gepassioneerde prater over de woestijn en al zijn mysteries. Hij leerde ons dat de woestijn een uiterst kwetsbaar ecosysteem is met dieren die ongelofelijk goed aangepast zijn aan de barre omstandigheden. Met zijn spoorzoeker vonden ze side-winding slangen die bewegen met een zijwaartse beweging dat het contact tussen het lichaam en het hete zand beperkt, een gehoornde adder die zichzelf vlak onder het zandoppervlak kan buikdansen, een web-footed gekko die doorschijnend is (konden zelfs enkele van zijn organen zien!) en als een gek kan graven, een Namibische zandspin dat de meest dodelijke spin ter wereld is en een namaqua-kameleon wat gewoon het beste wezen ooit is! Hoe cool is het om deze dieren in hun natuurlijke omgeving te kunnen zien! Het werd nog vetter toen we op de terugweg over enkele grote zandduinen hebben geracet die zich uitstrekten tot aan de oceaan. Hier zijn we weer de snelweg op gegaan om vervolgens terug te rijden naar Swakop. Geweldige ervaring!

De andere activiteit die we deden was kajakken op de oceaan! De belangrijkste attractie hier was een grote pelsrobbenkolonie bij Walvisbaai. Het vette van kajakken met pelsrobben is dat ze je niet als een bedreiging zien als je in of op het water zit (ze hebben kennelijk geen natuurlijke vijanden in het water), in tegenstelling tot het vasteland waar jakhalzen en bruine hyena's proberen hun pups te doden. Die vrijheid maakt ze echt speels, enthousiast en leergierig waardoor we ze over hebben zien gooien met een dode vis en pelsrobben bijna in onze kajak zijn gesprongen! Zo leuk! Op de route naar de kolonie hebben we ook flamingo's en jakhalzen gezien. We hadden niet het geluk om dolfijnen of walvissen te zien, maar who cares. Ik zei je toch dat Swakop cool is! Andere activiteiten die je kunt doen zijn parachutespringen, sandboarding op de duinen, racen op quads, rijden op kamelen (ja, kamelen), vis tripjes en waarschijnlijk nog veel meer.

Tussen alle leuke activiteiten door bezochten we ook de hoofdkwartieren van Save the Rhino Trust (die we in Palmwag hebben ontmoet) en Elephant Human Relation Aid (EHRA). Lees over onze ervaringen met hun hier en hier respectievelijk. Het grappige was dat een dag nadat we het hoofdkwartier van EHRA bezocht hebben, een groep vrijwilligers van hen in onze backpackers verbleven. Van die groep hebben we vooral vrienden gemaakt met Josh, ein German, die het geluk had om vrijwilligerswerk te kunnen doen bij verschillende NGO's (zoals je misschien weet is vrijwilligerswerk niet gratis). Josh kende Tim al (een Nederlander, zoals wij) van eerdere bezoeken aan de backpackers. Tim woont praktisch in de Desert Sky Backpackers terwijl hij zijn masterscriptie (hij heeft geen haast) afmaakt over een Duitse genocide die plaatsvond aan het begin van de 20ste eeuw. Laten we zeggen dat de Duitsers eerst in Namibië hebben geoefend voor de wereld oorlogen. Als een echte historicus was hij echt een genot om naar te luisteren! Op een avond kreeg dezelfde Tim het geweldige idee om de meest chique hotels in Swakop af te gaan voor wat Duitse biertjes. Naast bier was zijn interesse in die gebouwen hun koloniale verleden (één hotel is zelfs door de Duitsers als hoofdkwartier gebruikt tijdens de genocide). Natuurlijk kon iedereen zien dat wij niet in deze chique hotels thuishoorden, dus het was onze strategie om zo geraffineerd mogelijk te handelen. Het was onze overtuiging dat dit de enige manier was om die lekkere Duitse biertjes in handen te krijgen. Voor elk hotel dat we binnengingen, moesten we serieus kijken en rechten we onze ruggen zodat we als undercoveragenten binnen liepen. Het zorgde ervoor dat elk bier smaakte als een overwinning!

Na een paar hotels (we zijn erin geslaagd ze allemaal met succes te infiltreren) belandden we bij het afscheidsdiner van de EHRA-vrijwilligersgroep. Na ongeveer twee weken in het veld met EHRA vertrekken de meesten weer naar huis (behalve Josh). We waren niet echt uitgenodigd voor het diner, maar we hadden ervaring met diep undercover te infiltreren, dus niemand zou het toch opmerken. Gelukkig (kende we de baas al) accepteerde iedereen ons en we hebben een geweldige tijd gehad met alle vrijwilligers (vis en bier waren ook lekker!)! Na het eten gingen we naar een bar/club waarvan ik de naam ben vergeten. Het was een van die plaatsen waar niemand danst, maar de muziek heel luid is (vreemd concept). We hebben veel gebept met ze allen, wat ik de volgende dag betreurde, en wat shotjes heb genomen, waar ik al na een seconde spijt van had, maar over het algemeen was het een goede nacht =). O ja, en we zijn nog naar de KFC geweest waar ik een koude kipburger heb gegeten (kon de kracht niet vinden om erover te klagen, dus ik heb het in stilte opgegeten).

De volgende ochtend waren we een paar vrienden rijker. 'S Middags kwamen we erachter dat er een festivalletje plaatsvond in de buurt van onze vorige camping. We besloten samen met Tim en Josh een kijkje te nemen, maar we zijn er nooit achter gekomen waar het allemaal om draaide. Iets met fietsen en witte mensen. Het punt dat ik wil maken is dat we op de terugweg naar de backpackers vissers tegenkwamen die hun vis aan het schoonmaken waren voordat ze deze aan winkels door zouden verkopen. Ik herinner me dat er een lampje in mijn hoofd oplichtte. Ik ben, wat leek op de baas, opgestapt (een blanke gast, sorry dit is hoe het vaak gaat daar). Hij bood me minstens een meter lange snoek aan (onthoofd en schoongemaakt) voor 100 Namibische dollar (ongeveer € 6!). I was like "what"? Dat wil ik wel! We kregen zelfs een braai-recept gratis. Trots, liepen we terug naar de backpackers waar we ons voorbereidden op de avondbraai. We marineerden de vis eerst in een citroen en peterselie-mayonaise en begonnen met het bouwen van een vuur. De vis werd gecomplementeerd met twee smakelijke en kleurrijke salades. Dat moment waarop we de vis op de braai legden was magisch en het proeven was nog beter!

Tegelijkertijd met ons waren vijf Zuid-Koreanen ook aan het “braaien”. In plaats van te wachten tot het hout in hete kolen veranderd was (zodat je gewoon je vlees op de grill kunt leggen), deden ze aluminiumfolie over het open vuur, bedekten het met olie en begonnen hun vlees te bakken. Dit werkte waarschijnlijk niet echt zoals ze het voorzagen hadden (met al dat extra vet van het vlees), want de olie op de folie ving een paar keer vlam. Ik kan je vertellen dat het best grappig is om vijf Zuid-Koreanen te zien proberen een vuur in paniek te doven om hun maaltijd te beschermen! Ze hadden echter genoeg vlees (ik denk echt dat ze een half varken hebben gegeten of verbrand), dus het maakte niet echt uit voor hen.

Aan het einde van onze maaltijd kregen we gezelschap van een vreemde, en al dronken, Namibische man (waarschijnlijk in de veertig en een beetje sjofel type). Hij had een nog vreemder verzoek; hij vroeg of een van ons hem voor wat drank naar de plaatselijke shebeen (slijterij) kon brengen, omdat hij te dronken was om te rijden. Eerst waren we zo, mmwwaahh ... Niet echt. Maar toen we klaar waren met eten heb ik hem meegenomen, met zijn auto. Hij had een handmatige Toyota, wat normaal geen probleem zou zijn, maar we waren in een voormalige Britse kolonie dus het stuur zat aan de verkeerde kant. Dit betekende dat ik ook met mijn linkerhand moest schakelen, wat even wennen was. Tijdens het rijden vertelde hij me te veel over zijn werk (het verkopen en onderhouden van airconditioners, voornamelijk in de mijnbouw), auto, vrouw, kinderen, drugs, enz. Bied me zelfs een rondleiding door Swakopmund aan. Ik moest wel rijden. Heb ik maar vriendelijk afgewezen. Toen we bij de shebeen aankwam, raadde hij me aan om met niemand te praten en niemand aan te raken. Okeee...Ik vond dat de meeste mensen er vriendelijk uit zagen, dus volgens mij probeerde hij een beetje stoer te doen. Maar voor de zekerheid hield ik mij toch maar gedeisd. Dit kwam vooral omdat de shebeen er niet echt uitnodigend uitzag, de slijterijen in Afrika lijken veel op banken in Europa; de drank, het geld en de werknemers worden gescheiden van de dronkaards door een dikke metalen tralies. Gelukkig stonden we snel weer buiten, hij met zijn alcohol, zodat we snel terug konden naar de backpackers.

De rest van de avond hebben we gepraat rond het kampvuur. De Namibische man praatte duidelijk het meest en maakte de ene na de andere aanstootgevende grap. Vanwege hem verlieten Kellie, Tim en Josh al snel het kampvuur, waarna hij me enkele van de meest obscene foto's en filmpjes liet zien die ik ooit heb gezien. Zal niet in detail gaan, het was gewoon niet oke. Gelukkig merkte hij dat ik het niet leuk vond en besloot hij naar bed te gaan. Kellie en ik volgden zijn voorbeeld kort daarna, we waren van plan Swakopmund de volgende ochtend te verlaten. Tim en Josh gingen echter nog op stap met een paar Amerikanen wat (ze vertelden ons er 's morgens alles over) niet echt een succes was. Een van de Amerikaanse meisjes had blijkbaar een mentale instorting. Volgens hun verhaal 'ontsnapte' het meisje zonder een sleutel van de backpackers (3 uur ‘s nachts of zo = niet veilig), dus besloten ze haar achterna te rennen, haar terug te brengen en haar te kalmeren. Dat heeft hen de hele nacht geduurd! Volgens Josh en Tim riep ze dingen over bezeten te zijn en zo. Wij hebben gelukkig overal doorheen geslapen 😉. Na dat verhaal en onze morgen thee, hebben we Josh en Tim bedankt voor de mooie tijd in Swakop en zijn we in de richting van de woestijn en Sossuvlei gereden. Terug naar de warmte en meer avonturen! Lees over het surrealistische Sossusvlei in onze volgende blog!

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 1 comment

Swakopmund – The quirky remnants of a colonial past

Swakopmund - The quirky remnants of a colonial past

Our visit to an "African" town.

Voor de Nederlandse Versie - Klik hier

Normally, we can stay in African cities/towns for a day or two, after which we are glad that we are on the road again to a wilder destination. Some of the African cities are just too big, with cars everywhere and so many people! Others are too small and simply boring, even mind numbing (both in activities and appearance). In Swakopmund, however, we felt at peace. It is a quirky town, in more than one way; not too big, but it still populates enough people to facilitate a cinema, restaurants, shops, etcetera. Perhaps the weirdest thing about Swakopmund is that it is riddled with “old” German style colonial buildings; think of apres-ski in the desert and you’ll get the picture. The thing is, however, that it kinda fits; like when a thing is so ugly or misplaced that it becomes something you can actually appreciate. This might be because the Swakopmundian (?) climate is probably more similar to a German summer than any Namibian season (doesn’t matter which one, all the same). What makes it so German is the thick layer of fog and “cold” winds that are blown towards Swakopmund by the Antarctic current every day. The fog and the wind can only travel inland for maximum 60 km’s, after which they lose the battle from the heat and drought. Most of the time, only a few kilometres inland from Swakopmund, it will become scorching hot with a bright blue sky and blazing sun, while in Swakopmund you have to wear long pants and sweaters… Really strange huh?!   

Wearing sweaters in the desert!

On the day of our arrival we were really looking forward to do something you can only do in a city. Can you guess what? Going to a cinema! We parked the car on a camping at the edge of town and after a warm shower we started walking towards the cinema, while playing Pokemon on our phones of course. We decided to go to the new DC movie, Justice League. We payed for the movie and popcorn, when we were confronted with a dazzling array of flavours to put on our popcorn. Apparently, Africans need more than just sweet and salt (in the Netherlands you’re considered a rebel when you even mix sweet and salt). But here you can choose chutney, salt and vinegar, pepper and cheese and onion (probably forgot a few). And as if picking one isn’t hard enough, you also have to decide how much you put on your popcorn. For us it was just too much choice, so we let the guy behind the counter decide. Big mistake! The amount of cheese and onion that he put on the popcorn was just too much for our taste buds!

Except for the popcorn we didn’t have anything to eat that evening and we were craving for “not our own cooked food”. So, we went to a Chinese restaurant… Not the best idea, as it was probably the least tasty fish I ever ate! In our defence, it was positioned next to the cinema. The next day, however, we decided to make up for the Chinese experience by going to a proper fish restaurant. We changed accommodation that day from the camping to a really cool backpackers, called Desert Sky Backpackers. The lady at reception advised us to go to the Tug. I didn’t really understood why you would call your fish restaurant the Tug, until we arrived there. Apparently, the restaurant is made out of an old towing ship, called the Tug. We had such a good evening there! Our table was positioned next to the captain’s steering wheel, so it really felt like we were inside a ship (Kellie: We were! It just wasn’t floating) . In addition, the service was good, the location of the restaurant great (at the start of the pier) and the food was awesome. We had the seafood extravaganza (the actual name of the dish), which we shared. After eating veggies and a little bit of meat for about three months, it was exactly what we needed! There were two types of fish on it, calamari, big ass prawns and something called John Dory Goujons. So good! To finish it off, Kellie had probably the best dessert ever; thé chocolate fondant (you know, with the molten chocolate core). Overall, it cost us only €50, which made the experience only better! While rolling back to the backpackers, I can say that we were completely satisfied.

The next 5 nights we stayed at this same Backpackers. This is definitely a personal record for us; staying at one accommodation willingly in one city for a period of time while travelling! You may applaud. This feat was made possible by our full agenda; we had lots to do on the computer, made some really good friends at the backpackers, visited two head offices of awesome projects, cleaned the car, serviced the car, did some shopping and decided to spent some serious cash on local activities. I am not going to bore you with the car/shopping/laptop stuff, so just lets fastforward to the first activity we participated in: Tommy’s Living Desert Tour.

The main purpose of this tour is to get a deeper understanding and respect for the desert and its inhabitants by going to the Namib desert in a big 4x4 from the 70’s (they only drive on the same paths to minimize the damage to the environment). Tommy, our tour guide, turned out to be a real comedian and at the same time a passionate talker about the desert and all its mysteries. He taught us that the desert is an extremely vulnerable ecosystem with animals that are very well adapted to these harsh conditions. With his tracker, they found sidewinding snakes that move with a sideways motion limiting contact between its body and the hot sand, a horned viper which can belly dance itself just below the sandy surface, a web-footed gecko that is translucent (can actually see some of its organs!) and can dig like crazy, a namibian sand spider which is the most lethal spider in the world (well according to Africans, not Ozzies would tell you else), and a namaqua chameleon which is just the best creature ever! How cool to be able to see these animals in their natural surroundings! It got even cooler when, on the way back, we drove over some big sand dunes which stretched all the way to the ocean. After this beautiful drive across the dunes, we entered the highway again to take us back to Swakop. Amazing experience!

The other activity we did was ocean kayaking! The main attraction here was another big fur seal colony at Walvisbaai. The beauty of kayaking with fur seals is that they don’t see you as a threat when you’re in the water (they apparently do not have natural enemies in the water), unlike the mainland, where jackals and brown hyena’s try to eat their pups. This makes them really playful, enthusiastic and inquisitive which resulted in witnessing them throwing a dead fish over and over and fur seals basically jumping in our kayak! So much fun! On the route to the colony we also saw flamingo’s and jackals. We didn’t have the luck to see dolphins or whales, but who cares. Told you Swakop area is cool! Other activities you can do are skydiving, sand boarding on the dunes, racing on quads, riding on camels (yes, camels), fishing trips and probably a lot more, but we didn’t want to spent that much more money.

In between all the nice activities we also visited the HQ’s of Save the Rhino Trust (which we met in Palmwag) and Elephant Human Relation Aid (EHRA). Read about those experiences here and here respectively. The funny thing was that a day after we visited the HQ of EHRA a volunteering group of theirs stayed at our backpackers. From that group we especially bonded with Josh, ein German who was fortunate enough to be able to volunteer at various NGO’s (as you might know volunteering is not for free). Josh already knew Tim (a Dutchy, like us) from a previous visit to the backpackers. Tim practically lives at the Desert Sky Backpackers while “finishing” his Master thesis (he is in no hurry) on a German genocide that took place at the beginning of the 20ste century. Let’s just say the Germans practised their former traits in Namibia first. As a true historian he was genuinely a joy to listen to though! Tim had something on his bucketlist since arriving in Swakop, he just needed some victims to join him. He had the splendid idea of visiting the most posh and expensive hotels in Swakop for an alcoholic beverage. Next to his interest in their beers, he also wanted to visit these buildings because of their colonial past (one hotel was even used as the HQ by the Germans during the genocide). Of course, any person could see that we did not belong in these fancy hotels, so it was our strategy to act as sophisticated as possible. It was our believe that this was the only way that we could get our hands on them German beers. Before every hotel we entered, we straightened our faces and backs and walked in like undercover agents. It made sure that every beer tasted like victory.

After a few hotels (we managed to successfully infiltrate them all) we ended up at the farewell dinner of the EHRA volunteer group. After twelve days in the field with EHRA, most  of the volunteers go back home (except for Josh). We were not really invited to the dinner, but we were experienced in going undercover so no one would notice it anyway (plus we already befriended the boss of EHRA). Luckily, everyone accepted us and we had a blast with all the volunteers (also had some fish and beer). After dinner we went to a bar/club of which I forgot the name. It was one of those places where no one dances, but the music is really loud (strange concept). Talked a lot though, which I regretted the next day, and had some shots, which I regretted a second after that, but overall it was a good night =). Ooww yes, and we ended up at a KFC were I had a cold chicken burger (couldn’t find the strength to complain about it, so I ate it in silence → Kellie: not really silence, just complaining big time to us, and not to the KFC staff).

The next morning we were a few friends richer. In the afternoon, we learned there was some sort of festival thingy going on near our previous campsite. We decided to go with Tim and Josh, but we never really found out what it was all about. Something with bikes and white people. The clue is however, that on our way back to the backpackers we stumbled on fishermen who were cleaning their fish before selling it to shops. I remember that a lightbulb lit up in my head and I approached a person that seemed to be in charge (only white dude, don’t mean to be racist, but that’s just how it is there). He offered me a snoek of at least a meter long (beheaded, gutted and cleaned) for 100 Namibian Dollar (about €6!) I was like “what”? Hell yeah! We even got a braaiing recipe for free. With pride probably written all over my face (Kellie: yup, and a lot of disbelieve), we walked back to the backpackers where we started prepping for the evening braai. We first marinated the fish in a lemon and parsley mayonnaise and started on building a fire. The fish was complemented with two tasty and colourful salads. That moment when we put the fish on the braai was magic and tasting it for the first time even better!

At the same time five South Koreans were also “grilling” something next to use. Instead of waiting for the fire wood to turn into searing hot coals (so that you can just put your meat on the grill), they put aluminium foil over the open fire, covered it with oil and started cooking their meat. This probably didn’t really work out the way they envisioned it because (with all the additional fat from the meat) the oil on the foil caught flame several times. I can tell you that it is quite funny to see five South Koreans frantically trying to put down a fire to protect their meal! They had enough meat though (I seriously think they ate, or burned, half a pig), so it didn’t really matter for them.

At the end of our meal we got joined by a strange, and already drunk, Namibian guy (probably in his forties and a bit shabby). He had an even stranger request; he asked if one of us could bring him to the local shebeen (liquor shop) for some booze, because he was too drunk to drive. First we were like, mmwwaahh… Not really. But when we finished eating I took him there, with his car. He had a manual Toyota, which normally wouldn’t be a problem, but we were in a former British colony so the steering wheel was on the wrong side. This meant that I also had to shift gears with my left hand, which was some getting used to. While driving he told me too much about his job (selling and maintaining air conditioners, mainly in mining), car, wife, children, drugs, etc. Even offered me a tour through Swakopmund. I had to drive though. Kindly rejected. Arriving at the shebeen, he told me to talk with and touch no one, okay… Most of the people there looked friendly so I didn’t know what the fuzz was about. But still, I kept a low profile. This was mostly because the shebeen didn’t look really welcoming, liqour shops in Africa are quite similar to banks in Europe; the liquor, money and employees are separated from the drunk people by a thick metal bar. Luckily we we’e in and out, and back at the backpackers in a jiffy (still not sure how he could tell me so much about himself in such a short amount of time).

The rest of the evening we talked around the campfire. The Namibian guy obviously talked the most, cracking one after the other offensive joke. Kellie, Tim and Josh soon left the campfire because of him after which he started showing me some of the worst photos and movies I have ever seen. Won’t go in detail, it was just too much. Fortunately, he noticed that I didn’t like it and he decided to go to bed. Kellie and I followed his example soon after, we had to leave Swakopmund the next morning for Sossusvlei. Tim and Josh though, went out for a drink with some Americans which apparently (they told us everything about it in the morning) escalated really bad. One of the American girls had something of a mental breakdown (might have been a psychosis). According to Josh and Tim, the girl “escaped” from the backpackers without a key (3 PM or so = not safe), so they decided to run after her, bring her back and calm her down. It took them all night! Allegedly, she shouted things about being possessed and wanting to walk into the ocean. We slept through all of it 😉. After that story and our morning tea, we thanked the guys for the wonderful time in Swakop and drove off in the direction of the desert. Back to the warmth and more adventures! Read about the surrealistic Sossusvlei in our next blog!

Posted by bylifeconnected in Blog, 0 comments

Damaraland – Een rood rotsig rijk

Damaraland - Een rood rotsig rijk

Het is een tijdje geleden sinds ons laatste blog, maar dat betekent niet dat er niets interessants is gebeurd. Zelfs het tegenovergestelde! We hadden geen tijd om blogs te schrijven, we waren druk bezig het leven op zijn mooist te ervaren (en kerst en oud en nieuw te vieren met de familie)!

Waar waren we ook alweer gebleven? We hadden net het Kaokoveld-gebied in Namibië verlaten en we waren op weg naar de volgende bestemming: Palmwag. Tegen die tijd hadden we ongeveer vijf dagen in de wildernis rond gereden en er kan maar zoveel vers voedsel in onze kleine koelkast. Onze volgende bestemming leek een vrij grote stad (lees dorp in Europa termen, stad in Namibie termen) te zijn op de kaart (gebaseerd op het feit dat de letters een groter lettertype hadden dan de andere steden), dus we dachten dat we daar wel een winkel konden vinden en onze voorraad konden aanvullen.

Op weg naar Palmwag, reden we opnieuw een ander landschap binnen. Deze keer was het vrij heuvelachtig, en overal op de heuvels lagen losse rode rotsen. Je kan je vast voorstellen dat het er prachtig uitzag, zeker met de ondergaande zon. We reden om een heuvel heen en volgens de kaart hadden we Palmwag in de nabije omgeving moeten zien... Maar, alles wat we zagen was iets dat op een lodge leek? Dus ik greep de Lonely Planet om erachter te komen wat er aan de hand was en waar we in Palmwag konden verblijven. De Lonely Planet gaf aan dat Palmwag Lodge de voornaamste accommodatie was in de omgeving, dus gingen we daar maar heen. De lodge die we in de verte zagen bleek Palmwag Lodge te zijn. Het bleek echter ook de “stad” Palmwag te zijn... Dat was het! Er was geen stad, alleen de lodge en de camping erbij! Oke, een paar kilometer verderop lagen een paar huizen bij elkaar, maar de bewoners werkten allemaal in deze Lodge (die ook een camping was), dus dat was het eigenlijk! Dit was duidelijk één van de beste voorbeelden die we tot nu toe hebben gezien van een gemeenschap die profiteert van het toerisme! Oh en dit betekende ook dat de kans op winkelen, vrijwel nihil was.

Typische met rode stenen bedekte landschap!

De werknemers, vooral de mensen van de receptie, waren briljant; erg leuk en grappig! Na een goed ontvangst bevonden we ons ineens op een camping in de hitte van de woestijn en besloten we dus naar het zwembad te gaan. Hier werden we begroet door een blonde vrouw in een roze bikini die ondertussen luidkeels in het zwembad klaagde over de vriestemperaturen van het water. Ik was het hier volledig mee eens, dus we hadden gelijk een band. Tamarra en haar vriendin Denise komen uit Canada, een land dat absoluut in onze top 3 staat van de landen die leukste mensen ter wereld produceren. En Denise en Tamarra versterkten dit gevoel alleen maar! We besloten om de volgende ochtend samen in één auto het Palmwag-reservaat te bezoeken; dit zou ons allen geld besparen en we hebben meer plezier!

Alle betrokkenen waren het erover eens dat vroeg opstaan ​​het beste zou zijn (zoals gebruikelijk ...) en dus maakten Lars en ik plaats in de auto voor Tamarra en Denise. De volgende ochtend vertrokken we rond 6 uur. We hadden gehoord dat de dag ervoor een troep leeuwen waren gesignaleerd. Na veel pijn en moeite (vooral door Denise en Tamarra) kregen we het helaas niet voor elkaar om er achter te komen waar ze de leeuwen gezien hadden, erg mysterieus allemaal. Onze laatste kans was om het aan de man bij de gate te vragen. Dus, nadat Lars de man goedemorgen had gewensd (geen reactie), stelde Lars de vraag: "Weet je waar de leeuwen zijn?" Dit was zijn reactie: hij stak z’n arm uit en wees door de poort... Oké... "Dus... ze zijn in het park?" Een knik... niets anders. Ja jeetje, dat hadden we zelf ook wel bedacht ja! We hebben nog één keer geprobeerd om wat meer details uit hem te krijgen door al onze charmes in de strijd te gooien. Maar helaas, gewoon totaal geen antwoord. We begonnen ons een beetje af te vragen of hij uberhaupt wel kon praten... Toen wensten we hem maar een ​​goede dag en eindelijk (!) mompelde hij iets terug dat klonk als “vaarwel”! Na deze laatste reactie hielden we het allemaal niet meer en konden een tijdlang niet stoppen met lachen! Onze conclusie was dat hij waarschijnlijk net wakker was en gewoon met rust gelaten wilde worden.

In het park begonnen we gelijk met het zoeken naar die leeuwen. Na een lange rit (ver na lunchtijd, dus écht lang) hadden we ze echter nog steeds niet gevonden. We zijn wel drie van die beruchte woestijnolifanten tegengekomen! En hebben dus ook geleerd dat woestijnolifanten (logisch eigenlijk) kleiner zijn dan normale olifanten en dunnere poten hebben om de lange afstanden, die ze dagelijks moeten afleggen op zoek naar water, te ondersteunen. Kortom, ze zijn schattig!! Tegelijkertijd zagen we ook meerdere giraffen bovenop een heuvel. En de rest van de rit genoten we van het landschap, het gezelschap en de uitdagende wegen.

In de namiddag hebben we nog een korte rit gedaan in de hoop dat we dan wel de leeuwen zouden vinden. Deze keer zijn we door de andere poort gegaan en jemig, dat hadden we ‘s ochtends moeten doen! Deze man wist ons een locatie te geven van alle beesten die in de afgelopen dagen door andere gevonden waren en hield ons zelfs aan om het op de kaart aan te wijzen. Helaas hadden de leeuwen de plek waar ze voor het laatst waargenomen waren verlaten en konden ze nu dus overal zijn. We verloren de hoop echter niet en gingen op zoek... Een ander focus punt waren de stokstaartjes, die we nog niet gezien hadden. Je weet wel, Timo van de Lion King!! En ik wilde echt heel erg graad die schattige kleine beestjes zien voor we naar huis gingen. Misschien nog wel liever dan die leeuwen. En zoals gewoonlijk werd mijn wens vervuld door Lars. Plots stopte hij en vroeg om de verrekijker. We hadden allemaal geen idee hoe hij hen had gezien, aangezien ze zo klein en zo ver weg waren, maar daar waren ze! Een groep stokstaartjes kwamen één voor één uit hun schuilplaats, inclusief jonkies. Omg, het was zo schattig, ik had een Despicable Me moment "they are so cute, I’m going to die!!"

Na alle toeristen dingen gedaan te hebben gingen we weer aan het werk. Nee, we zijn toch echt niet alleen op reis voor de lol. In dit gebied leeft namelijk 70% van de resterende, in de natuur levende, zwarte neushoorns en dit is voornamelijk te danken aan de inspanningen van één organisatie; Save the Rhino Trust. We hebben contact met hen opgenomen en toestemming gekregen om hun basiskamp te bezoeken. Het is verbazingwekkend wat ze allemaal voor elkaar hebben gekregen! Lees hier (onder constructie) meer over ons bezoek aan hen of bezoek hun website om hen nog verder te helpen!

Maar goed, na dit avontuur in Palmwag, zijn er inmiddels nog een paar dagen bij gekomen sinds we de wildernis hebben verlaten en onze voedsel voorraad begon nu wel extreem af te nemen. We waren van plan om de volgende dag richting de befaamde Skeleton Coast te rijden en daar moesten we ons natuurlijk wel op voorbereiden. We vroegen waar de dichtstbijzijnde supermarkt was en je zult het niet geloven, maar het bleek dat we tweeëneenhalf uur moesten rijden om daar te komen. Niet alleen dat, het was dezelfde plaats waar onze schokken hadden vervangen en dus ook totaal uit de richting. Zo merk je dat dit land tegelijkertijd erg groot (lees afstand) en zeer klein (lees beperkte hoeveelheid winkels).

Na ons bezoek aan de winkel (bijna geen winkel te noemen, lees kleine schuur), gingen we naar de Skeleton Coast. We hadden gepland om een ​​nacht langs de kust door te brengen in het Nationale Park. Maar toen we bij de poort aankwamen, hoorden we dat deze camping de volgende dag pas zou openen ... Dus de enige manier om het park te zien was in transit (voor het eind van de dag moesten we weer uit het park zijn). Gelukkig voor ons bleek dit het beste, want het was het eigenlijk allemaal hetzelfde. Heel cool, maar toch hetzelfde; het landschap leek op een maanlandschap met een oceaan er naast. Van de scheepswrakken die je langs deze kust kunt vinden (waar de naam vandaan komt), is vrijwel niets meer over. We hebben een volledig verroeste constructie gezien welke gebruikt werd door de mijnbouw.

We kampeerden die avond bij een kleine visserscamping vlak buiten het park, met de naam Mile 108. Het was vrij druk met witte (en dikke) Zuid-Afrikanen die tijdens hun vakantie naar de Namibische kust komen om te vissen. Allemaal rijden ze uiteraard in zeer grote 4x4-trucks om op het strand te kunnen rijden. De eigenaar van de camping was erg aardig; hij plakte mijn Birkenstocks weer aan elkaar (zodat ik niet meer constant struikelde tijdens het lopen), en hij toonde ons een prachtig off-road weg door een droge rivierbedding op weg naar Brandenberg, de hoogste berg van Namibië. Om de berg te kunnen bereiken moesten we wel weer een minder directe route nemen, deze keer voor brandstof. De twee benzinestations die we dachten tegen te komen vanaf Palmwag, die waren... nou ja, ze hadden geen brandstof... Gelukkig was het geen grote omweg en na een mooie rit door een kraterlandschap (letterlijk door een krater genaamd de krater van Messum ) kwamen we aan bij de White Lady camping. Tijdens deze rit hadden we drakenhoofden en Welwitschia’s gezien; één van de lelijkste, maar coolste soorten bloemsoorten die ik ooit heb gezien, een individu kan tot duizenden jaren leven (in het Afrikaans heet het Tweeblaarkanniedood)!

De volgende ochtend bezochten we een rotsschildering die bekend staan als "The White Lady". Dit schilderij is beroemd omdat het een van de meest gedetailleerde rotsschilderingen is die je in de wereld kunt vinden, en het is dan ook prachtig! Het is echter geen dame, maar een sjamaan die volledig is uitgedost in zijn rituele kleding. De rotsschildering is helaas wel minder duidelijk dan voorheen omdat hij is beschadigd door het vroege toerisme; mensen hebben water over de schildering heen gegoten zodat de kleur beter uit komt! Maar het is nog steeds mooi, wat ik erg knap vind van die oeroude verf! Het schilderij is namelijk meer dan 2000 jaar oud! En op hetzelfde paneel waren er eenvoudigere, maar oudere schilderijen van zelfs 5000 jaar oud te zien.

Maar dat was niet eens het beste deel van ons bezoek aan de White Lady, dat was namelijk onze lokale gids. Ten minste, zodra we hem eindelijk aan het praten hadden gekregen. Lars en ik spelen namelijk soms een spel, waarbij we proberen te raden uit welk land mensen komen. Dus ik vroeg deze gids of zij hetzelfde doen als mensen de White Lady bezoeken. En hij zei ja! Natuurlijk wilde ik weten waar zij dan naar kijken en wat ze precies opvalt. Hier is zijn zeer accurate (vooral gezien het feit dat het gebaseerd is op ervaringen en geen vooroordelen) beschrijving:

  • Duitsers: ze zijn allemaal overdreven voorbereid; grote stevige schoenen, zonnebrillen en hoeden, zelfs vaak een lange broek. Allemaal tegen de zon!
  • Nederlanders: erg lang, niet alleen de mannen, maar verassend genoeg ook de vrouwen! Ze lopen vaak op slippers.
  • Fransers: vergelijkbaar met de Nederlanders, maar veel kleiner, en de man draagt ​​altijd alle spulletjes voor beiden.
  • Italianen: ze praten veel en ze luisteren niet naar elkaar!
  • Zuid-Afrikanen (blanke): de mannen zijn altijd dik (vooral een heel erg dikke buik) en de vrouwen zijn relatief slank.
  • Amerikanen: hetzelfde als Zuid-Afrikanen, maar de vrouwen zijn ook dik. Bovendien komen ze meestal in grote groepen met een tourbus.

Ik ben er niet helemaal zeker van of hij bang was om nog iets meer over de Nederlanders te zeggen, hij leek een beetje terughoudend toen ik hem vroeg of hij misschien iets wilde toevoegen over Nederlandsers. Ik denk dat wij Nederlanders misschien een beetje te direct zijn met onze vragen stellen enzo! Maar goed, het was uiteindelijk een zeer interessante, culturele wandeling, waar we zowel over de cultuur in het verleden als in het heden dingen geleerd hebben. Het begon inmiddels al vrij warm te worden (kan tussen die bergen makkelijk meer dan 40 graden worden) dus we waren blij dat we vroeg in de ochtend waren gegaan. De rest van de dag hadden we echter niet veel meer te doen (hadden geen zin om verhaaltjes te schrijven in de hitte) en dus  hebben we gechilld bij het zwembad, geyahtzeed en ciders en duits bier (van de tap!) gedronken. Die avond eindigde met een lekkere braai (met al die verse groenten waar we 500 km voor hadden gereden), uitkijkend op de Brandenberg.

Van Eddie en Vera hadden we gehoord dat de rivierbeddingen in deze regio bijzonder mooi waren en na advies van de lokale bevolking, zijn we de volgende ochtend de (meestal droge) rivier in gereden. En wauw, het was geweldig! Je kunt je niet voorstellen dat je met gewoon in de auto zitten zo'n mooie dag kunt hebben! Op een gegeven moment moesten we de rivierbedding verlaten, omdat we werden verzwolgen door riet en we wisten niet zeker of we wel weer terug zouden kunnen komen als we verder gingen. Plus, er waren misschien wat olifanten in dat riet verstopt (gevaarlijk!). De rest van de rit was echter langs de Brandenberg (ook geen straf) en het uitzicht was geweldig. We zijn geëindigd in het lokale Save the Rhino Trust-basiskamp (omdat ze ook dit gebied onderzoeken).

De volgende dag besloten we terug te gaan naar de beschaving, maar niet na een laatste rit door de rivierbedding. Alleen was er wel 1 dingetje wat we niet zo goed overwogen hadden; als je uit de rivierbedding wilt komen, vooral in dit gebied, moet je dus feitelijk gewoon zorgen dat je een ravijn uit rijdt. Het ravijn waar de rivier in gesleten is. En dit is dus rots en steil. Met behulp van Tracks4Africa vonden we iets wat op een weggetje leek en het was echt krankzinnig, maar stiekem best wel leuk!!! En ook wel een beetje eng. Je kunt je niet voorstellen wat mensen nog wegen noemen. Maar, met een slakkengangetje, volle bak 4WD en power helemaal open, zijn we er langzaam maar zeker toch uit gekomen!

Na dit avontuur zijn we teruggereden naar de kust om de pelsrobben kolonie te bezoeken. Dat was een hele aparte ervaring! Ik zou niet zeggen dat het leuk was, maar het was absoluut indrukwekkend. Er waren honderdduizenden pelsrobben bij deze kaap en het was de meest gruwelijke stank die ik OOIT heb geroken! Dit was niet alleen omdat er zoveel pelsrobben waren, althans, dat veronderstel ik, het was vooral ook omdat ze allemaal net jonkies hadden gekregen (ongeveer twee weken oud). Veel van deze jonge dieren overleven het de eerste paar weken niet. Ik zal niet te veel stilstaan bij hoeveel dode pups we gezien hebben en wat voor staat van ontbinding ze waren, maar waar het op neerkwam was dat de geur van de dood vrij overweldigend was. Maar goed, zo is het leven! Nu waardeer ik Lars zijn natuurlijke geur in ieder geval weer wat meer 😉 à jaja, dit heeft deze sneaky basterd er gewoon even bij gezet, hopend dat ik het niet na zou lezen!! Lars kan nog steeds ongelofelijk rotte geuren produceren waar ik ’s nachts zelfs van wakker wordt! Maar goed, het is inderdaad niet zo erg als de stank daar. Daarnaast hoeven alle bruine hyena's en jakhalzen zich geen zorgen te maken over eten. Elk nadeel heeft zijn voordelen.

Onze eindbestemming die dag was Swakopmund, een vrij groot (voor Namibische termen) toeristisch stadje aan de kust. Het eerste wat we die avond hebben gedaan was een bezoek aan de bios! Nooit gedacht dat ik dit zou zeggen, maar het was goed om terug te zijn in de beschaving! En dus, om hier even van te genieten, hebben we vijf nachten doorgebracht in deze stad. Lees over de vriendschappen die we hier hebben gemaakt in onze volgende blog!

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 1 comment

Damaraland – A Red Rocky Realm

Damaraland - A Red Rocky Realm

Voor de Nederlandse versie - klik hier

It’s been a while since our last blog, but that doesn’t mean nothing interesting has happened. Quite the opposite! We had no time to write blogs, we were busy living and experiencing life at its fullest (plus it’s holiday season, time for family and friends)!

Now, where did we leave our last blog? I think we just left the Kaokoveld region in Namibia and we were heading to the next destination: Palmwag. By then we had been in the wilderness for about five days and there is only so much fresh food that fits in our little car fridge. Our next stop looked like a pretty big town on the map (based on the fact that the letters were a larger font than the other towns), so we figured we could find a store and stock up. Heading towards Palmwag, we found ourselves in a different landscape again. This time it was quite hilly, and all over the hills were loose red rocks. You can imagine it looked beautiful, and also, we could see far ahead. We rounded a corner and according to the map, we were supposed see Palmwag in the near distance…  But, all we saw was something that looked like a lodge? So, I grabbed the Lonely planet to figure out what was going on, and where we could stay in Palmwag. It said Palmwag Lodge was the main accommodation and not much more about the town. The lodge we saw in the distance turned out to be Palmwag Lodge, it also turned out to be Palmwag... That was it! There was no town, just the lodge and campsite with it! Okay, a few kilometres down the road there were a few houses clustered together, but the inhabitants all worked at this Lodge (and campsite), so that was it basically! One of the best examples we have seen so far, of a community benefiting from tourism! Oh and plus, definitely no shopping for us.

Red rocky landscape!

The employees, especially the people from the reception, were brilliant; very nice and funny! After a good welcome we found ourselves on a campsite in the heat and thus we went off to the swimming pool. Here we were greeted by a blond woman in a pink bikini who was getting in the pool meanwhile complaining loudly about the freezing temperatures of the water. I totally agreed with here, so we bounded immediately. Tamarra (her name) and her friend Denise are from Canada, which Lars and I agree is a country that is definitely in the top 3 of producing the nicest, most fun people in the world. And Denise and Tamarra only reinforced this feeling! We decided to visit the Palmwag reserve the next morning together in one car; money saving and much more fun!

All involved agreed waking up early would be best (as usual…) and so Lars and I cleared out the car to make room for Tamarra and Denise, and we left the following morning around 6 am. We had heard that a pride of lions had been spotted the day before, and after a lot of digging we did NOT get the information of their whereabouts. Our last chance was to ask the guy at the gate, so after greeting the guy good morning (no response), Lars asked the question: “Do you know where the lions are?” This was his response: he pointed through the gate… Okay… “Sooo, they are inside the park?” A nod… nothing else. You know what, we kind of figured that out by ourselves! We tried one more time to get a little more detail, chatting him up with all our combined charms, trying to keep our faces straight. Alas, no response. Then we wished him a good day and finally (!) he mumbled something that sounded like goodbye back! He just wanted us to leave him alone?!! After this last response, we couldn’t stop laughing for quite a while.

We still set out to find those lions. However, after a very long drive (way past lunch time), we hadn’t found them. We did come across three of those infamous desert elephants. This is where we learned that desert elephants (logically) are smaller than normal elephants and they have spindlier legs to support their long distance traveling for water. In short, they are cute!! At the same time, we also saw several giraffes on top of a hill. The rest of the drive we enjoyed the landscape, the company and the challenging roads.

We figured that we would try another short drive that afternoon and find them lions then! This time we entered through the other gate, and boy, we should’ve done that this morning!! This guy knew all the things that were spotted in the park and actually stopped us to point it out on the map. However, the lions had left their last spotted place and were now roaming freely. But, as I mentioned to Lars only a few days before, we still hadn’t found meerkats. You know, Timo!! And I really, really wanted to see those cute little guys. Much more than lions. And as usual, my wish was fulfilled by Lars. All of the sudden he stopped and asked for the binoculars. And all of us had no idea how he had spotted them, because they were so small and pretty far away, but there they were! A group of meerkats coming out of their hiding, and there were even young ones. Omg, it was so cute, I had a Despicable Me moment “their soo cute I’m gonna die!!”

Anyway, the visit to this area wasn’t just for fun. In this area 70% of the remaining free roaming black rhinos are found and this is mainly due to the efforts of one organization; Save the Rhino Trust. We were able to get in touch with them and visit their basecamp and it is amazing what they have done. Please read more about our visit to them here (under construction) or visit their website to help them even further!

Now we are a few more days since leaving the wilderness, and still we haven’t done any shopping. We asked where the nearest supermarket was and you won’t believe it, but turns out we had to drive for two and a halve hours to get there. Not just that, it was the same place where we had our shocks fixed. This country is at the same time very big (read distance-wise) and very small (read limited amount of shops-wise). After our visit to the shop (the size of a small shed), we headed towards the Skeleton Coast. We had planned to spend a night along the coast, inside the National Park but when we arrived at the gate, we heard that this campsite only opened the next day… So the only way was through (transit). Lucky for us, this turned out for the best, because after driving for a few hours, it was pretty much all the same. Very cool, but still the same, the landscape felt like we were driving on the moon surface. The shipwrecks you can find along this coast (where its name comes from), are pretty much all perished except for a few stumps. Plus something of which we’re not entirely sure what it was, some machinery, but all rusted and therefore pretty cool looking.

We camped at a small fisherman campsite called Mile 108, very busy with white South Africans coming down the coast for the holidays for fishing, all in very big 4WD trucks to drive down the beach. The owner was very nice; he glued my Birkenstocks back together, so I wouldn’t trip anymore every time I walked, plus he showed us a beautiful off-road track through a river bedding on our way to Brandenberg, the highest mountain of Namibia. On our way we went and again we had to make a detour, this time for fuel. The two fuel stations we thought we would come across on our way, well, they didn’t have any fuel… Fortunately it wasn’t a big detour and after a beautiful drive through a crater landscape (literally through a crater called the Messum crater) we arrived at the campsite. During this drive we had seen Dragon heads and Welwitschia’s, one of the ugliest, but coolest flower species I have ever seen, an individual can live up to thousands of years (in Afrikaans it is called Tweeblaarkanniedood)!

The following morning, we visited a rock art painting known as “The White Lady”. This painting is famous because it is one of the most detailed rock paintings you can find in the world, plus it is beautiful! It is, however, not a lady, but a shaman fully decorated to perform a ritual and the painting has been severely damaged by early tourism where people poured water over it etc. A painting that is 2000 years old! And on the same panel there were simpler, but even older paintings of 5000 years old.

But that wasn’t even the best part of our visit. This was our local guide, as soon as we had him talking. Lars and I sometimes play this game where we try to guess which country people come from. So, I asked this guide if they do the same when people come walking up. And he said yes! Well of course I wanted to know what they look at. Here’s his (I think very accurate, especially considering it is only based on experience and not prejudices) description:

  • German: they are all overly prepared; big boots, sunglasses and hats, even long trousers against the sun!
  • Dutch: very tall, not just the men but the women are as tall as the men! They always hike wearing slippers.
  • French: like the Dutch but much smaller, and the guy always wears the stuff for both of them.
  • Italian: they talk a lot and they don’t listen to each other!
  • South African (white): the men are always fat, a big belly and the women mostly skinny.
  • American: same as South Africans, but the women are also fat. Plus, they mostly arrive in big groups with a tour bus.

I’m not entirely sure if he was afraid to say anything else about the Dutch because he seemed a little bit reluctant when I asked, maybe he wanted to add something like that we ask too many questions! But anyway, it was a very interesting cultural (past and presence) walk and as it can become 40 degrees between those mountains, we were happy we went early in the morning. But now we didn’t have much to do the rest of the day, and thus we hang out at the pool, did yahtzee and drank ciders, finishing the night with a nice braai (with all those fresh veggies we just drove 500 km’s for).

From Eddie and Vera we had heard that the riverbeds around this region were especially pretty and after advice from the locals, we set out to follow the (mostly dry) river the next morning. And wow, it was amazing! You can’t imagine just sitting in a car and having such a beautiful day, it’s insane! At one point we had to leave the riverbed, because we were being submerged by reeds and we weren’t sure if we would be able to get back out if we went any further. Plus, there might have been some elephants in those reeds. But then the rest of the drive was along the Brandenberg and the view was amazing. We ended at the local SRT base camp (as they are also attending this area).

The next day we decided to go back to civilization, but not after one last drive through the riverbed. The thing is, if you want to get out of the riverbed you basically need to go straight up the rocky and steep slope surrounding the riverbed valley. With the help of Tracks4Africa we found the trail that would lead us out and it was insane. And a lot of fun!!! And a little bit scary. You can’t imagine what people call roads, but slowly we made it out!

After this adventure we drove back to the coast to visit the Cape Cross Seal Colony. That was another experience. I wouldn’t say it was fun, but it was definitely something. There were hundreds of thousands of fur seals at this cape and it was the most horrific stench I have ever, and I mean EVER, smelled. This was not just because there were so many seals, or so I assume, it was also because all of them just had young’s (about two weeks old) and a lot of young don’t survive the first few weeks. I won’t dwell on all the different reasons, but what it comes down to is that besides the many cute alive ones, there were also a lot of dead pups thereby increasing the smell of death. But hé, that’s live! At least all the brown hyena’s and jackals do not have to worry about food. We found a lot of tracks and even saw several jackals along the coastline.

Our final destination that day was Swakopmund, a pretty big tourist town along the coast. The first thing we did that night was visit the cinema! Never thought I would say this, but it was good to be back in civilization! And so, to make up for this feeling, we spent five nights in this town. Read about the friendships we made here and our visit to the surreal Sossusvlei iin our next blog!  

Posted by bylifeconnected in Blog, 0 comments

Kaokoveld – Een weg naar een andere wereld

Kaokoveld - Een weg naar een andere wereld

Lars

Stilte ... Niet het geluid van auto's in de verte, geen gezang van vogels, zelfs geen vleugje wind. Volledige stilte... En het kan echt oorverdovend zijn. We bevinden ons op de top van een bergpas, liggend in onze daktent met alles open. Lekker diep in onze warme slaapzakken gekropen liggen we met grote ogen te kijken naar de hemel. Boven ons was het heelal te zien in volle glorie met de Melkweg die zich uitstrekte van de ene kant van de horizon naar de andere. Wat een nacht, wat een plek!

Ons schitterende uitzicht op de bergtop!

Drie dagen eerder betraden we de Kaokoveld regio, wat in het noordwesten van Namibië ligt. Het is zogenaamd één van de weinige echt overgebleven wildernissen in zuidelijk Afrika en we zagen ernaar uit om dit te testen! Het gebied staat bekend om zijn ruige terrein en wegen, de prachtige landschappen en de lokale stam genaamd de Himba. Je hebt ze waarschijnlijk op de televisie of in een tijdschrift gezien. De Himba, vooral de vrouwen, houden nog vast aan hun tradities door zich te kleden zoals ze hebben gedaan voor wie weet hoe lang. Met dit constant warme weer is het niet gek om te zien dat de Himba-vrouwen leven in een vrij naakte toestand; hun borsten kunnen vrij genieten van de natuur (geen doek om zwaartekracht tegen te gaan), net als de rest van hun lichaam, behalve (gelukkig) hun privédelen rond het kruis. Om hun eigenschappen te accentueren en zich te beschermen tegen de zon, bedekken ze zichzelf met oker, wat hun huid een prachtige donkerrode kleur geeft.

Twee Himba vrouwen en Kellie!

De niet-officiële hoofdstad van de Himba is Opuwo. De stad in rijdend voelden het alsof we een Star Wars-film binnenstapte. Naast de Himba noemen ook de Herero de Kaokoveld hun thuis. Bijna om te compenseren voor de kleding die de Himba missen, dragen de Herero-vrouwen juist lange jurken in elke denkbare felle kleur (zoals felroze of fluorescerend groen) en ze eindigen hun stijl met een hoed die zelfs onze voormalige koningin Beatrix erg jaloers zou maken. De hoeden hebben twee opvallende kenmerken: ten eerste lijken ze altijd bij de jurk te passen en ten tweede beschermen ze de drager tegen de brandende zon met een zeer interessante top die de vorm heeft van een driehoek. Kun je je dat voorstellen? En stel je nu voor dat al deze mooie mensen naast elkaar leven in een kleine stad in het midden van een woestijnwereld. Dat begint wel op Star Wars te lijken, hé? Heel cool!!

Het grappige is dat wanneer je in Opuwo aankomt, je niet echt de tijd hebt om je aan te passen aan deze culturen. De reden voor ons bezoek aan deze stad was gedeeltelijk om ons voor te bereiden op de aanstaande reis naar de wildernis van Kaokoveld; we moesten de auto van brandstof voorzien en genoeg proviand inslaan om ons minstens vijf dagen te voeden. En het eerste wat we deden was een bezoek aan het tankstation, waar we meteen werden gebombardeerd door Himba-dames. Nu moet je weten dat ik heel loyaal ben aan Kellie en ik denk dat het zeer respectloos is om naar de "Tha-Thas!" Van een vrouw te kijken, maar... als ze vlak voor je staan ​​om je hun goodies aan te bieden (hier bedoel ik natuurlijk de souvenirs 😉), dan is het heel moeilijk om niet te kijken. Gelukkig voor mij, was Kellie het hier helemaal mee eens.

Ook al moesten we er even aan wennen en misschien komt het over alsof we de gek met ze steken. Ons gevoel was juist het tegeonvergestelde; het was duidelijk hoe trots deze vrouwen zijn op hun afkomst, en je kunt niets anders doen dan dat enorm respecteren. Het is verbazingwekkend hoeveel royalty ze uitstralen en ik voelde iets wat leek op plaatsvervangende trots voor hen!

Een echte en prachtige Afrikaanse zonsondergang.

De andere reden waarom we in Opuwo waren, is omdat we een organisatie wilden bezoeken die lokale gemeenschappen ondersteunt bij het opzetten van een zogenaamde Conservancy. Deze organisatie heet Integrated Rural Development and Nature Conservation (kortweg, IRDNC). Lees meer over IRDNC en ons bezoek op de projectenpagina (nog niet gepubliceerd).

De volgende ochtend vertrokken we naar Kaokoveld. Nu eindigde ons vorige blog met het fixen van onze schokdempers nadat ze in Etosha NP kapot waren gegaan (lees er hier meer over). En hoewel we nieuwe schokken erop hadden laten zetten, hadden we nog niet echt de kans gehad om ze grondig te testen. Met de reputatie van Kaokoveld, en de kennis dat het een paar weken geleden had geregend en het dus modderig zou kunnen zijn in de rivierbeddingen die we moesten oversteken, waren we toch een beetje zenuwachtig of we het wel zouden halen (zelfs als we de oude schokdempers nog hadden gehad!). Wat niet hielp was dat we een kerel tegenkwamen die vast was komen te zitten in de modder (kostte hem 5 uur om zijn camper eruit te trekken!). En ik had een 4x4-auto gezien, zoals de onze, die terug naar de beschaving werd gesleept toen we Opuwo inreden (heb Kellie dit destijds niet verteld). (Red. oftewel, Kellie: Dit is de eerste keer dat ik erover hoor/lees!). Toch besloten we maar te gaan, want er is maar één manier om erachter te komen of je hebt wat nodig is, nietwaar?

Ons doel was om in ieder geval twee punten op de kaart met de naam Orumpembe en Puros te bezoeken. Dit waren twee van de maar een handvol aantal plaatsen waar mensen woonden in de Kaokoveld. Onze interesse in deze plaatsen was dat ze beide de 'hoofdsteden' waren van Orumpembe en Puros Conservancy. We wilden weten of de lokale bevolking baat heeft bij het opzetten van een Conservancy, hoe ze het doen, welke middelen ze gebruiken en of ze die bronnen duurzaam gebruiken. We hebben al een Conservancy bezocht (Mayuni genaamd, lees er hier over) in de Zambezi (voormalig Caprivi) regio, die verrassend goed werkte. Het zou interessant zijn om te zien of het net zo goed werkt in andere gebieden.

De eerste nacht wilden we slapen op een camping ongeveer 15 kilometer ten noorden van Orumpembe. We moesten die dag ongeveer 150 kilometer rijden om het te bereiken. Klinkt niet zo heel veel, toch? Het kostte ons de hele dag om deze camping te bereiken. Het eerste deel van de weg vanuit Opuwo was nog redelijk, relatief gezien. We hebben in het eerste uur a anderhalf uur ongeveer 40 kilometer gereden. Daarna werd de weg smaller, rotsiger en heuvelachtiger (inclusief rivierbeddingen die gelukkig droog waren). Ik kan me niet voorstellen dat we gemiddeld sneller dan 20 kilometer per uur reden. We verveelden ons echter geen seconde, want het landschap was spectaculair (zoals Nieuw-Zeeland spectaculair, maar dan droog)! En langzaamaan, hoe verder we reden, begon het landschap te veranderen; de bomen en struiken verdwenen, het werd steeds droger, de bergen werden hoger en valleien vlakker. Voor ons betekende dit dat, hoe dichter we bij onze camping kwamen, hoe meer we moesten stoppen om van het landschap te genieten en wat foto's te maken. Dit heeft waarschijnlijk nogal bijgedragen aan het feit dat we bijna een hele dag deden over 150 km .

Met ongeveer 10 kilometer te gaan zagen we iets vreemds in de verte. Het leek op het stofspoor van een auto, maar dan enorm. Op een gegeven moment schreeuwde Kellie: "het is een zandstorm!" Nu is dit natuurlijk heel gaaf, maar volgens onze GPS leek de zandstorm precies te zijn op de locatie van onze camping! We reden toch verder, want we konden altijd ergens in het wild kamperen als dat nodig was. De zandstorm had een oranje kleur in Namibische woestijnstijl en toen we dichterbij kwamen, zagen we dat de sterke westelijke westenwinden het zand opraapten dat op een grote vlakte lag. Gelukkig voor ons merkten we nu dat onze camping net achter de zandstorm lag, aan de andere kant van een heuvel. We moesten er echter wel doorheen om er te komen. Vlak voordat we de storm binnengingen, sloten we alle ramen. Van een afstand zag de storm er veel indrukwekkender uit dan dat hij was, en we passeerden de zandvlakte ongeschonden.

De machtig mooie mini zandstorm!

We hadden die avond een heerlijke braai inclusief portobello's met geitenkaas, zoete aardappelen en geroosterde maïs. Een lokale hond moet ons feestje hebben geroken, want hij legde een bezoekje af op zoek naar de restjes. Hij zag er uitgehongerd uit en Kellie gaf hem wat brood, een blikje zalm en veel water. Ik denk dat ze vrienden voor het leven heeft gemaakt! (Red. Een van de liefste honden die we gezien hebben!).

Het uitzicht op de bergachtige zonsondergang, vanaf de camping!

De volgende ochtend hebben we een gesprek met een jongeman genaamd Exit (supervette nickname!), van de Conservancy (lees hier meer over, nog niet gepubliceerd) en daarna vertrokken we naar de volgende bestemming, Puros. We hebben gemerkt dat je in Kaokoveld altijd twee opties hebt om ergens te komen: door de rivierbedding of ernaast. Deze tracks zijn vaak om de paar kilometer verbonden, wat betekent dat we op elk moment uit de rivierbedding konden komen als de rivierbedding moeilijk berijdbaar werd. Zoals voorheen, voelden we ons vol zelfvertrouwen door de Tracks4Africa app die elke kleine track met enorme nauwkeurigheid liet zien! Dus besloten we om het gewoon maar eens te proberen! We lieten de banden leeglopen en reden de rivier in. Wat een geweldige beslissing! We hebben de hele dag lang gereden door een droge maar groene rivierbedding met aan beide kanten prachtige bergen. We vonden oryx, struisvogels, giraffen en... een ezel ?! Van een afstand leek het erop dat de ezel vreemd liep, maar toen we dichterbij kwamen, zagen we dat de voorpoten vastzaten aan een touw. Wie doet zoiets?! We stopten om het nader te bekijken. Het touw had zijn huid al helemaal open gebrand, en de ezel worstelde duidelijk om zich te verplaatsen. We hebben besloten er iets aan te doen. We probeerden eerst het vertrouwen van de ezel te winnen door het brood te geven, maar daar wilde het niets van weten. Misschien wat water dan? Nee, ook geen interesse. Hij huppelde nog steeds van ons weg. De ezel liet ons geen keus en we hebben hem uiteindelijk in een hoek gedreven. Op een heuvelrug langs de rivierbedding sparren we met de ezel; we probeerden dichterbij te komen, de ezel draaide zich om, om naar ons te schoppen en we moesten terugtrekken. Dit duurde ongeveer 10 minuten totdat de ezel zich uiteindelijk overgaf en stilstond. Ik praatte tegen hem met mijn kalmerende stem om hem kalm te houden (red. yeah right), terwijl Kellie het touw doorknipte. En dat is gelukt! Zonder touw liep de ezel weg alsof er niets was gebeurd.

Niet lang daarna verlieten we de rivierbedding en gingen we een bergpas op. Het plan was om de berg aan de andere kant af te dalen naar de volgende rivierbedding. Toen we de top van de pas bereikten, besloten we echter om daar te stoppen en kamp op te zetten op het hoogste punt; het uitzicht was gewoon te mooi om zomaar door te rijden. De wind echter, was meedogenloos daarboven en voor ongeveer drie uur zaten we gewoon in de windschaduw van de auto. Uiteindelijk beklommen we een berg zodat we uitzicht hadden op de ondergaande zon, en wachtten maar...

Met het vallen van de zon achter de bergen hield ook de wind gestadig op tot het ineens windstil was. In het begin is dat best wel zenuwslopend (vooral in de duisternis), alsof er op elk moment iets naar je toe kan springen. Maar je went snel en het is heel bijzonder! Die nacht zetten we een alarm om 2.30 uur (we waren er zeker van dat de maan dan verdwenen zou zijn) om te kunnen genieten van de hopelijk mooie nachtelijke hemel en toen we wakker werden, waren de sterren schitterend! We hebben die nacht genoten (en verder niet meer zo veel geslapen!).

Om een ​​idee te krijgen van hoe verlaten deze plek is. Het Kaokoveld is ongeveer 45 duizend vierkante kilometer (Nederland is ongeveer 41 duizend vierkante kilometer) en er wonen maar een paar duizend mensen (Opuwo uitgesloten). We kwamen in twee dagen geen enkele andere auto tegen. Ik denk dat het heel bijzonder is dat zulke plaatsen nog steeds bestaan, en we zouden het zo veel mogelijk moeten koesteren. Sommigen van jullie zullen misschien denken dat het gevaarlijk is om in zo’n uitgestorven gebied te reizen; wat als de auto stuk gaat!? Als het noodlot toeslaat en we vast komen te zitten of er gaat iets kapot, dan kunnen we altijd nog een weekje bij de Himba’s verblijven totdat iemand ons red!

Niks dergelijks is natuurlijk gebeurd, want Sisi kon alles aan wat Kaokoveld te bieden had. En met deze toename van ons zelfvertrouwen reden we een paar uur na zonsopgang de andere kant van de berg af, nadat we de banden weer wat harder hadden gemaakt. Toen we de volgende vallei naderden, reden we rond een deel van de berg en zagen ineens de volgende rivierbedding in de verte. Absoluut prachtig! Het leek een stuk van de Sahara met een rivieroaseoase (inclusief palmbomen), maar dan met oranje zand en tussen twee bergen in. De vegetatie was verrassend groen, en we hadden de hele vallei voor onszelf. Nou ja, naast de paar giraffes en oryx natuurlijk!

Net na de lunch kwamen we aan in Puros en hebben we ons kamp opgezet, de auto opgeruimd (het stof verzamelde zich) en een kort gesprek gehad met een man van de Puros Conservancy. We hebben nog even gerelaxed in de hangmat en een lekkere braaimaaltijd gemaakt, en de volgende ochtend trokken we door naar de volgende plek, door alweer een ander soort landschap. De volgende en laatste bestemming in de Kaokoveld was de warmwaterbron Ongongo, een natuurlijke bron die naar beneden stroomt als een waterval. Heerlijk!! Hier hebben we gekampeerd en nog wat ontspannen (Lars door met de camera te spelen). Helaas hadden we in onze tijd in de Kaokoveld alleen een heleboel tracks en stront gevonden, maar niet de befaamde woestijn olifanten. Maar, niet getreurd! Ze hangen ook rond in het volgende gebied waar we naartoe gaan; Damaraland. Je kunt hierover meer lezen in onze volgende blog!

Lars playing around with the camera, making pictures of the weavers above the pool!

Posted by bylifeconnected in Nederlands, 2 comments